To translate this page into different languages, click here

Ezechiël 43:10-27 tempel

Ezechiël 43:19-27

Bij het Toragedeelte van deze week wordt ook Ezechiël 43: 10-27 behandeld. In dit gedeelte gaat het over een tempel die nog zal worden gebouwd en er in het komende Vrederijk zal zijn. In de verzen voorafgaand aan dit gedeelte lezen we dat de heerlijkheid van YAHWEH vanuit het oosten terugkeerde naar de tempel.
Ezechiël 43:2 En zie, de heerlijkheid van de God van Israël kwam uit de richting van het oosten, en Zijn geluid was als het bruisen van machtige wateren, en de aarde werd verlicht vanwege Zijn heerlijkheid.
Deze heerlijkheid, te vergelijken met de Wolk die met Israël mee de woestijn doortrok, was ook uit de oostpoort van de tempel weggegaan, zoals Ezechiël eerder in een visioen zag:
Ezechiël 10:18 Toen ging de heerlijkheid van de HEERE weg, van boven de drempel van het huis, en bleef boven de cherubs staan.

Uit alles blijkt dat de tempeldienst, de offerdienst in het Vrederijk wordt hersteld. God gaat met Israël verder waar ze zijn blijven steken.
Maleachi 3:4 Dan zal het graanoffer van Juda en Jeruzalem voor de HEERE aangenaam zijn, zoals in de dagen van oude tijden af, zoals in vroegere jaren.

Er vinden dan ook dagelijkse zondoffers en reinigingsoffers plaats ter inwijding van de tempel. Net zo als in Exodus 29:14 en 36 bij de inwijding van de tabernakel gebeurde. De stieren werden niet op het brandofferaltaar verbrand, maar op een plaats buiten het heiligdom.   

In Ezechiël 43 zit een kleine chiastische structuur die hiernaast is vermeld. We zien daarin hoe Israël zich schaamt als het zich realiseert hoe men het eigen hart gevolgd heeft.

Ze hebben nu gezien hoe dwaas de mensheid geweest is om Gods wetten te negeren. Dat ze dachten dat de wetten van de Tora niet meer geldig waren en dat ze aardse regeringssytemen van meer waarde hadden geacht, dan dat YHWH koning over hen zou zijn. En dan al die zonden die steeds meer acceptabel werden.  Ik kan me ook voorstellen dat er schaamte bij jezelf zal zijn als je ontdekt hebt dat je mensen volgde in plaats van Hem die jou liefhad en die rechtvaardig is.

Als we de afmetingen van het reukofferaltaar, zoals vermeld in Exodus 30:2 ( = 1 x 1 en 2 el hoog) , vergelijken met de afmetingen van het brandofferaltaar in Ezechiël 43:17 (14 x 14 el) dan is er een groot verschil. Maar op zo’n brandofferaltaar moest een hele stier geofferd kunnen worden. In de Hebreeuwse tekst van Ezechiël 43:15 wordt de naam van het brandofferaltaar in de toekomstige tempel  הַרְאֵל "harel" genoemd. Het woord Harel is een samenvoeging van ‘har’ = berg en ‘el’ = God.  

De naam betekent dus ‘de berg van God’. De psalmen bezingen de heilige berg  Sion, de berg van God, waarnaar Hij verlangde...

 

Psalm 132:13-14

Want de HEERE heeft Sion verkozen,
Hij heeft het begeerd tot Zijn woongebied.
Dit is, zei Hij, Mijn rustplaats tot in eeuwigheid,
hier zal Ik wonen, want naar haar heb Ik verlangd.

 

Psalm 24:3-4

Wie zal de berg van de HEERE beklimmen?
Wie zal staan in Zijn heilige plaats?
 Wie rein is van handen en zuiver van hart,
wie zijn ziel niet opheft tot wat vals is, en niet bedrieglijk zweert.

 

Als we Jesaja 2 lezen moeten deze verzen ongetwijfeld op de berg Sion slaan die ook bekend zal zijn  "in het laatste der dagen", dus in onze tijd, maar  deze berg van het huis van YHWH zal worden verheven boven de heuvels.   

 

Jesaja 2:2,3

Het zal in het laatste der dagen geschieden
dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan
als de hoogste van de bergen,
en dat hij verheven zal worden boven de heuvels,
en dat alle heidenvolken ernaartoe zullen stromen.
Vele volken zullen gaan en zeggen:
Kom, laten wij opgaan naar de berg van de HEERE,
naar het huis van de God van Jakob;
dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen,
en zullen wij Zijn paden bewandelen.
Want uit Sion zal de wet uitgaan,
en het woord van de HEERE uit Jeruzalem.

 

Hetzelfde lezen we in Micha 4:1-3.    

Zowel in Exodus als in Ezechiël wordt de inwijding van deze altaren beschreven. De offers die in deze tempel gebracht worden wijzen niet vooruit, maar wijzen terug naar het offer van Yeshua. De dierenoffers zijn ook anders dan in het eerste testament.

Het dagelijks offer vond in het eerste testament ’s morgens en ’s avonds plaats. Eén éénjarig lam ’s ochtends, het andere werd in de avondschemering bereid, of zoals de Bijbel zegt "tussen twee avonden". In het Vrederijk is er wel een dagelijks brandoffer dat door de HEERE ingesteld is tot een liefelijke reuk. Numeri 28:3-6, Ezechiël 46:13-15. Ook de hoeveelheden zijn veranderd. Het dagelijks offer bestaat uit één lam in plaats van twee lammeren. Er is geen middagoffer meer. Het is een altoosdurend offer, d.w.z. zolang de tempel er is. Om 3 uur werd de keel van het lam van het avondoffer doorgesneden. Yeshua stierf om 3 uur. Er is dan geen avondoffer meer, omdat Yeshua ’s middags gestorven is. De brandoffers tussen twee avonden wezen vroeger vooruit. Maar de andere offers bepalen straks de mensen erbij dat ze nooit moeten vergeten dat Yeshua voor hun zonden gestorven is.

Het offeren betekent daarom niet een stap terug; het werk dat Yeshua haMashiach op het kruis volbracht heeft, vormt de grondslag voor de zegeningen voor allen die God liefhebben. (Psalm 22:23 e.v.)

Opmerkelijk is dat er bij de toekomstige tempel van Ezechiël geen sprake is van een hogepriester. En we begrijpen natuurlijk dat Yeshua, die Hogepriester voor eeuwig is, de uiteindelijke verzoening bewerkt. (Psalm 110:4, Hebreeën 5:6 en Hebreeën 7:17).

De mens mag dat nooit vergeten. Als de uiteindelijke volheid aanbreekt na de duizend jaar, is er geen offer meer nodig.