Joël 2:15-27 de Leraar der Gerechtigheid

Toen ik in een studie bepaald werd bij de loskoping van het land, de rust voor het land tijdens een sabbatjaar en een jubeljaar,  kreeg ik een Bijbeltekst onder ogen die hiermee te maken heeft en die deel uit maakte van prachtige beloften die God voor de kinderen van Sion in petto heeft. Het was deze tekst:

Joël 2:25 Ik zal u de jaren vergoeden die de veldsprinkhaan, de jonge sprinkhaan, de zwermsprinkhaan en de treksprinkhaan hebben opgegeten, Mijn grote leger, dat Ik op u had afgestuurd.

In Joël 2 worden we eerst bepaald bij de zware strijd die aan het eind van de tijden zal plaatsvinden. In het eerste deel van het hoofdstuk lezen we dat het een zeer zware strijd is. Het blazen op de bazuin is dan ook het teken van de strijd tussen het leger van Babel en de legermachten van YAHWEH. Het betekent: "Bereid je geestelijk voor op de strijd en op het oordeel!" Besef  dat  de tegenstander je zo wil ontmoedigen en vernederen, dat als je niet daarop voorbereid bent, je de moed verliest en je je gewonnen zou geven aan de vijand. Wees standvastig in de verwachting van de komst van Yeshua!

Blaas de bazuin in Sion, kondig een vastentijd af....!

Als de spanningen zo oplopen horen we daarin het geluid van Gods bazuin en worden we met Israël opgeroepen te vasten en samen te komen met allen die hun hoop en verwachting op God stellen. Want het gaat om Sion, om het erfdeel dat God aan Zijn volk heeft toegewezen. Het Sion waar ook Openbaring 14 over spreekt, waar we lezen dat de sikkel van het oordeel over de aarde gaat omdat het tijd is om de oogst te maaien. 

Ons gebed moet zijn: "Ontzie Uw volk, HEEREgeef Uw erfelijk bezit niet over aan smaad, zodat de heidenvolken over hen zouden heersen."

Joël beschrijft in dit hoofdstuk iets wat op een sprinkhanenplaag lijkt. Sprinkhanen zijn een afschuwelijke plaag in het Midden Oosten. We kennen de geschiedenis van de sprinkhanenplaag in Egypte. De oogst wordt opgevreten en de bevolking lijdt honger. Maar sprinkhanen doen ook denken aan een leger van paarden, zoals die er in Bijbelse tijden waren.

Joël beschrijft sprinkhanen in een vergelijking met oorlogslegers:

vers 4 Als het uiterlijk van paarden is zijn uiterlijk, en als renpaarden, zo rennen zij voort. 5 Als het geluid van wagens springen zij over de toppen van de bergen,

vers 7 Als helden rennen zij, als strijdbare mannen klimmen zij tegen de muren op; ieder gaat op zijn eigen weg en zij wijken niet van hun paden af. 8 Zij verdringen elkaar niet, ieder gaat zijn eigen weg.

Joël maakt een vergelijking die doet denken aan de massale Chinese legers die over grote breedte optrekken: rechtuit over alles heen.

En dit is het effect van zo’n sprinkhanenleger:
vers 3 Ervóór verteert een vuur, en erachter verzengt een vlam; ervóór is het land als de hof van Eden, en erachter is het een woeste wildernis. Ook is er geen ontkomen aan.

Maar God brengt een keer in de grote benauwdheid die over Israël en wie op Israël is geënt, komt:

Vers 25. Ik zal u de jaren vergoeden die de veldsprinkhaan, de jonge sprinkhaan, de zwermsprinkhaan en de treksprinkhaan hebben opgegeten, Mijn grote leger, dat Ik op u had afgestuurd.

Nadat er over deze strijd en het oordeel gesproken wordt, brengt Joël 2 een goede tijding. God hoorde het gebed van Zijn kinderen. Het herstel wordt ingezet. Het gebed dat Yeshua ons leerde, waarin gebeden wordt "Uw Koningkrijk kome" wordt nu werkelijk vervuld. 

Joël 2:18 Toen nam de HEERE het op voor Zijn land, en Hij spaarde Zijn volk. 

God beloofde: "Ik zal u niet meer overgeven als voorwerp van smaad onder de heidenvolken."

 

“de Leraar tot Gerechtigheid" 

 

En de focus ligt dan ook op “de Leraar tot Gerechtigheid”.  De kinderen van Sion worden opgewekt: “Juicht en verheugt u in de HEERE, uw God”. Die Leraar kennen we als Yeshua, het vleesgeworden Woord. Hij was al door Mozes aangekondigd:

Deut. 18:15 Een Profeet uit uw midden, uit uw broeders, zoals ik, zal de HEERE, uw God, voor u doen opstaan; NAAR HEM MOET U LUISTEREN.

Later, bij de verheerlijking op de berg, bevestigde God vanuit de hemel, in het bijzijn van Mozes (en Elia) de autoriteit van deze Leraar, toen de woorden hoorbaar door God werden uitgesproken:

Matth. 17:5 Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; LUISTER NAAR HEM!

Hij is Degene waarvan David in Psalm 68 profeteerde:

Psalm 68: U bent opgevaren naar omhoog, U hebt gevangenen weggevoerd, U hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen, ja, ook aan opstandigen: om bij U te wonen, HEERE God!

Die gaven, waarover David sprak zijn de regens die Joël in vers 23 noemt. Het is de gave van de Heilige Geest , die met het Wekenfeest /Shavuot (Pinksteren) werd uitgestort in Jeruzalem. Dit was de  vroege regen, maar straks, als de voeten van Yeshua op de Olijfberg staan, komt ook de late regen over het volk Israël.  Het is de Heilige Geest die het Woord van God te binnen brengt bij degenen die willen luisteren naar DE LERAAR TOT GERECHTIGHEID.

Die gerechtigheid zal dan uitmonden in berouw en bekering. Maar ook in grote blijdschap. In dit hoofdstuk van Joël staat tweemaal “Blaas de bazuin in Sion!”. Er staat ook tweemaal: “Verheug u wees blij”. Het wordt gezegd tegen het land met zijn natuur, het wordt gezegd tegen de kinderen van Sion, en tegen de dieren wordt gezegd “weest niet bevreesd”. (verzen 21 tm 23). Het is het herstel van alle dingen.

Er zal geen gebrek zijn aan voedsel en levensonderhoud. Tot tweemaal toe wordt beloofd dat we ons zullen verzadigen. Er is wijn, olie en voedsel in overvloed.

In Joël 2 wordt viermaal de prachtige naam Sion genoemd, waarvan de hele Bijbel zo vreugdevol spreekt.

Psalm 125: 1  wie op de HEERE vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar voor eeuwig blijft. Rondom Jeruzalem zijn bergen, zo is de HEERE rondom Zijn volk, van nu aan tot in eeuwigheid.

In Psalm 137 noemen de ballingen Sion "hun hoogste blijdschap".

Psalm 132: 13 Want de HEERE heeft Sion verkozen, Hij heeft het begeerd tot Zijn woongebied.

14 Dit is, zei Hij, Mijn rustplaats tot in eeuwigheid, hier zal Ik wonen, want naar haar heb Ik verlangd.

 

En wat zegt de Hebreeën-schrijver…..
Hebr. 12:22 Maar u bent genaderd tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem en tot tienduizendtallen van engelen.

 

Laten we met de kinderen van Sion luisteren naar DE LERAAR DER GERECHTIGHEID. Hij alleen heeft alle wijsheid, alle gerechtigheid. HIJ IS DE WEG, DE WAARHEID EN HET LEVEN.