Deuteronomium 10 - Nieuwe tafelen - Vrees God!

De geschiedenislessen van Mozes worden vervolgd. Hij herhaalde aan het volk wat YAHWEH “in die tijd” tot hem sprak. In de vorige Jaïr-studie over Deuteronomium 9 hebben we de “middelaarsfunctie” van Mozes onder de aandacht gebracht. In hoofdstuk 10 zien we dat Mozes als tussenpersoon de berg Horeb opgaat, met stenen tafelen om door YAHWEH met Zijn vinger beschreven te worden met de tien woorden. De eerste tafelen waren immers door Mozes kapot gegooid, toen hij boos werd om de zonde met het “gouden kalf”. De eerste keer had God de stenen tafelen gegeven, maar de tweede keer moest Mozes nieuwe stenen tafelen meesjouwen de berg op. Geen gemakkelijke opgave.

We lezen trouwens dat Mozes wel minstens vijf maal die hoge berg opklom en dan moest hij er natuurlijk ook weer van af. Dat was dus vijf maal opklimmen en vijf maal afdalen, dat zijn 10 van die zware tochten. 

Het doet denken aan Psalm 24:3 Wie zal de berg van de HEERE beklimmen? Wie zal staan in Zijn heilige plaats? 4. Wie rein is van handen en zuiver van hart, wie zijn ziel niet opheft tot wat vals is, en niet bedrieglijk zweert.

Dat opklimmen/opstijgen en afdalen heeft een geestelijke betekenis. Het woord opgaan עָלָה alah Strong 5927 vind je ook terug in het woord “alyah” . Steeds wanneer men spreekt over “opgaan” betekent het dat men richting Jeruzalem gaat, en bij “afdalen” betekent het dat je Jeruzalem verlaat. Omhoog of opgang is אֵל el= Strong 412.  De nationale luchtvaart van Israël is EL AL, Hebreeuws: אל על en betekent “naar boven”.

Omdat Jeruzalem op een heuvelachtig gebied ligt, moet je naar de stad opklimmen om er één van de pelgrimsfeesten mee te maken. Boven de Pelgrimspsalmen, 120–134, staat 'Een pelgrimslied' (HSV). In het Hebreeuws staat er  שִׁיר, הַמַּעֲלוֹת “Lied van de Opgang”   

Afdalen, yarad יָרַד  Strong 3381 is het tegenovergestelde. Wie Jeruzalem verliet daalde van een berg af, en wie via het laaggelegen Jordaandal naar huis liep, moest nog verder afdalen. Ook de naam Jordaan is waarschijnlijk van dit woord afgeleid; deze rivier daalt af van het Meer van Galilea naar de meer dan 430 meter onder de zeespiegel liggende Dode Zee.

De geestelijke betekenis van deze woorden zien we in de volgende Bijbelteksten:

Spreuken 30:4 Wie is er naar de hemel opgestegen (alah עָלָה)en vandaar neergedaald (yarad יָרַד)? Wie heeft de wind in Zijn handen verzameld? Wie heeft de wateren in een kleed gebonden? Wie heeft alle einden der aarde vastgesteld? Hoe is Zijn Naam en hoe is de Naam van Zijn Zoon, u weet het immers?

Johannes 6:51 Ik ben het levende brood, dat uit de hemel neergedaald (yarad יָרַד)is; als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. En het brood dat Ik geven zal, is Mijn vlees, dat Ik geven zal voor het leven van de wereld.

Efeze 4:8 Daarom zegt Hij: Toen Hij opvoer in de hoogte, nam Hij de gevangenis gevangen en gaf Hij gaven aan de mensen. (In een Hebreeuwse vertaling komen we het woordje el אֵל hier tegen. Dit vers is trouwens geciteerd uit Psalm 69:19, een profetie ten aanzien van Yeshua,  waarin we de vervoeging עָלִיתָ alit van Strong 5927 “alah” tegenkomen)

Johannes 3:13 En niemand is opgevaren naar de hemel dan Hij Die uit de hemel neergedaald is, namelijk de Zoon des mensen, Die in de hemel is. (hier eveneens in de Hebreeuwse vertaling alah עָלָה en yarad יָרַד)

We zien dat al die teksten waarin deze woorden voorkomen, zowel in Spreuken als in het Nieuwe Testament betrekking hebben op Yeshua. Wij verwachten dat Hij zal neerdalen om de wijnpersbak te treden van Gods toorn, dat Hij zal neerdalen om de antichrist te doden met de adem van Zijn mond. Van Hem verwachten we dat Hij zal neerdalen en Zijn voeten op de Olijfberg zal zetten.

Die overeenkomsten van afdalen en opgaan tussen Yeshua en Mozes zijn kenmerkend voor het middelaarschap, de verbinding tussen God de Allerhoogste en de mens op aarde.

Het zal me ook niet verwonderen als de wedergeboren gelovigen, na de opstanding, met een verheerlijkt lichaam gelijk aan Yeshua, mogen delen in die bemiddelende taak: door af te dalen en op te klimmen, om zo namens Yeshua, in het Vrederijk, tot zegen te mogen zijn van de overgebleven volken, maar ook om behulpzaam te zijn bij het hoeden met de ijzeren staf. (Openbaring 19:15)

 

De centrale as van de chiastische structuur, bevat een ongebruikelijk fragment over Aaron en Eleazar, die dienst doen als priesters. Dit vers vermeldt de dood van de hogepriester en de zoon die als hogepriester dient. Dat is een profetie van Messias Yeshua! Hij is onze Hogepriester en Zijn dood bekrachtigt het verbond in Zijn bloed. Hij is ook de Zoon en dient als Hogepriester. We komen deze vergelijking eveneens tegen bij de doodslager in de vrijstad. Deze centrale as is bovendien omhuld met de ark van het verbond, die de genade uitbeeldt die de wet bedekt - een duidelijke profetie van het evangelie van genade door geloof!

Hieruit blijkt weer dat het een leugen is dat Mozes een evangelie van redding door werken predikt. We kunnen duidelijk uit de Schrift zelf zien dat Mozes hetzelfde, pure, onveranderlijke evangelie predikt zoals we dat lezen van Genesis tot Openbaring. Onze gehoorzaamheid aan God voegt niets toe aan onze redding, maar bewerkt zegen over ons leven hier en nu.

Mozes vervolgt zijn rede opnieuw het volk op te roepen God lief te hebben met hart en ziel. Hij vestigt de nadruk erop dat zij als volk door God zijn uitgekozen. De besnijdenis van het hart is onontbeerlijk om God welgevallig te zijn. Ook al kwamen die genadige wetsregels door bemiddeling van Mozes, hij riep altijd weer op om God lief te hebben, met het hart.