Deuteronomium 26:1-11 eerstelingenoffer

We lezen hier de instructies om God dank te zeggen bij de eerste oogsten in het Beloofde Land. Deze eerstelingen waren een soort dankoffer aan God. Daarbij moesten ze een mand met eerste vruchten voor het altaar plaatsen en ook letterlijk voor Gods aangezicht uitspreken wat Hij voor hen had gedaan. Dat lezen we in het Schriftgedeelte wat hier in een structuur is weergegeven, waarin prachtige chiasmes zijn ingebouwd. Ook voor ons is het goed om duidelijk te benoemen waarin God ons heeft gezegend. Hier was het dat prachtige land dat overvloeit van melk en honing.

In de gele vlakken zien we het woord “plaats” weer terugkomen. We hebben het al eerder gehad over “de Plaats” (haMaqom הַמָּקוֹם), waarbij er steeds sprake is van een speciale plaats die YHWH uitkiest en dat is ook in vers 2 het geval. Gehoorzaamheid aan God houdt ook in dat je niet iedere willekeurige plaats kunt uitkiezen met de gedachte dat God het ook wel goed zal vinden om Hem op je eigen manier te eren. Dit heeft in onze tijd vanzelfsprekend een geestelijke toepassing, waarvan we ons bewust moeten zijn.

In dit vers komt in de chiastische structuur ook nog het woord “plaatsen” voor, waarmee uitgedrukt wordt dat God Zijn Naam wil plaatsen, daar waar Hij bij Zijn volk wil wonen. Het komt in onze vertalingen niet zo duidelijk naar voren, maar het staat wel in de Hebreeuwse tekst. Dit ‘plaatsen’ komt van het werkwoord םוּם (soem Strong 7760). In de King James bijbel zien we het wel met dit werkwoord vertaald:

Deuteronomy 26:2 KJV That thou shalt take of the first of all the fruit of the earth, which thou shalt bring of thy land that the LORD thy God giveth thee, and shalt put it in a basket, and shalt go unto the place which the LORD thy God shall choose TO PLACE His name there.

Het lijkt erop dat dit een speciale instructie is voor de eerste oogst na de binnenkomst in het land. Normaal werd dit bestemd voor de priesters, Aäron en zijn zonen:

Numeri 18:12 Al het beste van de olie, en al het beste van de nieuwe wijn en het koren, hun eerstelingen, die zij de HEERE zullen geven, Ik geef het u.

Hier moesten de priesters de eerste vruchten die de Israëlische bewoners van het nieuwe land brachten, voor het altaar van YHWH plaatsen om Hem te eren en te danken. Hij is de Allereerste die dit toekomt. Hij is immers de Eerste en de Laatste, de Alva en de Omega, die zichzelf op het altaar heeft geofferd.

En dan zegt God in vers 11 dat men blij mag zijn om alles wat Hij gegeven heeft aan de Israëlieten en de vreemdelingen die onder hen wonen. Want God heeft het gebed van de vaderen verhoord, toen ze leden onder verdrukking en ellende. Dat wordt genoemd in vers 7, dat de centrale as is. GOD IS EEN HOORDER VAN GEBEDEN!

 

Deuteronomium 26:5 Dan moet u voor het aangezicht van de HEERE, uw God, betuigen en zeggen: Mijn vader was een verloren (of verdwaalde) Syriër. Hij trok naar Egypte en verbleef daar als vreemdeling met weinig mensen, maar hij werd daar tot een groot, machtig en talrijk volk.

In de haftara van deze week zien we een dergelijke vermelding:

Jesaja 60:21 Uw volk, zij allen zullen rechtvaardigen zijn, voor eeuwig zullen zij de aarde in bezit nemen. Zij zullen een stekje zijn, door Mij geplant, een werk van Mijn handen, opdat Ik verheerlijkt zal worden. 22. De kleinste zal tot duizend worden en de minste tot een machtig volk; Ík, de HEERE, zal dit te zijner tijd spoedig doen komen.

 

Geestelijk gezien kunnen we dit  op het éne offer van Yeshua, de EERSTELING toepassen, WAAROP EEN GROTE OOGST KWAM:


Jesaja 53:10 Maar het behaagde de HEERE Hem te verbrijzelen, Hij heeft Hem ziek gemaakt. Als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zal Hij nageslacht zien, Hij zal de dagen verlengen; het welbehagen van de HEERE zal door Zijn hand voorspoedig zijn.