Deuteronomium 8 - oproep tot gehoorzaamheid

In de voorgaande hoofdstukken herinnert Mozes deze nieuwe generatie  aan de geschiedenis van Israël sinds het verlaten van Egypte. Het begon zo goed. Israël bracht door geloof het bloed van het Pesachlam aan op hun deurposten en werd daardoor gered van de Engel des Doods.  Ze werden op wonderlijke wijze uit Egypte bevrijd in de kracht van de Geest - en gingen door de Rietzee, wat later door Paulus als een doop werd beschreven:

1 Korinthe 10:1 En ik wil niet, broeders, dat u er geen weet van hebt dat onze vaderen allen onder de wolk waren en allen door de zee zijn gegaan, 2. en dat allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee,

- en toch kwam van die hele generatie niemand behalve Kaleb en Joshua het land van de belofte binnen. De vorige generatie, die leefde in een verbond met YAHWEH, werd bang voor de reuzen in plaats van te vertrouwen op YAHWEH- en ging niet binnen vanwege ongeloof (Heb 3: 16-19). Uit ongeloof ontstaat angst!

Wanneer we niet op YAHWEH of op Zijn Woord ons vertrouwen stellen, hebben we andere “zekerheden” voor Hem in de plaats gesteld en dat is afgoderij! Toen God Zijn Woord en Zijn geboden vanuit het midden van het vuur, de rook en de donder, op de berg Sinaï gaf, kon Israël weten dat YAHWEH God is en dat er geen andere is.

 

De vijand heeft in de afgelopen eeuwen zoveel strategieën tegen de waarheid van Gods Woord ingezet, en dan vooral tegen de basis van Gods Woord, DE TORA.  Als hij de basis van het geloof kan vernietigen, krijgt hij vrij spel om alles wat God geboden heeft te vervangen door het kwaad.

Als Mozes hier het land beschrijft wat ze spoedig zullen binnentrekken, dan moet het een prachtig, vruchtbaar land zijn dat God zijn volk aanbiedt:

Deuteronomium 8:7 Want de HEERE, uw God, brengt u in een goed land: een land met waterbeken, bronnen en diepe wateren, die ontspringen in het dal en op het gebergte;

  1. een land met tarwe en gerst, wijnstokken, vijgenbomen en granaatappels; een land met olierijke olijfbomen en honing;
  2. een land waarin u zonder schaarste brood zult eten, waarin het u aan niets ontbreken zal; een land waarvan de stenen ijzer zijn, en waarin u uit zijn bergen koper kunt hakken.

In hoofdstuk 11 voegt  Mozes daar nog aan toe:

Deuteronomium 11:10 Want het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen, is niet zoals het land Egypte, waaruit u weggetrokken bent, dat u met uw zaad moest bezaaien en al lopend water moest geven, zoals een groentetuin.

  1. Maar het land waar u naartoe trekt om het in bezit te nemen, is een land met bergen en dalen; het drinkt water door de regen uit de hemel.
  2. Het is een land waar de HEERE, uw God, voor zorgt: voortdurend rusten de ogen van de HEERE, uw God, daarop, van het begin van het jaar tot het einde van het jaar.

In Egypte moest men steeds bevloeien om het gewas te laten groeien, maar in Israël zou God voor regen zorgen, zo lang zij het  zouden verwachten van Hem. Je zag ook in het verloop van de geschiedenis dat God de regen onthield vanwege de afgoderij en dat er vervolgens hongersnood kwam. Zoals bijvoorbeeld in de geschiedenis van Achab en Elia. Ook toen Israël in ballingschap ging verkommerde het land.

Als Jeremia profeteert dat Jeruzalem een verblijfplaats van jakhalzen zal zijn zegt hij vervolgens:


Waarom is het land vergaan, verwoest als de woestijn, zodat niemand erdoorheen trekt?. De HEERE zegt: Omdat zij Mijn wet verlaten hebben die Ik hun had voorgehouden, en niet geluisterd hebben naar Mijn stem en daarnaar niet hebben gewandeld, maar achter hun verharde hart aan gegaan zijn en achter de Baäls aan, zoals hun vaderen hun dat geleerd hadden. (Jeremia 9:12-14)

Zelfs in de tegenwoordige tijd zien we dat vruchtbaar land, zoals voorheen de Gaza strook, onder heidens beheer onvruchtbaar wordt. Dat land is door God voor Israël bestemd en als zij gehoorzaam zijn is er ook zegen te verwachten.

Daarom waarschuwt Mozes:

Deuteronomium 8:11 Wees op uw hoede dat u YHWH, uw God, niet vergeet, en DAARDOOR ZIJN GEBODEN, ZIJN BEPALINGEN EN ZIJN VERORDENINGEN, DIE IK U HEDEN GEBIED, NIET IN ACHT NEEMT.

Zie je dat het vergeten van God gekoppeld wordt aan het geen acht geven aan de geboden van God?

Het vergeten wat in dit vers wordt genoemd is niet zoiets van “stom, daar heb ik even niet aan gedacht”, nee, het is een opzettelijk zich afkeren van de Tora. Dit “vergeten” is in opstand leven. Het heeft alles met het afwijzen van de geboden te maken. Dat vergeten kan zich uiten in trots en eigendunk, door te denken en aan anderen te vertellen, dat je zelf dat allemaal hebt bewerkt. (Deut. 8:17)

Spreuken 3:1 Mijn zoon, vergeet mijn Tora niet, en laat je hart mijn geboden in acht nemen.

Deze tekst uit Spreuken komt overeen met Deuteronomium 8:5 waarin YAHWEH vergeleken wordt met een liefhebbende Vader die Zijn zoon onderwijst.

In Deuteronomium 8:6 en 17 zien we dat het God echt om ons hart gaat. We kunnen ons uiterlijk zo voordoen alsof we de geboden houden, maar deze in ons hart, in onze gedachten maar ballast vinden of misschien zelfs onszelf geweldig vinden om wat we doen. Onze gedachten moeten zuiver zijn, vanuit liefde tot God.

Laten we ervoor waken dat we onze godsdienst niet vermengen met wereldse praktijken en dat we niets afdoen van het Woord en van Gods geboden. Behalve liefdeloos is het ook kortzichtig, want we berokkenen ons eigen onheil. God heeft ons heil op het oog met alles wat Hij van ons vraagt.

God gaat met ons mee door de woestijn van dit leven, waar het leven niet gemakkelijk is. Een woestijn met gifslangen, schorpioenen en droogte,  (Zelfs de plaag die nu rondgaat wordt met slangen in verband gebracht!) En zoals Hij er in de woestijn voor zorgde dat de kleren en de schoenen van de Israëlieten niet versleten en hen het dagelijks manna gaf, wil  Hij ook ons vormen tot een beeld van Hem, vertrouwend op Hem tijdens alle aanvallen die we ervaren.

Toen Yeshua als mens op aarde was sprak en deed Hij alleen maar wat de Vader Hem gebood. Lees Johannes 4, 5 en 6 maar eens. 

Tenslotte wordt dat ook in vers 3 van Deuteronomium 8 onderwezen: 

dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond van YHWH komt.

Een woord dat Yeshua ter harte nam in Zijn woestijn en gebruikte in Zijn weerstand tegen de verzoekingen van de satan. Laten we in alles wat er in deze tijd op ons afkomst Zijn navolgers zijn.

Johannes 16:33 Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat u in Mij vrede zult hebben. In de wereld zult u verdrukking hebben, maar HEB GOEDE MOED: Ik heb de wereld overwonnen.