Deuteronomium 9 terug- en vooruitzien

In de hoofdstukken, behorend tot de parasha “Ekev” herinnert Mozes het volk aan belangrijke gebeurtenissen tijdens de woestijnreis. (onderstaande opsomming overgenomen van Tony Robinson)

  • Deuteronomium 7:18—Herinner u wat Adonai met de Egyptenaren deed.
  • Deuteronomium 8:2—Herinner u hoe Hij hen door de wildernis leidde.
  • Deuteronomium 8:11—Merk op hoe Adonai vergeten gelijkgesteld wordt met het niet naleven van de Torah!
  • Deuteronomium 8:18—Herinner u dat Adonai de Voorziener is.
  • Deuteronomium 9:7—Herinner u hoe dikwijls het volk Israël de Heilige uitgedaagd heeft en toch vergeving kreeg.

In laatstgenoemd vers staat: “Houd in gedachten en vergeet niet dat u de HEERE, uw God….” Dit werd niet gezegd omdat men voortdurend met een schuldgevoel moest rondlopen. Mozes bracht dit onder hun aandacht opdat ze met de juiste hartsgesteldheid het land in bezit zouden nemen en dit niet als een eigen prestatie zouden gaan beschouwen. Het was Adonai die daarvoor alle eer en dank toekwam en die de belofte aan hun Voorvaderen vervulde.   

Deuteronomium 9:4 Wanneer de HEERE, uw God, hen van voor uw ogen verjaagd heeft, zeg dan niet in uw hart: Vanwege míjn gerechtigheid heeft de HEERE mij in dit land gebracht om het in bezit te nemen. Want het is vanwege de goddeloosheid van deze volken dat de HEERE hen van voor uw ogen uit hun bezit verdrijft.

  1. Niet vanwege uw gerechtigheid of vanwege de oprechtheid van uw hart komt u hun land in om het in bezit te nemen, maar vanwege de goddeloosheid van deze volken verdrijft de HEERE, uw God, hen van voor uw ogen uit hun bezit, en om het woord gestand te doen dat de HEERE, uw God, uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft.
  2. Daarom moet u weten dat het niet vanwege uw gerechtigheid is dat de HEERE, uw God, u dit goede land geeft om het in bezit te nemen, want u bent een halsstarrig volk.

Toch ging YAHWEH verder met dit halstarrige volk. Dat deed Hij uit liefde. Dat komt in de omringende hoofdstukken sterk naar voren en ook daarvan heeft Tony Robinson een rijtje teksten genoteerd waarin dit tot uiting komt:

Deuteronomium 7: 8, 9, 13; 10:12, 15, 18, 19; 11:1, 13 en 22. De liefde die Adonai heeft voor Zijn volk is steeds gekoppeld aan de oproep zich aan de geboden te houden. De liefde van Adonai is geen reactie omdat Hij iets moois ziet in dat volk, maar die liefde komt voort uit het wezen van YAHWEH. Hij koos ervoor om hen lief te hebben om redenen in Zichzelf. Zo mogen wij ook Gods liefde voor ons zien. God ziet wat Hij van Israël en allen wie zich bij hen hebben aangesloten, gaat maken.

Mozes benadrukt de zonden tijdens de woestijnreis van dit volk tot “in de treure” met het doel dat het volk niet het Beloofde Land binnengaat met de gedachte dat dit door eigen gerechtigheid is tot stand gekomen. Maar zoals de centrale as van de chiastische structuur laat zien, komen ze het land binnen alleen door Gods gerechtigheid. Het was YAHWEH die de belofte gedaan had aan Abraham, Izak en Jakob, en die Zijn beloftes nakomt. Hij is tenvolle betrouwbaar!

We zien dan ook dat de opvatting dat Israël redding ontvangt door het houden van de geboden niet steekhoudend is. Degenen die zeggen dat Mozes redding preekte door het houden van de geboden en dat Yeshua redding door genade aanbood, moeten Deuteronomium 9 maar eens lezen. Mozes drukt het volk zo op het hart dat het niet om hun eigen gerechtigheid is dat ze het land binnengaan, maar dat het genade is vanuit Gods gerechtigheid. Dat is voor ons niet anders.  

Deuteronomium 9:18b ... ik wierp mij neer voor het aangezicht van de HEERE, net als de eerste keer, (zonde gouden kalf)

Deuteronomium 9:25b   ..... Ik wierp mij neer voor het aangezicht van de HEERE, die veertig dagen en veertig nachten dat ik mij neergeworpen had, (Kades Barnea, toen de verspieders verslag hadden uitgebracht)

Maar ook in andere schriftgedeelten staat dit vermeld:

Numeri 14: 5 Toen wierpen Mozes en Aäron zich met hun gezicht ter aarde, voor heel de verzamelde gemeenschap van de Israëlieten.(toen het volk mopperde over het voedsel enz. Kades Barnea)

Numeri 20: 6 Toen gingen Mozes en Aäron van de gemeente weg naar de ingang van de tent van ontmoeting, en zij wierpen zich met hun gezicht ter aarde. En de heerlijkheid van de HEERE verscheen hun. (water uit de rots Meriba)
Numeri 16: 22 Maar zij (Mozes en Aäron) wierpen zich met hun gezicht ter aarde en zeiden: O God! God van de geesten van alle vlees! Als één man zondigt, zult U dan zeer toornig worden op heel de gemeenschap? (de opstand van Korach, Dathan en Abiram)

Hieruit blijkt steeds weer hoe Mozes als een middelaar fungeerde tussen Adonai en het volk. Hij was het beeld van Yeshua, onze Middelaar, die voor ons pleit. Hij was door God bekwaam gemaakt voor deze taak.

In Deuteronomium 18 profeteert middelaar Mozes ook over Yeshua, die de volle Middelaarsfunctie had, die het ultieme offer bracht, omdat Yeshua de Zoon van God is:

Deuteronomium 18:15 Een Profeet uit uw midden, uit uw broeders, zoals ik, zal de HEERE, uw God, voor u doen opstaan; naar Hem moet u luisteren.