Genesis 25 - Jakob en Ezau

Dit deel van Genesis 25 begint met het gebed van Izak om nageslacht. Hij deed dat in het bijzijn van zijn onvruchtbare vrouw Rebekka.  En God verhoorde dat gebed. Het ging hier om de voortzetting van de lijn van het geheiligde Zaad waaruit de Messias zou voortkomen. Maar meteen is satan actief om dat plan te saboteren.  Tegelijk is dat een testcase voor de betrokken gezinsleden, waaruit zal blijken of zij Gods doel voor ogen hebben.

Rebekka krijgt een heel moeilijke zwangerschap. De strijd die in deze wereld gaande is en benoemd is in Genesis 3:15, speelde zich af in haar baarmoeder. De strijd tussen “uw zaad en haar Zaad”.

Genesis 3:15 NBG51

En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.

Op Rebekka's vraag aan God “waarom overkomt mij dit?” antwoordde God:

Genesis 25:23

De HEERE zei toen tegen haar:

Er zijn twee volken in uw schoot,

en twee naties zullen zich uit uw lichaam vaneenscheiden.

Het ene volk zal sterker zijn dan het andere

en de meerdere zal de mindere dienen.

Als het zover is worden beide kinderen geboren. Een krachtige, rossige en harige jongen en zijn broer waarvan verteld wordt dat hij de hiel van zijn tweelingbroer vasthield. De namen van de beide jongens houden verband met wat er bij de geboorte zichtbaar werd. Ezau = harig en Jakob betekent “hiel”.  De naam van Jakob werd al gauw in verband gebracht met een “hielenlichter” of een “bedrieger”. Helaas worden aan de naam Jakob veelal negatieve denkbeelden gekoppeld. Van “Jakob” werd vroeger, zowel in Joodse als christelijke kringen, verteld dat dit “bedrieger” betekende. Alsof hij voorbestemd zou zijn om te bedriegen. Maar dat klopt niet. Het is wel de kwalificatie die Ezau later aan Jakob gaf.   Maar het zou wel eens heel iets anders kunnen betekenen als we opnieuw kijken naar Genesis 3:15.

Zou het niet zo kunnen zijn dat Ezau de “kop” van Jakob wilde vertrappen en dat Jakob daarom zijn hiel in bedwang hield om zichzelf te beschermen?  Het omgekeerde van de eindstrijd?  Was dat die hevige strijd in de baarmoeder van Rebekka? De rollen zullen worden omgekeerd.

In Hosea 12: 4 lezen we van Jakob: In de moederschoot pakte hij zijn broer bij de hielen; in zijn kracht streed hij met God.

Genesis 25: 27 Toen die jongens groot werden, werd Ezau een man ervaren in de jacht, een man van het veld. Jakob echter was een oprecht man, die in tenten woonde. 28  Izak had Ezau lief, omdat hij graag wildbraad at;  Rebekka daarentegen had Jakob lief.

Deze situatie doet denken aan de broers Kaïn en Abel, maar ook aan Izak en Ismaël. Er loopt een scheidslijn door de families, de één is, hoewel met tekortkomingen,  gericht op God en de ander volgt zijn eigen begeerte.  Het was duidelijk dat Gods voorkeur uitging naar Abel, Izak en Jakob. De bedoeling van de Almachtige is om de nakomelingen van Abraham via Izak en Jakob tot Zijn toegewijde volk te vormen en om Zijn Land dat overvloeit van meld en honing  te kunnen erven. Soms hadden de moeders Sara en Rebekka dat eerder door dan hun echtgenoten.  

Jakob en zijn moeder  wisten van Gods belofte dat “de oudste de jongste dienstbaar zou zijn”. (Gen. 25:20-23) Het is goed dat gelovigen vasthouden aan Gods beloften, maar men moet geen menselijke handgrepen toepassen om Gods beloften in vervulling te doen gaan.

Het was een feit dat God Jakob voor ogen had om de verbondslijn van het heilig zaad mee voort te zetten. Maar Ezau had nu eenmaal het eerstgeboorterecht en menselijk gezien ook recht op de zegen.

De eerstgeborene kreeg een dubbele portie van de erfenis en andere voorrechten. Maar hij had ook de zorg en de plicht zijn familie te helpen als dat nodig zou zijn.  Leven volgens het eerstgeboorterecht betekende in dit gezin vooral het bereid zijn om de geestelijke erfenis van Abraham voort te zetten. En daarvoor was Ezau niet de door God gekozen persoon en dat bleek ook uit zijn houding. Het was anders geweest als Ezau gelovig zijn positie had aanvaard omdat dit door God zo bepaald was.

Gods Woord geeft aan waaraan het bij Ezau ontbrak:

Hebreeën 12: 15 Zie erop toe dat niemand achteropraakt in de genade van God, en dat er geen enkele wortel van bitterheid opschiet en onrust veroorzaakt zodat daardoor velen bezoedeld worden. 16 Laat niemand een ontuchtpleger zijn of een onheilige, zoals Ezau, die voor één enkele maaltijd zijn eerstgeboorterecht verkocht. 17 Want u weet dat hij ook daarna, toen hij de zegen wilde erven, verworpen werd, want hij vond geen plaats van berouw, hoewel hij de zegen vurig en met tranen zocht.

Toen Ezau van de jacht terugkwam was hij waarschijnlijk dodelijk vermoeid, gezien zijn woorden “wat maakt het uit ik ga toch sterven”. Hij verlangde alleen maar gulzig te slurpen van het linzengerecht dat Jakob had gekookt. Deze manier van eten verraadt ook zijn onbehouwen gedrag.  Iets dergelijks zien we ook toen het volk Israël, later in de geschiedenis, kwakkels kreeg in de woestijn: 

Numeri 11: 33 Het vlees zat nog tussen hun tanden, voordat het gekauwd was, toen de toorn van de HEERE tegen het volk ontbrandde, en de HEERE bracht het volk een zeer grote slag toe.

Je zou kunnen zeggen dat Jakob gebruik maakte van de min of meer kwetsbare situatie waarin Ezau zich bevond. Maar hoe het ook zij, hem stond Gods plan voor ogen en zo ontfutselde hij aan Ezau het eerstgeboorterecht, die deze zegen verachtte en liet het met een eed bekrachtigen. Juist door middel van die eed zorgde Jakob ervoor dat Ezau echt wel begrepen moet hebben waar het om ging. Maar dat rode, dat rode….. (en in het Hebreeuwse woord voor “rode” zit ook de betekenis van bloed) dat moest hij hebben ten koste van alles.  De Bijbel noemt Ezau in dit verband een “onheilige”.  Hebreeën 12:16.

Hij dronk, stond op en ging weg…… zo verachtte Ezau wat heilig is bij God.  Genesis 25:34.

Ezau verachtte zijn eerstgeboorterecht. In de genoemde tekst in Hebreeën 12:15 worden we gewaarschuwd niet achterop te raken en onheilig te zijn als Ezau. Wij hebben ons wedergeboorterecht en als we ons keren naar Judaïstische wetten en mythen, verachten we ons eerstgeboorterecht dat we door wedergeboorte van Yeshua hebben ontvangen.

Wat mooi dat Jakob later van God een andere naam heeft gekregen: Israël.

Genesis 32: 28 Toen zei Hij: Uw naam zal voortaan niet meer Jakob luiden, maar Israël, want u hebt met God en met mensen gestreden, en hebt overwonnen.