Exodus 31:12-17 sabbat

Exodus 31: 12-17 DE HEILIGING VAN DE SABBAT

12 Verder zei de HEERE tegen Mozes:

13 U dan, spreek tot de Israëlieten en zeg: U moet zeker Mijn sabbatten in acht nemen, want dat is een teken tussen Mij en u, al uw generaties door, zodat men weet dat Ik de HEERE ben, Die u heiligt.

14 u moet de sabbat in acht nemen, want die is voor u heilig. Wie hem ontheiligt, moet zeker gedood worden, ja, ieder die op die dag werk verricht, die persoon moet uitgeroeid worden uit het midden van zijn volksgenoten.

15 Zes dagen zal er werk verricht worden, maar op de zevende dag is het sabbat, een dag van volledige rust, heilig voor de HEERE. Ieder die op de sabbatdag werk verricht, moet zeker gedood worden.16 Laat de Israëlieten dan de sabbat in acht nemen, door de sabbat te houden, al hun generaties door, als een eeuwig verbond.17 Hij zal tussen Mij en de Israëlieten voor eeuwig een teken zijn, want de HEERE heeft in zes dagen de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en Zich verkwikt.

In de studie van deze week is er veel te lezen over de tabernakel en de zonde met het “gouden kalf”. In Exodus 31 vanaf vers 12 is ook een gedeelte ingeruimd voor de sabbat. Een dag waarop wij ruim de gelegenheid hebben om God en elkaar te ontmoeten.

In Exodus 24:16 lezen we dat God op de zevende dag Mozes bij Zich riep, vanuit de wolk, die de Heerlijkheid van YHWH was. Dit was een sabbatsontmoeting. Bij die gelegenheid op de Sinaï ontving Mozes de beide stenen tafelen, waarvan Ex. 31:18 zegt: beschreven met de vinger van God.

Het sabbatsgebod is een samenvatting te noemen van beide tafelen. De sabbat wordt ook als eerste genoemd van Gods feesten en is dus ook een feestdag. 

Leviticus 23:3 Dit zijn Mijn feestdagen: Zes dagen mag er werk verricht worden, maar op de zevende dag is het sabbat, een dag van volledige rust, een heilige samenkomst.

Het sabbatsgebod werd door God in verband gebracht met het rusten na de schepping.

Exodus 31: 17 De sabbat zal tussen Mij en de Israëlieten voor eeuwig een teken zijn, want de HEERE heeft in zes dagen de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en Zich verkwikt. (nafash נָפַשׁ Strong 5314)

Dat woord “verkwikt” komen we op meer plaatsen tegen in de Bijbel. Het is het Hebreeuwse woord נָפַשׁ nafash, dat ook “opfrissen” of “vernieuwen” betekent. En dat is precies de bedoeling van de sabbat. Het woord heeft ook verwantschap met “de nefesh” de ziel, het is er van afgeleid. Beide woorden worden met dezelfde letters geschreven. Het gaat om het opfrissen, vernieuwen of verkwikken van de ziel. En dat doen we door ons via Yeshua te richten op God, de Bron ons leven. De rust en verkwikking komen van Yeshua die gezegd heeft:

“Kom tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven; neem mijn juk op je en leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en je zult rust vinden voor je ziel; want mijn juk is zacht en mijn last is licht.” Matt. 11:28-30

Yeshua is onze Losser die ons verkwikking zal geven, zoals Boaz een Losser was voor Naomi en Ruth:

Ruth 4:14 Toen zeiden de vrouwen tegen Naomi: Geloofd zij de HEERE, Die niet heeft nagelaten om u vandaag een losser te geven. Moge zijn naam beroemd worden in Israël! 15 Hij zal er voor u zijn om u te verkwikken (נֶפֶשׁ nefesh) en u in uw ouderdom te onderhouden.

2 Samuel 16: 14 De koning, met al het volk dat bij hem was, kwam vermoeid aan. En hij verkwikte ( נָפַשׁ nafash) zich aldaar.

Psalm 94:19 verkwikten Uw vertroostingen (נֶפֶשׁ nefesh) mijn ziel.

Ook bij Paulus komen we dit begrip tegen:  

Romeinen 15:32 zodat ik met blijdschap naar u toe kom door de wil van God en bij u verkwikt mag worden.

1 Korinthe 16:18 want zij hebben mijn geest verkwikt en die van u.

We zien uit de laatste tekst dat we ook elkaar mogen verkwikken. Kunnen we dat? Doen we dat? Daaraan kunnen we zien of de sabbat zijn uitwerking heeft in ons leven.

Toen het volk Israël in de woestijn verbleef, werd het iedere week onderwezen over de sabbat, doordat zij op vrijdag een dubbele portie manna ontvingen. Op sabbat hoefde men dan geen manna te verzamelen.

In Ezechiël 20:20 lezen we: Heilig Mijn sabbatten, zodat ze tot een teken (“oot” אוֹת) zijn tussen Mij en u, zodat u weet dat Ik, de HEERE, uw God ben.Hier zien we dat God de sabbat tot een eeuwig teken heeft gemaakt, dat Zijn volk aan Hem verbindt.

Het woord “oot” אוֹת wat hier wordt gebruikt is ook gebruikt voor het teken van de regenboog, dat een teken voor eeuwig is. De sabbat is een eeuwig verbond:

Exodus 31: 16 Laat de Israëlieten dan de sabbat in acht nemen, door de sabbat te houden, al hun generaties door, als een eeuwig verbond (b’rit olam בְּרִית עוֹלָם.)

In Exodus 31: 14 en 15 wordt gesproken over de doodstraf voor wie de sabbat niet houdt. Zo belangrijk is de sabbat in Gods ogen. Nu we in de genadetijd leven is er geen doodstraf meer. Maar in het komende Vrederijk zal er korte metten gemaakt worden met degene die de sabbat breekt.

Openbaring 2: 27 En hij zal hen hoeden met een ijzeren staf – zij zullen als kruiken van een pottenbakker verbrijzeld worden – zoals ook Ik die macht van Mijn Vader heb ontvangen.

De sabbat is niet alleen bedoeld voor de Israëlieten.

Dat de sabbat eeuwigheidswaarde heeft voor alle mensen (alle vlees) blijkt o.a. uit: 

Jesaja 66: 23 En het zal geschieden dat van nieuwe maan tot nieuwe maan en VAN SABBAT TOT SABBAT ALLE VLEES zal komen om zich neer te buigen voor Mijn aangezicht, zegt de HEERE.

Lees verder in Jesaja 56:

6 En de VREEMDELINGEN DIE ZICH BIJ DE HEERE VOEGEN om Hem te dienen en om de Naam van de HEERE lief te hebben,om Hem tot dienaren te zijn;allen die DE SABBAT IN ACHT NEMEN, zodat zij hem niet ontheiligen,en die aan Mijn verbond vasthouden:7 hen zal Ik ook brengen naar Mijn heilige berg,en Ik zal hen verblijden in Mijn huis van gebed.Hun brandoffers en hun slachtoffers zullen welgevallig zijn op Mijn altaar.WANT MIJN HUIS ZAL EEN HUIS VAN GEBED GENOEMD WORDEN VOOR ALLE VOLKEN.

2 Welzalig een sterveling die zo handelt, 
HET MENSENKIND DAT DAARAAN VASTHOUDT; DIE DE SABBAT IN ACHT NEEMT, ZODAT HIJ DIE NIET ONTHEILIGT, 
en die zijn hand ervoor behoedt om enig kwaad te doen.


Dit gedeelte beschrijft het komende Vrederijk: het ZEVENDE MILLENNIUM:

het KONINKRIJK VAN GOD.