Exodus 32 Het Gouden Kalf

HET GOUDEN KALF

Door de geschiedenis heen heeft Israël, maar ook de kerk, het geloof in God vermengd met religie die niet van onze Schepper afkomstig is. We zien dat heel duidelijk in de geschiedenis van het “gouden kalf”, waar men met een heidense afbeelding (afkomstig uit Egypte) God wilde vereren. Wat heeft dat God diep gekrenkt.

 

Het duurde zo lang dat Mozes wegbleef. Al wel 40 dagen. Misschien leefde Mozes al niet meer. Ze hadden zoveel indrukwekkende beelden gezien van de bevende Sinaï in rook gehuld. Exodus 19:20. Maar God had zoveel te vertellen aan Mozes, wat later in de Tora werd opgeschreven. Dat konden de Israëlieten niet bedenken. Ze leefden, zoals velen ook in onze tijd, in het hier en nu en wilden actie.

 

Op Aäron drukte een grote verantwoordelijkheid als hogepriester. Toen het volk hem vroeg om goden te maken is hij vast wel geschrokken. Maar toen had hij duidelijk NEE! moeten zeggen. Maar ja, we kennen in ons humanistisch tijdperk de houding om iedereen tegemoet te komen. Mogelijk dacht Aäron dat ze wel zouden terugkrabbelen als hij hen vroeg hun goud en zilver in te leveren voor een afgodsbeeld. De manier waarop hij het aan het volk vroeg lijkt voort te komen uit irritatie:

En Aäron zei tegen hen: “Ruk de gouden ringen die uw vrouwen, uw zonen en uw dochters in hun oren hebben, af, en breng ze bij mij”. Exodus 32:2

Als dan blijkt dat de mensen graag wat over hebben voor een eigenwillige godsdienst, dan probeert Aäron het om te buigen naar een feest voor YHWH. In vers 4 wordt het gouden kalf, waarschijnlijk door het volk, omschreven door “uw goden die u uit het land Egypte geleid hebben” en in vers 5 wordt dit door Aäron "een feest voor YHWH" genoemd.

Genesis 32: 4  Hij nam ze van hen aan, hij bewerkte ze met een graveerstift en maakte er een gegoten kalf van. Toen zeiden zij: Dit zijn uw goden, Israël, die u uit het land Egypte geleid hebben. 5 Toen Aäron dat zag, bouwde hij er een altaar voor, en Aäron kondigde aan: Morgen is er een feest voor de HEERE!


Dit is pure vermenging en een gruwel in Gods ogen. We zien het in de tien geboden dat God geen andere goden naast zich duldt. Jesaja schrijft het zo:

“Ik ben de HEERE – dat is Mijn Naam; Mijn eer zal Ik aan geen ander geven, evenmin Mijn lof aan de afgodsbeelden.” Jesaja 42:8

Nu leefde Jesaja veel later in de geschiedenis, maar ook eerder lezen we:

Exodus 20: 22 Toen zei de HEERE tegen Mozes: Zo moet u tegen de Israëlieten zeggen: U hebt zelf gezien dat Ik met u vanuit de hemel gesproken heb. 23 U mag naast Mij geen goden van zilver maken, en goden van goud mag u ook niet voor uzelf maken.

Israël had dit kunnen weten. En wij kunnen het ook weten. Onze afgoden zijn misschien wel geen gesneden beelden, maar kunnen beelden van God zijn die we in onze gedachten hebben gevormd (godsdienstige denkbeelden) en die niet uit Gods Woord voortkomen. Maar ook bhoedda beeldjes, horoscopen, homeopathie, yoga, mindfulness en oosterse geneeswijzen enz. enz. worden heel gemakkelijk vermengd met een godsdienstig leven. Het is zo gemakkelijk daar een verontschuldiging voor te bedenken. Dat deed Aäron ook:

“En ik gooide het (goud) in het vuur en dit kalf kwam eruit tevoorschijn.” (32:24).

Gods oordeel was echter: “Dit volk heeft verderfelijk gehandeld”. (32:7) En Paulus noemt hen afgodendienaars als hij later naar deze geschiedenis verwijst:

1 Kor. 10: 7 En word geen afgodendienaars zoals sommigen van hen, zoals geschreven staat: Het volk ging zitten om te eten en te drinken en zij stonden op om te feesten.

Mozes riep bijeen de mensen die zich trouw aan de God YHWH verklaarden en dat bleken de mannen uit de stam Levi te zijn. Zij kregen de opdracht om te doden. Er wordt niet bij vermeld op grond waarvan de één niet en ander wel gedood werd. En er zijn toen drieduizend mensen gedood. Dit is een dieptepunt in de geschiedenis van Israël. Vanaf die tijd vormde God de Levieten tot een afzonderlijke priestergroep in Israël, in plaats van de eerstgeborenen (zie Numeri 3: 5-10)

Nog niet zo lang geleden had God een verbond met het volk gesloten. Hij wilde samen met het volk op weg gaan naar Zijn doel.

"Nu dan, als u Mij getrouw gehoorzaamt en Mijn verbond onderhoudt, zult u Mijn dierbaar bezit zijn onder alle volken" (Exodus 19: 5).

De reactie van het volk: Alle mensen antwoordden als één en zeiden:

"Alles wat de Eeuwige heeft gesproken, zullen we doen! " (Exodus 19: 8).

En nu, het verbond was verbroken, nu was alles kapot wat zo mooi was begonnen, tenzij……… tenzij er een middelaar is.

Die middelaar bleek Mozes te zijn, die een gebedsstrijd aanging tot behoud van het volk, ook al zou hijzelf voor God afgeschreven zijn. Mozes, die hier het beeld van Yeshua vertoonde.

“Nu dan, of U toch hun zonde wilde vergeven! Maar indien niet, schrap mij alstublieft uit Uw boek, dat U geschreven hebt.” Genesis 32: 32

Ook Paulus vertoonde deze bereidheid om middelaar te zijn.
“Want ik zou zelf wel wensen vervloekt te zijn, weg van Christus, ten gunste van mijn broeders, mijn verwanten wat het vlees betreft.” Romeinen 9:3

Mensen kunnen de schuld van een ander voor God niet overnemen, omdat ze zelf niet smetteloos zijn. God zei dan ook:

 “ Wie tegen Mij zondigt, zal Ik uit Mijn boek schrappen.” Exodus 32:33

De éne echte Middelaar was God geopenbaard in het vlees: YESHUA HAMASHIACH. Hij heeft de vloek gedragen, waardoor de mens die deze diepe liefdesgave berouwvol accepteert, vrijuit kan gaan.De verbondssluiting wordt in Israël met het wekenfeest herdacht. Dat wekenfeest “Shavuot” wordt bij ons Pinksteren genoemd. Het is bijzonder dat bij de Pinksterdag, op het Wekenfeest, de Heilige Geest werd uitgestort en dat daar drieduizend mensen tot levend geloof in de Middelaar Yeshua kwamen en gered werden van de eeuwige dood. Dit staat dan tegenover de drieduizend die gedood werden na de verbondssluiting die met dat feest herdacht wordt.