Richteren 13 de Engel bij Manoach en zijn vrouw

Richteren 13:2-25

(Bijbelgedeelte van de week: parasha Naso)

Opnieuw gaat het mis met het volk Israël en opnieuw volgt de tuchtiging van de Heere. Deze keer door de hand van de Filistijnen. Werpt deze beproeving vruchten af? Helaas niet! Er verstrijken veertig jaren van bezetting van de Filistijnen. Tevergeefs wacht GOD. Hij luistert, maar geen enkele noodkreet stijgt tot God op! Het volk is langzamerhand gewend geraakt aan de ellendige situatie van hun slavernij. Toch zijn hier en daar nog een paar trouwe getuigen die de Heere vrezen, zoals Manóach en zijn vrouw.

God laat ons kennis maken met dit echtpaar zonder kinderen, uit de stam Dan.
Op een dag krijgt de vrouw bezoek. De hemelse bezoeker heeft een blijde boodschap; ze zal moeder worden van de man die Israël uit de hand van de Filistijnen zal redden! De manier waarop Manoach en zijn vrouw de boodschap van de Engel des Heren verwerken is bijzonder mooi. 

Manoach was een gelovige biddende man. Toen hij de boodschap hoorde die zijn vrouw van de Engel des Heren (Yeshua voor zijn menswording) gekregen had, wilde hij graag weten hoe hij de jongen die geboren zou worden zou moeten opvoeden. En dan staat er zo uitdrukkelijk bij: “God verhoorde het gebed van Manoach” (vers 9). Dit is ook de centrale tekst in dit gedeelte.

Het zijn niet de machtigen in Israël aan wie de Heere Zijn bevrijdingsplannen voor het volk bekend maakt. Het zijn juist twee arme Israëlieten uit Dan, de zwakste van alle stammen (vergelijk hoofdstuk 1:34)

Richteren 1:34 En de Amorieten drongen de kinderen van Dan in het gebergte; want zij lieten hun niet toe, af te komen in het dal.

Aan wie maakt God vandaag Zijn heilsplan bekend? Wie vertelt Hij van de Verlosser Die Hij gegeven heeft? Aan kinderen en aan allen die op kinderen lijken, doordat ze eenvoudig geloven (Mattheüs 11:25)!

Mattheüs 11:25 In die tijd antwoordde Jezus en zei: Ik dank U, Vader, Heere van de hemel en van de aarde, dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, en ze aan jonge kinderen hebt geopenbaard..

 

Het kind, dat later Simson zou worden genoemd, moest een nazireeër zijn. De voorwaarden voor het nazireeërschap moesten door de moeder al tijdens haar zwangerschap in acht worden genomen. De Engel herhaalde voor Manoach wat hij zijn vrouw had geboden:  “Zij mag niets eten wat van de wijnstok afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.” (Richteren 13:14)


Deze gebeurtenis bepaalt ons bij het begin van het Lukas evangelie, waar de engel Gabriël bij Maria de komst van de Redder van de aarde, Yeshua de Messias, aankondigt. Ook hier ging de Engel des Heren niet naar de machtigen in Israël.


Lees Numeri 6 voor de bepalingen van het nazireeërschap.  

Het is echt niet gemakkelijk en aangenaam om in een gezin zo’n afzondering in praktijk te brengen. Het kind (en z’n moeder) moeten echter wel aan bepaalde voorwaarden voldoen. Als Nazireeër moest hij volgens Numeri 6 voor God afgezonderd zijn. Hij moest zich onthouden van bepaalde vormen van vermaak en vreugde zoals andere mensen die kenden, onder andere van de vrucht van de wijnstok.
Toch ziet GOD dit ook graag bij de Zijnen.  (vergelijk hiermee Jeremia 35:6 en verder)

Jeremia 35:6 Zij zeiden echter: Wij drinken geen wijn, want onze voorvader Jonadab, de zoon van Rechab, heeft ons geboden: U mag geen wijn drinken, u niet en uw kinderen niet, tot in eeuwigheid.

Jeremia 35:14 De woorden van Jonadab, de zoon van Rechab, die hij zijn kinderen geboden heeft, dat zij geen wijn mochten drinken, hebben zij gestand gedaan. Zij hebben tot op deze dag geen wijn gedronken, want zij hebben geluisterd naar het gebod van hun voorvader. Ik echter heb vroeg en laat tot u gesproken, maar naar Mij hebt u niet geluisterd.

Bij het tweede bezoek van de Engel wordt er een brandoffer en een spijsoffer op de rots geofferd. We weten dat dit beelden van Yeshua de Messias zijn, van Zijn sterven en van Zijn leven.

Wie is die Engel? Hoe heet Hij?
Manóach die er ontzettend naar verlangde Hem persoonlijk te leren kennen en niet alleen via z’n vrouw met Hem in verbinding te staan, krijgt het antwoord: “Waarom vraagt gij dus naar Mijn naam? Die is toch Wonderlijk” Richteren 13:18

 

Ook wij hoeven niet méér van Hem te kennen, om te weten Wie Hij is. In Jesaja 9:5 lezen we: “… men noemt Zijn naam Wonderlijk”!

Jesaja 9:5 Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst;

Omdat Hij wonderbaar is, kan Hij slechts wonderbaar handelen, waardoor Hij Zich ook aan ons bekend maakt.

De Engel Die hier in de vlam van het altaar opvoer, en Yeshua de Messias, Die na het werk volbracht te hebben en “nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in de hemel” (Markus 16:19), zijn één en dezelfde Persoon.

Markus 16:19 De Heere dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in den hemel, en is gezeten aan de rechter hand Gods.

 

Het gebeurt in de Bijbel vaker dat een onvruchtbare vrouw op bovennatuurlijke manier zwanger wordt van een kind dat een belangrijke rol in dienst van God zal vervullen. In de eerste plaats denken we aan Yeshua, God die als mens uit Maria geboren werd. Omdat Maria geen omgang met een man had, was ze in feite ook onvruchtbaar. We denken aan Sara, maar ook aan Rachel. In zekere zin werd haar zoon Jozef ook een nazireeër. Verder Hannah die Samuël als zoon kreeg. Samuël, die zijn leermeester Eli opvolgde als hogepriester. En hier Simson! Als God leven geeft uit een onvruchtbare vrouw is dat LEVEN UIT DE DOOD! Het kenmerk van Yeshua.

We weten dat er een duidelijke overeenkomst is tussen het hogepriesterschap en het nazireeërschap. Ook Johannes de Doper, waarvan Elizabeth op bovennatuurlijke wijze zwanger werd, werd geboren in de lijn van het hogepriesterlijk geslacht. Hij dronk als nazireeër geen wijn of sterkte drank. (Lukas 1:15) De priesters in Israël mochten geen wijn of sterke drank drinken. Zelfs Yeshua, die vlak voordat Hij het hemelse hogepriesterschap zou aanvaarden, verklaarde:

Mattheüs 26:29 Ik zeg u dat Ik van nu aan van de vrucht van de wijnstok niet zal drinken tot op de dag wanneer Ik die met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader.

 

Net zo als Manoach naar de naam van de Engel vroeg, deed Jacob dat ook bij zijn worsteling.

De HERE zei tegen Abraham en Sara: “Zou er iets voor de HEERE te WONDERLIJK zijn?” (Genesis 18:14a)

De Engel bij de geboorteaankondiging aan Maria: “Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn.” (Lukas 1:37)

En tegen Manoach en zijn vrouw zei de Engel des Heren: “Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers WONDERLIJK!" (Richteren 13:18b)