English & other languages: click here!

Psalm 118 - Gods goedheid tot in eeuwigheid

Psalm 118:1-18 

Een hart vol van Gods goedheid

Dit lied, het laatste van de serie Hallel-Psalmen (Ps. 113-118), werd door de Joden gezongen in afwachting van het PESACHFEEST en het LOOFHUTTENFEEST.

De basis van dit feestelijke danklied is de wetenschap: Gods goedheid is tot in eeuwigheid (v. 1b, 2b, 3b, 4b)! Het kan soms anders schijnen, we kunnen het soms anders voelen of denken, tòch mogen we hierop steeds weer terugvallen. Gods liefde gaat voortdurend naar ons uit. Onverdiend. Het is ook juist deze psalm 118 die Yeshua en zijn discipelen zongen vlak voor de gang naar het kruis! (Mattheüs 25:30). Hij paste vers 22 en 23 op Zichzelf toe (Mattheüs 21:42). 

Yeshua kon gaan omdat Hij wist dat Gods goedheid daar was. Zo mag ook jij wanneer je het moeilijk hebt, weten: Gods goedheid gaat toch naar mij uit!

De nakomelingen van Abraham (v. 2a), de Levieten en de priesters (v. 3a) en alle gelovigen (v. 4a) iedereen wordt opgeroepen door te vertellen hoe goed God is. En dat is precies ook de kern van het gebeuren op het Pinksterfeest in Jeruzalem! De Heilige Geest kwam in de vergaderde gelovigen en zij begonnen over de grote daden van God te spreken.

Handelingen 2:11 Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze talen over de grote daden van God spreken.

De Geest helpt ons om de Messias Yeshua te verheerlijken.

Johannes 16:12-15 -12 Nog veel heb Ik u te zeggen, maar u kunt het nu niet dragen.13 Maar wanneer Hij is gekomen, de Geest van de waarheid, zal Hij u in de hele waarheid leiden; want Hij zal vanuit Zichzelf niet spreken, maar alles wat Hij zal horen, zal Hij spreken en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen.14 Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal uit het mijne nemen en het u verkondigen.15 Alles wat de Vader heeft, is het mijne; daarom heb Ik gezegd dat Hij uit het mijne neemt en het u zal verkondigen.

Vanaf Psalm 118: 5-7 beschrijft de psalmist hoe hij Gods goedheid heeft beleefd. Er was benauwdheid (v. 5a), er waren haters (v. 7b), volken die het op hem gemunt hadden (Psalm 118:10 a). Een tijd vol nood, zoals Israël dat ook nu meemaakt. Maar Gods goedheid bleek o.a. uit verhoring van het gebed en kracht om te overwinnen (v. 5, 10b, 14). De tegenstanders waren wel uit op vernietiging (v. 13a), maar dank zij Gods goedheid is het zover niet gekomen (v. 18). De HEERE, als Medestander, heeft het hele gebeuren omgevormd tot een stuk opvoeding van zijn knecht. We mogen weten dat God in YESHUA vóór ons is en ons wil bijstaan. Wat zouden we graag de Joodse gelovigen hiermee bemoedigen:

Romeinen 8:31-39 - 31 Wat zullen wij dan hierop zeggen? Als God voor ons is, wie zou tegen ons zijn?32 Hoe zal Hij die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar Hem voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?33 Wie zal beschuldiging inbrengen tegen uitverkorenen van God? God is het die rechtvaardigt;34 wie is het die veroordeelt? Christus Jezus is het die gestorven is, ja nog meer, die opgewekt is, die ook aan Gods rechterhand is, die ook voor ons bidt.35 Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, benauwdheid, vervolging, honger, naaktheid, gevaar of zwaard?36 zoals geschreven staat: ‘Om U worden wij de hele dag gedood; wij zijn geacht als slachtschapen’.37 Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem die ons heeft liefgehad.38 Want ik ben verzekerd dat dood noch leven, noch engelen noch overheden, noch tegenwoordige noch toekomstige dingen, noch machten,39 noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die is in Christus Jezus onze Heer.

De psalmdichter wil zijn leven gebruiken om anderen te vertellen over Gods goedheid (Psalm 118:15-17). Want het was niet maar een beetje goedheid. Nee, de HEERE hielp krachtdadig en overduidelijk (v. 15,16). Telkens weer.
Als het goed is, dan heeft elke gelovige iets te vertellen over Gods goedheid. Over Gods goede hand in z’n eigen leven, in z’n eigen situatie. Onder leiding van de Geest, die in hem woont. Dank God voor het zenden van de Geest!

In Psalm 118:17 en 18 lezen we dat de HEERE in Zijn goedheid ook zwaar straft, tot stervens toe. En wat ervaart men dat in Israël, "het Huis van God" waar het oordeel begint, maar dat zich uitbreidt naar de gelovigen onder de heidenen. Wat kunnen we dan bemoedigd worden door de woorden uit de Hebreeënbrief:

Hebreeën 12:4-11 - 4 U hebt nog niet ten bloede toe tegenstand geboden in de strijd tegen de zonde,5 en u hebt de vermaning vergeten die tot u als tot zonen spreekt: ‘Mijn zoon, acht de tuchtiging van de Heer niet gering en bezwijk niet als u door Hem bestraft wordt;:6 want wie de Heer liefheeft, tuchtigt Hij en Hij geselt iedere zoon die Hij aanneemt’.7 U verdraagt het tot tuchtiging; God behandelt u als zonen; want welke zoon is er die een vader niet tuchtigt?8 Maar als u zonder tuchtiging bent waaraan allen deel hebben, dan bent u bastaarden en geen zonen.9 Bovendien, wij hadden de vaders van ons vlees om ons te tuchtigen en wij hadden ontzag voor hen; zullen wij dan niet veel meer aan de Vader van de geesten onderworpen zijn en leven?10 Zij tuchtigden ons wel voor weinige dagen, naar het hun goed dacht, maar Hij tot ons nut, opdat wij aan zijn heiligheid deel zouden krijgen.11 Nu schijnt alle tuchtiging wel op het ogenblik zelf geen vreugde maar voor droefheid te zijn, maar daarna geeft zij aan hen die erdoor geoefend zijn, een vreedzame vrucht van gerechtigheid.


Psalm 118:19-29 (deel 2/3)

Profetische lofoffers over Gods goedheid.

Gods Geest

De Geest van o.a. wijsheid en kennis, die ook deze dichter inspireerde tot het schrijven van deze psalm. Een psalm met een profetische inhoud. 

Jesaja 11:1 Want er zal een Twijgje opgroeien uit de afgehouwen stronk van Isaï, en een Loot uit zijn wortels zal vrucht voortbrengen. 2. Op Hem zal de Geest van de HEERE rusten: de Geest van wijsheid en inzicht, de Geest van raad en sterkte, de Geest van de kennis en de vreze des HEEREN. 3. Zijn ruiken zal zijn in de vreze des HEEREN. Hij zal niet oordelen naar wat Zijn ogen zien en Hij zal niet vonnissen naar wat Zijn oren horen.

Dit gedeelte gaat over het binnentreden in de tempel (Psalm 118:19). De poorten van gerechtigheid in dit vers doen denken aan de Deur: Yeshua! Niemand, ook Israël niet, wordt met de Vader verzoend tenzij door Hem.

Johannes 10:9 Ik ben de deur; als iemand door Mij binnengaat, zal hij behouden worden, en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden.

Johannes 14:6 Jezus zei tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.

Verzoening leidt pas tot echt danken en loven (Psalm 118:19-21). Een werk van de Geest! Je kunt immers Yeshua slechts als Heer belijden door de Geest.

1 Corinthiërs 12:3 Daarom maak ik u bekend, dat niemand die door de Geest van God spreekt, zegt: Vervloekt zij Jezus, en niemand kan zeggen: Heer Jezus, dan door de Heilige Geest.

De verzen van Psalm 118:22-23 zijn ons wel bekend uit het Nieuwe Testament:

Mattheüs 21:42 Jezus zei tot hen: Hebt u nooit gelezen in de Schriften: ‘De steen die de bouwlieden hebben verworpen, die is geworden tot een hoeksteen; van de Heer is dit gebeurd en het is wonderlijk in onze ogen’?

Toen deze psalm gedicht werd, waren het (nog) profetische woorden. De bouwlieden (Israël, de leiders van het Joodse volk) hebben YESHUA (de Steen) bij Zijn komst op aarde veracht en niet als Messias erkend. Toen is Hij tot een Hoeksteen geworden waarop levende stenen uit Joden en heidenen ingevoegd konden worden. 

In Psalm 118:26 wordt geschreven over een geestelijk leider die op deze bijzondere dag (Ps.118:24) met blijdschap wordt verwelkomd. Tegelijkertijd is dit een profetische heenwijzing naar de Messias Yeshua. Bij Zijn intocht op een ezelin in Jeruzalem zijn deze regels Hem toegezongen.

Johannes 12:12-13 - 12 De volgende dag, toen de grote menigte die naar het feest was gekomen, hoorde dat Jezus naar Jeruzalem kwam, 13 namen zij de takken van de palmbomen en gingen uit Hem tegemoet, en riepen: Hosanna! Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer, en: De koning van Israel!

De woorden van Psalm 118:27 b, c worden waarschijnlijk tegen de priesters gezegd. Zij kunnen de offerdieren vastbinden tot aan de hoornen van het altaar  om ze feestelijk te offeren. Men bracht door middel van offers o.a. blijdschap en dankbaarheid tot uitdrukking. Onze eredienst bestaat niet uit het brengen van dierenoffers. We mogen onszelf als levende offers  aanbieden aan God, zoals Yeshua dat ook deed. Met Hem sterven we aan dit leven dat gekenmerkt wordt door zonde en dood. Met Hem ontvangen we het nieuwe, eeuwige leven! 

Romeinen 12:1 Ik roep u er dan toe op, broeders, door de ontfermingen van God, om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk: dat is uw redelijke godsdienst. 2. En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.

We zullen Hem door onze gehoorzaamheid van harte eren!

Deze psalm eindigt zoals hij begon: met het bezingen van Gods goedheid (Psalm 118: 28,29). De Schepper van alles en allen is zonder begin en zonder einde. Zo is ook Zijn goedheid zonder begin en zonder einde. Dat wil Hij jou ook nu tonen.

Jur