Petrus

De brieven van Petrus zijn geschreven door de apostel Petrus (1 Petr. 1:1 en 2). Het gaat hier om rondzendbrieven, bestemd voor gelovigen in vijf Romeinse provincies in KleinAzië: Pontus, Galátië, Cappadócië, Azië en Bithynië (1 Petr. 1:1). Deze gebieden vormen het noorden van het huidige Turkije. De eerste brief is geadresseerd aan ‘de vreemdelingen in de verstrooiing’ (1 Petr. 1:2). Het woord ‘verstrooiing’ (diaspora) is een aanduiding voor de Joden die sinds de Babylonische ballingschap buiten Israël wonen. De aanduiding ‘vreemdelingen in de verstrooiing’ wil  zeggen dat de lezers door hun bekering vreemdelingen zijn geworden in de heidense samenleving. Omdat zij niet meer meedoen met de zonden van de heidenen, worden ze vervolgd.