English & other languages: click here!

Hindoeïsme

Hindoeïsme is de benaming voor die vorm van godsdienst, die verdeeld over talloze sekten voorkomt onder de grote meerderheid van de bevolking van India en wordt gekenmerkt door een bijna onbeperkte veelvormigheid in tradities, gebruiken, mythen en symbolen. Centraal staat daarbij het geloof aan een ongeschapen transcendent en tegelijk alomvattend principe, het brahman, dat zich in de wereld scheppend, behoudend en veranderend laat gelden.

Als zodanig neemt het Brahman de gestalte aan in de grote goden Brahma, Vishnu en Shiva. De prediking van de geweldloosheid (‘ahimsa’) heeft ertoe geleid dat de meeste Hindoes vegetarisch leven. Diep geworteld in het hindoeïsme is de beoefening van ascese.

In het sociale leven manifesteert zich de godsdienst door het eeuwenoude kastenstelsel. Deze kastenindeling heeft rituele betekenis en speelt mede een rol in de leer van wedergeboorte van de ziel. Het hindoeïsme heeft in onderscheiden perioden en streken de nadruk gelegd op tenminste drie aspecten van het religieuze leven:

De buitenkant van de hindoetempels is vaak verrijkt met een overvloed van beeldhouwwerk, zoals op deze tempelpoort uit Kanchipuram.

  1. het rituele aspect (dharma) dat tot uiting komt in huis-, gemeenschaps- en tempelritueel, symbolische handelingen, pelgrimstochten en verering van het goddelijke in materiële manifestaties (bijv. godenbeelden)
  2. het intellectuele aspect (jnana), dat tot uiting komt in de onafzienbare filosofische literatuur, in de nadruk gelegd op de meditatie en in de overtuiging dat de relatie tussen mens en God een relatie is van kennis, die gedurende de levensloop van het individu geleidelijk kan worden verdiept, en
  3. het emotionele aspect (bhakti), dat tot uiting komt in de liefdevolle overgave aan God (m.n. Vishnu-Krishna) het helpen van de medemens en het zelf verloren gaan in de extase.

(uit Winkler Prins)

Denk aan Paulus op de Areopagus. Hoe bracht hij daar het evangelie?

Handelingen 17:16-33 was zijn tweede reis naar Athene.

15-18. Paulus en de Atheense godenverering. Voor de apostel was de artistieke grootheid en de culturele verfijndheid van de stad bezoedeld door bijgeloof en geestelijke onwetendheid.

19-34. Paulus’ prediking op de Areopagus.

De rechtbank van de Areopagieten vergaderde op de 115 m hoge heuvel de Aeropagus. De heuvel van Aves (mars), de god van de oorlog, een eindje ten noorden van de Acropolis. Paulus’ preek was een meesterwerk van scherpzinnige aanpassing aan de Griekse denkwijze. Paulus citeerde een van de Griekse dichters, Aratus, een stoïcijn uit de derde eeuw voor Chr, vers 28. Paulus was Jood met de Jood en Griek met de Griek. Paulus werd door de heilige Geest gedreven om Christus te verkondigen. 

Beproeving en vervolging.....

En dat geeft ook heel veel vijandschap. Ik denk hierbij ook aan broeder Samuël Singh in India, die de denkwijze van de Hindoes goed kent en het op zijn hart heeft om hen het evangelie te brengen.

Maar hij ondervindt samen met zijn gezin zware beproevingen en vervolging. En het geloof in Christus kan je alles kosten. Paulus wist dat, maar dat weerhield hem niet om te gaan, want hij wist dat Christus hem daarvoor geroepen had. 

Want wee mij, indien ik het evangelie niet verkondig! Want doe ik dit gewillig, dan heb ik aanspraak op loon; maar doe ik het niet uit eigen beweging, de taak blijft mij toch opgedragen. 1  Korinthe 9:16-17

Handelingen 17:16-33 NBG51

En terwijl Paulus te Athene op hen wachtte, werd zijn geest in hem geprikkeld, toen hij zag, dat de stad zo vol afgodsbeelden was. Hij hield daarom in de synagoge samensprekingen met de Joden en met hen, die God vereerden, en op de markt dagelijks met hen, die hij er aantrof. En ook enige van de Epikureïsche en Stoïcijnse wijsgeren twistten met hem en sommigen zeiden: Wat zou die betweter willen beweren? Maar anderen: Hij schijnt een verkondiger van vreemde goden te zijn; want hij bracht het evangelie van Jezus en van de opstanding. En zij namen hem mee en brachten hem naar de Areopagus en zeiden: Zouden wij ook mogen vernemen, wat dit voor een nieuwe leer is, waarvan gij spreekt? Want gij brengt ons enige vreemde dingen ten gehore; wij wensten dan wel te weten, wat dit zeggen wil. Alle Atheners nu en de vreemdelingen, die zich daar ophielden, hadden voor niets anders tijd over dan om iets nieuws te zeggen of te horen.

En Paulus, voor de Areopagus staande, zei: Mannen van Athene, ik zie voor mijn ogen, dat gij in elk opzicht buitengewoon ontzag voor godheden hebt; want toen ik door uw stad liep en de voorwerpen uwer verering aanschouwde, heb ik ook een altaar gevonden met het opschrift: AAN EEN ONBEKENDE GOD. Wat gij dan, zonder het te kennen, vereert, dat verkondig ik u. De God, die de wereld gemaakt heeft en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt, en laat Zich ook niet door mensenhanden dienen, alsof Hij nog iets nodig had, daar Hij zelf aan allen leven en adem en alles geeft. Hij heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt om op de ganse oppervlakte der aarde te wonen en Hij heeft de hun toegemeten tijden en de grenzen van hun woonplaatsen bepaald, opdat zij God zouden zoeken, of zij Hem al tastende vinden mochten, hoewel Hij niet ver is van een ieder van ons. Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij, gelijk ook enige van uw dichters hebben gezegd: Want wij zijn ook van zijn geslacht. Daar wij dan van Gods geslacht zijn, moeten wij niet menen, dat de godheid gelijk is aan goud of zilver of steen door menselijke kunstvaardigheid gesneden of bedacht. God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden der onwetendheid, heden aan de mensen, dat zij allen overal tot bekering moeten komen; omdat Hij een dag heeft bepaald, waarop Hij de aardbodem rechtvaardig zal oordelen door een man, die Hij aangewezen heeft, waarvan Hij voor allen het bewijs geleverd heeft door Hem uit de doden op te wekken. Toen zij nu van een opstanding van doden hoorden, spotten sommigen, maar anderen zeiden: Wij zullen u hierover nog wel eens horen. Aldus vertrok Paulus uit hun midden.

Je zou maar net als Paulus in opdracht van YHWH het Woord moeten verkondigen in een land waar vele goden worden aanbeden, maar waar men vijandig staat tegenover de Onbekende God. Die wilde Paulus hen verkondigen. Paulus heeft heel veel moeten lijden om Christus wil en wie vandaag het ware evangelie brengt zal ook vervolgd worden.  Broeder Samuël kreeg het op zijn hart om het evangelie te brengen aan zijn volksgenoten die het Hindoe geloof vanaf kind zijn hebben meegekregen.

Voor ons westerlingen is India een andere wereld en broeder Samuël is Hindoe met de Hindoes. Hij kent hun denkwereld. Hij heeft ze lief. Maar het is een geestelijke strijd die ook vijandschap oproept. Dat is wel gebleken!  We moeten blijven bidden voor Samuël en zijn gezin dat ze staande in het geloof van Christus mogen blijven. We mogen ze financieel steunen. Dat het evangelie niet geheel gedoofd wordt in een wereld van diepe duisternis, maar dat velen tot bekering mogen komen. Maar ze moeten dan wel het Woord horen. Dat we een lichtend licht en een zoutend zout mogen zijn en het van Hem alleen verwachten.

Romeinen 10:11-15 NBG51

Immers het Schriftwoord zegt: Al wie op Hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen. Want er is geen onderscheid tussen Jood en Griek. Immers, één en dezelfde is Heer over allen, rijk voor allen, die Hem aanroepen; want: al wie de naam des Heren aanroept, zal behouden worden. Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in wie zij niet geloofd hebben? Hoe geloven in Hem, van wie zij niet gehoord hebben? Hoe horen zonder prediker? En hoe zal men prediken zonder gezonden te zijn? Gelijk geschreven staat: Hoe liefelijk zijn de voeten van hen, die een goede boodschap brengen

Een gedeelte over de Hindoefilosofie van J.J. van Baaren.

Het is voor de westerling moeilijk iets van de oosterse hindoefilosofie te begrijpen, als men geen zicht heeft op de achtergrond hiervan. De abstracte begrippen die in de hindoecultuur zo algemeen zijn, vereisen een grote soepelheid van de ziel om deze vorm van eredienst te kunnen bevatten. God wordt vaak beschreven als een kavi, een ziener, een woord dat later de betekenis van poëet, dichter, kreeg. Het hindoeïsme dat, meer nog dan het boeddhisme, een niet te onderschatten zendingsdrang kent, meent bijvoorbeeld in het propageren van yoga en meditatie een weg te vinden die zou kunnen leiden tot de aanvaarding van deze vorm van godenverering. Door zielsverhuizing (samsara) keert hij na de dood in een beter of slechter bestaan terug. Yoga wil de mens helpen bij het zoeken naar zijn oorsprong. ‘Het einddoel van yoga is het tot volkomenheid ontwikkelde zelfbewustzijn en de volkomen openbaring daarvan in het lichaam: de godmens’ (Brahman). Het ritueel dat zich rondom de yogabeoefening beweegt, richt zich vooral op die zg. weg tot Brahman, de allesdoordringende godheid, en de gemeenschap ermee. De hindoe gelooft niet in een God die hem geschapen heeft, maar eerder in de god die hij geschapen heeft. Het hindoeïsme leert dat men op verschillende wijzen tot god kan komen, wijzen zoals die herkenbaar zijn aan de vijf verschillende yogavormen. De boodschap die het hindoeïsme inhoudt, spreekt van een god die is: ‘Oneindig, Alwetend, Almachtig, Alomtegenwoordig; hoewel hij verschillende mensen verschillend zal voorkomen.’ ‘Schijnbare tegenstrijdige inzichten omtrent hun god zijn wellicht niet anders dan enige van de oneindig vele aspecten van dezelfde allerhoogste.’ K.M. Sen

Christenen geloven, zoals hun naam zegt, in de gekruisigde en opgestane Heer. Het christelijk geloof rust in het volbrachte werk op Golgotha. Volgens de Bijbel is God de Schepper van deze aarde en het gaat Hem om deze werkelijkheid. Het gaat Jezus om de verzoening van de schuld tussen God en mens en de mensen onderling. God geeft geen mystieke werkelijkheid achter het geschapene, maar Hij belooft Zijn werkelijkheid in het geschapene. Alleen Christus is de weg daartoe.

De liederen van de ‘Rigveda’, een van de oudere boeken in het religieuze aspect van India, geven merkwaardigerwijs de waarheid weer van het beperkte godsbesef van de hindoes. De liederen, die vertaald zijn door Max Müller en R.T.H. Griffith, spreken over ‘de god die onbekend is.’ Hoewel de liederen van grote schoonheid zijn en een grote lofprijzing op die grote god inhouden, blijkt uit alles dat zij Hem, de Schepper van hemel en aarde, niet kennen. Het is ‘de onbekende God’ waarover ook Paulus op de Areopagus tot de Grieken spreekt.

De Heilige Geest en het Woord van God

Na het bestuderen van de hindoefilosofie komt de vraag in ons op: Vanuit welk standpunt beoordelen wij deze gegevens? Wat stellen wij daar tegenover? Geef de volgelingen van deze leer iets beters! Geef uw persoonlijk getuigenis van uw vrede met God, uw vergeving van zonden, uw gemeenschap met God door de Heilige Geest en het Woord. Heb respect voor hun levensstijl. De onmacht van het hindoeïsme openbaart zich in het gebed van de alvarheiligen: ‘Heer, wij zijn niet bij machte U te kennen. Moge ons leven nimmer van U afwijken.’ Uit de geschriften blijkt, dat zij de ware levende God, de Schepper en Onderhouder van hemel en aarde, die zich in Christus Jezus geopenbaard heeft, niet kennen.

Als wij uitgaan van de Bijbel en het Woord van God betrouwbaar achten, dan kunnen wij dit als toetssteen gebruiken voor andere leringen, dus ook voor het hindoeïsme. Wij hebben geschreven over de verschillende stromingen binnen deze religie en als wij die toetsen aan hetgeen de Heilige Geest en de Schrift openbaren, dan is het mogelijk de vinger te leggen op de dwalingen en onvolkomenheden van deze filosofie. De Bijbel geeft het antwoord. Hoe kan men er zo zeker van zijn dat de Bijbel het Woord van God is? De mensen zijn zo ongerust en bezorgd vandaag de dag. Men aanvaardt niet zo gemakkelijk de zekerheden en de toekomst die het Woord van God biedt. Wij kunnen, ook met een hindoe, eindeloos argumenteren, zonder iemand dichter bij de waarheid te brengen. De Bijbel is geen boek als andere boeken. Het is de openbaring van de levende God, die hoort en antwoordt, die spreekt en die aanspreekbaar is. God is geen vage figuur, die wel of niet bestaan heeft. Hij openbaart Zich in Jezus Christus, de Heilige Geest en het Woord; Hij wil Zich doen kennen en ons persoonlijk op de weg der waarheid leiden.

Nochtans: aanbidt het Boek zelve niet. Zie nooit de Bijbel los van God de Vader en Jezus Christus, de Redder, noch los van de leiding en het werk van de Heilige Geest. We zijn er zeker van, dat de Bijbel het Woord van God is. Enerzijds omdat het in verleden, heden en toekomst bevestigd wordt, maar meer nog omdat de Heilige Geest ervan getuigt als de enige grond van onze absolute zekerheid. 

Er zijn vele argumenten en vele getuigenissen die de betrouwbaarheid van de Bijbel bevestigen. Zoals het land en volk van Israël (met inbegrip van vele opgravingen), maar ook de zuiverheid van de leer, de schoonheid van de taal, de standvastigheid en de rechtvaardigheid van de geboden, de eenheid van de samenstellende delen, de kracht waarmee hij zich doet gelden in de wereld en bij de mensen. Dat kan geen toeval zijn. Maar bovenal geldt het aanbod van leven, genade en vergeving voor hen die in Jezus Christus geloven en Hem aanvaarden als hun Heiland en Verlosser. Er is genoeg bewijsvoering om elk mens schuldig te doen staan voor God, zelfs al erkent hij de Schrift niet; maar zeg ons hoe u er zeker van bent dat Jezus de Zoon van God is, of dat Jezus stierf voor uw zonden, of dat u God toebehoort en een kind van God bent? Het is de Heilige Geest die daarvan getuigenis geeft; en de Geest is de waarheid! Hiervan moeten alle christenen overtuigd zijn. Er kunnen sommige delen van de Schrift zijn, waarin u zich niet thuis voelt. U hebt daar nog niet de kracht van ervaren. Maar andere mensen juist wel. Sommige generaties van de Gemeente van Christus worden geleid tot één bepaald deel van Gods Woord en anderen weer tot andere delen. De Bijbel getuigt tot de gehele gemeente van Christus: de Geest en de Schrift zijn waarheid, want zoals de Heilige Geest is, zo is ook de Schrift.

Het voornaamste doel van de Heilige Geest is Christus te verheerlijken en de mens te overtuigen van zonden. De werking van de Heilige Geest is: te overtuigen, te redden, te troosten met de zekerheid van Gods Plan, te verlichten, te leiden, te waarschuwen, te binnen te brengen, te bevrijden en hen die tot Christus komen te bevestigen in de wedergeboorte. De Heilige Geest corrigeert en instrueert in rechtvaardigheid, opdat de mens Gods volkomen zal zijn, bereid tot dienstbaarheid. In de vrucht van de Geest openbaart zich de gezindheid van Christus. Zoals de Schrift is, zo is ook de Heilige Geest. Er is één doel, één weg; de twee gaan samen. 

De kracht van de Bijbel met die van de Heilige Geest vormen de kracht van het Woord van God. Hoe vaak men ook tegen God is opgestaan, het woord van God is als een hamer die de rots verbrijzelt. Hoevelen hebben niet in droefheid gezeten tot zij de stem hoorden: ‘Komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven’? God heeft er met grote zorg op toegezien dat we zouden weten wat de Bijbel is. Er zijn veel passages in de Schrift die de voortreffelijkheid van de Bijbel beschrijven. Een van deze passages is Psalm 119 waarin we o.a. lezen in vers 130 {Psalm 119:130 }: ‘Het openen van Uw woorden verspreidt licht, het geeft de onverstandigen inzicht.’ Er zijn geen nutteloze herhalingen. Er is altijd iets fris en iets nieuws. Steeds weer ontdekken we de grote waarheden in de Schrift, vooral geopenbaard aan hen die zich, naarmate de tijd vordert, door Gods Geest laten leiden. God spreekt in Zijn Woord tot ons in alle omstandigheden, want ‘elk van God ingegeven Schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust’ {2 Tim. 3:16-17}.

De Heilige Geest begeleidt het Woord en de kracht van de Heilige Geest is in het Woord. Laat u niet misleiden door allerlei leraren die op hun wijze het Woord willen verklaren; het Woord van God in de ware zin is: de Zoon van God. Hij is het Woord. Daarbij betekent het Woord van God ook: de boodschap van God. ‘Dit nu is het woord, dat u als evangelie verkondigd is.’ {1 Petrus 1:25}.

Het Boek der boeken

Het is te onderscheiden van alle andere boeken. De Bijbel behoeft geen verdediging. De Bijbel verdedigt zichzelf; de Bijbel verklaart ook zichzelf. Vrees ongelovigen noch sceptici. Vrees slechts de valse compromiszoekende en logisch klinkende moderne theologie van onze kerken. Laat de Bijbel staan zoals hij is; als zodanig heeft hij geen verdediging nodig. Het Woord van God is het zwaard van de Geest, en wie heeft ooit gehoord van het verdedigen van een zwaard? Het is de vijand die u zal adviseren het zwaard in de schede te doen, een prachtige schede, met alle soorten van metafysische, redekundige, schoonklinkende en artistieke ornamenten. Het zwaard moet uit de schede blijven, want het zwaard hoort actief te zijn. Toch mogen we de Schrift niet alleen als het zwaard van de Geest beschouwen; hoewel het vaneen scheidend, pijn kan veroorzaken. De Schrift is ook bedoeld voor genezing en herstel. Mogen we het Woord ook kennen als de zachte dauw en regen die komt van de hemel en zegen schenkt, en nooit ledig weerkeert, maar zal doen waartoe het gezonden is en God behagen. Mogen we, ieder van ons, onder alle omstandigheden, in staat zijn te zeggen: ‘Dit was Gods boodschap voor mij, waarin Hij Zijn plannen ontvouwde in het: ‘Ik heb u liefgehad met eeuwige liefde, daarom heb Ik u getrokken in goedertierenheid’ {Jer 31:3 }.

Jur