Bevrijding

 

Op 5 mei is het dan Bevrijdingsdag, om te vieren dat we bevrijd zijn na de Tweede Wereldoorlog, maar ook om te vieren dat we in een vrij land wonen en mogen genieten van die vrijheid!!


Zo leren we dat te doen, maar de werkelijke strijd is geestelijk en die is bij geen enkele oorlog gestopt. De vrede die de wereld ons voorhoudt is geen vrede, maar een schijnvrede.

Maar velen zijn politiek correct en menen dat we zelf de vrede kunnen bewerkstelligen. En dan klinkt het motto “we moeten het samen doen” en wordt de groep tot norm en de minderheden worden verdrukt.

Psalm 32:7  U bent mijn schuilplaats, U beschermt mij voor benauwdheid, U omringt mij met vrolijke gezangen van bevrijding.

Voor het woord “bevrijding” gebruikt de Bijbel het woord “pallet” פַלֵּט en dat betekent ook “uitwerpen” Het woord komt twee maal voor in de Bijbel. Ook in Psalm 56:8.

Psalm 56: 8 Zouden zij bij zoveel onrecht vrijuit gaan? Stort de volken neer in toorn, o God!

Op 4 mei houden we in Nederland elk jaar Nationale Dodenherdenking. Dan denken we aan alle Nederlanders die in de Tweede Wereldoorlog gesneuveld zijn; soldaten, verzetsstrijders, Joden, zigeuners en ook aan de bevrijders uit andere landen. We hangen daarom de vlaggen half stok, zijn 2 minuten stil om 8 uur en leggen kransen.

 

 

Zo werkt Babel. Kijk maar naar de Corona maatregelen en hoe de overheden de mensen onder één noemer willen brengen. Ze leggen de mensen ondertussen hun dictaten op en maken er een noodsituatie van om daarmee de grondwet buitenspel te kunnen zetten. Hitler deed precies hetzelfde en omzeilde de democratie. En hoe snel volgden de mensen deze Führer niet. Vroeger dacht ik dat de hoogopgeleiden zich daartegen zouden verzetten, maar kennis is nog geen wijsheid, maar heeft vaak van doen met de kennis van de boom van goed en kwaad. En zo ontstaan er mengvormen en dat noemt de Bijbel zuurdesem.

 

De uitwerking van Genesis 3 vers 15 Is een geestelijke strijd.

 

De strijd is veel dichter bij huis dan de meesten beseffen.

 

Mattheüs 10:34-37
“Denk niet dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard. Want Ik ben gekomen om tweedracht te brengen tussen een man en zijn vader, en tussen een dochter en haar moeder, en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; en iemands huisgenoten zullen zijn vijanden zijn. Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waard; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waard.”

 

Het is een strijd tussen Licht en donker. Tussen het Koninkrijk van God en het koninkrijk van satan. Let op de tekenen der tijden, zegt Yeshua/Jezus in Mattheüs 24.


De geestelijke strijd zal zichtbaar zijn op aarde, want er zullen oorlogen zijn en het ene volk zal tegen het andere opstaan.
We hoeven alleen maar terug te zien op de oorlogen die er in ons leven op aarde hebben plaatsgevonden en hoeveel doden dat heeft gegeven.

 

Toen Hitler aan de macht kwam was hij een Amalek van zijn tijd. Hij was antichristelijk en wilde het volk van God uitroeien. Hij beloofde een duizendjarig vrederijk. Maar na vijf jaar hadden we 52 miljoen doden. Is dat het vrederijk? Ja, van satan. Hij is de mensenmoordenaar van den beginne. En zo zijn er vele dictators geweest die de vrijheid wegnamen en de doodscultuur brachten.
En de laatste zal de antichrist zijn.

 

De antichrist is een persoon. Iets anders zou trouwens ook moeilijk denkbaar zijn. Jezus Christus was immers zélf ook een persoon. Degene nu die Christus naápen wil, die zich in Zijn plaats zal willen stellen, die zal er dus óók als een mens moeten uitzien.
Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is ( 2 Thess. 2: 3,4).

 

Wij leven in de eindtijd. Voor iemand die de tekenen verstaat is er geen twijfel mogelijk. De eindtijd komt, de tijd waarin de antichrist verschijnen zal. Hoe zal de antichrist komen?

 

De profeet Daniël schreef er over.....

De Heilige Schrift is er zeer duidelijk over dat de antichrist een persoon is. Waar zal de antichrist verschijnen? Ook op deze vraag vindt men het antwoord in de Bijbel, bij de profeet Daniël. Deze Daniël, de grote profeet, wilde zélf óók weten wat zijn nachtgezichten nu eigenlijk te betekenen hadden. In zijn dromen zag hij engelen, en aan één van hen vroeg hij om uitleg:

 

Ik naderde een van hen die daar stonden, en vroeg hem de ware zin van dit alles, en hij sprak tot mij en gaf mij de uitlegging daarvan te kennen (Dan. 7: 6).

De profeet was vooral geïnteresseerd in het vierde, gruwelijke beest, waarmee hij zulke merkwaardige dingen zag gebeuren.

Toen wilde ik de ware zin weten van het vierde dier, dat van die alle verschilde, dat buitengewoon vreselijk was met zijn ijzeren tanden en zijn koperen klauwen, dat at en vermaalde en wat overbleef met zijn poten vertrad, En van de tien horens, welke op zijn kop waren, en van die andere, die zich verhief en waarvoor er drie uitvielen, terwijl deze horen met ogen en een mond vol grootspraak, er groter uitzag dan de andere (Daniël 7: 19, 20).

 

Het ging Daniël zo als het ons, die zijn visioenen lezen, vergaat. Vooral van dat beeld van die kleine hoorn begreep ook Daniël niets, omdat hij deze hoorn zulke vreemde dingen zag doen:


Ik zag, dat die hoorn strijd voerde tegen de heiligen en hen overmocht (Daniël 7: 21).

 

De kleine hoorn voerde oorlog tegen de heiligen. Met die „heiligen" wordt het volk van God bedoeld. Met andere woorden, Daniël zag dat de antichrist tegen het volk van God, Israël, oorlog voeren zou.
Daniël heeft dus gezien dat er een macht komen zal, die op verschrikkelijke wijze zal regeren, maar deze macht zal geen blijvende macht zijn, want de Oude van dagen, dat is God, zal komen en een einde maken aan de heerschappij van die macht.

De engel heeft Daniël verder een uitleg gegeven van de tien hoornen van het vierde, gruwelijke beest.

 

En de tien horens; uit dat koninkrijk zullen tien koningen opstaan, en na hen zal een ander opstaan; die zal van de vorige verschillen en drie koningen ten val brengen. Hij zal woorden spreken tegen de Allerhoogste, en de heiligen des Allerhoogsten te gronde richten. Hij zal er op uit zijn tijden en wet te veranderen, en zij zullen in zijn macht gegeven worden voor een tijd en tijden en een halve tijd. Dan zal de vierschaar zich nederzetten, en men zal hem de heerschappij ontnemen en hem verdelgen en vernietigen tot het einde (Dan. 7: 24-26).

Het is nu volstrekt duidelijk wat de gezichten van Daniël betekenen. Misschien niet voor de profeet zelf, omdat de dingen die hij zag nog moesten gebeuren. Maar des temeer voor ons, die aan het einde van de geschiedenis staan.

De engel heeft het gezegd: uit het koninkrijk dat wordt voorgesteld door het vierde beest, uit het Romeinse Rijk dus, zullen tien koningen voortkomen. Daarna zal er een ander opstaan, die van de vorige koningen verschilt. Dat is de antichrist, die - zoals de engel zei - woorden tegen God spreken zal. We hebben al gezien, dat Daniël dit zélf ook al meedeelde van de kleine hoorn: hij sprak met „een mond vol grootspraak”.

Het bijzondere van de uitleg van de engel aan Daniël is, dat de profeet zelfs verteld wordt hoe lang de tijd zal zijn dat de antichrist tekeer zal gaan tegen de Allerhoogste, door zich voor te doen als de zoon van God: een tijd, tijden en een halve tijd.

Een tijd is een jaar, tijden betekent tweejaar, en een halve tijd is een half jaar. Drie en een half jaar zal de opstand van de antichrist duren. Vervolgens zal, zo lezen we bij Daniël, het gerechtshof zitting houden, en de heerschappij van de antichrist zal worden weggenomen. Dit gebeurt door hem op te sluiten tot het einde toe. De grote verdrukking door de antichrist zal drie en een half jaar in beslag nemen, en eindigen met de strijd in Armageddon.

De twee perioden van drie en een half jaar, tezamen zeven jaar, vormen de laatste jaarweek.

Eeuwen nadat Daniël zijn visioenen had, is er een ander geweest aan wie God eveneens de komst en de heerschappij van de antichrist heeft geopenbaard. Dat was de apostel Johannes, die, in afzondering op het eiland Patmos, inzicht werd gegeven in de eindtijd.

Wat Johannes zag komt overeen met de visioenen van Daniël. Wonderlijk is dat natuurlijk niet, want beiden zagen dezelfde gebeurtenissen en Gods plan met de wereld verandert niet.

Ook Johannes zag een groot en weerzinwekkend beest:


En ik zag uit de zee een beest opkomen met tien horens en zeven koppen; en op zijn horens tien kronen en op zijn koppen namen van godslastering (Openb. 13: 1).

 

Er zijn mensen die in dit beest niet de antichrist zien, maar de duivel zelf. Dit is een onjuiste opvatting, zoals ook uit de Bijbel blijkt. Johannes zegt namelijk:


En zij aanbaden de draak, omdat hij aan het beest de macht gegeven had, en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is aan het beest gelijk? en: Wie kan er oorlog tegen voeren? (Openbaring 13: 4).

Openbaring 19:20 Het beest werd gevangen genomen, samen met de leugen-profeet die namens het beest allerlei wonderen had gedaan. Met die wonderen en leugens had het beest de mensen verleid die zijn merkteken op hun voorhoofd hadden. Dat waren de mensen die zijn beeld aanbaden. Het beest en de leugen-profeet werden levend in een zee van brandende zwavel gegooid.

De draak, dat is satan. Satan had het beest, de antichrist dus, macht gegeven. Ook Daniël zag, zoals hierboven al is aangehaald, dat het beest wordt overgegeven om door het vuur verbrand te worden. Met de draak, met satan, gebeurt echter iets anders:


En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en hij bond hem duizend jaren (Openbaring 20: 2)


Halleluja, de zaligheid, de heerlijkheid, de eer en de kracht zij aan de Heere, onze God.

Halleluja, want de HEERE onze God is Koning geworden!