English & other languages: click here!

Armoede en slavernij

Leviticus 25:35-55

De regeling van de houding jegens de arme vormt een belangrijk onderdeel van Israëls wetgeving. Aan hem mocht men geen winst behalen of rente berekenen. Dat zou de nood nog groter maken. En dat is niet te rijmen met een leven voor de HEERE (Lev.25:35-38). We zijn er niet om het een ander nog moeilijker te maken, maar om hem of haar te helpen.

Een arme Israëliet mocht niet als slaaf behandeld worden. Want een slaaf is van zijn heer. En elke Israëliet hàd al een eigenaar: God! Wie een andere Israëliet slavenwerk zou laten doen, zou niet alleen zijn eigen afkomst vergeten (gered uit de slavernij van Egypte), maar ook het recht van de HEERE op Kanaän en Israël (Lev.25:39-43). Levend uit Gods ontferming kunnen we toch niet anders dan óók barmhartig zijn?!

Slaven moest een Israëliet halen uit de volken rondom Kanaän of uit de afstammelingen van de bijwoners (Lev.25:44-46). De HEERE sluit Zich hier aan bij de cultuur waarin het volk Israël toen leefde. Overigens heeft Hij in zijn wet bevolen ook jegens deze echte slaven zich niet onbarmhartig te gedragen .

Een slaaf was geen vogelvrije. Dat worden wij onder de NWO. Je lichaam als tempel van de Heilige Geest claimt de wetteloze. Je zult niets bezitten en dan komt de grootste leugen: ..... en gelukkig zijn.

Vogelvrij betekent dat ze met je kunnen doen wat zij willen. Jezus werd vogelvrij verklaard en men heeft Hem gedood. Hij zei openlijk dat ze de duivel tot vader hadden. En dat riep haat op en geen inkeer.

God beschermt de dienstknecht en zo ook de vreemdeling. Ook de slaaf kreeg de  rustdag! 

Exodus 20:10 Maar de zevende dag is de sabbat des HEEREN uws Gods; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uw poorten is;

Laten we eens kijken wat Yeshua/Jezus in de Bergrede onderwees.....

Lukas 6:20-26 En toen Hij Zijn ogen opgeslagen had naar Zijn discipelen, zei Hij: Zalig bent u, armen, want van u is het Koninkrijk van God. 21. Zalig bent u die nu honger hebt, want u zult verzadigd worden. Zalig bent u die nu huilt, want u zult lachen. 22. Zalig bent u, wanneer de mensen u haten, en wanneer zij u uitstoten en u smaden en uw naam als slecht verwerpen omwille van de Zoon des mensen. 23. Verblijd u op die dag en spring op van vreugde, want zie, uw loon is groot in de hemel. Hun vaderen deden immers evenzo met de profeten. 24. Maar wee u, rijken, want u hebt uw troost al. 25. Wee u, die verzadigd bent, want u zult hongerlijden. Wee u die nu lacht, want u zult treuren en huilen. 26. Wee u, wanneer alle mensen goed van u spreken, want hun vaderen deden evenzo met de valse profeten.

Maar ook het eerste testament schetst een God die barmhartig is voor hen die in armoede en slavernij leefden.

Exodus 20:10 maar de zevende dag is de sabbat van de HEERE, uw God. Dan zult u geen enkel werk doen, u, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienaar, noch uw dienares, noch uw vee, noch uw vreemdeling die binnen uw poorten is.

Exodus 21:26-27 Wanneer iemand een oog van zijn slaaf of een oog van zijn slavin zó raakt dat het verloren gaat, moet hij hem vrij laten gaan als vergoeding voor zijn oog. 27. En als hij een tand van zijn slaaf of een tand van zijn slavin uitslaat, moet hij hem vrij laten gaan als vergoeding voor zijn tand.

Hebben niet-Israëlieten Israëlieten als slaven, dan moeten de vrije Israëlieten erop toezien dat hun volksgenoten niet vernederd en vertrapt worden. Ook hebben deze slaven altijd het recht van lossing. Ten slotte blijft er de mogelijkheid in het eerstvolgende jubeljaar vrij te komen (Lev. 25:47-54).

Zulke milde bepalingen vind je in geen enkele oud-Oosterse wettencodex!

Waarom deze regels?

Omdat God de Israëlieten niet uit Egypte bevrijd had om hen daarna weer over te geven aan een andere slavernij. Zij hàdden al een eigenaar: de HEERE, en bléven die behouden (Lev. 25:55). Gods bevrijding was absoluut.

Hierin ligt een geweldig voorbeeld van Gods bevrijding van de mens uit de slavernij van de zonde, door de prijs die Jezus betaalde met zijn bloed.

Johannes 8:36 Als dan de Zoon u zal vrijmaken, zult u werkelijk vrij zijn.

Galaten 5:1 Voor de vrijheid heeft Christus ons vrijgemaakt; staat dan vast en laat u niet weer onder een slavenjuk binden.

Ook die bevrijding is radicaal. Zowel in leven als in sterven ben ik niet van mezelf, ben ik niet andermans slaaf, maar mag ik het eigendom van God zijn.

In een jubeljaar kwam de grote ommekeer tot stand in scheefgegroeide verhoudingen. Zo’n jaar begint op de dag van de grote verzoening met God.

Leviticus 25:9-10 Dan moet u in de zevende maand, op de tiende dag van de maand, bazuingeschal laten klinken. Op de Verzoendag moet u de bazuin in heel uw land laten klinken. 10. U moet het vijftigste jaar heiligen en vrijlating in het land uitroepen voor alle bewoners ervan. Het is jubeljaar voor u: ieder zal terugkeren naar zijn eigen bezit en ieder zal terugkeren naar zijn familie.

Dit betekent: aan het herstel van de samenleving gaat de verzoening met de HEERE vooraf.

Waar de Geest van de HEERE is, is vrijheid.

Romeinen 3:23-26 Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, 24. en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. 25. Hem heeft God openlijk aangewezen als middel tot verzoening, door het geloof in Zijn bloed. Dit was om Zijn rechtvaardigheid te bewijzen vanwege het voorbijgaan aan de zonden die eertijds hadden plaatsgevonden onder de verdraagzaamheid van God. 26. Hij deed dit om Zijn rechtvaardigheid te bewijzen nu in deze tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is én rechtvaardigt degene die uit het geloof in Jezus is.

Aanbid en dank de Here Jezus voor de verzoening met God!

Jur