English & other languages, click here!

Rabbijnse wetgeving in onze tijd

We bestudeerden de afgelopen week de parasja met de naam “Shoftiem”. Dat gaat over Rechters.
Tora: Deuteronomium 16:18-21:9


In een studie van Ariël Berkowitz laat hij weten dat er meningsverschillen zijn binnen de Messiaanse beweging over het rabbijns gezag.
We zien dat er in onze tijd weer een sanhedrin is. Wat zijn de gevolgen als die over jou en mij gaan recht spreken in de nabije toekomst?
Volgens de Chabad beweging hoeven de niet-joden zich alleen maar aan de ‘Noachitische wetten’te houden. Maar er zit een addertje onder het gras. En velen toetsen de dingen niet aan het Woord van God en streven naar religieuze eenheid. Maar staat Christus dan centraal?
We moeten vooruit kijken en de Bijbel in zijn geheel als Gods Woord nemen. Het gaat hier om de uitleg van  Deuteronomium.17:9-12

Deuteronomium 17:9-12  gij zult gaan tot de levitische priesters en tot de rechter, die er dan wezen zal, en hen raadplegen; zij zullen u hun rechterlijke uitspraak aanzeggen. En gij zult handelen naar de uitspraak, die zij u aanzeggen ter plaatse die de HERE verkiezen zal; gij zult nauwgezet doen naar alles, waarvan zij u onderrichten.

Naar het onderricht dat zij u geven, en naar de beslissing die zij u bekend maken, zult gij handelen; gij zult van de uitspraak die zij u aanzeggen, niet afwijken naar rechts of naar links. De man, die in overmoed handelt door niet te luisteren naar de priester, die daar in dienst staat van de HERE, uw God, of naar de rechter, die man zal sterven; zo zult gij het kwaad uit Israel wegdoen.


Het Rabbijns Judaïsme ziet in deze verzen de bewijsgrond voor het hedendaagse rabbijns gezag. Laat ons dat uitleggen. Toen, volgens de Joodse wijzen van oude tijden, (maar ook de hedendaagse wijzen) de Thora door God op de Sinaï werd gegeven, gaf hij Mozes ook mondelinge instructies die van generatie op generatie moesten worden doorgegeven.

Deze mondelinge instructies omvatte verscheidene zaken. Ten eerste voorzag die in de details, welke de Geschreven Thora niet bezat, die noodzakelijk zijn om de geschreven onderwijzingen van de Thora uit te voeren. De Mondelinge Thora bevatte volgens de Wijzen ook de Goddelijke geïnspireerde uitleg van de Geschreven Thora. Bovendien verzekerden de rabbi's dat volgens de passages, zoals bijvoorbeeld bovenvermelde tekst: Deuteronomium 17:9-12, de Joodse religieuze leiders van elke nieuwe generatie het gezag hebben om wettelijke beslissingen te nemen over de specifieke behoeften van die generatie, die voorgaande generaties niet vooruit gezien kunnen hebben. Deze beslissingen, verzekerden zij, waren al door God en Mozes op de Berg Sinaï beslist en daarom sluit ook de Mondelinge Thora ze in. Bijgevolg werd/wordt van alle Joodse mensen geëist om alle beslissingen van hun rabbinale gerechtshoven te accepteren en te gehoorzamen aan de regels van hun rabbijnen.  

Professor Leibowitz zegt daarover: "De wijzen werden daarop bekleed met een exclusief gezag om religieuze chaos te voorkomen en de Thora tot onderwerp te laten worden van tegengestelde interpretaties. In het licht hiervan hebben wij een zeer ernstige verplichting om de discipline van het centrale religieuze gezag te accepteren, zelfs als zijn beslissing foutief schijnt te zijn."

Veel Messiaanse Joden lijken verdeeld te zijn op het punt van de Mondelinge Thora en zijn daarom ook verdeeld over hoe Deuteronomium 17:9-12 begrepen moet worden. Een deel  van hen legt de nadruk op Jesjoea's instructies in Mattheüs 23 en hoe deze  begrepen moeten worden.

Mattheüs 23:2-4 De schriftgeleerden en de Farizeeën zijn gaan zitten op de stoel van Mozes; daarom, al wat zij u zeggen dat u in acht moet nemen, neem dat in acht en doe het; maar doe niet overeenkomstig hun werken, want zij zeggen het, maar doen het zelf niet. Want zij binden lasten samen die zwaar zijn en moeilijk om te dragen, en zij leggen ze op de schouders van de mensen; maar zij willen die zelf met geen vinger verroeren.

Uit deze woorden van Yeshua maakt men op dat we de onderwijzingen van de rabbi's (Mondelinge Thora en rabbinaal gezag) moeten volgen, maar niet hun levensstijl, wanneer die de Geschriften tegenspreekt.

 

Bijvoorbeeld, enige Messiaanse denkers schijnen te zeggen dat er van ons geëist wordt op alle gebieden van ons leven ons te onderwerpen aan rabbijns gezag, zoals geen licht aandoen gedurende de Sjabbat of vlees en melk producten te scheiden.

Laten we eerst maar eens belangrijke principes uit de Bijbel onder ogen zien voordat we te snel meegaan in de rabbinale denkwijze.

We gaan terug naar Deuteronomium 17:9-12. Dwingt deze passage ons werkelijk tot het begrip van de Mondelinge Thora en zijn gevolgtrekking, het Rabbijnse Gezag zoals de rabbi's bepalen? Naar onze mening is dat niet het geval! Het komt ons voor dat de passage alleen maar instructies geeft om gerechtshoven in de heilige gemeente op te zetten, waar naar Gods wet zaken worden gehoord en beslissingen worden genomen. In deze passage is geen sprake van beslissingen die te maken hebben met de “halacha”. (De halacha is een verzamelnaam voor een brede traditie, die behalve juridische zaken uit de Thora, ook de Misjna en de Talmoed, de mondelinge wet omvat.)

Ten tweede, zonder een woord te zeggen, rekende Jesjoea zeker af met de houding van de Farizeeën, terwijl Hij de onderwijzing van Deuteronomium 17:9-12 volgde. Dit blijkt wel uit hoe hij over hen dacht:

Mattheüs 23:13-16. Maar wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u sluit het Koninkrijk der hemelen voor de mensen; u gaat er immers zelf niet binnen, en hen die er binnen willen gaan, laat u er niet binnengaan. Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u eet de huizen van de weduwen op, en voor de schijn bidt u lang; daarom zult u een des te zwaarder oordeel ontvangen. Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u reist zee en land af om één proseliet te maken, en als hij het geworden is, maakt u hem een kind van de hel, dubbel zo erg als u.

Slangen, adderengebroed, hoe zou u aan de veroordeling tot de hel ontkomen?

Echter, deze afrekening was beslist niet in de vorm van ondersteuning van het concept van het Rabbijns Gezag en de Mondelinge Thora.

Eerder volgens Mattheüs 16:6, 12, 18-20 en Mattheüs 18:15-20 paste Hij de opdracht om recht te spreken van Deuteronomium 17:9-12 toe op het overblijfsel van de gelovige gemeente- Zijn Lichaam.  Israël was ten tijde van Mozes een theocratie, maar dat functioneerde niet meer als zodanig in de tijd van Yeshua. Omdat onze samenleving geen theocratie is hebben wij als ultieme wetgever de Profeet, Priester en Koning, aangekondigd in

Deuteronomium 18:15 Een Profeet uit uw midden, uit uw broeders, zoals ik, zal de HEERE, uw God, voor u doen opstaan; naar Hem moet u luisteren.  

Hij is het die de wereld zal berechten. Hij, YAHWEH in het vlees verschenen!  Elk gezag moet van Hem afgeleid zijn.

Mattheüs 18:15 Maar als uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga naar hem toe en wijs hem terecht tussen u en hem alleen; als hij naar u luistert, hebt u uw broeder gewonnen.

  1. Maar als hij niet naar u luistert, neem er dan nog een of twee met u mee, opdat in de mond van twee of drie getuigen elk woord vaststaat.
  2. Als hij niet naar hen luistert, zeg het dan tegen de gemeente. En als hij ook niet naar de gemeente luistert, laat hij dan voor u als de heiden en de tollenaar zijn.
  3. Voorwaar, Ik zeg u: Alles wat u op de aarde bindt, zal in de hemel gebonden zijn; en alles wat u op de aarde ontbindt, zal in de hemel ontbonden zijn.
  4. Verder zeg Ik u dat, als twee van u op de aarde iets, wat dan ook, eenstemmig verlangen, het hun ten deel zal vallen van Mijn Vader, Die in de hemelen is.
  5. Want waar twee of drie in Mijn Naam bijeengekomen zijn, daar ben Ik in hun midden..

 

Wat nu omtrent Jesjoea's instructies in Mattheüs 23:1-3?

Men meent dat er meer informatie nodig om is deze erg moeilijke passage te interpreteren en dat er commentatoren en geleerden eerst eens wat meer van de achtergronden moeten onderzoeken om Jesjoea's woorden in de passage juist te verstaan.

Jesjoea bepleitte echter allerminst, dat de Messiaanse gemeente (Zijn lichaam van Joodse en Heidense gelovigen in Hem) zichzelf zouden onderwerpen aan de onderwijzing en instructies van religieuze leiders en Thoraleraars, die niet in Hem geloofden.

Bijvoorbeeld wat Paulus stelde in  

1 Korintiërs 2:13-14: "Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken."

Tenzij een mens geboren wordt van hierboven door te geloven in Jesjoea, bezit hij niet de Geest van God. Daarom, hoe kan een gelovige zich ooit onderwerpen aan zulk een gezag dat niet aan Gods Geest ontleend is?

Jesjoea bepleit in Mattheüs 23 helemaal geen onderwerping aan de rabbijnse Thoraleraars. Integendeel hij zegt in vers 8:

Mattheüs 23:8 Maar u mag zich geen rabbi laten noemen, want Eén is uw Meester, namelijk Christus; en u bent allen broeders.

Helaas bestaat binnen de Messiaanse beweging  de opvatting dat er in elke plaats weer de zogenaamde “Beit Din” ingesteld moet worden. Men zal dan ook de vruchten daarvan plukken, want de principes van de Noachitische wetten zullen daar ongetwijfeld worden gehanteerd. Het eerste gebod daarvan luidt:

“Belief in God: He who created everything. There is none besides Him and no one should turn away from Him.

“Blessing Hashem (God, literally ‘the name’): Respecting the Creator and the sages who are familiar with His Torah, and respecting the places of worship where the Torah is learned and prayers are recited to him. It is forbidden, God forbid, to speak harshly against them or to curse them. "

Vertaling:

“Geloof in God: Hij die alles heeft geschapen. Er is niemand buiten Hem en niemand mag zich van Hem afkeren.

“Gezegend zij Hashem (God, letterlijk ‘de naam’): Eerbied voor de Schepper en de wijzen die bekend zijn met Zijn Thora, en eerbied voor de plaatsen van aanbidding waar de Thora wordt geleerd en gebeden voor hem worden gereciteerd. Het is verboden, God verhoede, om hard tegen hen te spreken of hen te vervloeken."         

 

De eer gaat terecht naar God uit, maar er wordt letterlijk aan toegevoegd dat er niemand aan Zijn zijde is. Deze formulering sluit het geloof in Yeshua, die aan de rechterhand van God zit, uit. Ook wordt vereist de “wijzen” (de rabbi’s, de moderne farizeeën en schriftgeleerden van eertijds) te respecteren. Het geloof in Yeshua wordt als afgoderij gezien.

 

Rechtbanken als “Beit Din” en de “Noachtische wetten” zijn wereldse systemen waarmee satan de gelovigen misleidt.

1 Korinthe 6:2 Weet u niet dat de heiligen de wereld zullen oordelen? En als door u de wereld geoordeeld wordt, zou u dan ongeschikt zijn voor de meest onbeduidende rechtszaken? 3. Weet u niet dat wij engelen zullen oordelen? Hoeveel te meer dan alledaagse dingen? 4. Als u dus rechtszaken hebt over alledaagse dingen, stel dan hen aan die in de gemeente niet in aanzien zijn. 5. Tot beschaming zeg ik u dit. Is er dan onder u niemand die wijs is, zelfs niet één, die in staat zou zijn een oordeel te vellen in een geschil tussen zijn broeders?