English & other languages: click here!

Waarom wordt Jesaja 53 niet gelezen?

Geschreven door David van Capelleveen

Een artikel van

In alle synagogen wordt wekelijks uit de Tenach gelezen. Toch zijn de meeste profetieën die over de Messias gaan voor de meeste Joodse mensen zo goed als onbekend. De vraag is dus: wat voor leesrooster wordt er in het Jodendom gebruikt en hoe komt dit nu eigenlijk?

Mozes roept het volk Israël op om elke zeven jaar de Wet publiekelijk voor te lezen (Deut. 31:9-11). Toch vinden we vóór de tijd van de Tweede Tempel geen historische aanwijzingen dat dit steevast werd gedaan. We komen het eigenlijk voor het eerst tegen in Nehemia 8. Daar verzamelt het volk zich bij Ezra en de oudsten om de Wet van Mozes, met uitleg, te horen (Neh. 8:2, 9). Veel onderzoekers denken dat het sinds die tijd gebruikelijk werd om niet om de zeven jaar, maar wekelijks uit de Wet te lezen.

In Handelingen 15:21 lezen we dat Jakobus zegt dat: “Mozes van oude tijden af in elke stad mensen heeft die hem prediken, want hij wordt elke sabbat in de synagogen voorgelezen.” Daarnaast vinden we bij de Joodse geschiedschrijver Josephus dat de Wet wekelijks gehoord werd (c.Ap. ii. 175). De Griekse vertaling van de Tenach, de Septuaginta, is waarschijnlijk ook geschreven zodat Joden in de diaspora de inhoud konden begrijpen in hun synagogen.

Dat ging in de Oudheid al volgens een speciaal leesrooster. In de Babylonische Talmoed staat dat men in het Westen (daarmee wordt het land Israël bedoeld) de hele Thora in drie jaar las (tr. Meg. 26b). In Babylon werd dus een ander rooster gebruikt. Dit was waarschijnlijk een vroege variant van het jaarlijkse leesrooster, dat verreweg de meeste synagogen nu gebruiken.

De wekelijkse Thoralezing

Het huidige leesrooster, de parasjat ha’sjoeva (wekelijks gedeelte), is gebaseerd op een indeling van de Joodse wijsgeer Maimonides (1138-1204). De Thora wordt hier in 54 stukken gedeeld, ongeveer het aantal weken in een jaar. Elke week wordt een gedeelte gelezen. Zo’n gedeelte heet een parasja en wordt meestal genoemd naar de eerste woorden van de tekst.

Het leesrooster opent dus met B’resjit, naar de eerste woorden van Genesis 1 (in het begin). De 54e parasja, We’zot ha’baracha (en dit is de zegening; Deut. 33:1-34:12) wordt altijd gelezen op de laatste dag van het Loofhuttenfeest, Simchat Thora (vreugde van de Wet). Hiermee wordt de jaarlijkse leescyclus op feestelijke wijze afgesloten. De Thoralezingen zijn altijd op maandag, donderdag en de sabbat. Dit wordt gedaan door de ba’al korei (meester van de lezing) die de tekst voorzingt aan de gemeente.

De parasjat ha’sjoeva betreft dus alleen een lezing uit de vijf boeken van Mozes. De psalmen en spreuken worden het hele jaar door gebruikt. De overige geschriften, die grotendeels uit de feestrollen bestaan, worden op specifieke feesten voorgelezen.1 Maar hoe zit het met de Vroege en de Late Profeten (Jozua t/m Maleachi)?

De haftara

Op de sabbat wordt de Thoralezing altijd afgesloten met de zogenaamde haftara-lezing.2 Dit zijn bijna altijd specifieke passages uit de Profeten. Vaak is er een thematische link tussen de parasja en de haftara. Zo wordt bij de parasja Noach (Gen. 6:9-11:32) gelezen uit Jesaja 54, waar in vers 9 staat: “Toen Ik zwoer dat de wateren van Noach niet meer over de aarde zouden komen; zo heb Ik gezworen dat Ik niet meer op u toornen zal en u niet meer bestraffen zal.”

Het is moeilijk vast te stellen hoe oud de haftara-lezing precies is, maar de eerste historische vermeldingen ervan vinden we juist in het Nieuwe Testament. Eerst in Lukas 4:16-30, waar de Heere Jezus in de synagoge in Nazareth leest uit Jesaja 61:1-2a, en later in Handelingen 13:14-15, waar staat dat in een synagoge te Antiochië uit de Wet en de Profeten werd gelezen.

Waar zijn de Messiaanse profetieën?

De Talmoed schrijft wel een aantal teksten voor die bij specifieke Thoragedeelten horen, maar er is geen universele lijst van haftara-lezingen. Vandaar dat er wereldwijd veel verschillende tradities bestaan. Toch hebben die allemaal wat met elkaar gemeen. De belangrijkste passages uit de Profeten, die het Nieuwe Testament betrekt op het Messiasschap en de bediening van de Heere Jezus, worden namelijk niet gelezen in de synagoge: De maagdelijke geboorte (Jes. 7:14); de Knecht van de Heere (Jes. 42:1-4); Zijn lijden voor de zonden van het volk (Jes. 52:13-53:12); de belofte van een nieuw verbond (Jer. 31:31-34); dat de Heere Zijn zoon uit Egypte roept (Hosea 11:1); de geboorte van de Messias in Bethlehem (Micha 5:1); dat de Messias op een ezel zal komen (Zach. 9:9) en verraden zal worden voor 30 zilverstukken (Zach. 11:13); en dat de Messias naar de tempel zal komen (Mal. 3:1). Zelfs de verzen uit Jesaja 61, die Jezus op Zichzelf betrekt, worden niet gelezen. De verzen eromheen overigens wel. Het boek Daniël, dat natuurlijk veel over de Messias gaat, wordt in het Jodendom niet tot de profeten gerekend en daarom ook niet in de haftara gelezen. Het is moeilijk te zeggen wanneer deze passages voor het eerst werden overgeslagen. Er zijn enkele oude haftara-lijsten waar sommige van deze verzen wel op staan, maar daarbij geldt steeds dat ze afkomstig waren uit gebieden waar nauwelijks christelijke invloeden waren. De vraag waarom deze verzen niet gelezen worden, is dus niet zo heel moeilijk om te beantwoorden. Ze wijzen te veel naar de Heere Jezus.

Bijbelverspreiding van levensbelang

Juist daarom is de verspreiding van Bijbels, waar we ons als stichting voor inzetten, van levensbelang. Uw steun en gebed is daar hard voor nodig. We willen een Bijbel voor elk Joods huis, zodat men zelf kan ontdekken wat de hele Tenach schrijft over de Messias. Daarnaast verspreiden we ook tweetalige boekjes waarin alle belangrijke Messiaanse teksten uit de Tenach en het Nieuwe Testament staan. Deze zijn onlangs herzien, en inmiddels verkrijgbaar in het Engels en het Russisch, met daarnaast uiteraard de Hebreeuwse teksten. We hopen binnenkort met een Hebreeuws-Spaanse en Hebreeuws-Portugese editie uit te komen.

Voetnoten

  1. De feestrollen zijn Esther, Ruth, Hooglied, Prediker en Klaagliederen. Esther wordt gelezen op Poerim, Hooglied op Pesach, Ruth op het Wekenfeest, Klaagliederen op Tisja Be’Aw, en Prediker op het Loofhuttenfeest.
  2. Het woord haftara is waarschijnlijk afgeleid van het Hebreeuwse woord maftiach, dat afsluiten betekent.

 


Een lijst van de gelezen haftaragedeelten, gerangschikt onder de naam van de parasha. Klik hier!


Een ander artikel van Stichting Israël en de Bijbel wat ook te maken heeft met dit onderwerp.  

HET LICHT VERDUISTERD