English & other languages: click here!
De Vijftigste Dag
Het begon met de eerste sabbat na Pesach. In de Bijbel is Pesach de dag dat de Israëlieten het bloed aan de deurpost streken en dat Yeshua gekruisigd werd. Dat was op de Bijbelse kalender 14 Nisan. De Tora verwijst dan naar de de dag ná sabbat daarna:
Leviticus 23: 11 De priester moet de schoof voor het aangezicht van de HEERE bewegen, opdat Hij een welgevallen in u vindt. OP DE DAG NA DE SABBAT moet de priester de schoof bewegen. Beweegoffer "biqoeriem le'Adonai בִּכּוּרִים, לַיהוָה" .
Die dag na de sabbat was de eerste dag van de week, dus een zondag. Die dag werd Jom Bikkoeriem יוֺם בִּכּוּרִים genoemd: dag van de eerstelingen. Op die dag begon ook het feest van de ongezuurde broden. Het is het derde feest van de zeven Bijbelse feesten en markeert het begin van de gersteoogst. Het is ook de eerste dag van het feest van de ongezuurde broden, waarop we worden opgedragen 50 dagen te tellen.
Die Jom Bikkoeriem is een hele bijzondere dag. In het jaar dat Yeshua gekruisigd was stond hij op toen het Jom Bikkoeriem gevierd werd, Het feest van de eersteling. De eerste gerst werd geoogst en daarvan werd in de tempel een deel opgeheven naar de hemel. Van deze offers begrepen de mensen nog niet de bedoeling. Maar wij weten dat Yeshua die dag is opgestaan en dat Hij toen ook werd opgeheven naar de hemel als Eersteling van hen die uit de dood opstaan.
1 Korinthe 15:20 en 23. 20. Maar nu, Christus ís opgewekt uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn. 23. Ieder echter in zijn eigen orde: Christus als Eersteling, daarna wie van Christus zijn, bij Zijn komst.
Daarom mocht Maria Hem 's morgens toen het nog donker was, in de graftuin niet aanraken, want Hij was nog niet opgevaren. (Johannes 10:17). Maar later op de dag mochten anderen Hem wel aanraken (Mattheüs 28:9 en Lukas 24:36-43).
Na de 49ste dag van de Omertelling is het de eerste dag van de week, de vijftigste dag (Pentekosta = 50) dat er een nieuw beweegoffer gebracht moet worden, bestaande uit twee broden.
Leviticus 23: 16-20
16. Tot de dag na de zevende sabbat moet u vijftig dagen tellen. Dan moet u de HEERE een nieuw graanoffer aanbieden.
17 Uit uw woongebieden moet u twee broden meebrengen, bestemd voor een beweegoffer. Ze moeten van twee tiende efa meelbloem zijn, met zuurdeeg gebakken; het zijn de eerstelingen voor de HEERE.
18 U moet dan samen met het brood zeven lammeren zonder enig gebrek van een jaar oud, en één jonge stier – het jong van een rund – en twee rammen aanbieden. Ze zijn een brandoffer voor de HEERE, met het bijbehorende graanoffer en de bijbehorende plengoffers, een vuuroffer, een aangename geur voor de HEERE.
19 Verder moet u één geitenbok als zondoffer en twee lammeren van een jaar oud als dankoffer bereiden.
20 De priester moet ze met het brood van de eerstelingen als beweegoffer voor het aangezicht van de HEERE bewegen, met de twee lammeren. Ze zijn een heilige gave voor de HEERE, bestemd voor de priester.
De broden met zuurdesem (beeld van de zonde) zijn door het bakproces gegaan, zoals gelovigen door het heiligingsproces van de Heilige Geest: de wedergeboorte, dood zijn voor de wet(matigheid) van de zonde die tot de dood leidt. Dat brengt wel innerlijke strijd met zich mee. Nu mag hij zich verheugen in de wet(matigheid) van de Geest, die tot Leven leidt.
Romeinen 8:2 Want de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en van de dood.
50. Jezus riep nogmaals met luide stem en gaf de geest.
51 En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën, van boven tot beneden; de aarde beefde en de rotsen scheurden;
52 ook werden de graven geopend en veel lichamen van heiligen die ontslapen waren, werden opgewekt;
53 en na Zijn opwekking gingen zij uit de graven, kwamen in de heilige stad en zijn aan velen verschenen.
Wie waren dat eigenlijk die tegelijk met Yeshua uit de dood zijn opgestaan? En waar zijn ze gebleven ? Ook daar geeft de Bijbel antwoord op.
Dit waren de eerstelingen van de gelovigen onder het eerste verbond die metYeshua mee zijn opgevaren naar de hemel:
Efeze 4:8 Daarom zegt Hij: Toen Hij opvoer in de hoogte, nam Hij de gevangenis gevangen en gaf Hij gaven aan de mensen.
Dit gebeurde allemaal op de eerste dag van de Omertelling dat Yeshua opstond, nog vóór de tijd van het morgenoffer van de eerstelingssgarve.
Romeinen 11: 16 En als de eerstelingen heilig zijn, dan het deeg ook, en als de wortel heilig is, dan de takken ook.
Johannes 17: 16 Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben.
Daarom zei Yeshua tegen Maria Magdalena:
Johannes 20: 15 Jezus zei tegen haar: Vrouw, waarom huilt u? Wie zoekt u? Zij dacht dat het de tuinman was, en zei tegen Hem: Mijnheer, als u Hem weggedragen hebt, zeg mij dan waar u Hem neergelegd hebt en ik zal Hem weghalen. 16. Jezus zei tegen haar: Maria! Zij keerde zich om en zei tegen Hem: Rabboeni; dat betekent: Meester. 17. Jezus zei tegen haar: Houd Mij niet vast, want Ik ben nog niet opgevaren naar Mijn Vader, maar ga Ps. 22:23; Matt. 28:10; Hebr. 2:11 naar Mijn broeders en zeg tegen hen: Joh. 16:28 Ik vaar op naar Mijn Vader en uw Vader, en naar Mijn God en uw God.
Jacobus 1:17 Elke goede gave en elk volmaakt geschenk is van boven en daalt neer van de Vader der lichten, bij Wie er geen verandering is, of schaduw van omkeer. 18 Overeenkomstig Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de waarheid, opdat WIJ IN ZEKER OPZICHT EERSTELINGEN VAN ZIJN SCHEPSELEN ZOUDEN ZIJN.
In de veertig dagen die volgden ontmoette Yeshua Zijn discipelen regelmatig en onderwees hen. Hij bereidde hen voor op Zijn vertrek naar de Vader, vanwaar Hij Zijn verlossingswerk zou voortzetten.
Handelingen 1:4 En toen Hij met hen samen was, beval Hij hun dat zij niet uit Jeruzalem weg zouden gaan, maar de belofte van de Vader zouden verwachten, die u, zei Hij, van Mij gehoord hebt; 5 want Johannes doopte wel met water, maar u zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen.
Handelingen 1: 12 Toen keerden zij terug naar Jeruzalem, van de berg die de Olijfberg genoemd wordt, die vlak bij Jeruzalem is en daar EEN SABBATSREIS VANDAAN LIGT.
Dit was dezelfde afstand die een dienstdoende priester mocht gaan buiten zijn werkterrein. Een sabbatsreis is 2000 el (1 kilometer). De priesters mochten tijdens hun wijdingsperiode niet buiten dat gebied komen. De Olijfberg viel nog net daaronder.
Joh. 14:2 In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken.
Het Griekse woord voor "woningen" is "monai", dat komt van nhet woord "moné."Dat is een speciaal woord dat het blijvende karakter aangeeft, een plaats of positie waar je je thuis voelt. Die woonplek zal er zijn in het Nieuwe Jeruzalem dat later uit de hemel neerdaalt (Openbaring 21:2).
TEKSTEN UIT JOHANNES 14:
16. En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid.
17. namelijk de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.
18. Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik kom weer naar u toe.
19. Nog een korte tijd en de wereld zal Mij niet meer zien, maar u zult Mij zien, want Ik leef en u zult leven.
25. Deze dingen heb Ik tot u gesproken, terwijl Ik bij u verblijf.
26. Maar de Trooster, de Heilige Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb.
27. Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet zoals de wereld die geeft, geef Ik die u. Laat uw hart niet in beroering raken en niet bevreesd worden.
Na het sterven en de opstanding van Yeshua zou de Geest der Waarheid komen, een Helper die meebidt.
Johannes 4:23 Maar de tijd komt en is er nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt wie Hem zo aanbidden.
Romeinen 8: 26 En evenzo komt ook de Geest onze zwakheden te hulp, want wij weten niet wat wij bidden zullen zoals het behoort. De Geest Zelf echter pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.
En met Lukas 11:13 sluit Yeshua het Onze Vader af (Hij zegt dit kort nadat Hij het Onze Vader heeft onderwezen):
Lukas 11:13 Als u die slecht bent, uw kinderen dus goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen die tot Hem bidden?
GODS TEMPEL:
1 Korinthe 3: Weet u niet dat u Gods tempel bent en dat de Geest van God in u woont?
Die tempel zijt gij....
1 Korinthe 6: 19 Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent?
Efeze 2: 17 En bij Zijn komst heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd aan u die veraf was, en aan hen die dichtbij waren. 18 Want door Hem hebben wij beiden door één Geest de toegang tot de Vader. 19Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, 20 gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is, 21 en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst tot een heilige tempel in de Heere; 22 op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest.
Yeshua bouwt Zijn huis:
Hebreeën 3: 4 Immers, elk huis wordt door iemand gebouwd, maar Hij Die dit alles gebouwd heeft, is God. 5 En Mozes is wel trouw geweest in heel Zijn huis, maar als dienaar, om te getuigen van wat later gesproken zou worden; 6 Christus echter is getrouw over Zijn huis als Zoon. Zijn huis zijn wij, als wij tenminste de vrijmoedigheid en de roem van de hoop tot het einde toe onwrikbaar vasthouden.
1 Petrus 2:4 en kom naar Hem toe als naar een levende steen, die wel door de mensen verworpen is, maar bij God uitverkoren en kostbaar 5 dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door Jezus Christus.
Een aardse tent naar hemels model:
Numeri 8:5 De HEERE sprak tot Mozes: 6 Neem de Levieten uit het midden van de Israëlieten en reinig hen. 7 Dit moet u met hen doen om hen te reinigen: sprenkel op hen ontzondigingswater; dan moeten zij een scheermes over hun hele lichaam laten gaan, zij moeten hun kleren wassen en zich zo reinigen. 8 Daarna moeten zij een jonge stier nemen, het jong van een rund, met het bijbehorende graanoffer van meelbloem gemengd met olie; en een tweede jonge stier, het jong van een rund, moet u als zondoffer nemen. 9 Vervolgens moet u de Levieten naderbij laten komen, vóór de tent van ontmoeting; en u moet heel de gemeenschap van de Israëlieten bijeenroepen. 10 U moet de Levieten voor het aangezicht van de HEERE naderbij laten komen, de Israëlieten moeten hun handen op de Levieten leggen, 11 en Aäron moet uit de Israëlieten de Levieten bewegen als beweegoffer voor het aangezicht van de HEERE; zij zijn bestemd om de dienst van de HEERE te verrichten.
Leviticus 8:27 Hij legde dat alles in de handen van Aäron en in de handen van zijn zonen, en bewoog die als beweegoffer voor het aangezicht van de HEERE. 28 Daarna nam Mozes ze uit hun handen en liet ze in rook opgaan op het altaar, boven op het brandoffer. Het waren wijdingsoffers, als een aangename geur, het was een vuuroffer voor de HEERE.
Leviticus 8:33 Ook mogen JULLIE ZEVEN DAGEN LANG NIET VAN DE INGANG VAN DE TENT VAN ONTMOETING WEGGAAN,
tot de dag dat de dagen van jullie wijdingsoffer voorbij zijn, want zeven dagen zal jullie wijding duren. 34Zoals men op deze dag gedaan heeft, zo heeft de HEERE geboden te doen om verzoening voor jullie te bewerken. 35 JULLIE MOETEN DAN BIJ DE INGANG VAN DE TENT VAN ONTMOETING BLIJVEN, DAG EN NACHT, ZEVEN DAGEN LANG.
Jullie moeten de voorschriften van de HEERE in acht nemen, opdat jullie niet sterven, want zo is het mij geboden.
Leviticus 9: 6 En Mozes zei: Dit is het woord dat de HEERE geboden heeft. Doe het, dan zal de heerlijkheid van de HEERE aan u verschijnen. 7 Toen zei Mozes tegen Aäron: Kom naar voren, naar het altaar, en bereid je zondoffer en je brandoffer, en doe verzoening voor jou en voor het volk. Bereid dan de offergave van het volk, en doe verzoening voor hen, zoals de HEERE geboden heeft.
Leviticus 9: 21 Maar de borststukken en de rechterachterbout bewoog Aäron als beweegoffer voor het aangezicht van de HEERE, zoals Mozes geboden had. 22 Daarna hief Aäron zijn handen op over het volk, en zegende hen. Toen kwam hij naar beneden, nadat hij het zondoffer, het brandoffer en het dankoffer gebracht had. 23 Vervolgens ging Mozes met Aäron de tent van ontmoeting binnen, en toen zij er weer uit kwamen, zegenden zij het volk. En de heerlijkheid van de HEERE verscheen aan heel het volk. 24 Een vuur ging uit van het aangezicht van de HEERE, en verteerde het brandoffer en de vetdelen op het altaar. Toen heel het volk dit zag, juichten zij en wierpen zich met het gezicht ter aarde.
Bij het gereedkomen van de tempel van Salomo ging het op dezelfde wijze:
2 Kronieken 7: 1 Toen Salomo geëindigd had dit gebed te bidden, kwam het vuur uit de hemel neer en verteerde het brandoffer en de slachtoffers, en de heerlijkheid van de HEERE vervulde het huis. 2 De priesters konden het huis van de HEERE niet binnengaan, want de heerlijkheid van de HEERE had het huis van de HEERE vervuld. 3 Toen alle Israëlieten het vuur en de heerlijkheid van de HEERE over het huis zagen neerkomen, knielden zij met hun gezichten ter aarde, op de vloer, bogen zich neer en loofden de HEERE dat Hij goed is, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.
2 Kronieken 7: 4 De koning en heel het volk brachten offers voor het aangezicht van de HEERE. 5 Koning Salomo bracht een dankoffer van tweeëntwintigduizend runderen en honderdtwintigduizend schapen. Zo wijdden de koning en heel het volk het huis van God in. 6 Ook stonden de priesters op hun wachtposten, en de Levieten met de muziekinstrumenten van de HEERE die koning David gemaakt had om de HEERE te loven, zo dikwijls als David door hun dienst Hem zou prijzen dat Zijn goedertierenheid voor eeuwig is. Tegenover hen bliezen de priesters op trompetten, en heel Israël stond.
7 Salomo heiligde het midden van de voorhof, die vóór het huis van de HEERE ligt, omdat hij daar het brandoffer en het vet van de dankoffers bereid had, want het koperen altaar, dat Salomo gemaakt had, kon de brandoffers, de graanoffers en het vet van de dankoffers niet bevatten. 8 In die tijd hield Salomo ook het feest, zeven dagen lang, en heel Israël met hem, een zeer grote menigte, vanaf Lebo-Hamath tot de Beek van Egypte. 9 Op de achtste dag hielden zij een bijzondere samenkomst, want de inwijding van het altaar hadden zij zeven dagen gehouden, en het feest nog eens zeven dagen. 10 Op de drieëntwintigste dag van de zevende maand liet hij het volk naar hun tenten gaan. .
Allen waren blij en welgemoed 7:10 welgemoed over het goede dat de HEERE aan David, aan Salomo en aan Zijn volk Israël, had gedaan.
Er daalde vuur neer, men knielde, de inwijding duurde zeven dagen, het gebeurde op de achtste dag en die viel ook precies op de achtste dag.
Openbaring 1: 4-6
4. Johannes aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: genade zij u en vrede, van Hem Die is en Die was en Die komt, en van de zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn,
5 en van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden en de Vorst van de koningen der aarde. Hem Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed,
6 en Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God en Zijn Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.
Voordat Yeshua naar Zijn Vader opsteeeg, zegende Hij de discipelen en benoemde hen als Zijn getuigen, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde. Toen Hij opsteeg onttrok een wolk Hem aan hun ogen. Twee engelen kwamen naar hen toe en zeiden: "Deze Yeshua, Die van u opgenomen is naar de hemel,zal op dezelfde wijzeterugkomen als u Hem naar de hemel hebt zien gaan." Vervolgens gingen ze naar Jeruzalem en bleven in de bovenzaal waar zich bevonden: Petrus en Jakobus en Johannes en Andreas, Filippus en Thomas, Bartholomeüs en Mattheüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon Zelotes, en Judas, de broer van Jakobus. Dezen bleven allen eensgezind volharden in het bidden en smeken, met de vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broers. (Handelingen 1:8-14)
Handelingen 1:8 maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde.
Handelingen 2: 1 En toen de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eensgezind bijeen. 2 En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten. 3 En aan hen werden tongen als van vuur gezien, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen. 4 En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.
5 Nu woonden er Joden in Jeruzalem, godvrezende mannen uit alle volken die er onder de hemel zijn. 6 Toen dan dit geluid klonk, kwam de menigte samen en raakte in verwarring, want ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken. 7 En zij waren allen buiten zichzelf en verwonderden zich, en zij zeiden tegen elkaar: Zie, zijn het niet allen Galileeërs die daar spreken? 8 En hoe kunnen wij hen dan horen, eenieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn?
9 Parthen, Meden en Elamieten en zij die inwoners zijn van Mesopotamië, Judea, Kappadocië, Pontus en Asia, 10 Frygië, Pamfylië, Egypte, en de streken van Libië, dat bij Cyrene ligt, alsook de nu hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als proselieten, 11 Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze taal over de grote werken van God spreken.
12 En zij waren allen buiten zichzelf en raakten in onzekerheid, en de één zei tegen de ander: Wat wil dit toch zeggen? 13 Anderen zeiden spottend: Zij zijn vol zoete wijn.
Handelingen 2:15 deze mensen zijn namelijk niet dronken, zoals u vermoedt, want het is pas het derde uur van de dag.
Deze geschiedenis gebeurde parallel met de openbaring van God op de Sinaï.
In vers 2 gaat het over een windvlaag, die men waarschijnlijk ervoer in de zuilengang van Salomo.
Waar de kreupele om een aalmoes vroeg:
Handelingen 3: 1 Petrus nu en Johannes gingen samen naar de tempel tijdens het uur van het gebed, het negende uur.
Handelingen 3:19 Kom dus tot inkeer en bekeer u, opdat uw zonden uitgewist worden en er tijden van verkwikking zullen komen van het aangezicht van de Heere, 20 en Hij Jezus Christus zal zenden, Die tevoren aan u verkondigd is. 21 Hem moet de hemel ontvangen tot de tijden waarin alle dingen worden hersteld, waarover God gesproken heeft bij monde van al Zijn heilige profeten door de eeuwen heen. 22 Want Mozes heeft tegen de vaderen gezegd: De Heere, uw God, zal voor u een Profeet laten opstaan uit uw broeders, zoals ik; naar Hem moet u luisteren in alles wat Hij tot u zal spreken.
Genesis 12: 18 En in uw Zaad zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.
Toen sloegen zij de handen aan de apostelen
Handelingen 4: 1 En terwijl zij tot het volk spraken, kwamen de priesters, de bevelhebber van de tempelwacht en de Sadduceeën op hen af, 2 geërgerd, omdat zij het volk onderwezen en in Jezus de opstanding uit de doden verkondigden. 3 En zij sloegen de handen aan hen en zetten hen gevangen tot de volgende dag, want het was al avond.
Handelingen 4:20 Want wij kunnen niet nalaten te spreken over wat wij gezien en gehoord hebben. 21 Maar zij dreigden hen nog meer en omdat zij niets konden vinden om hen te straffen, lieten zij hen gaan ter wille van het volk; want ze verheerlijkten allen God over wat er gebeurd was.
Handelingen 4, vers 31 En toen zij gebeden hadden, werd de plaats (haMaqon in de tempel) waar zij bijeenwaren, bewogen. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en spraken het Woord van God met vrijmoedigheid.
De twee gezuurde tarwebroden beelden Israël en de volken uit.
Als de Isra'lieten opgingen om het Wekenfeest in Jeruzalem te vieren nam men 2 broden mee. Het waren gezuurde broden die men had bereid en gebakken van twee tienden efa fijn tarwemeel. De broden werden op het Wekenfeest aan de priester gegeven, die ze vervolgens allebei tegelijk omhoog hief en bewoog voor het aangezicht van de Here. Verder werden er nog een aantal dieren geofferd. De betekenis van die twee broden was de samenvoeging van Israël en de volken. De ongezuurde broden (van gerstemeel) bij Pesach wezen op het zondeloze offer van Yeshua (het zondeloze LAM) die zou komen, maar dat kon men toen nog niet helemaal begrijpen. De gezuurde broden worden vergeleken met zondeloze mensen, waarbij het zuurdesem (gist) dat de zonde uitbeeldt, door het bakproces, (= door bekering en strijd) onwerkbaar is geworden.
Het was Gods bedoeling dat ook de heidenen deel zouden uitmaken van Zijn Koninkrijk
Jesaja 56:7 hen zal Ik ook brengen naar Mijn heilige berg, en Ik zal hen verblijden in Mijn huis van gebed. Hun brandoffers en hun slachtoffers zullen welgevallig zijn op Mijn altaar. Want Mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden voor alle volken.
In Christus zullen Jood en heiden dienst mogen doen in Gods Koninkrijk als proesters en koningen!
Openbaring 20:6 Zalig en heilig is hij die deelheeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang.
Jesaja 66:1 Zo zegt de HEERE:De hemel is Mijn troon en de aarde de voetbank van Mijn voeten. Waar zou dan het huis zijn dat u voor Mij zou willen bouwen en waar de plaats van Mijn rust? 2 Want Mijn hand heeft al die dingen gemaakt, en daardoor bestaan al die dingen, spreekt de HEERE. Maar Ik zal zien op deze, op de ellendige en verslagene van geest, en wie voor Mijn woord beeft.
Jesaja 61: 1 De Geest van de Heere HEERE is op Mij, omdat de HEERE Mij gezalfd heeft om een blijde boodschap te brengen aan de zachtmoedigen. Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van hart, om voor de gevangenen vrijlating uit te roepen en voor wie gebonden zaten, opening van de gevangenis;
Jesaja 61:6 6 Ú echter zult genoemd worden: priesters van de HEERE, men zal u noemen: dienaren van onze God. U zult het vermogen van heidenvolken eten, u zult u beroemen in hun luister.
Jesaja 66:18 De tijd komt dat Ik alle heidenvolken en talen bijeen zal brengen. En zij zullen komen en Mijn heerlijkheid zien. 19 En Ik zal een teken op hen aanbrengen: Ik zal uit hen die aan het gericht ontkomen zijn, boden zenden naar de heidenvolken, Tarsis, Pul, Lud, de boogschutters, naar Tubal, Javan, de verafgelegen kustlanden, die geen tijding over Mij hebben gehoord en die Mijn heerlijkheid niet hebben gezien. Zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heidenvolken verkondigen. 20 En zij zullen al uw broeders uit alle heidenvolken brengen als graanoffer aan de HEERE, op paarden en op wagens, met huifkarren, op muildieren en op snelle kamelen, naar Mijn heilige berg toe, naar Jeruzalem, zegt de HEERE, zoals de Israëlieten het graanoffer in rein vaatwerk naar het huis van de HEERE brengen. 21 Ook zal Ik enigen uit hen tot priesters en Levieten aanstellen, aanstellen, zegt de HEERE. 22 Want zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die Ik ga maken, voor Mijn aangezicht zullen blijven staan, spreekt de HEERE, zo zullen ook uw nageslacht en uw naam blijven staan.
Bij de omertelling moest men 7 weken lang 7 dagen tellen en dat waren er dan 49! Maar de dag daarna was het de VIJFTIGSTE DAG!
De vijftigste dag wijst heen naar de volle oogst van Jood en heiden, als geheel Israël. En Yeshua, de Koning der Koningen en de Leeuw van Juda zal onze Koning zijn.Eénheid is mogelijk ALLEEN IN YESHUA !!!
We zullen als één volk uitzien naar zowel het duizendjarig rijk, als de 8ste dag, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
Ida