De Vijftigste Dag
Het begon met de eerste sabbat na Pesach. In de Bijbel is Pesach de dag dat de Israëlieten het bloed aan de deurpost streken en dat Yeshua gekruisigd werd. Dat was op de Bijbelse kalender 14 Nisan. De Tora verwijst dan naar de de dag ná sabbat daarna:
Leviticus 23: 11 De priester moet de schoof voor het aangezicht van de HEERE bewegen, opdat Hij een welgevallen in u vindt. OP DE DAG NA DE SABBAT moet de priester de schoof bewegen. Beweegoffer "biqoeriem le'Adonai בִּכּוּרִים, לַיהוָה" .
Die dag na de sabbat was de eerste dag van de week, dus een zondag. Die dag werd Jom Bikkoeriem יוֺם בִּכּוּרִים genoemd: dag van de eerstelingen. Op die dag begon ook het feest van de ongezuurde broden. Het is het derde feest van de zeven Bijbelse feesten en markeert het begin van de gersteoogst. Het is ook de eerste dag van het feest van de ongezuurde broden, waarop we worden opgedragen 50 dagen te tellen.
Die Jom Bikkoeriem is een hele bijzondere dag. In het jaar dat Yeshua gekruisigd was stond hij op toen het Jom Bikkoeriem gevierd werd, Het feest van de eersteling. De eerste gerst werd geoogst en daarvan werd in de tempel een deel opgeheven naar de hemel. Van deze offers begrepen de mensen nog niet de bedoeling. Maar wij weten dat Yeshua die dag is opgestaan en dat Hij toen ook werd opgeheven naar de hemel als Eersteling van hen die uit de dood opstaan.
1 Korinthe 15:20 en 23. 20. Maar nu, Christus ís opgewekt uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn. 23. Ieder echter in zijn eigen orde: Christus als Eersteling, daarna wie van Christus zijn, bij Zijn komst.
Daarom mocht Maria Hem in de graftuin nog niet aanraken, want Hij was nog niet opgevaren. (Johannes 10:17). Maar later op de dag mochten anderen Hem wel aanraken (Mattheüs 28:9 en Lukas 24:36-43).
Na de 49ste dag van de Omertelling is het de eerste dag van de week, de vijftigste dag (Pentekosta = 50) dat er een nieuw beweegoffer gebracht moet worden, bestaande uit twee broden.
Leviticus 23: 16-20
16. Tot de dag na de zevende sabbat moet u vijftig dagen tellen. Dan moet u de HEERE een nieuw graanoffer aanbieden.
17 Uit uw woongebieden moet u twee broden meebrengen, bestemd voor een beweegoffer. Ze moeten van twee tiende efa meelbloem zijn, met zuurdeeg gebakken; het zijn de eerstelingen voor de HEERE.
18 U moet dan samen met het brood zeven lammeren zonder enig gebrek van een jaar oud, en één jonge stier – het jong van een rund – en twee rammen aanbieden. Ze zijn een brandoffer voor de HEERE, met het bijbehorende graanoffer en de bijbehorende plengoffers, een vuuroffer, een aangename geur voor de HEERE.
19 Verder moet u één geitenbok als zondoffer en twee lammeren van een jaar oud als dankoffer bereiden.
20 De priester moet ze met het brood van de eerstelingen als beweegoffer voor het aangezicht van de HEERE bewegen, met de twee lammeren. Ze zijn een heilige gave voor de HEERE, bestemd voor de priester.
De broden met zuurdesem (beeld van de zonde) zijn door het bakproces gegaan, zoals gelovigen door het heiligingsproces van de Heilige Geest: de wedergeboorte, dood zijn voor de wet(matigheid) van de zonde die tot de dood leidt. Dat brengt wel innerlijke strijd met zich mee. Nu mag hij zich verheugen in de wet(matigheid) van de Geest, die tot Leven leidt.