English or other languages: click here!

Jom Teruah en het Bijbelse Nieuwjaar

Dit artikel is overgenomen van 119ministries, omdat dit een goede uitleg geeft in verband met de verwarring die er is over de juiste datum van het Bijbelse Nieuwjaar.

Als mensen bezig gaan met het toepassen van het volledige Woord van God, dan verdiepen ze zich vaak als eerste in de Mo’adiem, JHWH’s gezette tijden, heilige dagen of feestdagen. Het zijn de dagen die onze Schepper ons heeft gegeven om met Hem te vieren, en om profetisch te leren wat onze Messias deed en nog steeds moet doen.

Alhoewel deze heilige dagen op verschillende manieren worden uitgelegd, proberen wij hier een algemeen overzicht te schetsen. We willen je helpen om deze dagen, die in de ogen van JHWH zo belangrijk zijn, beter te begrijpen.

Vaak wordt gedacht dat deze dagen alleen maar voor de Joden zijn. We weten echter dat de Joden niet alle twaalf stammen van Israël vertegenwoordigen. Daarnaast weten we dat ze zijn gegeven aan allen die ervoor kiezen om JHWH te volgen, en daar horen ook heidenen bij.

Numeri 15:15-16 Voor u, gemeente, en voor de vreemdeling die bij u verblijft, geldt één verordening, een eeuwige verordening, al uw generaties door: net zoals u, zo moet ook de vreemdeling voor het aangezicht van (JHWH) de HEERE zijn. Eén wet en één bepaling geldt voor u en voor de vreemdeling die bij u verblijft.

In deze studie laten we een aantal basisprincipes van Jom Teroea zien. Een aantal van u zal deze mo’ed kennen als Rosj ha Sjana of als Bazuinendag. Ook de verschillende benamingen van het feest komen in deze studie aan bod.

Jom Teroea is een mo’ed, of een vastgestelde tijd, maar het is geen Feest. Zoals we al hebben besproken in de studie over Pascha (ook onderdeel van deze serie) zijn er drie Feesten volgens de Torah. Alle Feesten zijn mo’adiem, maar niet alle mo’adiem zijn Feesten.

In Leviticus 23 worden de heilige dagen van onze Schepper uitgebreid behandeld… dus het is logisch dat we daar beginnen.

Leviticus 23:23-25De HEERE sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten en zeg: In de zevende maand, op de eerste dag van de maand, moet u een rustdag houden, een gedenkdag aangekondigd door Bazuingeschal, een heilige samenkomst. U mag geen enkel dienstwerk doen en u moet de HEERE een vuuroffer aanbieden.

Het staat ook in Numeri 29:

Numeri 29:1-6In de zevende maand nu, op de eerste dag van de maand, moet u een heilige samenkomst houden; geen enkel dienstwerk mag u dan doen. Het is voor u een dag aangekondigd door bazuingeschal. Dan moet u een brandoffer bereiden, als een aangename geur voor de HEERE: één jonge stier – het jong van een rund – één ram en zeven lammeren van een jaar oud, zonder enig gebrek, en het bijbehorende graanoffer van meelbloem, met olie gemengd: drie tiende efa bij de jonge stier, twee tiende efa bij de ram, en één tiende efa per lam bij de zeven lammeren; en als zondoffer één geitenbok, om verzoening voor u te doen, naast het maandelijkse brandoffer en het bijbehorende graanoffer, en het voortdurende brandoffer en het bijbehorende graanoffer, met de bijbehorende plengoffers, volgens de bepaling, als een aangename geur, een vuuroffer voor de HEERE.

Jom Teroea is de enige vastgestelde tijd die op de eerste dag van een maand, een Nieuwe Maan, valt.

Op alle mo’adiem en Nieuwe Manen moet geschal van bazuinen klinken.

Numeri 10:10 En op de dag van uw blijdschap, op uw feestdagen en aan het begin van uw maanden moet u ook op de trompetten blazen (H2690), bij uw brandoffers en bij uw dankoffers. Ze dienen u tot gedachtenis voor het aangezicht van uw God. Ik ben de HEERE, uw God.

Naast de instructies die alleen voor de Levieten gelden, zien we dat er niet uitgebreid wordt beschreven hoe deze dag moet worden ingevuld.

We moeten rusten, en we moeten een geluid laten horen. Dat is dus niet zo moeilijk. De vastgestelde tijden zijn er om ons te leren wat de Messias heeft gedaan en/of wat Hij in de toekomst zal doen.

In de Schrift staan niet veel profetische zaken ten aanzien van Jom Teroea, behalve dan het woord Teroea …dus daar zullen we beginnen.

De zin die wordt vertaald met “bazuingeschal” komt van het woord “teroea” waar de naam van deze dag dan ook naar verwijst, Jom Teroea, of Dag van Geschal of Bazuinendag.

Teroea wordt vertaald met schallen, alarm of oorlogs- of strijdkreet, een oproep tot optrekken of gejuich van vreugde.

In de Schrift wordt roepen/juichen vaak in verband gebracht met vreugde en lofzang.

Psalm 47:2Alle volken, klap in de handen; juicht voor God met luide vreugdezang.

Psalm 66:1 Juich voor God, heel de aarde!

Psalm 81:2Zing vrolijk voor God, onze kracht; juich voor de God van Jakob!

Psalm 100:1 Juich voor de HEERE, heel de aarde!

Hier volgt een aantal interessante verzen die het Hebreeuwse woord “Teroea” herbergen;

Numeri 10:5 Als u met een onderbroken klank blaast, moeten de kampen die aan de oostkant hun kamp opgeslagen hebben, opbreken.

Numeri 23:21 Hij aanschouwt geen onrecht in Jakob; ook ziet Hij geen kwaad in Israël aan. (JHWH) De HEERE, zijn God, is met hem, en de jubelklank van de Koning is bij hem.

1 Samuel 4:5 En het gebeurde, toen de ark van het verbond van (JHWH) de HEERE in het kamp kwam, dat heel Israël zo'n uitbundig gejuich aanhief dat de aarde dreunde.

Job 33:26 Hij zal vurig tot God bidden, en Die zal hem goedgezind zijn en zijn aangezicht aanzien met gejuich, want Hij zal de sterveling zijn gerechtigheid teruggeven.

Jubelen, schallen, juichen.. het betekent allemaal dat er veel geluid wordt gemaakt… voor verscheidene doeleinden.

Dus op Jom Teroea wordt er niet alleen gejuicht door Zijn volk, maar er wordt ook op bazuinen geblazen. Dat zagen we ook bij Jericho.

En in de context van de Dag des Heeren, als onze Messias zal terugkomen, lezen we dit interessante vers, dat ons ook doet denken aan Jericho:

Zefanja 1:16 Een dag van bazuingeschal en krijgsgeschreeuw tegen de versterkte steden en tegen de hoge hoektorens.

Houd het thema juichen, trompetten schallen, vreugde en het begin van oorlog in gedachten als we verderop in deze studie nadenken over de profetische betekenis van deze dag.

Als we aan Jericho denken, dan was daar een moment van gejuich door het volk, dat werd voorafgegaan door het geluid van een ramshoorn of een bazuin.

Jozua 6:5 En het zal gebeuren, als men de langgerekte toon op de ramshoorn blaast, als u het bazuingeschal hoort, dat heel het volk een luid gejuich (teroea) zal aanheffen. Dan zal de stadsmuur instorten en het volk moet eroverheen klimmen, ieder recht voor zich uit.

In Leviticus 23:24 wordt Jom Teroea aangeduid als Zichron Teroea. Het woord Zichron wordt soms vertaald als “herinnering” of ”gedenkteken”, vaak als verwijzing naar het uitspreken van de naam van JHWH. (Bijvoorbeeld in Exodus 3:15; Jesaja 12:4; Jesaja 26:13; Psalm 45:18)

De dag van Zichron Teroea, het “Gejuich ter herinnering” is wellicht van bijzonder belang.

Het is de dag die we ons moeten herinneren, waarop we ergens aan moeten denken.

Vanuit profetisch perspectief wordt Jom Teroea vaak geassocieerd met de wederkomst van onze Messias. Die redenering komt voort uit 1 Thessalonicenzen.

1 Thessalonicenzen 4:16–18 Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn. Zo dan, troost elkaar met deze woorden.

Mattheus 24:29-31 En meteen na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden. En dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de stammen van de aarde rouw bedrijven en zij zullen de Zoon des mensen zien, als Hij op de wolken van de hemel komt met grote kracht en heerlijkheid. En Hij zal Zijn engelen uitzenden onder luid bazuingeschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenbrengen uit de vier windstreken, van het ene uiterste van de hemelen tot het andere uiterste ervan.

Als de Messias komt, dan zal de roep van een bazuin klinken. Er zal grote vreugde zijn bij degenen die geloven, en de Messias zal oorlog en oordeel aanzeggen over de volken.

Dat zijn zaken die profetisch in het bijzonder zijn verbonden met deze vastgestelde dag.

Het is traditie dat met Jom Teroea een tiendaagse periode begint waarin wordt afgeteld naar Jom Kippoer, de Grote Verzoendag.

Deze tien dagen heten traditioneel de jomiem nora’iem of de Ontzagwekkende Dagen.

Het geklank van de sjofar met Jom Teroea is een oproep tot waakzaamheid en een herinnering aan het feit dat de Grote Verzoendag nadert. Het is een alarm. Het is een oproep tot tesjoeva, berouw en terugkeer naar de geboden van JHWH. Het is aannemelijk dat dit geen menselijke traditie is.

Joel 2, waar we straks dieper op ingaan, kan als bewijs worden gezien dat Jom Teroea vroeger al werd gezien als oproep tot bekering, en als herinnering aan de komende Dag des Heeren waarop onze Messias terugkeert.

Deze tien dagen zijn dagen van grondig zelfonderzoek naar de gesteldheid van ons hart en wezen.

Hieronder een deel van de profetie die verband houdt met het begin van de Dag des Heeren, als onze Messias terugkomt… let op het gebruik van de bazuin als middel om mensen wakker te schudden zodat het volk zich zal bekeren.

Joel 2:1-17 Blaas de bazuin in Sion, sla alarm op Mijn heilige berg, laat alle inwoners van het land sidderen, want de dag van de HEERE komt, ja, is nabij!

Het is een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken, ja, donkere wolken. Zoals de dageraad zich over de bergen verspreidt, verspreidt zich een groot en machtig volk, zoals er niet geweest is van oude tijden af, en er hierna niet meer zal zijn, jarenlang, van generatie op generatie.

Ervoor verteert een vuur, en erachter verzengt een vlam; ervoor is het land als de hof van Eden, en erachter is het een woeste wildernis. Ook is er geen ontkomen aan.

Als het uiterlijk van paarden is zijn uiterlijk, en als renpaarden, zo rennen zij voort.

Als het geluid van wagens springen zij over de toppen van de bergen, als het geluid van een vuurvlam die stoppels verteert, als een machtig volk opgesteld voor de strijd.

Bij de aanblik krimpen de volken in een, alle gezichten verschieten van kleur.

Als helden rennen zij, als strijdbare mannen klimmen zij tegen de muren op; ieder gaat op zijn eigen weg en zij wijken niet van hun paden af.

Zij verdringen elkaar niet, ieder gaat zijn eigen weg. Al stuiten zij op weerstand, zij zijn niet tegen te houden.

Zij stormen op de stad af, zij rennen op de muren, zij klimmen tegen de huizen op. Als een dief komen zij door de vensters binnen.

Bij die aanblik siddert de aarde, beeft de hemel. Zon en maan worden in zwart gehuld en de sterren trekken hun licht in.

En de HEERE laat Zijn stem klinken voor Zijn leger uit, wat Zijn leger is zeer groot, ja, machtig is Hij, Die Zijn woord ten uitvoer brengt. Groot is immers de dag van de HEERE en zeer ontzagwekkend. Wie zal hem kunnen verdragen?

Ook nu echter, spreekt de HEERE, bekeer u tot Mij met heel uw hart, namelijk met vasten, met geween en met rouwklacht.

En scheur uw hart en niet uw kleren. Bekeer u tot de HEERE, uw God, want Hij is genadig en barmhartig, geduldig en rijk aan goedertierenheid, en Hij heeft berouw over het kwaad.

Wie weet zal Hij Zich omkeren en berouw hebben, zodat Hij een zegen achter Zich overlaat: een graanoffer en een plengoffer voor de HEERE, uw God.

Blaas de bazuin in Sion, kondig een vastentijd af, roep een bijzondere samenkomst bijeen.

Verzamel het volk, heilig de gemeente, breng de oudsten bijeen, verzamel de kleine kinderen en de zuigelingen. Laat de bruidegom uit zijn binnenkamer gaan, de bruid uit haar slaapkamer.

Laten de priesters, de dienaren van de HEERE, wenen tussen de voorhal en het altaar en laten zij zeggen: Ontzie Uw volk, HEERE, geef Uw erfelijk bezit niet over aan smaad, zodat de heidenvolken over hen zouden heersen. Waarom zouden ze onder de volken zeggen: Waar is hun God?


Vandaag de dag kennen nog maar weinig mensen de Bijbelse naam Jom Teroea, en in plaats daarvan is de dag algemeen bekend als "Rosj ha Sjana" wat letterlijk “hoofd van het jaar” betekent en daarom ook bekend staat als “Joods Nieuwjaar”.

De transformatie van Jom Teroea (Dag van Geschal) naar Rosj ha Sjana (Nieuwjaar) is het gevolg van heidense Babylonische invloed op het Joodse volk.

De eerste fase in het overnemen en het veranderen van deze heidense wegen was de adoptie van de Babylonische namen voor de maanden.

In de Torah, worden de maanden genummerd als Eerste Maand, Tweede Maand, Derde Maand, etc. (Leviticus 23; Numeri 28).

Terwijl het Huis van Juda, of de Joden, in Babylon verbleven, begonnen zij de namen van de heidense Babylonische maanden te gebruiken, een feit dat expliciet in de Talmoed wordt genoemd:

“De namen van de maanden namen ze mee uit Babylonië.” (Jeruzalem Talmoed, Rosj Ha Sjana 1:2 56d)

Dat de namen van de maanden een Babylonische oorsprong hebben is heel duidelijk te zien bij de vierde maand die Tammoez heet.

In de religie van Babylon was Tammoez de god van het graan. Hij stierf elk jaar opnieuw, maar werd ook weer opgewekt uit de dood, waarmee hij de wereld vruchtbaarheid zou schenken.

In het boek Ezechiël, beschrijft de profeet een reis naar Jeruzalem waarbij hij Joodse vrouwen ziet zitten in de tempel, terwijl ze “weenden over Tammoez” (Ezechiël 8:14).

 

Ze weenden over Tammoez, omdat hij volgens de Babylonische mythologie verslagen was, maar nog niet weer was opgewekt.

In het oude Babylonië was de vroege zomer de periode waarin Tammoez werd beweend. In die periode valt er geen regen in het Midden Oosten en lijdt de vegetatie onder de verzengende hitte van de zon.

Tot op deze dag wordt de vierde maand op de rabbijnse kalender aangeduid als Tammoez en nog altijd is het een tijd van wenen en rouw.

Een aantal Babylonische namen voor de maanden is in de latere boeken van de Tenach terechtgekomen, maar ze staan daarbij wel altijd naast de namen die de Torah oorspronkelijk gebruikt.

Bijvoorbeeld, in Esther 3:7 staat:

“In de eerste maand, dat is de maand Nisan, in het twaalfde jaar van koning Ahasveros” .

In dit vers wordt eerst de Torah-naam voor de maand (“Eerste Maand”) genoemd, waarna de heidense equivalent van deze maand wordt genoemd (“Dat is de maand Nisan”).

In de tijd van Esther woonden alle Joden binnen de grenzen van het Perzische Rijk en de Perzen hadden de Babylonische kalender overgenomen voor de burgerlijke administratie binnen hun rijk.

In eerste instantie gebruikten de Joden deze Babylonische namen naast de Torah-namen voor de maanden, maar zoals dat nou eenmaal gaat, raakten de Torah-namen naar verloop van tijd in de vergetelheid.

Deze introductie van de Babylonische maanden baande de weg voor het overnemen van andere Babylonische gebruiken.

Een groot aantal van de vroegst bekende rabbijnen, zoals Hillel I, werd geboren en genoot hun opleiding in Babylonië. Babylonië bleef zelfs het hartland van het rabbijnse Jodendom tot aan de val van de School van Gaon in de 11e eeuw. In de Babylonische Talmoed is de invloed van het Babylonische heidendom overduidelijk. Er verschijnen zelfs heidense godheden in de Talmoed die in “Joodse” engelen en demonen zijn veranderd. (1 Zvi Cahn, De opkomst van de sekte van de Karaieten, New York 1937, blz 98–101.)

Een van de ernstige BEDREIGINGEN voor de kalender die onze Schepper ons gaf was de introductie van Jom Teroea als Nieuwjaarsfeest.

Vanaf vroege tijden maakten de Babyloniërs gebruik van een maan-zonnekalender die erg veel leek op de Bijbelse kalender. Vandaar ook dat Jom Teroea vaak samenviel met het Babylonische Nieuwjaarsfeest “Akitoe”.

 

Het Babylonische Akitoe viel op de 1e dag van Tisjri, dezelfde dag als Jom Teroea op de 1e dag van de zevende maand.

Toen de Joden de Babylonische naam “Tisjri” gingen gebruiken voor de zevende maand, lag het voor de hand om Jom Teroea te veranderen in een Hebreeuws Akitoe.

Tegelijkertijd wilden de rabbijnen Akitoe niet zomaar overnemen en daarom maakten ze het Hebreeuws door de naam Jom Teroea (Dag van Geschal) te veranderen naar Rosj ha Sjana (Nieuwjaar).

Het feit dat er in de Torah geen overduidelijke reden wordt genoemd voor de viering van Jom Teroea maakte het voor de rabbijnen ongetwijfeld makkelijker om het tot een soort Nieuwjaar te maken.

Een korte Bijbelstudie laat ons echter zien dat het niet logisch is om Jom Teroea het Hoofd van het Jaar te noemen.

Dit Bijbelse feest valt immers op de eerste dag van de zevende maand.

Leviticus 23:23-24De HEERE sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten en zeg: In de zevende maand, op de eerste dag van de maand, moet u een rustdag houden, een gedenkdag aangekondigd door bazuingeschal, een heilige samenkomst.

In de context van de Babylonische cultuur was dit echter helemaal niet vreemd, en het werd door het Huis van Juda overgenomen tot op de dag van vandaag.

De Babyloniërs vierden Akitoe, Nieuwjaar, namelijk twee keer per jaar, op de eerste van Tisjri en zes maanden later opnieuw, op de eerste van Nissan.

De eerste Babylonische Akitoe-viering viel samen met Jom Teroea en het tweede Akitoe viel samen met het nieuwe jaar zoals dat in de Torah wordt genoemd op de eerste dag van de eerste maand. Terwijl de rabbijnen Jom Teroea omdoopten tot Nieuwjaar, erkenden ze nog steeds dat de 1e dag van de “eerste maand” volgens de Torah, zoals de naam al aangeeft, het begin van het jaar is. Dat zouden ze op basis van Exodus 12:2 ook niet kunnen ontkennen, daar staat immers:

“Deze maand zal voor u het begin van de maanden zijn. Hij zal voor u de eerste zijn van de maanden van het jaar.”

De context van dit vers spreekt over de viering van het Feest van Ongezuurde Broden in de eerste maand. In dat verband konden de rabbijnen niet ontkennen dat de eerste dag van de eerste maand het Bijbelse Nieuwjaar was. Maar in de culturele context van Babylon, waar Akitoe twee maal per jaar werd gevierd als Nieuwjaar, was het volkomen logisch dat Jom Teroea een tweede nieuwjaar was, ook al viel het in de zevende maand.

In tegenstelling tot het Babylonische heidendom wordt er in de Torah niet geïmpliceerd dat Jom Teroea ook maar iets te maken heeft met Nieuwjaar. Echter over Soekot (Loofhuttenfeest), dat precies twee weken na Jom Teroea valt, wordt in de Torah geschreven dat het valt rond “het einde van het jaar” of “de ommekeer van het jaar” (Exodus 23:16).

Een aantal moderne rabbijnen heeft geargumenteerd dat Jom Teroea in Ezechiël 40:1 Rosj ha Sjana wordt genoemd. In dat vers wordt een visioen beschreven dat de profeet had; “In het vijfentwintigste jaar van onze ballingschap, aan het begin van het jaar (Rosj ha Sjana), op de tiende van de maand,”

Ezechiël 40:1 laat echter zien dat het zinnetje “Rosj ha Sjana” juist niet “Nieuwjaar” betekent. In plaats daarvan moet het letterlijk worden gelezen als “begin van het jaar” waarbij het verwijst naar de eerste maand op de Torah-kalender. De 10e dag van Rosj ha Sjana in Ezechiel 40:1 verwijst naar de 10e dag van de eerste maand.

Hoe zit het dan met Leviticus 25:9?

Een aantal mensen heeft geargumenteerd dat Jom Teroea als Nieuwjaarsdag moet worden gezien omdat het begin van het Sabbatsjaar op die dag begint. Echter, in de Torah staat niet dat Jom Teroea het begin is van het Sabbatsjaar, en de aanwijzingen die er zijn wijzen erop dat het Sabbatsjaar op de eerste dag van de eerste maand begint. In de Torah staat het volgende: 

Leviticus 25:9 Dan moet u in de zevende maand, op de tiende dag van de maand, bazuingeschal laten klinken. Op de Verzoendag moet u de bazuin in heel uw land laten klinken

In dit vers staat dat er bazuingeschal, of een sjofar, moet klinken om aan te kondigen dat het Jubeljaar, het 50e jaar in het systeem van Sabbatsjaren, aanstaande is.

Er staat niet dat het Jubeljaar op een Grote Verzoendag begint, er wordt enkel gemeld dat de melding dat het Jubeljaar er aan komt wordt afgekondigd op de Grote Verzoendag. De sjofar moet worden doorgegeven in het hele land vanaf Jom Kippoer in het 49e jaar, zes maanden voordat het komende Jubeljaar zal beginnen. Deze uitleg wordt ondersteund door de directe context van Leviticus 25. In vers 8 staat dat er 49 jaren moeten worden geteld, in vers 9 staat dat de sjofar in het hele land moet klinken, en in vers 10 staat dat het 50e jaar moet worden uitgeroepen als Jubeljaar. Dit laat zien dat de sjofar die aanduidt dat het Jubeljaar eraan komt in het hele land moet klinken voordat het Jubeljaar kan worden aangekondigd.

Dat is logisch omdat het de mensen de tijd geeft om zich voor te bereiden op het komende Jubeljaar. Een periode van waarschuwing die zes maanden duurt.

Samenvattend: Jom Teroea is de eerste vastgestelde tijd, of mo’ed, die in het najaar valt. Aan de hand van de Bijbel kan het in verband worden gebracht met een oproep om terug te keren naar het Woord van God… tot tesjoeva, bekering.

Op die dag moeten we rusten, en veel geluid produceren. Dat geluid kan gejuich zijn, maar het staat ook in verband met een sjofar en/of bazuinen.

De luide roep houdt verband met vreugde en lofzang voor onze Schepper, een oproep tot oorlog en een waarschuwing om wakker te worden, en ons te bekeren.

Vanuit profetisch oogpunt kan Jom Teroea in verband worden gebracht met de wederkomst van onze Messias, waarvoor we worden opgeroepen om klaar te zijn en berouw te hebben. Daardoor zullen we Zijn terugkomst als vreugde ervaren en de eer geven aan onze Schepper. Het is ook het begin van de oorlog of het oordeel van onze Messias over de volken.

Jom Teroea wordt vanuit de Joodse traditie vaak Rosj ha Sjana genoemd. Deze Joodse traditie stamt waarschijnlijk uit Babylon vanuit de aanbidding van afgoden en hun feestdagen. Daarom hebben wij voorkeur voor het gebruik van het Hebreeuwse woord Jom Teroea, of de Nederlandse equivalent “Dag van Geschal” of “Bazuinendag”.

We bidden dat je bent gezegend door dit onderwijs over Jom Teroea, en vergeet niet om alles te blijven onderzoeken.

Sjalom.

Sjalom, dat Jahweh u mag zegenen in uw wandel in het volledige Woord van God