English & other languages: click here

Voor- en najaarsfeesten  

door Bert Otten

Sabbat & Heilige Samenkomst in Numeri-Deuteronomium

De boeken Numeri en Deuteronomium bevestigen de wekelijkse en jaarlijkse sabbatten, het sabbatsjaar, heilige samenkomsten en de feesten. Hier en daar worden er accentverschillen geplaatst, zoals het 4e gebod in Deuteronomium 5 een andere reden voor sabbatviering geeft. Numeri 28 en Numeri 29 zijn een sterke bevestiging van Gods sabbatten en feesten in Leviticus 23 enerzijds, anderzijds is het de plek bij uitstek in de Torah waar dagelijkse, wekelijkse, maandelijkse en jaarlijkse aanbidding van God via de tabernakeldienst geregeld wordt.

Houtsprokkelen is werken

Terwijl de Israëlieten in de woestijn waren, betrapten zij iemand, die op de sabbatdag aan het hout sprokkelen was, en zij, die hem betrapt hadden, terwijl hij aan het hout sprokkelen was, brachten hem tot Mozes en Aäron en de gehele vergadering; dezen stelden hem in bewaring omdat nog niet bepaald was wat met hem gedaan moest worden

Toen zei de HERE tot Mozes: Die man zal zeker ter dood gebracht worden; de gehele vergadering zal hem buiten de legerplaats stenigen. Toen leidde de gehele vergadering hem buiten de legerplaats, en zij stenigden hem, zodat hij stierf, zoals de HERE Mozes geboden had. (Numeri 15:32-36).


Na de wetgeving, na het gouden kalf, na de instelling van de tabernakeldienst, na het ongunstige verslag van de tien verspieders, nadat het volk vele keren gemord had, is er het incident van de houtsprokkelaar op sabbat.
God besluit een voorbeeld te stellen en de houtsprokkelaar dient gestenigd te worden. Aldus gebeurt. Heeft God hier iets aan? Nee! Het diende louter en alleen als afschrikwekkend voorbeeld voor de rest van het volk. God liet zien dat Hij serieus was met te stellen dat de sabbat allerheiligst was. De man was met voorbedachte rade toch gaan werken.


De beslissing voor deze straf, voor zulk een vergrijp, kan alleen door God in een theocratie genomen worden. God leefde ten tijde van Mozes heel dicht bij het volk in de woestijn. We zien dat er later door de zonden van het volk een afstand komt tussen God en het volk. God straft dan niet direct maar laat de zonden door de tijd opstapelen. De opgestapelde zonden leiden later tot verbanning van het volk uit Erets Jisraël, het land Israël (Ezechiël 20).

Toen zei de HERE tot Mozes:
Die man zal zeker ter dood gebracht worden; de gehele vergadering zal hem buiten de legerplaats stenigen

Maar ook na de steniging van de houtsprokkelaar – bedoeld door God als schrikwekkend voorbeeld – ging het volk door met het schenden van de sabbat. Dit is te lezen in Ezechiël 20:10-17. Let steeds op de frases ‘in de woestijn’ en ‘mijn sabbatten’:


10 Ik leidde hen uit het land Egypte en bracht hen in de woestijn. 11 Ik gaf hun mijn inzettingen en maakte hun mijn verordeningen bekend; de mens die ze opvolgt, zal daardoor leven. 12 Ook gaf Ik hun mijn sabbatten als een teken tussen Mij en hen, opdat zij zouden weten, dat Ik, de HERE, hen heilig. 13 Maar het huis Israëls was weerspannig tegen Mij in de woestijn; zij wandelden niet naar mijn inzettingen en verwierpen mijn verordeningen; de mens die ze opvolgt, zal daardoor leven. Mijn sabbatten ontheiligden zij ten zeerste, zodat Ik overwoog mijn grimmigheid in de woestijn over hen uit te storten ter vernietiging. 14 Maar Ik heb gehandeld ter wille van mijn naam, om die niet te ontheiligen ten aanschouwen van de volken voor wier ogen Ik hen had uitgeleid. 15 Nochtans zwoer Ik hun in de woestijn, dat Ik hen niet zou brengen naar het land dat Ik hun gegeven had, vloeiende van melk en honig (een sieraad is het onder alle landen), 16 omdat zij mijn verordeningen verwierpen, niet naar mijn inzettingen wandelden en mijn sabbatten ontheiligden, want hun hart ging uit naar hun afgoden. 17 Maar Ik ONTZAG hen, zodat Ik hen niet verdierf en geen einde aan hen maakte in de woestijn (Eze 20:10-17).

Gods geduld

Wanneer we het verhaal van de houtsprokkelaar verbinden met de informatie uit Ezechiël zien we juist Gods geduld en mildheid.


Dagelijkse, Wekelijkse, Maandelijkse & Jaarlijkse Offers

Numeri 28-29 zijn de hoofdstukken over de vier tijden die God schiep: 1. de dag, 2. de week, 3. de maand en 4. het jaar. Deze hoofdstukken geven de offers die dagelijks, wekelijks, maandelijks en jaarlijks gebracht moesten worden. Maar erin worden ook de sabbatten, werkonthouding en heilige samenkomsten bevestigd.
Het dagelijks offer was een schaap ’s morgens en een schaap ’s avonds (werd om 15:00 mee begonnen). Daarbij kwam ook zout, plengoffer (wijn) en spijsoffer (ongezuurd brood).

Het sabbatsoffer

En op de sabbatdag twee gave, eenjarige schapen en twee tienden fijn meel als spijsoffer, aangemaakt met olie, en het bijbehorend plengoffer. Het is het brandoffer van de sabbat op elke sabbat boven het dagelijks brandoffer en het bijbehorend plengoffer (Num 28:9-10).
Op sabbat waren er dus twee extra schapen, vier schapen in totaal. Ik houd van ezelsbruggetjes, er werden op de dag van het 4e gebod dus 4 schapen geofferd.
Op sabbat was er dus dubbel werk voor de priesters, wat offeren betreft, en dan waren er ook nog de toonbroden die gebakken en verwisseld moesten worden. Duidelijk dat Gods dienaren extra werken op de sabbat, wanneer het volk rust. Gods dienaren rusten daarna wel, na het dienen.

In het Vrederijk

Even een uitstapje naar het Vrederijk; dan zal het sabbatsoffer bestaan uit 7 dieren (7e dag!), 6 schapen en 1 ram:
4 Het brandoffer dat de vorst de HERE brengt, zal op de sabbatdag bestaan uit zes gave schapen en een gave ram; 5 en als spijsoffer een efa bij elke ram en bij de schapen een spijsoffer als hij bij machte is te geven, en
een hin olie bij elke efa. (Ezechiël 46:4-5).


Niet alleen het sabbatsoffer zal anders zijn, maar ook het dagelijkse offer. Dat gaat juist van
2 schapen naar 1 schaap:


13 Een eenjarig, gaaf schaap zult gij de HERE dagelijks tot een brandoffer bereiden; elke morgen zult gij het bereiden; 14 als spijsoffer zult gij daar elke morgen bij doen een zesde efa en een derde hin olie om het fijn meel te bevochtigen; het is een spijsoffer voor de HERE, altoosdurende, vaste inzettingen. 15 En bereidt het schaap, het spijsoffer en de olie elke morgen toe als een dagelijks brandoffer (Eze 46:13-15).


Mijn theorie dat er geen schaap om 15:00 ’s middags meer geofferd zal worden is, dat de afwezigheid van een offer om 15:00 1000 jaar lang dagelijks terug zal wijzen naar het offer van Yeshua. Hij stierf het 9e uur (15:00).

En bereidt het schaap, het spijsoffer en de olie elke morgen toe als een dagelijks brandoffer. (Ezechiël 46:15)

 

Dag – Week – Maand – Jaar

Numeri 28: Het dagelijks offer (v. 1-8), het wekelijkse sabbatsoffer (v. 9-10) worden gevolgd door het maandelijkse offer op de nieuwe maansdag (v. 11-15).
Wanneer men Leviticus 23 en Numeri 28 bestudeert, dan valt op dat de nieuwe maansdag geen werkverbod kent, en ook geen heilige samenkomst. Het is een vreugdevolle dag (Num 10:10), maar geen sabbat, hoewel sommigen dat wel zo vierden in het noordelijke Huis Israëls (Amos 8:5; 2 Kon 4:23).
Naar het aantal dieren gemeten die op de nieuwe maansdag geofferd worden, lijkt de dag op een jaarlijkse feestdag.
De rest van Numeri 28 gaat over de voorjaarsfeesten en Numeri 29 over de najaarsfeesten.

2-1-7-1 & 1-1-7-1

Tijdens de voorjaarsfeesten en de nieuwe maan worden er 2-1-7-1 dieren geofferd: 2 stieren, 1 ram, 7 schapen en 1 geitebok. Voor de najaars sabbatten Bazuinendag, Grote Verzoendag en Achtste Dag wordt het patroon, 1-1-7-1 dieren: 1 stier, 1 ram, 7 schapen en 1 geitebok, 1 stier minder dus. Het Loofhuttenfeest heeft geheel eigen offers, van 13 (1e dag) naar 7 stieren (7e dag), in totaal 70 stieren.

Heilige Samenkomst

Numeri 28-29 bevestigen ook de sabbats status van de zeven jaarlijkse sabbatten (van Leviticus 23). Er wordt steeds vermeld dat er een Heilige Samenkomst is en dat er niet gewerkt dient te worden.

1e Dag Ongezuurde Broden
Numeri 28:16 En in de eerste maand, op de 14e dag der maand, zal het Pascha voor de HERE zijn. 17 Op de 15e dier maand zal er een Feest zijn; zeven dagen lang zullen ongezuurde broden worden gegeten. 18 Op de eerste dag zal er een Heilige Samenkomst zijn, gij zult generlei slaafse arbeid verrichten.

7e Dag Ongezuurde Broden
25 En op de zevende dag
[van het Feest, 21e Nisan] zult gij een Heilige Samenkomst hebben, gij zult generlei slaafse arbeid verrichten.

Dag der Eerstelingen (=50e dag)
26 En op de Dag der Eerstelingen [Pinksteren, 50e dag], wanneer gij een nieuw spijsoffer de HERE brengen zult, op uw Feest der Weken, zult gij een Heilige Samenkomst hebben, gij zult generlei slaafse arbeid verrichten.

Bazuinendag
Numeri 28:1 En in de zevende maand, op de eerste dag der maand [Bazuinendag en nieuwe maan], zult gij een Heilige Samenkomst hebben, gij zult generlei slaafse arbeid verrichten, het zal een Jubeldag voor u zijn.

Grote Verzoendag
7 Op de tiende dag dezer zevende maand [Grote Verzoendag] zult gij een Heilige Samenkomst hebben en u verootmoedigen [door te vasten], gij zult generlei arbeid verrichten.

1e dag Loofhuttenfeest
12 En op de vijftiende dag der zevende maand zult gij een Heilige Samenkomst hebben, gij zult generlei slaafse arbeid verrichten; dan zult gij zeven dagen Feest [Loofhutten] vieren voor de HERE.

De Achtste Dag
35 Op de Achtste Dag [22e van de 7e maand] zult gij een Feestelijke Vergadering hebben, gij zult generlei slaafse arbeid verrichten.

Alle zeven jaarlijkse sabbatten van Leviticus 23 worden bevestigd in Numeri 28-29 . Men mag niet werken en er is een heilige samenkomst.

4e Gebod in Deuteronomium 5

Deutero-Nomium betekent 2e wetgeving. Na 40 jaar herhaalt Mozes vele geboden in de vlakte van Moab, terwijl de stammen Israëls aan de Jordaan gelegerd zijn. In Deuteronomium 5 zegt Mozes de Tien Geboden van God te citeren (maar er zijn verschillen):
Deuteronomium 5:1 Mozes riep geheel Israël samen en zei tot hen: Hoor, Israël, de inzettingen en de verordeningen, die ik heden doe horen, opdat gij ze leert en naarstig onderhoudt. 2 De HERE, onze God, heeft met ons een verbond gesloten op Horeb. 3 Niet met onze vaderen heeft de HERE dit verbond gesloten, maar met ons, zoals wij hier heden allen in leven zijn. 4 Van aangezicht tot aangezicht heeft de HERE met u gesproken op de berg uit het midden van het vuur. 5 … en Hij zei: 6 Ik ben de HERE, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb. 7 Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.


Het begint als een identiek citaat van Exodus 20 van 40 jaar geleden, maar Mozes citeert niet letterlijk, er komen tal van kleine verschillen. Het grootste en opvallende verschil is de reden voor het 4e gebod, de sabbat. Hieronder zal ik het 4e gebod citeren en de tekst vetgedrukt maken waar die verschilt:
Deuteronomium 5:12 Onderhoud de sabbatdag, dat gij die heiligt, zoals de HERE, uw God, u geboden heeft. 13 Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen, 14 maar de zevende dag is de sabbat van de HERE, uw God; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw rund, noch uw ezel, noch uw overige vee, noch de vreemdeling die in uw steden woont, opdat uw dienstknecht en uw dienstmaagd rusten zoals gij; 15 want gij zult gedenken, dat gij dienstknechten in het land Egypte geweest zijt, en dat de HERE, uw God, u vandaar heeft uitgeleid met een sterke hand en met een uitgestrekte arm; daarom heeft u de HERE, uw God, geboden de sabbatdag te houden.

Onderhoud de sabbatdag, dat gij die heiligt, zoals de HERE, uw God, u geboden heeft. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen. (Deut. 5:12-13)

Het gedenk de sabbatdag wordt onderhoud de sabbatdag. Het was "zachor et jom ha-sjabbat", gedenk de sabbatdag, vergeet hem niet. Nu staat er "sjamor et jom ha-sjabbat", onderhoud de sabbatdag. Sjamor betekent niet alleen houden of vieren, maar ook: waken over, bewaken.

Waak over de sabbat!
De twee kaarsen op vrijdagavond worden ook wel uitgelegd hier naar te verwijzen: Zachor & Sjamor! Gedenk & Houd!
In vers 14 worden rund en ezel extra genoemd, waar Exodus alleen vee geeft. Mooi is ook de extra uitleg in vers 14: opdat uw dienstknecht en uw dienstmaagd rusten zoals gij.
In vers 15 wordt er een heel andere reden voor de sabbatinvoering gegeven. Exodus gaf als reden aan het gedenken van de zesdaagse schepping, een universele reden, want alle mensen danken hun bestaan aan die zesdaagse schepping.
In Deuteronomium 5 stopt Mozes met het citeren van God (uit Exodus 20) en geeft een particuliere reden aan, voor Israël. God zou de sabbat gegeven hebben aan Israël om te gedenken dat ze verlost zijn uit het slavenhuis Egypte. Als slaaf moesten ze zeven dagen in de week werken, en was de sabbatdag verloren gegaan. Ze moeten nu voortaan ook gedenken op de sabbatdag dat ze geen slaaf meer zijn. We kunnen afleiden dat de Heilige Geest Mozes leidde om een reden voor sabbatsviering voor Israël toe te voegen.

Feest der Inzameling–Loofhutten

God doet dit wel vaker. Er komt gaandeweg in de Schrift een stapeling van redenen. Het Feest van de 7e maand was oorspronkelijk alleen een oogstfeest, het Feest der Inzameling ( Ex 23:16; 34:22). Maar later werd het ook het Feest van de Uittocht uit Egypte, van het 40 jaar wonen in ‘Loofhutten’, in Tenten (Lev 23:42-43). Nog weer later wordt het Loofhuttenfeest ook het Feest van de tempelwijding, ten tijde van Salomo (2Kron 7:1-10).
De Tien Geboden versie uit Deuteronomium heeft er bij velen toe geleid te concluderen dat de sabbat er alleen voor de Joden is, want alleen zij zijn verlost uit Egypte. Men gaat dan voorbij aan het feit dat Egypte staat voor het huis der zonde, het huis der afgoden, en dat wij allemaal uit Egypte verlost zijn. Men gaat dan voorbij aan de universele reden voor sabbatsviering uit Exodus 20, omdat God alles in zes dagen geschapen heeft en men gaat voorbij aan het feit dat Yeshua zegt dat de sabbat er is voor de mens, "le_ma’an haAdam".

7e Dag Ongezuurde Broden

Van de jaarlijkse sabbatten herhaalt Deuteronomium alleen de 7e dag der Ongezuurde Broden (Deut. 16:8).

Bert Otten

meer over de feesten 

Jur