Wat heeft de Tabernakel mij te zeggen?

Wat heeft de Tabernakel mij te zeggen?

In het boek Exodus worden we uitvoerig bepaald bij de bouw van de Tabernakel. Zo’n Tabernakel is geen stukje folklore of traditie wat bij de Joden hoort. Nee, die Tabernakel moest gebouwd worden omdat God bij de mensen wil wonen en om de mens de gelegenheid te geven Hem te leren kennen als Verlosser en Leidsman in een wereld die zucht onder de gevolgen van de zonde. En in die wereld zien we onze eigen onmacht en onvolmaaktheid.

We hebben allemaal wel eens een plaatje van de tabernakel gezien, een maquette ervan of zelfs een nagebouwd model in de originele afmetingen. Eigenlijk is het maar een heel eenvoudig bouwwerk van bescheiden afmetingen. Geen indrukwekkend groot gebouw zoals wij die kennen, die de skyline van onze woonplaats aanzien moet geven. De grootheid van God zit niet in uiterlijke praal. Glamour en aanzien kenmerkt meer het system van Babel. Daar komt bij dat de Tabernakel mee op reis moest en dus “opvouwbaar” moest zijn.

De tabernakel bestond uit drie delen: de voorhof, het heilige en het Heilige der Heiligen. De afmetingen van de voorhof waren: 25 meter breed en 50 m lang. Daaromheen was een omheining van 2½ meter hoog gemaakt van fijn wit linnen, dat getuigt van de reinheid van een heilige God.De ingang was aan de oostzijde en werd afgesloten met een gordijn van tien meter breed, van blauwpurperen, roodpurperen en scharlakenrode wol en dubbeldraads fijn linnen. (Ex. 27:16)

Die omheining maakte scheiding tussen het wereldse bestaan en het koninkrijk van God. Het is het onderscheid tussen heilig en onheilig, en het onderscheid tussen onrein en rein. Ezechiël 44: 23.

een scheiding....

Een zichtbare scheiding van een geestelijke werkelijkheid. Wie het koninkrijk van God binnen wilde gaan verliet het wereldse leven en betrad heilige grond met andere regels en voorschriften dan daarbuiten. Net zo als je een ander land binnen komt, waar andere wetten en gewoonten zijn waaraan je je moet aanpassen. Zo gaat het ook met ons als wij het geestelijke koninkrijk van God binnen gaan. We moeten door de deur, het beeld van Yeshua, die de deur is naar het hemels koninkrijk en naar de Koning van dat Koninkrijk.

het Heilige der Heiligen

Binnen die omheining bevond zich de tent, met een deel dat het Heilige wordt genoemd en daarachter de troonzaal , de plaats waar God de mens ontmoet. Niet iedereen kon daar naar binnen gaan. Dat was voorbehouden aan de priesters. In het Heilige der Heiligen mocht zelfs maar éénmaal per jaar alleen de hogepriester komen om het bloed te sprenkelen op de troon van de genade: de ark van het verbond.

het brandofferaltaar

Maar nu gaan we het weer op ons toepassen. We willen graag zijn in Gods koninkrijk, maar God is zo onvoorstelbaar heilig en wij zijn zondige mensen. Daarom moeten we eerst naar het brandofferaltaar en een dier meenemen om te slachten en te offeren. We moeten onze handen op de kop van dat dier leggen en daarmee zeggen: “eigenlijk had ik moeten sterven voor mijn zonde, maar nu moet jij dier in plaats van mij sterven”.

Kijk, en dat is nu precies wat Yeshua voor ons gedaan heeft. Hij stelde zich beschikbaar als offerdier voor alle mensen die in Hem geloven. Zijn bloed moest vloeien en aan God aangeboden worden. Zijn leven gaf Hij helemaal om te offeren. Het moest geheel en al verbrand worden op het altaar.

het wasvat

Vervolgens lopen we dan naar het wasvat. De priesters die de tabernakel binnen mochten gaan waren bij hun inwijding al helemaal gewassen. Maar dat moet met ons ook gebeuren. We zijn vuil van de zonden en moeten schoon gewassen worden. Dat wordt uitgebeeld in de doop. Later hoefden de priesters alleen de handen en de voeten te wassen om rein te zijn. Door het leven in een zondige, onreine wereld blijft er altijd wel weer vuil aan je handen en voeten zitten.

Maar mag je nu naar binnen? 

Nee, dat mochten alleen de priesters. Maar wacht even..... De tabernakel beeldt een hemelse werkelijkheid uit, die ook straks in het Vrederijk gestalte gaat krijgen. Ook daar mogen alleen de priesters de tempel binnengaan en de priesterdienst verrichten.

Ex. 19:6 U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken.

1 Petrus 2: 9 Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht, 10 die voorheen geen volk was, maar nu Gods volk bent; u, die zonder ontferming was, maar nu in ontferming aangenomen bent.

2 Timotheüs 2: 12 Als wij volharden, zullen wij ook met Hem regeren. Als wij Hem verloochenen, zal Hij ons ook verloochenen.

Openbaring 5: 10 En U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde.

Openbaring 20: 4 En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God, en die het beest en zijn beeld niet hadden aanbeden, en die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en op hun hand. En zij leefden en gingen als koningen regeren met Christus, duizend jaar lang.

Zie je het?

In het toekomstige rijk zijn degenen die in Christus gestorven zijn, of in een punt van de tijd veranderd, priesters en koningen, toegevoegd aan het gelovig overblijfsel van Israël. Ze mogen dienst doen in de dienst der verzoening, in het Heilige, onder leiding van Yeshua die voor eeuwig Koning en Hogepriester is.Dan ga je het Heilige binnen. Je verzorgt de Menora, die het Licht van Yeshua uitbeeldt, de Heilige Geest en je ververst iedere sabbat de toonbroden die getuigen van het Levende Brood.

En vlak voor het Heilige der Heiligen, de meest heilige plaats van de tabernakel, die afgesloten is door een gordijn, staat het reukofferaltaar, waar je de gebeden uitspreekt die God in je hart legt en waar je het fijne reukwerk brandt hetgeen een lieflijke geur voor YHWH is.

Je bemiddelt als priesters voor de volken die overgebleven zijn na de oordelen die over de aarde kwamen.

In het Heilige der Heilige stond vroeger de ark, met het gouden verzoendeksel erop en de cherubs die daarover waakten. Het is de troon van God die werd uitgebeeld. In het Engels klinkt het zo duidelijk: “the mercy seat”, “de genade troon”, waarop het bloed van Yeshua werd gesprenkeld en waar al onze ongerechtigheden zijn weggenomen. De plaats van de Allerhoogste, waar wij niet mogen komen. Zoals tegen Mozes werd gezegd:“Kom hier niet dichterbij. Doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop u staat, is heilige grond.” Exodus 3:5

Hij is de Heilige God en wij zijn maar een nietig mens.

door de Deur...

Maar gelukkig...... de deur van de voorhof stond open en daar mochten we door binnen komen, uitgenodigd door de Zoon van God.“Kom tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven; neem mijn juk op je en leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en je zult rust vinden voor je ziel; want mijn juk is zacht en mijn last is licht.” Matth. 11:28-30

En wat waren we vermoeid, toen we door die deur naar binnen gingen. Belast met zonden en moeiten. Maar we mochten onze schuld en zonden op Yeshua leggen, het smettloze offerlam. We moesten erkennen en belijden dat het niet goed zat met ons. Als we dat niet hadden kunnen doen, waren we voor eeuwig verloren gegaan in onze zonden. We zijn gedoopt en gewassen met rein water. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen. Je hebt je aan God onderworpen. Je eigen “ik” heeft niet meer de leiding over je bestaan.

Je lijkt op Christus, die zei:

“Ik kan van Mijzelf niets doen. Zoals Ik hoor, oordeel  Ik en Mijn oordeel is rechtvaardig, want Ik zoek niet Mijn wil, maar de wil van de Vader, Die Mij gezonden heeft.”  Joh. 5:30

brandofferaltaar buiten de poort...

Hoeveel godsdienstig leven is er niet, waarbij het eigen “ik” gehandhaafd blijft. Je geloofde dat je zonden vergeven waren. Maar in feite was je niet door de deur naar binnen gegaan. Je zette het brandofferaltaar feitelijk buiten de poort en buiten het Koninkrijk. Het altaar hoort binnen de omheining van het Koninkrijk. Pas als je jezelf berouwvol vernederd hebt en door de poort bent gegaan, heeft het offer waarde.

Galaten 2: 20 Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.

Laten we Hem een dankoffer van onze lippen brengen.