Psalm 9 de antichrist in de psalmen

Dit is weer een psalm van David. Als koning was hij in menige oorlog  betrokken. Maar je ziet in de psalm dat hij de strijd in een profetisch perspectief ziet. De gebeurtenissen staan niet op zichzelf, maar maken deel uit van de strijd die in het Paradijs begon, toen God vijandschap instelde tussen het vrouwenzaad en het slangenzaad.

De overwinningen die David behaalde zijn vooruitblikken op de grote overwinning die de Koning op Davids troon, onze Yeshua HaMashiach, de Overwinnaar, zal voltooien in Zijn strijd tegen de satansmachten die zich rondom Jeruzalem zullen opstellen.

David heeft het dan ook over de Rechtvaardige Rechter op de troon, die David recht zal verschaffen. (vs. 5) De vijanden zijn teruggedeinsd en gestruikeld voor Gods aangezicht.  Hun naam is voor eeuwig uitgewist (vs. 6). 

Dit wijst op de antichristelijke strijd die in gang is gezet na de zondeval en wordt beëindigd aan het eind van de tijden. De goddeloze (vers 6), de antichrist wordt omgebracht.  Hij zal ook verstrikt raken in het werk van zijn eigen handen.  Dat zagen we al bij de kruisiging van Yeshua. Satan dacht dat Hij Hem nu te pakken had. Yeshua stierf de dood die de straf was op de zonden. Maar in plaats daarvan stond Yeshua op uit het graf, overwon de dood, en had daarmee de satan in zijn eigen net verslagen, tot heil van hen die geloven.

Dank zij Yeshua mogen ook wij ontsnappen aan het net dat voor ons was gespannen. Ik moet dan aan een andere psalm van David denken:

Psalm 124: 6 Geloofd zij de HEERE, Die ons niet overgaf

tot een prooi voor hun tanden.

7  Onze ziel is ontkomen als een vogel

uit de strik van de vogelvanger;

de strik is gebroken

en wíj zijn ontkomen.

 

Ook de steden waarover David het heeft, verwijzen profetisch naar Babel (van de antichrist) en Rome (van de valse profeet), die tezamen de “hoer op het beest” vormen. Er zal niet meer aan hen gedacht worden. (vers 7)

David verwijst al zo lang geleden naar het oordeel over alle volken dat nog gaat komen. Yeshua zal de  volken richten in gerechtigheid. We lezen dat ook in het Nieuwe Testament, waar Yeshua dat zelf aankondigt:

Mattheüs 25, vers 32 En vóór Hem zullen al de volken bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden zoals de herder de schapen van de bokken scheidt.

In vers 10 lezen we een bemoediging voor degenen die door de verdrukking gaan. En David kan spreken uit ervaring. “De HEERE is een veilige vesting voor de verdrukte, een veilige vesting in tijden van benauwdheid.”

God zal het vergoten bloed vergelden aan de vijanden. Degenen die in Zijn Naam leed hebben gedragen, worden niet door God vergeten. Hij zal ook aan de arme en de ellendige recht verschaffen.

In Mattheüs 23:15 worden de farizeeën door Yeshua  “kinderen van de hel” genoemd. Zij zijn dat zelf en maken anderen OOK tot kinderen van de hel. En in vers 33 van Mattheüs 23 zegt Yeshua tegen deze farizeeën: “Slangen, adderengebroed, hoe zou u aan de veroordeling tot de hel ontkomen?” Hier in Psalm 9:18 zegt David dat de goddelozen zullen terugkeren tot de hel.  Zou dat “terugkeren” betekenen dat zij tot het “zaad” behoren dat de vijand in de nacht tussen het tarwe zaaide? Mattheüs 13: 30-43.
Het is hartverwarmend om te lezen hoe David zich uit in lofprijzingen voor onze God  en Hem de eer geeft die Hem toekomt:

                                           Ik zal de HEERE loven met heel mijn hart,

ik zal al Uw wonderen vertellen.

In U zal ik mij verblijden en van vreugde opspringen,

ik zal voor Uw Naam psalmen zingen, o Allerhoogste!