To translate this website into different languages, click here!

Constantijn en de Bijbelse feesten

De Romeinse keizer Constantijn de Grote staat bekend als de eerste “christelijke” keizer. Hij was oorspronkelijk een zonaanbidder.  De vader van Constantijn was een  vereerder van de zonnegod Sol Invictus Mithras.  Mogelijk kreeg hij het christelijk geloof, dat hij sinds zijn jeugd kende, mee van zijn moeder Helena.  Keizer Constantijn mengde de beide godsdiensten: het geloof in de God van Israël met de Mithra zonnegod. Mithra, de god van de zon, werd geboren op 25 december, de dag van de winterzonnewende. Zo is het zogenaamde “christelijke kerstfeest” ontstaan.

Na de gewonnen burgeroorlog trok Constantijn op 29 oktober 312 als overwinnaar Rome binnen. Als dank vaardigde hij in 313 het Edict van Milaan uit, ook wel het Tolerantie-edict genoemd, dat de christenen in het Romeinse Rijk vrijheid van 

godsdienst gaf. De christenvervolgingen kwamen hiermee ten einde. Tegelijk werd het antisemitisme leven ingeblazen.

VERBOND STAAT EN KERK (voorloper vrouw op het beest – Openbaring 17)

Het Tolerantie-edict markeert een cruciaal moment in de wereldgeschiedenis: feitelijk gingen staat en kerk op dat moment een verbond aan. De Rooms-Katholieke Kerk begon zichzelf vanaf deze gebeurtenis ook steeds meer te zien als de geestelijke opvolger van het staatkundige Romeinse Rijk, dat daarna in verval zou raken.

In 321 na Chr.  vaardigde Constantijn het decreet uit dat de zondag tot een verplichte rustdag maakte:

“Laat op de eerbiedwaardige Dag van de Zon de magistraten en mensen die in steden wonen, rusten, en laten alle werkplaatsen gesloten zijn. In het land kunnen personen die zich bezighouden met landbouw echter vrij en rechtmatig hun bezigheden voortzetten; omdat het vaak gebeurt dat een andere dag niet zo geschikt is om graan te zaaien of om wijnstokken te planten; opdat de milddadigheid van de hemel niet verloren zou gaan door het juiste moment voor dergelijke operaties te veronachtzamen. '' (Brief van Constantijn, 321 CE)

CONCILIE VAN NICEA

In het jaar 325 riep de Romeinse keizer Constantijn de Grote christelijke bisschoppen bijeen in Nicea. De kerkvergadering is de geschiedenisboeken ingegaan als het Eerste Concilie van Nicea. Tijdens het concilie werd onder meer het eerste deel van de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel vastgelegd. Aanwezig waren 1.500 bisschoppen uit het hele Romeinse rijk. Keizer Constantijn verbood op advies van Eusebius alle christenen, dus óók de Joodse gelovigen, het vieren van de Sabbat, om daardoor het christendom geheel van zijn Joodse wortels los te maken.

Zijn officiële beleid met betrekking tot het naleven van de Tora wordt uitgedrukt in zijn woorden:

"Laten we niets gemeen hebben met het verfoeilijke joodse gepeupel".

De beslissingen die in Nicea werden genomen, bepaalden de koers die de kerk voortaan zou volgen.  Later volgden kerkraden en er werd nieuwe wetgeving ingevoerd om christenen te verbieden de sabbat te vieren. Constantijn zei:

CONSTANTIJNS 'CHRISTELIJKE' GELOOFSBELIJDENIS

(Uit: Stefano Assemani, Acta Sanctorium Martyrum Orientaliom at Accidentalium, Vol. 1 Rome 1748 page 105)

Hieronder staan de punten van het credo (belijdenis) van Constantijn, die door alle 'christenen' moeten worden verklaard:

Ik herroep en verwerp alle gebruiken, wettigheden, feesten van ongezuurde broden en offers van lammeren van de Hebreeën ...

en alle andere Hebreeuwse feesten, offers, gebeden, aspiraties, reinigingen, ...

alsmede boetedoeningen, vasten, nieuwe manen, sabbatten, bijgeloof, hymnes en gezangen, vieringen en synagogen,

absoluut alles wat Joods is, elke wet, elk ritueel en gebruik,

en als ik dit daarna zal willen ontkennen en terugkeren naar joods bijgeloof, of indien ik zal worden gevonden met joden te eten of met hen te feesten

of in het geheim over de christelijke religie te spreken en die te veroordelen,

in plaats van hen openlijk te weerspreken en hun ijdele geloof te veroordelen, laat dan het sidderen van Kaïn en de melaatsheid van Gehazi mij aankleven, evenals de wettelijke straffen waarvoor ik mezelf aansprakelijk verklaar,

en moge ik een gruwel zijn in de toekomstige wereld, en moge mijn ziel geplaatst worden bij satan en de duivels.

Voorts werd elke volger van de 'Joodse Messias' die zich bij deze 'heilige gemeenschap' wilde aansluiten, gedwongen een andere reeks regels en gewoonten aan te nemen. Vervolgens werden speciale geloofsbelijdenissen opgesteld, die de christen zou moeten zweren, zoals:

“Ik accepteer alle gebruiken, rituelen, wettigheden en feesten van de Romeinen*) , offers, gebeden, reinigingen met water, heiligingen door Pontificus Maxmus **) [hogepriester van Rome],

verzoeningen en feesten en de NIEUWE SABBATH -“ SOL DIE ”[zondag ] - alle nieuwe gezangen en vieringen, en al het eten en drinken van de Romeinen ... met andere woorden, ik accepteer absoluut alles dat Romeins is, elke nieuwe wet, ritueel en gebruik van Rome en de nieuwe Romeinse religie. "

In aanvulling daarop schreef het Katholieke Concilie van Laodicea in ongeveer 365 na Christus in één van hun canons:

“Christenen mogen zich niet 'Joods gedragen' door op de sabbat [zaterdag] te rusten, maar moeten op die dag werken, liever nog, de dag des Heren [zondag] eren ... maar als iemand wordt bevonden zich als jood te gedragen, laat ze dan een gruwel voor Christus zijn”.

  *) Dat in die tijd zeer sterk gebaseerd was op het Mitraisme, een afgoden dienst.

**) Een titel die afkomstig is uit het Mitraisme

Een publicatie van de EO:
Een anti-Joodse brief van Constantijn

Direct na het concilie van Nicea (325 na Chr.) klom keizer Constantijn de Grote in de pen. Hij wilde alle bisschoppen – in het bijzonder die uit het Oosten – erop wijzen dat het concilie het juiste besluit had genomen: de datum van het christelijke paasfeest mocht niet aansluiten op het Joodse Pesach. Helaas is Constantijns toon fel anti-Joods. Een fragment:

“Omdat er ook een onderzoek over het hoogheilige paasfeest werd ingesteld, is het eenstemmige besluit genomen dat het goed zou zijn als allen het feest overal op dezelfde dag zouden vieren. Want wat zou er beter voor ons kunnen zijn dan dat de datum van dit feest, dat ons de hoop op de onsterfelijkheid heeft gegeven, zo wordt vastgesteld, dat er in de berekeningen geen fouten meer kunnen worden gemaakt? In de eerste plaats bleek het onwaardig te zijn dit hoogheilige feest volgens het gebruik van de Joden te vieren, die hun handen door hun goddeloze misdaad (bedoeld is de kruisiging van Christus, red.) hebben bezoedeld en daarom terecht als mensen op wie een bloedschuld rust, met geestelijke blindheid geslagen zijn. Als wij hun gebruik van de hand wijzen, kunnen wij de Romeinse traditie om het paasfeest op een zondag te vieren ook voor de toekomst veilig stellen. Wij moeten niets gemeen hebben met het gehate volk van de Joden. (-) zou uw scherpzinnige geest toch moeten inzien dat de zuiverheid van uw zielen vraagt dat wij christenen in niets op Joden, die door en door slechte lieden zijn, mogen lijken. Dit laatste is echter het geval als wij Pasen op dezelfde dag vieren als zij.”

 

https://www.eo.nl/magazines/visie/artikel-detail/van-pesach-naar-pasen/

https://visie.eo.nl/artikel/2006/04/van-pesach-naar-pasen  

Laten we ons bekeren en teruggaan naar de feesten zoals God ze geboden heeft, o.a. in Leviticus 23. Ons voorbereiden op Gods Koninkrijk dat spoedig komen zal, waar de sabbat, de nieuwe maansfeesten en het loofhuttenfeest de rechtmatige plaats in het leven van de trouwe gelovige heeft.  Laten we loslaten alles wat maar enigszins met afgodendienst te maken heeft en laten we God niet vereren juist op geboortedagen van afgoden. Het is een belediging voor Hem, waarover Zijn toorn komt. Zullen we, als we vasthouden aan heidense feesten, er bij mogen zijn als straks in het Vrederijk de feesten van Yahweh worden gevierd? 

Jesaja 66:23 En het zal geschieden dat van nieuwe maan tot nieuwe maan en van sabbat tot sabbat alle vlees zal komen
om zich neer te buigen voor Mijn aangezicht, zegt de HEERE.

Zacharia 14:16 Het zal geschieden dat al de overgeblevenen van alle heidenvolken die tegen Jeruzalem zijn opgerukt, van jaar tot jaar zullen opgaan om zich neer te buigen voor de Koning, de HEERE van de legermachten, en om het Loofhuttenfeest te vieren.