De Geschiedenis van de Tempel

De geschiedenis van de Tempel, deel 1
Uit: Melach HaArets juli/augustus 2010

 

"Zien jullie deze grote gebouwen? Er zal niet een steen op de andere steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden" (Markus 13:2).

De Tempel van de eerste eeuw
De Heilige Tempel in Jeruzalem was het centrum van het Joodse leven in de tijd van Yeshua's aardse bediening. Alle Joodse volwassen mannen kregen de opdracht om daar te verschijnen tijdens elk van de drie opgangsfeesten elk jaar (Exodus 23:14-17, 34:18-23; Deuteronomium 16:1-17). De Tempel was niet alleen een Heiligdom of een verzamelplaats, hij was een uitgestrekt complex bestaande uit meerdere structuren, muren, pleinen, poorten, tunnels en kamers op de genivelleerde ondergrond van een berg die bijna 15 hectare bedekte. Het Tempelcomplex was grofweg rondom het centrum opgebouwd, waarbij elk deel in heiligheid en hoogte toenam als je het centrale gedeelte naderde, Het centrale vertrek was het grootse hoofdheiligdom, wat niet toegankelijk was voor het grote publiek, maar alleen voor het priesterschap.

Uniek meubilair
De grootste ruimte in dit bouwwerk was de spelonkachtige vestibule die we kennen als het Heilige, waarin drie unieke meubelstukken waren opgenomen. De menora was een grote solide gouden zevenarmige kandelaar. Op elk van de zeven armen brandde een helder schijnende olielamp, die de priesters dagelijks lieten branden van de avond tot de ochtend. De tafel met de toonbroden was een vergulde tafel waar een heilige broodplank op lag met laats voor twaalf plat gevouwen broden. Het wierookaltaar was een klein vierkant verguld altaar ten hoogte van het middel, waarop de priester sterk ruikend muskaatachtig wierook verbrandde, twee maal per dag.

Heilige der Heiligen
Aan het uiteinde van deze ruimte schermen twee dikke gordijnen het binnenste gedeelte af: het Heilige der Heiligen. Deze kleine ruimte werd beschouwd als de meest heilige plaats op aarde. Het was één maal per jaar toegankelijk, op Grote Verzoendag, het meest heilige van alle jaarlijks vastgestelde momenten, voor de meest heilige man op de aarde: de hogepriester. In de Tabernakel en de eerste Tempel die werd gebouwd door Salomo stond in het Heilige der Heiligen de Ark van het verbond, maar na de Babylonische ballingschap was dit niet meer het geval.
Buiten het hoofdheiligdom stond een altaar waarop de priesters brandoffers brachten, bloed van offerdieren sprenkelden en plengoffers goten (offers) van water en wijn. Bovenop dit massieve altaar (ongeveer zo groot als een restaurant) brandden continu vuren, dag en nacht.

Grote binnenplaats
Wanneer je de binnenplaats verliet door een magnifieke poort met bronzen deuren, daalde je af van een halfronde trap met vijftien treden,van waarop het Levitische koor opgangsliederen speelde en zong. Dit bracht je op een grote binnenplaats die was omringd door een galerij. Deze verbond de vier hoeken met elkaar,waar zich speciale vertrekken bevonden, ieder met een specifieke functie. Deze centrale binnenplaats was de locatie waar veel van de officiële evenementen en ceremonies plaats vonden. Sommigen daarvan waren luidruchtige, nachtelijke feesten, die werden bijgelicht door de rode gloed van de fakkels die op palen waren geplaatst.

Het plein
Aan de andere zijde van de hoge muren van deze binnenplaats spreidde een uitgestrekt plein zich in alle richtingen uit en was toegankelijk voor zowel Jood als niet-Jood. Dit ongeveer rechthoekige plein lag ter hoogte van de vier zijden van het complex en bevatte een stoa: een architectonische structuur met een overdekte wandelgang. De buitenzijde van elke stoa was een muur en de binnenzijde gaf zicht op het plein en de centrale Tempelstructuur. In deze wandelgang rondom de Tempel weerklonk een kakofonie van geluiden, veroorzaakt door handelaren die offerdieren aanboden die vooraf waren gecontroleerd en absoluut vrij waren van onrechtmatigheden. Er was gangbaar onderwijs, er waren discussies en bijeenkomsten met de meest bekende Joodse wijsgeren en geleerden en berucht: kraampjes waar je Romeins geld kon omwisselen voor 'heilig' geld.

Buurthuis'
Er was een diepgaande verbintenis tussen de Tempel en het heilige Jeruzalem zelf. Sommige offers konden alleen op het Tempelterrein worden gegeten, andere binnen de muren van de stad. 'Jeruzalem werd beschouwd als een verlenging van het Tempelgebouw'. Dit Tempelcomplex in Jeruzalem was een belangrijke plaats om verschillende redenen. Het was het internationale plein waar pelgrims vanuit elke natie zouden samenkomen. Het was een 'buurthuis' dat lessen aanbood, mogelijkheden voor onderwijs en levendige discussies. Het was het overheidscentrum waar het hoogste Joodse gerecht van het land zitting zou houden en recht zou spreken. En het was een plek waar je kon deelnemen aan het dagelijks gebed en de offers en waar je de aanwezigheid van de Eeuwige zou ervaren.

De Tabernakel
De Tempel in Jeruzalem kun je zien als het verlengde van de Tabernakel in de woestijn. Kort nadat de Israëlieten bevrijd waren uit Egypte gaf de Eeuwige de opdracht om een draagbaar Heiligdom te maken. Tijdens al hun omzwervingen droegen de Israëlieten deze heilige tent, die voornamelijk bestond uit planken en textiel, verbonden met haken en ogen, samen met de Ark van het Verbond en het andere meubilair dat daarin geplaatst moest worden.

De bedoeling van de Eeuwige met de Tabernakel was om het een plaats van samenkomst te laten zijn voor Zichzelf en Israël, en de offers speelden een rol om dit doel te ondersteunen. Het was de aardse replica van de Hemelse woning van de Eeuwige: "8 De Israëlieten moeten een Heiligdom voor Mij maken, zodat Ik te midden van hen kan wonen. 9 Ik zal je een ontwerp laten zien van de Tabernakel en van alle voorwerpen die bij deze tent horen; houd je daar nauwkeurig aan" (Exodus 25:8-9; zie ook Exodus 25:40; Handelingen 7:44; Hebreeën 8:5).

Offersysteem
Alhoewel er offers werden gebracht door Abel, Noach, Abraham en anderen lang voordat de Tabernakel bestond, heeft de Eeuwige een dagelijks offersysteem vastgesteld dat de ontvangst van de Tora op de berg Sinai in herinnering houdt (Exodus 24; het verband tussen het voortdurende dagelijkse brandoffer en de ontvangst van de Tora op de berg Sinaï wordt genoemd in Numeri 28:6). De Tabernakel en de diensten reflecteerden dus de speciale relatie tussen de Eeuwige en Israël. Het was een besloten ontmoetingsruimte die deed denken aan een huwelijksbaldakijn, waar de Eeuwige en Israël konden genieten van de eenheid in het verbond.

Als brandpunt van de goddelijke aanwezigheid in hun midden vormde de Tabernakel het hart van de Israëlische legerplaats. Waar zij ook heen reisden in de woestijn, de Tabernakel bleef in het centrum van het kampement (Numeri 2:17). Na de verovering van het land Kanaën bleef de Tabernakel dienst doen als het huis van de Eeuwige. Uiteindelijk werd het gevestigd in Sjilo (Jozua 18:1), waar het in een half permanente stenen constructie werd gebouwd met een tentdak (Misjna traktaat Zewachiem 14:6). Hier bad Hanna de Eeuwige voor een zoon (1 Samuël 1), en groeide de profeet Samuël op, die David tot koning zalfde.

Salomo's Tempel
Koning David verplaatste de Ark van het Verbond naar Jeruzalem (2 Samuël 6) en bouwde daar een altaar (1 Kronieken 21:18¬30). Hij verlangde naar de mogelijkheid om een meer permanent en waardig huis voor de Eeuwige te bouwen (2 Samuël 7:1-2), maar de Eeuwige verzekerde hem dat zijn zoon Salomo dit zou gaan doen (2 Samuël 2:12-13).

Koning Salomo bouwde inderdaad een Tempel voor de Eeuwige in Jeruzalem. Zijn toegewijd gebed echter liet zien dat er iets veranderd was tussen de bedoeling van de Tabernakel en die van de Tempel. Behalve dat het de relatie tussen de Eeuwige en Israël zichtbaar maakt, diende het nu als een lichtbaken voor de omringende volken, hen uitnodigend tot een relatie met de G'd van Israël.

"41 Ook wanneer een vreemdeling, die niet tot Uw volk Israël behoort en die uit een ver land hierheen is gekomen om U te vereren 42 — want ook daar is de faam van Uw sterke hand en opgeheven arm doorgedrongen —, wanneer een vreemdeling hierheen komt en een gebed richt naar deze Tempel, 43 hoor hem dan aan vanuit de hemel, Uw woonplaats, en doe wat hij U vraagt. Dan zullen alle volken op aarde Uw naam leren kennen en ontzag voor U tonen, zoals Uw volk Israël dat doet, en zij zullen weten dat Uw naam verbonden is aan deze Tempel die ik heb gebouwd" (1 Koningen 8:41-43).

De profeten
Dit universele aspect van de Tempel komt sterk terug in de Profeten. Bijvoorbeeld, Jesaja noemt de Tempel 'een gebedshuis voor alle mensen' (Jesaja 56:7). Micha en Jesaja verklaren allebei dat 'volken er samen zullen stromen, en vele naties zullen naderen' Micha 4:1-2; Jesaja 2:2-3). Jeremia zegt dat 'alle naties zich er zullen verzamelen' (Jeremia 3:17).

Aaron Eby, First Fruits of Zion
Uit: Messiah Journal Issue 102 5770 Vertaling: vertaalteam Beth Yeshua