Besnijdenis


Omdat het onderwerp "besnijdenis" steeds weer ter sprake komt ben ik opnieuw in dat onderwerp gedoken om niet anderen na te praten maar God om wijsheid te vragen en zo mijn eigen bevindingen, gegrond op de bijbel,  te verwoorden.

De besnijdenis werd ingesteld bij Abraham op grond van zijn geloof en als teken van het verbond:
In Genesis lezen we de beloften die voor de hele wereld gelden, maar bij het noemen van de besnijdenis gaat het over het fysieke nageslacht: “al wat mannelijk is bij u moet besneden worden.”

Gen. 17:6, 7  En Ik zal u gans zeer vruchtbaar maken, en Ik zal u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen. En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u. (SV)

Gen. 17:10 Dit is Mijn verbond dat u moet houden tussen Mij en u en uw nageslacht na u: al wie mannelijk is bij u moet besneden worden.

 

Het woord “nageslacht” kan beter vertaald worden met “zaad”. Er staat het woord  זֶרַע  “zera” dat letterlijk zaad of sperma betekent. Daarom kies ik hier en daar voor de Statenvertaling.  Het gaat om het “heilige zaad” dat doorgegeven en geboren zou worden en dat is een Persoon. Dat wordt verduidelijkt in

Galaten 3:16 Nu zo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. Hij zegt niet: En den zaden, als van velen; maar als van één: En uw zade; hetwelk is Christus. (SV)

En even verder in vers

Galaten 3:29 Indien gij nu van Christus zijt, DAN zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen.

Het fysieke nageslacht van Abraham heeft via de besnijdenis toegang tot het verbond: de Edele Olijf, maar de gelovigen uit de volken worden door hun geloof in Yeshua daaraan toegevoegd, op grond van het geloof dat ook Abraham in zijn onbesneden staat had. (Romeinen 4)

Dat verklaart ook dat Paulus Timotheüs liet besnijden, zoals Handelingen 16 ons leert.  Deze besnijdenis vond plaats omdat Timotheüs vanwege zijn Joodse moeder behoorde tot het fysieke nageslacht van Abraham, Izak en Jakob. Timotheüs had besneden móeten zijn bij zijn geboorte. Hij kwam tot geloof als niet besneden Jood. Vanuit dit bijbels principe was hij fysiek zaad van Abraham wat besnijdenis rechtvaardigde. De Joden in Derbe en Lystre hadden in dit opzicht gelijk. Zij kenden zijn Griekse vader. Timotheüs kon vanuit twee voorwaarden nageslacht van Abraham zijn, want hij was van Christus.

 

Besnijdenis zonder mensenhanden

‘In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam des vlezes, in de besnijdenis van Christus. ‘ (Kol. 2:11).

`In Hem`, d.w.z. in Yeshua (Christus) zijn we al besneden, delen we met Hem in alles, omdat we Hem gelijk zijn geworden. (Rom. 8 : 32 Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?)

Paulus laat steeds zien dat besnijdenis niet meer nodig is:

Romeinen 4:11 En hij (Abraham) kreeg het teken van de besnijdenis, een zegel van de gerechtigheid van het geloof dat hij had terwijl hij nog onbesneden was, opdat hij de vader kon zijn van allen die geloven, HOEWEL ZIJ ONBESNEDEN ZIJN, opdat ook aan hen gerechtigheid verleend zou worden en de vader van de besnijdenis van degenen die niet alleen van de besnijdenis zijn, maar die ook wandelen in de stappen van het geloof dat onze vader Avraham had terwijl hij nog onbesneden was…. 

1 Korinthe 7:18 Is iemand als besnedene geroepen, dan moet hij die besnijdenis niet ongedaan laten maken. Is iemand geroepen die onbesneden is, DAN MOET HIJ ZICH NIET LATEN BESNIJDEN.

Galaten 5:2 Zie, ik, Paulus, zeg u: indien gij u laat besnijden, ZAL CHRISTUS U GEEN NUT DOEN.

Kol. 2:11  In Hem bent u ook besneden met een besnijdenis die niet met handen plaatsvindt, door het uittrekken van het lichaam van de zonden van het vlees, DOOR DE BESNIJDENIS VAN CHRISTUS.

Er lijkt zich een moeilijkheid voor te doen in Ezechiël 44. Daar gaat het over de toekomstige tempel in het Vrederijk. Hierin lezen we deze beide teksten:

7 want u hebt vreemdelingen binnengebracht, onbesnedenen van hart en onbesnedenen van vlees, om in Mijn heiligdom te laten zijn, zodat zij Mijn huis ontheiligden; want u bood Mijn brood – het vet en het bloed – aan, en zij verbraken Mijn verbond door al uw gruweldaden.

9 Zo zegt Adonai YHWH: Geen enkele vreemdeling, onbesneden van hart en onbesneden van lichaam, mag in Mijn heiligdom binnenkomen. Dit geldt voor elke vreemdeling die te midden van de Israëlieten is.

 

Vers 7 staat geschreven in de verleden tijd. Dit was de praktijk gedurende het eerste testament. In vers 9 gaat het dan om de toekomst, waar van de tempelgangers verwacht wordt besneden te zijn. Overigens  niet alleen lichamelijk, maar vooral ook besneden van hart.

Hieruit blijkt dat God de tempeldienst uit het verleden weer oppakt, daar waar de Joden zijn blijven steken. Dat ging niet goed. Nu moet men  weer leren om het wel zo te doen zoals God het geboden had en om zo gaandeweg te leren waarom Yeshua tijdens zijn eerste komst op aarde zijn bloed geofferd heeft voor de zonden. We zien immers dat de offers dan ook weer terug komen. Wat God tijdens het eerste testament had ingesteld moet worden afgemaakt. Dus net zo min als een gelovige in Christus gaat offeren, is er ook niet de noodzaak om zich te laten besnijden. Bovendien heeft een wedergeboren persoon in het Vrederijk een besneden, verheerlijkt lichaam, aan de Messias gelijk.

 

Fil. 3:21  Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam, overeenkomstig de werking waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen.

 

Het spreekt vanzelf dat een verheerlijkt lichaam in het toekomstige Vrederijk de kenmerken van Yeshua draagt en niet besneden hoeft te worden. De besnijdenis van Yeshua is ons toegerekend omdat we één met Hem zijn.

We zijn nu verzegeld door de Heilige Geest:

 

2 Kor. 1: 22  Die ons ook verzegeld heeft en het onderpand van de Geest in onze harten gegeven heeft.

Efeziërs 1:13b In Hem bent ook u, nadat u het Woord van de waarheid, namelijk het Evangelie van uw zaligheid, gehoord hebt; in Hem bent u ook, toen u tot geloof kwam, verzegeld met de Heilige Geest van de belofte.

Efeziërs 4:30 En bedroef de Heilige Geest van God niet, door Wie u verzegeld bent tot de dag van de verlossing.

Wat zegt Paulus in Gods Woord:

Galaten 5:1-15 NBG51

Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weder een slavenjuk opleggen. Zie, ik, Paulus, zeg u:

INDIEN GIJ U LAAT BESNIJDEN, ZAL CHRISTUS U GEEN NUT DOEN.

Nogmaals betuig ik aan ieder, die zich laat besnijden, dat hij verplicht is de gehele wet na te komen. Gij zijt los van Christus, als gij door de wet gerechtigheid verwacht; buiten de genade staat gij. Wij immers verwachten door de Geest uit het geloof de gerechtigheid, waarop wij hopen. Want in Christus Jezus vermag noch besnijdenis iets, noch onbesneden zijn, maar geloof, door liefde werkende. Gij liept goed. Wie is u in de weg gekomen, dat gij aan de waarheid niet meer gehoorzaamt? Die overreding kwam niet van Hem, die u roept. Een weinig zuurdeeg maakt het gehele deeg zuur. Ik voor mij ben van u overtuigd in de Here, dat gij geen andere mening zult hebben.

MAAR WIE U IN VERWARRING BRENGT, ZAL ZIJN STRAF HEBBEN TE DRAGEN, WIE HIJ OOK ZIJ.

Wat mij echter betreft, broeders, indien ik nog de besnijdenis predik, waarom word ik dan nog vervolgd? Dan is immers het aanstotelijke van het kruis van kracht beroofd. Zij moesten zich maar laten snijden, die u verontrusten! Want gij zijt geroepen, broeders, om vrij te zijn; (gebruikt) echter die vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees, maar dient elkander door de liefde. Want de gehele wet is in één woord vervuld, in dit: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Indien gij echter elkander bijt en vereet, ziet dan toe, dat gij niet door elkander verslonden wordt.