English & other languages: click here!

Numeri

Numeri betekent: "getallen". De Hebreeuwse naam is בְּמִדְבַּר , Bəmiḏbar , "In de woestijn".  Beschrijving schilderij door Christa Rosier over Numeri.

Dit schilderij stelt de reis van het volk Israel voor, zoals beschreven in het bijbelboek Numeri, gezien vanuit God’s perspectief. God kijkt neer en ziet het grote plaatje. Hij bevrijdde het volk uit de slavernij (linksonder de boeien en kettingen).

Hij bracht ze vanuit Egypte en beloofde hen het land van melk en honing (rechtsboven).

Hij overziet alles: verleden, heden en toekomst. Hij ziet hen waar ze ook zijn, worstelend door de woestijn. Daarom heb ik voeten geschilderd, en geen voetafdrukken. Hij ziet niet alleen de massa (sommige bijbeluitleggers zeggen dat er wel twee, drie miljoen mensen waren). Hij ziet zowel het geheel van Israel als het individu. Hij kent ze bij name. Er is slechts één paar voeten geschilderd, om te laten zien dat God voor elke persoon zorgt.

De tocht door de woestijn is niet alleen een reis van Egypte naar Kanaan, van west naar oost, het is ook een geestelijke tocht. De voeten gaan omhoog, naar een hogere plek. God wil Israel naar zich toe trekken, door alle moeilijkheden. Hij wil ze louteren, ze een Heilig volk maken. Om die reden heb ik goudverf gebruikt, om loutering uit te beelden.

Maar God kijkt niet alleen naar beneden, hij is ook in hun midden (de Menora). Hij voorziet in elke nood: water en brood (de twee kruiken), en Hij geneest ze (de vurige slang). En Hij is hun licht als ze door donkere plaatsen gaan. Hij geeft hen zijn zegeningen als ze Hem trouw zijn: het is de zegenbede uit Numerie die in het Hebreeuws is geschreven.

De woorden zijn niet erg scherp, want het volk van Israel kon God’s zegeningen niet goed herkennen. Ze waren - als het ware - verborgen onder een laag zand. De worsteling van de wildernis ontnam hun het zicht op die zegeningen. Ze konden alleen de duistere kant zien van alles; ze waren niet in staat om God’s ontferming te zien.

Maar er is ook een andere kant aan deze zorgende en liefhebbende God. Hij is heilig en kan geen ongehoorzaamheid accepteren. Als Israel ontrouw was, strafte Hij hen (het vuur aan de linkerkant).

Jahweh verwachtte gehoorzaamheid. In Exodus ontvangen ze de tien geboden, in Numeri geeft God hen zelfs nog meer regels en oordelen. Hij wil dat ze niet alleen naar Hem luisteren (‘Shema Israel’), maar het ook doen, uitleven. ‘Shema Israel’ zijn de beroemde woorden uit Deuteronomium. Maar in feite spreekt God deze woorden gedurende de hele woestijnreis.

Ondanks de worstelingen, de droogte (misschien ook geestelijk), moeten ze gehoorzamen door verder te gaan (de voeten), door Hem te prijzen en Hem offers te brengen (de handen die omhoog zijn geheven). God wil dat ze hun plek kennen. God zelf zette iedere stam op een specifieke plaats rond de tabernakel. De identiteit ontleent een persoon niet alleen aan zijn stam, maar ook van zijn (of haar) plek ten opzichte van de tabernakel. Deze specifieke plek wordt voorgesteld door de hand die de banier vasthoudt.

En God wilde ook dat ze hun vijanden bestreden (de hand die een mes/zwaard vasthoudt). Het is niet hun gevecht, maar God’s gevecht.

En tenslotte zijn er de kwastjes die ze aan de hoeken van hun kleding moesten bevestigen en waarin een blauwe draad moesten weven. Dit om hen eraan te herinneren dat ze de geboden van God moesten houden en heilig moesten leven voor God.


Ga naar hoofdstuk: inleiding/index - 1/2  -3/4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9/10 - 11/12 - 13 -13/14 - 14/15 - 15 - 16 - 17 - 18 - 19  - 20a - 20/22

22-25 - 23/24 - 25 - 25-30 - 26 -  27 - 28/29 - 30 - 31 - 32 - 33 - 34 - 35/36