English & other languages: click here!

Wie is de antichrist?

De hierboven afgebeelde vis draagt de naam "Draakvis", een echte jager uit de diepzee. Omdat de antichrist ook wel vereenzelvigd wordt met het Beest uit de zee, koos ik als symbool dit plaatje. Degene die de naam voor dit beest bedacht, heeft ongetwijfeld dezelfde associatie gehad. De werkelijke antichrist zal er waarschijnlijk niet zo afschrikwekkend uitzien, maar zijn wezen, zijn gedachten, zijn plannen, zijn volgens Bijbelse normen, meer dan afschrikwekkend. 

Het 
Beest uit de zee is dé grote man, de door velen vereerde leider in de eindtijd. Johannes ziet hem in een gezicht verbeeld als een beest dat uit de zee opkomt. Het Beest stelt ook een koninkrijk voor. Het Beest uit de zee wordt verheerlijkt door het Beest uit de aarde, d.i. een valse profeet en wonderdoener.

Het beest uit de zee (Het Boek)

Openbaring 13:1 Ik zag een beest uit de zee opkomen dat tien horens en zeven koppen had. Op elk van zijn horens stond een kroon en op zijn koppen stonden beledigingen tegen God. 2 Het beest dat ik zag, leek op een luipaard, maar had de poten van een beer en de muil van een leeuw. De draak gaf het beest zijn kracht en gezag, heel zijn grote macht. 3 Het leek of een van zijn koppen dodelijk gewond was, maar de wond genas. De hele wereld liep vol verbazing achter het beest aan. Alle mensen vielen op de knieën en vereerden de draak, omdat hij het beest zoʼn grote macht had gegeven. 4 Zij aanbaden ook het beest zelf en zeiden: ‘Wie is met het beest te vergelijken? Wie kan het tegen hem opnemen?’ 5 Het beest mocht met hoogmoedige woorden God beledigen, tweeënveertig maanden lang. 6 En hij deed zijn muil open en braakte de grofste beledigingen uit tegen God, tegen zijn naam, tegen zijn tempel en tegen allen die in de hemel woonden. 7 Het beest mocht oorlog voeren tegen het volk van God en het overwinnen. Hij kreeg macht over alle landen en volken. 8 Alle mensen op aarde zullen hem aanbidden, behalve de mensen die al sinds het ontstaan van de wereld vermeld worden in het levensboek, het boek van het Lam, dat geslacht is. 9 Ieder die oren heeft, moet luisteren. 10 Wie bestemd is voor gevangenschap, zal gevangengenomen worden. Wie bestemd is om met het zwaard gedood te worden, moet door het zwaard gedood worden. Daarom moeten zij die bij God horen standvastig blijven en hun geloof bewaren. haar bewoners het eerste beest, dat van zijn dodelijke wond genezen was, te aanbidden.

Wie is de antichrist?

De antichrist is niet slechts één afzonderlijke persoon of organisatie, want de Bijbel zegt dat er ‘vele antichristen’ zijn                     ( 1 Johannes 2:18). De term ‘antichrist’ is afgeleid van het Griekse woord dat ‘tegen (of in plaats van) Christus’ betekent en verwijst naar iedereen die

  • ontkent dat Yeshua/Jezus de Christus (Messias) is of dat hij de Zoon van God is ( 1 Johannes 2:22);
  • zich verzet tegen de Christus, Gods Gezalfde (Psalm 2:1-2; Lukas 11:23);
  • zich voordoet als de Christus (Mattheüs 24:24);
  • de discipelen van Christus vervolgt — Jezus beziet dit als iets wat hem wordt aangedaan (Handelingen 9:5);
  • ten onrechte beweert een christen te zijn en zich ondertussen wetteloos of oneerlijk gedraagt (Mattheüs 7:22, 23)         
  • 2 Korinthe 11:13

In de Bijbel worden individuele personen die deze dingen doen antichristen genoemd; als groep worden ze aangeduid als ‘de antichrist’ (2 Johannes 1:7). De antichrist verscheen voor het eerst in de tijd van de apostelen en is nu nog steeds actief. Dat is precies wat de Bijbel profeteerde (1 Johannes 4:3).

Hoe zijn antichristen te herkennen?

  • Ze promoten verkeerde ideeën in verband met Yeshua/Jezus (Mattheüs 24:9-11).
  • Personen die bijvoorbeeld de goddelijkheid van Yeshua/Jezus ontkennen
  • Antichristen verwerpen wat Jezus zei over de werkwijze van Gods Koninkrijk. Sommige religieuze leiders zeggen bijvoorbeeld dat Christus via menselijke regeringen werkt. Maar deze leerstelling is in strijd met wat Jezus zei: ‘Mijn koninkrijk is niet van deze wereld’ (Johannes 18:36).
  • Ze beweren dat Jezus hun Heer is, maar Gods geboden, gehoorzamen ze niet en de feesten van de HEER vieren ze niet. (Mattheüs 28:19-20; Lukas 6:46; Handelingen 10:42).