Klik hier om een tekst te typen.

Psalm 5 de antichrist in de psalmen

In alle tijden hebben gelovigen de verdrukking ervaren die het gevolg is van de strijd die de hele geschiedenis doorgaat, genoemd in Genesis 3:15. Een strijd die juist in de eindtijd op z’n hevigst zal zijn. Ook David, die deze psalm schreef heeft de antichristelijke macht aan de lijve ervaren. Vooral toen David’s eigen zoon Absalom zijn vader van de troon wilde stoten. Absalom die zich heel geliefd maakte bij het volk door vleierijen, wat duidelijk een tactiek is van de antichrist, die in Daniël “de verachtelijke man” genoemd wordt. Absalom greep de macht die hem niet toekwam.

 

Daniël 11: 21 …. Er zal een verachtelijk man opstaan. Men zal hem de koninklijke waardigheid niet geven. Maar hij zal komen in zorgeloze rust en het koningschap zal hij grijpen door vleierijen.

 

Later bleek Absalom die zich zo geliefd maakte met vleierijen, een gewelddadige machtswellusteling te zijn en deinsde er niet voor terug zijn vader te achtervolgen om hem te doden. Hij bedreef openlijk ontucht met de bijvrouwen van zijn vader en was ook een heel religieus man (2 Sam. 15: 7,8). Net zoals de antichrist liet hij een beeld voor zich oprichten.

Tijdens de grote verdrukking zal dit soort geweld extreme vormen aannemen. In die tijd zal het gelovig overblijfsel van Israël de Naam van YHWH aanroepen met “mijn Koning en mijn God”. (vs. 3) Wij komen die uitroep ook tegen in Psalm 44: 5 “Ú bent mijn Koning, o God”;

De satan kan slechts zover gaan als God het toelaat. Hij is te vergelijken met een kwade hond die aangelijnd is, maar die, vanwege het ongeloof, steeds meer speelruimte krijgt. Uiteindelijk zal God hem loslaten, en het zal duidelijk zijn dat degenen die God trouw zijn het heel zwaar te verduren krijgen.

De antichrist is “de man van bloed en bedrog” waarvan profetisch gesproken wordt in vers 7 van deze psalm. Hij zal door een zee van bloed zijn doel bereiken om op de plaats van God te gaan zitten. Dan lijkt alles verloren…. maar de psalm spreekt ook van vertrouwen in God, die uiteindelijk recht zal doen en alles ten goede zal doen keren. Voor wie zich in het midden van de strijd bevindt zal het van levensbelang zijn om dat voor ogen te houden.

Zo’n moment dat even alles verloren leek beschrijft David ook in deze psalm:

23 Ik echter zei, in mijn haast: Ik ben afgesneden van voor Uw ogen; maar toch hoorde U mijn luide smeekbeden toen ik tot U riep.

En Yeshua zei niet voor niets:

Matth. 24: 13 Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.

In psalm 5: 7 staat: Van de man van bloed en bedrog heeft YHWH een afschuw.

Deze combinatie “bloed en bedrog” zien we ook in Romeinen 3 waarin de staat van de mens beschreven wordt, die geheel onder invloed van satan is gekomen:

13 Hun keel is een open graf, met hun tong plegen zij BEDROG, addergif is onder hun lippen.
14 Hun mond is vol vervloeking en bitterheid,
15 hun voeten zijn snel om BLOED te vergieten.

In vers 11 van Psalm 5 vraagt David aan God om de vijand te straffen. Dat zien we heel vaak in de psalmen. Dat is een terechte vraag. Als Gods kinderen vervolgd worden zijn ze God ongehoorzaam en moet er recht verschaft worden.

Psalm 5:11 Verklaar hen schuldig, o God, laat hen ten val komen met hun opvattingen; verdrijf hen om hun vele overtredingen, want zij zijn U ongehoorzaam.

David vraagt hier ook om in een andere psalm:

Psalm 10: 15 Breek de arm van de goddeloze en de kwaaddoener, eis rekenschap van hem over zijn goddeloosheid, tot U er niets meer van vindt.

Psalm 31: 18 HEERE, laat mij niet beschaamd worden, want ik roep U aan; laat de goddelozen beschaamd worden, laat hen zwijgen in het graf.

Er zijn nog veel meer voorbeelden. En het is ook terecht dat God de vijanden oordeelt en straft. Mozes zag al in een heel ver verleden hoe de antichristelijke macht zich zou manifesteren en dat dit zou uitlopen via een finale strijd tot het aanbreken van Gods Koninkrijk.

Deut. 32: 35 Aan Mij komt de wraak en de vergelding toe, op het tijdstip dat hun voet wankelt.
Voorzeker, de dag van hun ondergang is dichtbij, en spoedig komen de dingen die hen te wachten staan. 36 Want de HEERE zal Zijn volk recht verschaffen, Hij zal berouw hebben over Zijn dienaren.
Want Hij zal zien dat hun kracht is vergaan, en dat het met de gebondene en de vrije gedaan is.

Psalm 5 is een morgenlied. Wie de moeiten van de nacht ervaart ziet uit naar de morgen. David begint de morgen door de moeiten aan God voor te leggen:

Psalm 5: 4 's Morgens hoort U mijn stem, HEERE; 's morgens leg ik mijn gebed voor U neer en zie ik naar U uit.

De nacht kan zwaar zijn geweest:

Psalm 130: 6 Mijn ziel wacht op de Heere, meer dan wachters op de morgen, wachters op de morgen.

Psalm 17: 15 Ik echter zal in gerechtigheid Uw aangezicht aanschouwen; ik zal, wanneer ik ontwaak, verzadigd worden met Uw beeld.

Psalm 30: 6 Want een ogenblik duurt Zijn toorn, maar een leven lang Zijn goedgunstigheid; overnacht 's avonds het geween, 's morgens is er gejuich.

De psalm eindigt met bemoedigende woorden, waarin David ervan getuigt dat God hem heeft doorgeholpen in die moeilijke momenten. Laat het ook ons bemoedigen:

12 Maar laat verblijd zijn allen die tot U de toevlucht nemen,
laat hen voor eeuwig juichen
omdat U hen beschut;
laat in U van vreugde opspringen
wie Uw Naam liefhebben.
13 U immers zegent de rechtvaardige, HEERE;
U omringt hem met goedgunstigheid als met een schild.