English & other languages: click here!
Koning-Priester YESHUA uit Aäron/Zadok (deel 1)
De maagd Miriam/Maria
Familie van Koning David
Maar ook familie van Elisheva(Elizabeth)
de Zadok hogepriesterfamilie
Elisheva/Elizabeth familie van Aäron
van de hogepriester Zacharia
van het geslacht van de hogepriester Zadok
van de hogepriester Aäron
Bewijs uit drie Schriftgedeelten (deel 1)
- Lucas 1:36 – Maria en Elisabet zijn bloedverwanten
- Het Griekse woord suggenēs (Strong 4773) betekent bloedverwant.
- Elisabet is “uit de dochters van Aäron”.
- Dus Maria’s moeder moet uit Aäron zijn.
- Maria’s vader is uit Juda, uit David.
- Conclusie: Yeshua draagt zowel Davids koningslijn als Aärons priesterlijn via Maria.
2. Jeremia 33:15–24 – Twee door God gekozen families
- Vers 17: een Man uit David zal eeuwig regeren.
- Vers 18: een Man uit Aäron zal het eeuwige offer brengen.
- Vers 24: God noemt “de twee families die Hij heeft uitgekozen”.
- Conclusie: dezelfde Messias komt uit beide lijnen.
3. Hebreeën 7 – Yeshua’s priesterschap is hemels
- Yeshua is priester naar de orde van Melchizedek, niet Aäron.
- Maar dat sluit niet uit dat Hij biologisch uit Aäron komt via Maria.
- Omdat Hij geen aardse vader heeft, kan Hij geen Aäronitische priester volgens de wet zijn, maar wel afstammen van Aäron.
De sleutel: de familie van Zadok
- Alleen de zonen van Zadok mochten “voor God staan” en bloedoffers brengen (Ez. 43–44).
- Jeremia 33:18 gebruikt het woord lifne (“voor het aangezicht van God”), wat verwijst naar de Zadokieten.
Koning-Priester Yeshua uit Zadok van Aäron, bewezen aan de hand van drie Schriftgedeelten.
Dat Jezus, de koning en priester, ook afstamt van Aäron, wordt bewezen aan de hand van drie Schriftgedeelten.
Mijn beste broeders en zusters die onze Heer Jezus dienen in de bediening,
Dit artikel bewijst duidelijk dat Jezus ook afstamt van Aäron, aan de hand van slechts drie schriftgedeelten.
1) Lukas 1:36 En zie, uw nicht Elizabet is eveneens zwanger van een zoon, in haar ouderdom. Dit is de zesde maand voor haar, die onvruchtbaar genoemd werd.
2) Jeremia 33:15-24, met name vers 18
18. en aan de Levitische priesters zal geen man voor Mijn aangezicht ontbre-ken die het brandoffer brengt, het graanoffer in rook laat opgaan en het slachtoffer be-reidt, alle dagen.
3) Hebreeën 7:11-17
11 Als dan door het Levitische priesterschap de volmaaktheid bereikt had kunnen worden – want onder dit priesterschap had het volk de wet ontvangen – waarom was het dan nog nodig dat er een andere Priester naar de ordening van Melchizedek zou opstaan, Eén van Wie niet gezegd kan worden dat Hij naar de ordening van Aäron was?
12. Als het priesterschap verandert, vindt er immers ook noodzakelijkerwijs een ver-andering van de wet plaats.
13. Want Hij van Wie deze dingen gezegd worden, behoort tot een andere stam, waarvan niemand zich ooit tot de altaardienst begeven heeft.
14. Het is immers overduidelijk dat onze Heere van Juda afstamt, over welke stam Mozes niets gezegd heeft in verband met het priesterschap.
15. En dit wordt nog veel duidelijker, als er naar het evenbeeld van Melchizedek een andere Priester opstaat,
16. Die dat niet geworden is op grond van een wettelijk voorgeschreven afstamming, maar uit kracht van onvergankelijk leven.
17. Hij getuigt immers: U bent Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchi-zedek.
Als u dit artikel met een open hart en een open geest leest, zult u vele nieuwe en wonderbaarlijke openbaringen zien over de absolute volmaaktheid van onze Heer Jezus, die altijd al in Gods Heilige Woord te vinden waren.
1) Lucas 1:36 De engel Gabriël vertelde ons dat de vader van de maagd Mirjam (Maria) afstamde van David (Lucas 1:32), en ook dat de moeder van de maagd Marjam afstamde van Aäron.
Maar hoe weten we dat? Omdat Lucas 1 in het Grieks is geschreven. Toen de engel Gabriël Mirjam (Maria) vertelde over haar verwante Elisa (Elizabeth) van Aäron (Lucas 1:36 en 5), betekende het Griekse woord dat gebruikt werd voor 'verwant' door het bloed. Het Strong's Concordantie-nummer is 4773. Dat betekent dat de volledige identiteit van onze Heer Jezus over het hoofd is gezien. Dat onze Heer Jezus niet alleen afstamt van de familie van Aäron, maar dat Jezus ook uit dezelfde familie van Aäron kwam als Mirjams verwante Elisa.
Welke familie van Aäron was dat?
Ten eerste was het de familie van Aäron waarvan in de Tanakh, (het Oude Testament), was geprofeteerd (Jer. 33:18) dat onze Messias uit deze familie zou komen. En het was ook de familie van Aäron die in Gods tegenwoordigheid kon komen! Bedenk dat Elisa's echtgenoot, de priester Zacharia van Aäron, in Gods tegenwoordigheid was gekomen toen God Zijn engel Gabriël had gestuurd om tot hem te spreken (Lucas 1:11), net als Mirjam. (Lucas 1:28)
Is dit een aanwijzing voor de familie van Aäron waartoe ze beiden behoren? Ja!
God had ons dit antwoord ook al gegeven, maar indirect, met de volgende woorden:
In Lucas 1:5-6 worden zowel Zacharias als Elisa beschreven: ‘En <u>zij waren beiden rechtvaardig voor God</u>, wandelend in alle geboden en verordeningen van de HEER, onberispelijk.’ Bedenk dat Mirjam (Maria) het rechtvaardige zaad draagt uit Genesis 3:15, de vervulling van koningen en priesters.
Voordat we ontdekken tot welke specifieke familie van Aäron Zacharias, Elisa en ook Mirjam (Maria) behoorden, zoals beschreven in de profetieën van het Oude Verbond over de komende Messias, en voordat we ontdekken wat ons nog meer ontgaan is in dit grote mysterie van Yeshua, laten we eerst eens kijken naar wat de engel Gabriël aan Mirjam (Maria) vertelde over haar goddelijke kind Yeshua in Lucas 1:26-37.
De engel Gabriël zei dat het kind Yeshua van de maagd Mirjam (Maria) goddelijk zou zijn! ‘Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden;’ (Lucas 1:32)
“De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom zal ook de Heilige die geboren zal worden de Zoon van God genoemd worden.” (Lucas 1:35)
We vinden ook dat Yeshua’s goddelijkheid op vele plaatsen in het Oude Testament geprofeteerd werd, zoals in Jesaja 7:14:
Jesaja 7:14 “Daarom zal de maagd zwanger worden en een zoon baren, en zij zal Hem de naam Immanu El (God is met ons) geven.”
Jesaja 9:5 “Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder. En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst..”
In Jeremia 23:5, 6 wordt Hij genoemd: de Spruit (Tzemach) der Gerechtigheid en de HEER onze Gerechtigheid! In Jeremia 33:15 en 16 wordt Yeshua opnieuw met deze twee goddelijke titels genoemd: “de Spruit (Tzemach) der Gerechtigheid en de HEER onze Gerechtigheid!”
De engel Gabriël vertelde Mirjam (Maria) in Lucas 1 ook dat haar Kind de vervulling zou zijn van het geslacht van David: "En de HEER God zal Hem de troon van zijn vader David geven." (Lucas 1: 32)
"En Hij zal voor eeuwig over het huis van Jakob regeren, en aan zijn Koninkrijk zal geen einde komen." (Lucas 1:33) We zien dit ook terug in veel profetieën uit het Oude Testament.
Deze profetieën gaan over Yeshua die uit het geslacht van koning David komt, zoals in Jesaja 7:13; Jesaja 9:7; Jesaja 11:1-5; Jeremia 23:5; Jeremia 33:17; 2 Samuel 7:11-16; Micha 5:2; enz. ...
Nu, aangezien de engel Gabriël aangaf dat het kind van de maagd Mirjam (Maria) van Aäron zou zijn, en volgens wat God over Jezus had gezegd, dat Hij geboren zou worden als de vervulling van de familie van David (want bij God is niets onmogelijk; en bij God zijn alle dingen mogelijk), zou Jezus dan ook niet de vervulling kunnen zijn geweest van de hoogste familieorde van de hogepriesterlijke familie van Aäron, en niet alleen dat, maar ook de vervulling van de grootste mysterieuze Messiaanse profetieën die betrekking hebben op één specifieke familie van Aäron?
“Kom en zie!” Johannes 1:29 (40)
De passage Jeremia 33:15-24 gaat over Yeshua als de Spruit van Gerechtigheid (of Tzemach van Gerechtigheid) en ook als de HEER, onze Gerechtigheid. Dit zijn twee hemelse titels die verwijzen naar Koning Yeshua.
En profetisch verwijst de Man in Jer. 33:17 naar Yeshua. "Aan David zal het niet aan een Man ontbreken die op de troon van het huis van Israël zit". Deze verzen zijn in feite een herhaling van de Messiaanse profetie van Jeremia 23:5 en 6.
Maar God gaat verder en vertelt ons meer over dit profetische mysterie van Yeshua in Jeremia 33:18, het belangrijkste vers van deze hele passage: "En de priesters en de Levieten zullen geen Man voor Mij missen om brandoffers te brengen, graanoffers aan te steken en voortdurend te offeren." In het Hebreeuws staat er dat dit offer ‘voor alle dagen’ is, (‘zebach kol hayamim,’ זֶּבַח--כָּל-הַיָּמִים ), of het eeuwige offer!
God had ons net verteld dat het Eeuwige Offer komt van een Man uit Aäron, uit de priesterfamilie van Aäron. Maar hoe kan dat mogelijk zijn? Want alleen Yeshua uit de familie van koning David brengt het Eeuwige offer! Fout! En Gods Woord is altijd waar. Maar hoe kan dat correct zijn? We moeten iets belangrijks over onze Heer Yeshua over het hoofd zien.
We vinden het antwoord als we verder lezen naar vers 24, waar staat: "...de twee families die de HEER heeft uitgekozen..." Uitverkoren voor wat? God heeft zojuist drie keer, van vers 17 tot en met vers 23, over deze twee specifieke families gesproken, Davids familie en Aärons familie. Wat zegt God? Wat vertelt God ons nu echt?
God vertelt ons dat deze twee families, de familie van David en de familie van Aäron, specifiek door God waren uitgekozen, zodat onze Heer Yeshua, de Spruit der Gerechtigheid (Tzemach der Gerechtigheid) (Jeremia 33: 15) en de HEER onze Gerechtigheid (Jer. 33:16), naar de aarde zou kunnen komen... dat God Zijn Zoon Yeshua naar de aarde kon brengen door middel van de maagd (Jesaja 7:13, 14) via deze twee families. In Jesaja 7:13 vertelt God ons dat de maagd uit het huis van David zou komen.
In Jeremia 23:5,6 vertelt God ons dat de Spruit (Tzemach) der Gerechtigheid en de HEER der Gerechtigheid uit het huis van David zouden komen. Maar in Jeremia 33:24 vertelt God ons nu veel meer, namelijk dat de maagd uit deze twee families zou komen. Dat betekent dat de Man uit Jer. 33:17, afkomstig uit de familie van David, die voor eeuwig op de troon van David over het Huis van Israël zal regeren, dezelfde Man is als de Man uit Jer. 33:18, die afkomstig is uit de priesterfamilie van Aäron, en die Degene is die het Eeuwige Offer brengt (‘voor alle dagen’).
Nogmaals, hoe is dat mogelijk?
Het antwoord ligt in het mysterie van de maagd. Hoewel Mirjam (Maria) een maagd was, had ze wel een vader en een moeder. Volgens de wet van de Torah kon een Joods Israëlisch kind slechts van één stam zijn, de stam van de vaderlijke familie, en in haar geval was de stam van Mirjams vader Juda, uit de familie van David. Dus Mirjam (Maria) was van de stam Juda. Maar Mirjam (Maria) had ook een moeder uit de familie van Aäron. Dus Mirjams kind zou ook uit de familie van Aäron komen. Omdat Mirjam (Maria) een maagd was, zou haar kind geen aardse vader hebben.
Dat betekende veel belangrijke dingen: dat Mirjams kind geen zonde zou hebben, aangezien het de zonden van de vaders [niet die van de moeders] waren die werden doorgegeven aan de kinderen tot in de derde en vierde generatie (Exodus 34:7); dat haar kind slechts uit één stam kon komen, de stam van Mirjams vader, de stam Juda; dat haar kind nooit uit Levi kon komen, ook al zou haar kind altijd uit de familie van Aäron komen. Omdat Jezus geen aardse vader had, kon Hij ook nooit een Aäronitische priester zijn, omdat het Aäronitische priesterschap alleen van vader op zoon werd doorgegeven.
De Man die in Jeremia 33 vers 18 wordt genoemd, komt dus niet uit Levi en is geen Aäronitische priester. Maar hij komt wel uit de Aäronitische priesterfamilie, via de familie van Mirjams moeder. En zo wordt het mysterie van Jeremia 33:18 met betrekking tot Yeshua verklaard!
Maar Jeremia 33:18 onthult ook nog meer over dit mysterie van Yeshua's identiteit, namelijk uit welke specifieke familie van Aäron Yeshua, de Spruit (Tzemach) van Gerechtigheid, en de HEER onze Gerechtigheid, geboren zou worden. Hoe weten we dit? Omdat God één Hebreeuws woord gebruikt om dit mysterie in vers 18 te onthullen, het Hebreeuwse woord 'lifne' (voor), dat deze Man niet alleen uit de familie van Aäron komt, maar dat deze Man voor God geplaatst is om een bloedoffer te brengen.
Het antwoord hierop vinden we in Ezechiël 43:18 en 19, en Ezechiël 44:15 en 16, waar God ons vertelt welke familie van Aäron voor God mag komen, in Zijn aanwezigheid, en Hem een bloedoffer mag brengen. De enige familie van Aäron die God dit toestond, was de familie van Zadok!
Ezechiël 44:15,16 “Maar de priesters, de Levieten, de zonen van Zadok, die de zorg hadden over Mijn heiligdom toen de kinderen van Israël van Mij afdwaalden, zij zullen tot Mij naderen om Mij te dienen; en zij zullen voor Mij staan om Mij het vet en het bloed te offeren,” zegt de HEER God. “Zij zullen Mijn heiligdom binnengaan, en zij zullen tot Mijn tafel naderen om Mij te dienen, en zij zullen Mijn opdracht nakomen.”
Alleen de Zadokieten mogen het bloedoffer brengen, Ezechiël 43:18.
Zie voor vervolg deel 2.
Ida