Nehemia 7 - Een bewaakte stad


Nehemia 7 volgt direct op de voltooiing van de muur rond Jeruzalem. Het fysieke herstelwerk is vrijwel klaar, alleen de deuren moeten nog in de poorten worden geplaatst. Nehemia beseft heel goed dat een stad niet alleen uit stenen bestaat: het volk zelf moet opnieuw worden opgebouwd. Daarom richt dit hoofdstuk zich op identiteit, continuïteit en vooral trouw aan Gods beloften. Nehémia stelt poortwachters aan. Er wordt een namenlijst samengesteld van Joden die met de eerste terugkeer uit Babel zijn vertrokken naar Jeruzalem. Het volk geeft geschenken om de tempeldienst weer te hervatten. De lijsten met namen lijken misschien droog, maar ze hebben een belangrijke functie: ze verbinden het herstelde Jeruzalem met het verleden van Israël.


Nehemia 7:1-3
1. Het gebeurde, toen de muur herbouwd was, dat ik de deuren plaatste en dat de poortwachters, de zangers en de Levieten werden aangesteld.
2. Toen gaf ik, met betrekking tot Jeruzalem, een bevel aan Hanani, mijn broer, en Hananja, de bevelhebber van de burcht, want hij was een betrouwbaar man en godvrezender dan velen.
3. Ik zei tegen hen: Laat de poorten van Jeruzalem niet geopend worden totdat de zon heet wordt, en terwijl de wachters nog in dienst zijn, moeten ze de deuren sluiten, en vergrendelt u ze dan. En laat men wachtposten opstellen, inwoners van Jeruzalem, ieder op zijn wachtpost, en ieder tegenover zijn eigen huis.

1. Wij treden Uwe Poorten in.........

Toen de muur gebouwd was, plaatste ik de deuren.........  "the finishing touch", de muren waren bedoeld als beschermende armen om de inwoners, maar de openingen die voor verbinding zorgen met de buitenwereld, moeten ook afgesloten kunnen worden. Het was anders dan in Babel met zijn imposante bouwwerken, die bed9eld zijn om macht uit te stralen, zoals dat tegenwoordig ook zichtbaar is in de metropolen van de wereld. Het dient economische belangen en status. Deze muren werden herbouwd zodat ze God veilig, en met meer glorie en vrijheid dan ooit tevoren konden aanbidden en daarom had Nehemia de poortwachters, de zangers en de Levieten aangesteld...... zo kon het volk met Pesach, het Wekenfeest en het Loofhutten feest weer met David zingen:"Wij zullen naar het HUIS van YAHWEH gaan! Onze voeten staan binnen uw poorten, Jeruzalem!" Psalm 122:2,3.

2. Het bestuur over Jeruzalem

Nehemia gaf, met betrekking tot Jeruzalem, een bevel aan Hanani, zijn broer, en Hananja, de bevelhebber van de burcht.........  Het was Nehemia niet te doen om politieke roem. Nu de muur klaar was, was zijn missie voltooid en droeg hij de leiding over aan zijn broer Hanani, die toen Nehemia in Perzië was een bezoek aan hem bracht. Tijdens het gesprek dat toen tussen hen gevoerd werd (Neh. 1:2), liet God een vuur in het hart van Nehemia ontsteken dat uiteindelijk deze prestatie tot gevolg had. .....en Hananja, de bevelhebber van de burcht........  Hanamja wordt hier getekend als "zeer godvrezend" en dat was bij Nehemia de belangrijkste voorwaarde. De 'burcht' was een vesting vlakbij de tempel. De burcht komt ook al ter sprake in Nehemia 2:8, waarin Nehemia koning  Arthahsasta om hout vraagt om die burcht te herstellen. De burcht was bedoeld  om de tempel te beschermen. De noordkant van Jeruzalem was topografisch gezien de meest kwetsbare plek voor vijandelijke aanvallen. Perzische functionarissen plaatsten gewoonlijk een commandant van de vesting over strategische citadellen.(info uit Biblehub en https://garydavenport.org). Het was daarmee ook duidelijk dat Nehemia de leiding niet uit het Perzische rijk wegtrok. 

Laat de poorten van Jeruzalem niet geopend worden totdat de zon heet wordt,.......

Nehemia geeft aanwijzingen voor de veiligheid in de stad:

  • Poorten pas openen als de zon hoog staat
  • de wachters moeten aan het eind van daglicht poorten sluiten en vergrendelen
  • Wachten bij de poorten, maar ook bij eigen huis
  • Wachten aanwijzen voor de muren

De poorten zouden laat opengaan en vroeg sluiten. Het laat zien dat de situatie nog lang niet veilig was. Er moeten wachtlopers komen uit de eigen bevolking. Er moet wacht gehouden worden tijdens het openen, sluiten en vergrendelen van de deuren.  Nehemia bouwt niet alleen, maar neemt maatregelen om het veilig te houden. Hij heeft de vijandschap geproefd, een vijandschap van alle tijden, die zijn oorsprong vindt in Genesis 3:15.

Dit is een waarschuwing voor ons. De tekst uit Efeze 6:13 leert ons klaar te zijn voor de aanvallen van satan en daar zegt hij achteraan: "opdat u NA ALLES GEDAAN TE HEBBEN, STAND KUNT HOUDEN !!"  Als Gods volk niet beschermt wat ze voor de Heer hebben bereiktzal de vijand komen en het overnemen ...... We zien in onze tijd dat kerken en moskee worden of een andere goddeloze bestemming krijgen. Kinderen uit gelovige gezinnen, die het geloof in God de rug toe keren. Laten we onze poorten bewaken, de vijand is overal. 

Spreuken 8:34 Welzalig is de mens die naar Mij luistert, door dag aan dag te waken aan Mijn poorten, door Mijn deurposten te bewaken.

3. Jeruzalem is nog dun bevolkt

Nehemia 7:4 De stad was wijd uitgestrekt en groot, maar er woonde weinig volk in en er waren geen huizen gebouwd.

Nehemia 7:4 De stad was wijd uitgestrekt en groot, maar er woonde weinig volk in en er waren geen huizen gebouwd........ Jeruzalem moest weer een bruisende stad worden. Maar er waren ook vrijwel geen huizen in Jeruzalem. Dus er was daar nog genoeg te doen. De meeste ex-ballingen waren in de omliggende dorpen gaan wonen (Ezra 2:70), waar de levensmogelijkheden groter zullen zijn geweest dan in een half verwoeste stad.

Nehemia voelt zich door God geleid om de bewoners te registreren. Hij vindt een oud register van de eerste groep ballingen die terugkeerde uit Babylon (onder Zerubbabel).

4. Lijst van teruggekeerde families

Nehemia 7:5-7
5. Mijn God gaf mij in het hart dat ik de edelen, de machthebbers en het volk zou verzamelen om zich in het geslachtsregister in te laten schrijven. Ik vond het geslachtsregister van hen die het eerst waren opgetrokken, en ik vond daarin geschreven:
6. Dit zijn de bewoners van het gewest die optrokken uit de gevangenschap van de ballingen die Nebukadnezar, de koning van Babel, in ballingschap had gevoerd, en die terugkeerden naar Jeruzalem en naar Juda, ieder naar zijn eigen stad,
7. die meekwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Azaria, Raämja, Nahamani, Mordechai, Bilsan, Mispereth, Bigvai, Nehum en Baëna.

5. Mijn God gaf mij in het hart dat ik de edelen, de machthebbers en het volk zou verzamelen om zich in het geslachtsregister in te laten schrijven. Ik vond het geslachtsregister van hen die het eerst waren opgetrokken, en ik vond daarin geschreven:
6. Dit zijn de bewoners van het gewest die optrokken uit de gevangenschap van de ballingen die Nebukadnezar, de koning van Babel, in ballingschap had gevoerd, en die terugkeerden naar Jeruzalem en naar Juda, ieder naar zijn eigen stad,
7. die meekwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Azaria, Raämja, Nahamani, Mordechai, Bilsan, Mispereth, Bigvai, Nehum en Baëna.

God gaf het Nehemia in zijn hart dat hij de edelen, de machthebbers en het volk zou verzamelen om zich in het geslachtsregister in te laten schrijven.......... Het leven van Nehemia was diep verbonden met God. Daarom herkende hij ook wat God hem in zijn hart liet weten. De be;amgrijke mensen, hier 'edelen' genoemd en de machthebbers moesten komen om hin namen in het geslachtsregister te laten inschrijven. Zo ontstond er een lijst van hen die uit Babel weggingen, degenen die eerder door Nebukadnezar waren meegenomen naar Babel. Nu woonden ze weer op het grondgebied dat YAHWEH hun had toebedeeld, maar dat nog niet de glorie had van wat de oudsten onder hen zich konden herinneren. 

Die meekwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Azaria, Raämja, Nahamani, Mordechai, Bilsan, Mispereth, Bigvai, Nehum en Baëna....... De lijst begint met Zerubbabel. Hij had de leiding over de eerste groep Joodse ballingen die terugkeerden uit de Babylonische ballingschap. Onder het Perzische gezag diende hij als stadhouder (landvoogd) van Juda en speelde hij een cruciale rol bij het leggen van de fundamenten voor de wederopbouw van de Tempel in Jeruzalem, dat nu weer ommuurd is.  Zijn naam betekent “zaad van Babel”, toch was hij een echte Jood uit het koningsgeslacht van David. Een kleinzoon van koning Joachin. Hier komt Nehemia waarschijnlijk ook een onbekende naamgenoot tegen. 

Het grootste deel van het hoofdstuk bestaat uit een opsomming van families, priesters, Levieten, tempeldienaren en andere groepen die eerder uit de ballingschap waren teruggekeerd. Er volgens heel wat verzen met namen. In de Bijbel verdwijnen ze niet onder een grote noemer, maar de namen zijn bekend bij God. 

Ik wil nog even de vinger leggen bij vers 62 waar Delaja, de nakomelingen van Tobia wordt genoemd. Hij was de vader van Semaja, de priester die Nehemia in de val wilde laten lopen (Nehemia 6:10).

In vers 65 is er sprake van "zijne excellentie". Uit het verband blijkt dat het hier om Nehemia gaat, die een Perzische titel Tirshatha krijgt toegeschoven. Deze titel wordt alleen voor Zerubbabel en Nehemia gebruikt en komt alleen voor in de boeken Ezra en Nehemia. Een engelse vertaling is 'vice-regent' of 'governor'.  

Waarom is de vermelding van al die namen belangrijk voor ons?

  • Het bevestigt wie werkelijk tot Israël behoort
  • Het herstelt familielijnen en identiteit
  • Het bepaalt wie priesterlijke taken mag uitvoeren
  • Het toont dat God Zijn volk niet vergeten is

Zo zullen ook éénmaal de tien stammen weer toegevoegd worden. Als Gods Koninkrijk aanbreekt zijn alle stammen aanwezig en wordt aan iedere stam zijn erfdeel: het grondgebied toegekend. Wat God beloofd heeft dat doet hIJ, ook al lijkt dat voor ons onmogelijk. Voor Hem zijn alle dingen mogelijk. Ze vormen weer één geheel met het Israël zoals vóór de ballingschap onder de koningen David en Salomo.  Het volk wordt hersteld. We weten ook dat er door de eeuwen heen tot heden velen van het volk zijn afgevallen. Het zijn steeds weer de overblijfsels. Maar éénmaal in het land onder Koning Yeshua, zullen ze weer uitbbreiden en groeien en de Naam van God veheerlijken om hun redding door het bloed van Yeshua.