English & other languages: click here!

Nehemia 11 - Jeruzalem moet bevolkt worden


inleiding - Ezra & Nehemia - 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 6+ - 7 - 8 - 9 - 9& - 10 - 11 - 11+ - 12 - 13


Nehemia 11 beschrijft de herbevolking van Jeruzalem, nadat de muren waren herbouwd. Er woonden nog maar heel weinig mensen in Jeruzalem, waar de tempel stond. Om de stad te bevolken, werd gebruik gemaakt van het lot, waarbij 'één van de tien' inwoners uit de steden en dorpen van Juda naar Jeruzalem verhuisde. Bovendien waren er Judeeërs die, hoewel niet ingeloot, daar toch graag naar toe wilden verhuizen. En die waren vanzelfsprekend van harte welkom. Hiermee werd gebruik gemaakt van de lijsten van teruggekeerde ballingen, die door Nehemia waren verzameld (Nehemia 7:5-7).


Nehemia 11:1-2
1. De vorsten van het volk woonden in Jeruzalem, maar de rest van het volk wierp het lot om één op de tien van het volk naar voren te brengen om in Jeruzalem, de heilige stad, te gaan wonen, en negen op de tien in de andere steden.
2. Het volk zegende alle mannen die zich vrijwillig aanboden om in Jeruzalem te wonen.

Jeruzalem had nu haar tempel en was ommuurd. Maar er woonden nog heel weinig mensen. Het was nog lang geen levende, bruisende stad.    De vorsten van het volk woonden in Jeruzalem........ een deel van de leiders en priesters woonden er al wel. Dat was ook nodig voor de tempeldienst en het functioneren van de hoofdstad. Voor de rest werd een regel bepaald: de rest van het volk wierp het lot om één op de tien van het volk naar voren te brengen om in Jeruzalem, de heilige stad, te gaan wonen....... dit besluit zorgde voor een eerlijke verdeling en voorkwam dat de last bij slechts enkelen zou terecht komen. De overige negen op de tien konden in de andere steden en dorpen blijven wonen.

Het volk zegende alle mannen die zich vrijwillig aanboden om in Jeruzalem te wonen......... Naast de families verhuisden ook vrijwilligers naar Jeruzalem. De mensen waren daar erg blij mee omdat zij bereid waren persoonlijk comfort (landelijke vrijheid, bestaande netwerken) op te offeren voor de dienst aan God en het functioneren van de heilige stad van God.

1. Hoofden van Juda en Benjamin

Nehemia 11:4-9
4. In Jeruzalem woonden sommigen van de nakomelingen van Juda en van de nakomelingen van Benjamin. Van de nakomelingen van Juda: Ataja, de zoon van Uzzia, de zoon van Zacharja, de zoon van Amarja, de zoon van Sefatja, de zoon van Mahalaleël, van de nakomelingen van Perez;
5. en Maäseja, de zoon van Baruch, de zoon van Kol-Hoze, de zoon van Hazaja, de zoon van Adaja, de zoon van Jojarib, de zoon van Zacharja, de zoon van de Siloniet.
6. Alle nakomelingen van Perez die in Jeruzalem woonden, waren vierhonderdachtenzestig bekwame mannen.
7. Dit zijn de nakomelingen van Benjamin: Sallu, de zoon van Mesullam, de zoon van Joëd, de zoon van Pedaja, de zoon van Kolaja, de zoon van Maäseja, de zoon van Ithiël, de zoon van Jesaja;
8. en na hem Gabbai, Sallai: negenhonderdachtentwintig.
9. Joël, de zoon van Zichri, was opzichter over hen, en Juda, de zoon van Senua, was de tweede over de stad.

Onder de inwoners van Jeruzalem bevonden zich Joden uit de stammen Juda (Nehemia 11:4-6)  en Benjamin (Nehemia 11:7-9). Er waren er twee keer zoveel uit Benjamin als uit Juda. Die van Efraïm en Manasse (1 Kronieken 9:3) worden niet afzonderlijk vermeld (Ezra 1:8). De drie gslachten van Juda: Perez (Genesis 38:29), Zera (Gen. 38:30; Neh.11:24) en Sela, (hier geschreven als Silon) vers 5 en Gen. 38:5. 

2. De priesters

Nehemia 11:10-14
10. Van de priesters: Jedaja, de zoon van Jojarib, Jachin,
11. Seraja, de zoon van Hilkia, de zoon van Mesullam, de zoon van Zadok, de zoon van Merajoth, de zoon van Ahitub, de verantwoordelijke voor het huis van God.
12. En hun broeders die het werk in het huis verrichtten: achthonderdtweeëntwintig. Adaja, de zoon van Jeroham, de zoon van Pelalja, de zoon van Amzi, de zoon van Zacharja, de zoon van Pashur, de zoon van Malchia.
13. En zijn broeders, familiehoofden: tweehonderdtweeënveertig. Amassai, de zoon van Azareël, de zoon van Achzai, de zoon van Mesillemoth, de zoon van Immer.
14. En hun broeders, strijdbare helden: honderdachtentwintig. Opzichter over hen was Zabdiël, de zoon van Gedolim.

We kunnen dit vergelijken met 1 Kronieken 9:10-13. Van de in Ezra 2:36-39, 10:18-22 genoemde priesterafdelingen, worden hier alleen Jedaja (vers 10), Pashur (vers 12) en Immer (vers 13) vermeld. Verder worden genoemd de afdeling Jojarib (lees als 1 Kron. 9:10, dus met weglating van "de zoon van") en Jachin (vers 10). Kennelijk zijn er niet meer dan 5 van de 25 afdelingen binnen Jeruzalem vertegenwoordigd. Het geslacht Seraja (vers 11), beorend tot de afdeling Jedaja (bij Ezra 2:36), staat voor de hogepriesterlijke familie (verantwoordelijke voor het huis van God).

3. De Levieten

Nehemia 11:15-18
15. Van de Levieten: Semaja, de zoon van Hassub, de zoon van Azrikam, de zoon van Hasabja, de zoon van Bunni.
16. En Sabbethai en Jozabad, van de hoofden van de Levieten, waren verantwoordelijk voor het werk buiten het huis van God.
17. En Mattanja, de zoon van Micha, de zoon van Zabdi, de zoon van Asaf, het hoofd verantwoordelijk voor de aanhef van de dankzegging bij het gebed, en Bakbukja was de tweede van zijn broeders; en Abda, de zoon van Sammua, de zoon van Galal, de zoon van Jeduthun.
18. Alle Levieten in de heilige stad: tweehonderdvierentachtig.

Het werk buiten het huis van God vs. 16: Je kunt dit vergelijken met 1 Kronieken 9:14-16. Het innen van de tienden (Nehemia 10:38-39), beheer van de voorraden, de 'buitendienst van voormannen en rechters' (1 Kron.26:29).

4. De poortwachters vs. 19

Nehemia 11:19 De poortwachters, Akkub, Talmon en hun broeders, die de wacht hielden bij de poorten: honderdtweeënzeventig.

De latere collega's van Pinchas (Pinehas) die ervoor moeten zorgen dat het kwaad niet Gods Koninkrijk (de tempel) binnenkomt. Een taak die we ook hebben in Gods Koninkrijk. Maar wat is er al veel ongerechtigheid de kerken binnengekomen. Verwijsteksten 1 Kron. 9:17-26a; Ezra 242.

5. De tempeldienaren vs. 21

Nehemia 11:21 De tempeldienaren woonden op de Ofel; Ziha en Gispa waren aangesteld over de tempeldienaren.

De zuid- oostelijke heuvel bij het Kidrondal te Jeruzalem heette de Ofel (2 Kron. 33:14 - Neh.3:27). Het was dichtbij de Gihon bron en water daarvan kon gebruikt worden voor de tempeldienst. Hier hadden voorheen de Jebusieten gewoond. In het Hebreeuws staat hier het woord nethihim in plaats van tempeldienaren. Het woord komt van nathan = geven. Ze waren gegeven, d.i. overgegeven, namelijk tot de dienst van de Levieten. Ze worden, in de na de ballingschap geschreven boeken, de tempelknechten/dienaren genoemd. 

Zij waren de Levieten tot hulp, d.i. tot verlichten van de geringste en zwaarste moeilijkheden gegeven; zij werden daarom bij opgaven van het tempelpersoneel altijd bij de Levieten opgenoemd (Ezra 7:24).

6. Door Judeeërs bewoonde steden vs, 25-36

Nehemia 11:25-36
25. In de dorpen op het platteland waren sommigen van de nakomelingen van Juda gaan wonen: in Kirjat-Arba en de bijbehorende plaatsen, in Dibon en de bijbehorende plaatsen, in Jekabzeël en zijn dorpen,
26. in Jesua, in Molada, in Beth-Palet,
27. in Hazar-Sual, in Berseba en de bijbehorende plaatsen,
28. in Ziklag, in Mechona en de bijbehorende plaatsen,
29. in En-Rimmon, in Zora, in Jarmuth,
30. Zanoah, Adullam en zijn dorpen, Lachis en zijn akkers, en Azeka en de bijbehorende plaatsen; zij vestigden zich van Berseba af tot het Dal van Hinnom toe.
31. De nakomelingen van Benjamin van Geba woonden in Michmas, Aja en Bethel en de bijbehorende plaatsen,
32. Anathoth, Nob, Ananja,
33. Hazor, Rama, Gitthaïm,
34. Hadid, Zeboïm, Neballat,
35. Lod en Ono, in de Vallei van de handwerkers.
36. Van de Levieten woonden sommigen in land dat aan Juda en Benjamin toebedeeld was.

De steden en dorpen vormden een omvangrijk gebied met Joodse bewoning. Het betekent daarom nog niet dat elke genoemde plaats Joods bezit zou zijn of tot het Joodse territorium behoorde, Het is merkwaardig dat namen als Bethlehem, Tekoa en Kehila ontbreken.

Om in dit hoofdstuk met al die namen een gestructureerd geheel te krijgen, heb ik o.m. gebruik gemaakt van het boek "Tekst voor Tekst" Boekencentrum.

Ida