English & other languages: click here!

Nehemia 12 - inwijding van de muur


inleiding - Ezra & Nehemia - 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 6+ - 7 - 8 - 9 - 9& - 10 - 11 - 11+ - 12 - 13


Nehemia 12 is opgebouwd uit twee hoofdonderdelen: een register van priesterlijke en levitische leiders (vers 1–26) en een gedetailleerde beschrijving van de inwijdingsceremonie van de muren van Jeruzalem (vers 27–47).

De eerste helft noemt de families en hoofden die met Zerubbábel terugkeerden uit de ballingschap, evenals de opeenvolging van de hogepriesters van Jésua tot Jaddúa. Het register vermeldt ook de levitische hoofden en portiers die dienden in de dagen van Nehémia en Ezra.
De tweede helft beschrijft hoe Nehémia en Ezra twee grote dankkoren opstelden die tegenover elkaar op de muur liepen. Het ene koor bewoog naar rechts richting de Mestpoort, het andere naar links; beide groepen ontmoetten elkaar uiteindelijk in het huis van God. Tijdens deze plechtigheid werden grote slachtoffers geofferd, heerste er grote vreugde in Jeruzalem, en werden er mannen aangesteld om toezicht te houden op de tienden en de kamers der schatten, conform het gebod van David.


A. Priesterlijke en Levitische families.

1. De priesters en Levieten in de dagen van Zerubbabel, de hogepriester

Nehemia 12:1-11
1. Dit zijn de priesters en de Levieten die met Zerubbabel, de zoon van Sealthiël, en Jesua waren opgetrokken: Seraja, Jeremia, Ezra,
2. Amarja, Malluch, Hattus,
3. Sechanja, Rehum, Meremoth,
4. Iddo, Ginnethoi, Abia,
5. Mijamin, Maädja, Bilga,
6. Semaja en Jojarib, Jedaja,
7. Sallu, Amok, Hilkia en Jedaja; dat waren de hoofden van de priesters en hun broeders in de dagen van Jesua.
8. De Levieten waren: Jesua, Binnuï, Kadmiël, Serebja, Juda, en Mattanja. Hij en zijn broeders waren verantwoordelijk voor de dankliederen.
9. En Bakbukja en Unni, hun broeders stonden tegenover hen bij hun taken.
10. Jesua verwekte Jojakim, Jojakim verwekte Eljasib, en Eljasib Jojada,
11. Jojada verwekte Jonathan, en Jonathan verwekte Jaddua.

Even een korte toelichting op de hogepriester Zerubbabel, een man die genoemd wordt in het geslachtsregister van Yeshua. Hij was een kleinzoon van de vrome koning Josia uit het geslacht van David. De zoon van Josia, de vader van Zerubbabel: Jojakim (ook Jechonia of Chonia genoemd) was de man die de profetische boekrol van Jeremia verscheurde en verbrandde. Dit bracht een vervloeking op zijn naam en zijn geslacht. Hij werd naar Babel verbannen en zijn zoon Zerubbabel (= zaad van Babel) werd daar geboren. Toen Babel werd ingenomen onder Darius I, de Perzische Koning, kregen de Joden in 537 B.C. de gelegenheid om Babel te verlaten en terug te keren naar Judea. Met de terugkeer uit de ballingschap nam Zerubbabel de leiding op zich. Hij was betrouwbaar en rechtvaardig. 

Bij die terugkeer was Nehemia nog in Perzië. Die was later vanuit Babel meegevoerd naar Perzië en had daar een aanstelling gekregen als schenker bij koning Arthahsasta.
De geslachtslijn van de hogepriester was bijzonder belangrijk. Vijf opeenvolgende afstammelingen van Jesua verschijnen in de verzen 10 en 11. Er waren problemen geweest met de identificatie van hen.

2. Priesters in de tijd van Jojakim

Nehemia 12:12-21
12. In de dagen van Jojakim waren de volgende priesters familiehoofden: van Seraja was dat Meraja; van Jeremia, Hananja,
13. van Ezra, Mesullam; van Amarja, Johanan;
14. van Melichu, Jonathan; van Sebanja, Jozef;
15. van Harim, Adna; van Merajoth, Helkai;
16. van Iddo, Zacharia; van Ginnethon, Mesullam;
17. van Abia, Zichri; van Minjamin, van Moadja, Piltai;
18. van Bilga, Sammua; van Semaja, Jonathan;
19. en van Jojarib, Matthenai; van Jedaja, Uzzi;
20. van Sallai, Kallai; van Amok, Heber;
21. van Hilkia, Hasabja; en van Jedaja, Nethaneël.

Dit gedeelte vermeldt ook de hoofden van 21 priesterlijke families in de generatie na Jesua in vers 10.

In vers 16 komen we de naam van Zacharia tegen. Hij kwam dus uit een priestergeslacht en was bovendien profeet. De naam van zijn opa: Iddo, ook een priester en profeet, komen we zowel in het bovenste tekstblok, als hier tegen. Opa en kleinzoon kwamen tegelijk uit Babel. Zacharia's vader heette Berechja. Zacharia betekent "God herinnert," Berechja "God zegent" en Iddo "de vastgestelde tijd." Deze betekenissen zijn verwerkt in de profetieën van Zacharia. In Ezra 5:1 en 6:14 en ook in vers 16 wordt Iddo als de vader van Zacharia weergegeven. Dat is wel begrijpelijk en was ook wel een gewoonte, vooral omdat Zacharia's vader Berechja nog in Babel was achtergebleven. 

3. Levieten tijdens de regering van Darius de Pers

Nehemia 12:22-26
22. De Levieten werden in de dagen van Eljasib, Jojada en Johanan en Jaddua ingeschreven als familiehoofden, en de priesters tijdens het koningschap van Darius, de Pers.
23. De nakomelingen van Levi, de familiehoofden, werden in het boek van de kronieken ingeschreven, tot de dagen van Johanan, de zoon van Eljasib.
24. De hoofden van de Levieten waren Hasabja, Serebja, en Jesua, de zoon van Kadmiël, en hun broeders stonden, dienst voor dienst, tegenover hen om te prijzen en te loven, volgens het gebod van David, de man Gods:
25. Mattanja en Bakbukja, Obadja, Mesullam, Talmon en Akkub waren bewakers, poortwachters die de wacht hielden bij de voorraadkamers van de poorten.
26. Dezen waren er in de dagen van Jojakim, de zoon van Jesua, de zoon van Jozadak, en in de dagen van Nehemia, de landvoogd, en van de priester Ezra, de schriftgeleerde.

De vier hogepriesters die in vers 22 genoemd worden, hebben kennelijk deze namen geregistreerd. Darius de Pers is waarschijnlijk Darius II (423-404 v.Chr.). Deze opsomming bevat dezelfde namen als in de eerste verzen van dit hoofdstuk. Deze lijst is echter uitvoeriger. Hieruit blijkt dat men grote waarde hechtte aan de afstamming van de priester. Als de afstamming niet klopt, krijgt een priester geen toegang tot het heiligdom. Nehemia heeft waarschijnlijk meegewerkt aan de samenstelling van deze lijst. Hij besefte dat dit nodig was voor de geestelijke opbouw van het volk (1 Kron. 16:4; 1 Kron. 23:30; 2 Kron. 8:14; 2 Kron. 29:25). om te prijzen en te loven, volgens het gebod van David, de man Gods.......... Koning David had heel veel geregeld met betrekking tot de lofzang en dus ook het tegenover elkaar staan van de priesters en de levieten tijdens de lofzang. Deze regeling was onderdeel van de hervormingen onder Nehemia. De tempeldienst werd dus hersteld overeenkomstig Davids richtlijnen. Wat David voor de eerste tempel had voorbereid, had Nehemia opnieuw voor de tweede tempel voorbereid. 

Het “Boek van de Kronieken” (vers 23) is niet het ons bekende Boek der Kronieken, maar een documentatie in het Tempelarchief, waarin de genealogische lijnen werden bijgehouden. De poortwachters werden ook tot de Levieten gerekend.
De namen Jojakim, de zoon van Jesua (niet te verwarren met koning Josia en Jojakim die eerder leefden) zijn priesters en de naam Jesua kan ook als Jozua gelezen worden. 

B. De inwijdingsceremonie.

4. Het bijeenbrengen van de Levieten voor de inwijdingsceremonie

Nehemia 12:27-29
27. Bij de inwijding van de muur van Jeruzalem zochten zij de Levieten uit al hun woonplaatsen om hen naar Jeruzalem te brengen, om met blijdschap de inwijding te verrichten, met dankzegging en met gezang, met cimbalen, luiten en harpen.
28. De nakomelingen van de zangers verzamelden zich, zowel vanuit het omliggende gebied van Jeruzalem als vanuit de dorpen van de Netofatieten,
29. en vanuit het huis van Gilgal, en vanuit de velden van Geba en Azmaveth, want de zangers hadden dorpen voor zichzelf gebouwd rond Jeruzalem.

Zonder postbestelling, telefoon of e-mail is het niet gemakkelijk om een hele groep Levieten te bereiken en uit te nodigen. Waarschijnlijk werden er bodes uitgezonden met het verzoek om deelname aan deze vreugdevolle inwijding van de muur.

met dankzegging en met gezang, met cimbalen, luiten en harpen...... Je zou zeggen "ze hebben Psalm 150 erbij gepakt!". Het zijn oprechte uitingen van dank aan YAHWEH, de God van Israël.

De nakomelingen van de zangers verzamelden zich...... de nakomelingen van de levieten die door David daarvoor waren afgezonderd kwamen uit de omstreken van Jeruzalem en ze moesten hun snaarinstrumenten meebrengen. Dan wordt er melding gemaakt van de Netofatieten, die ook genoemd worden in Ezra 2:22. Ze kwamen uit Netofa dat bij Bethlehem ligt. Ze kwamen ook uit Gilgal, wat dicht bij Jericho ligt. Ze waren in zelfgebouwde dorpen dicht bij elkaar in de buurt gaan wonen, waarschijnlijk om samen hun muzikale roeping te kunnen praktiseren. Hun opdracht was om het volk voor te gaan in aanbidding tot God. Het is goed om je daarin te oefenen zolang je voor ogen houdt dat het geen entertainment is, maar dat het doel is het verheerlijken en eren van God. 

5. De reinigingsceremonie

Nehemia 12:30 De priesters en de Levieten reinigden zich; vervolgens reinigden zij het volk, de poorten en de muur.

De priesters reinigen zich, maar ook het volk, de poorten en de muur. We hebben wel in de Tora gelezen hoe priesters zichzelf. hun kleding en de voorwerpen in de tempel reinigden (Exodus 19:10-15; Leviticus 16:28; Numeri 8:5-8,19). Maar hoe ze dat deden bij de poorten en de muur staat niet beschreven. Zonder reinheid kunnen we God niet in geest en waarheid aanbidden, zoals Yeshua ons geboden heeft (Johannes 4:24). Psalm 24:3-4 vraagt: Wie mag de berg van de HEER beklimmen? Of wie mag in zijn heilige plaats staan? Hij die reine handen en een rein hart heeft, Het betekent het hart onderzoeken en vergeving vragen voor onze ongerechtigheden. Zijn het altijd reine handen geweest die de muur bouwden? Ook dat zal aan God moeten worden voorgelegd. De Bijbel noemt Jeruzalem een "heilige stad" (Nehemia 11:1, 18 en op meerdere plaatsen), dat betekent dat ook de muren rondom de stad in reinheid moesten worden gemaakt en bewaakt. 

6.  Twee koren leiden Jeruzalem in vreugdevolle lofzang.

Nehemia 12:31-43
31. Toen liet ik de vorsten van Juda de muur opgaan. Ik stelde twee grote dankkoren en processies op: de ene ging naar rechts, over de muur, naar de Mestpoort,
32. en achter hen liep Hosaja met de helft van de vorsten van Juda,
33. en Azarja, Ezra en Mesullam,
34. Juda, Benjamin, Semaja en Jeremia,
35. en van de nakomelingen van de priesters met trompetten: Zacharja, de zoon van Jonathan, de zoon van Semaja, de zoon van Mattanja, de zoon van Michaja, de zoon van Zakkur, de zoon van Asaf,
36. en zijn broeders Semaja en Azareël, Milalai, Gilalai, Maäi, Nethaneël en Juda, en Hanani, met muziekinstrumenten van David, de man Gods. En Ezra, de schriftgeleerde, ging voor hen uit.
37. Zij gingen vervolgens naar de Bronpoort, en recht voor hen uit gingen zij via de trappen van de stad van David naar boven, waar de muur oploopt, boven het huis van David langs tot aan de Waterpoort in het oosten.
38. Het tweede dankkoor ging in tegenovergestelde richting, met mij erachter, en met de helft van het volk, over de muur, boven de Bakoventoren langs, tot aan de Brede Muur,
39. boven de Efraïmpoort langs, en over de Oude Poort en over de Vispoort, de Hananeëltoren en de Honderdtoren, tot aan de Schaapspoort. Vervolgens bleven ze bij de Gevangenpoort staan.
40. Daarna stelden de twee dankkoren zich op in het huis van God, ook ik en de helft van de machthebbers met mij,
41. en de priesters Eljakim, Maäseja, Minjamin, Michaja, Eljoënai, Zacharja en Hananja, met trompetten,
42. en Maäseja, Semaja, Eleazar, Uzzi, Johanan, Malchia, Elam en Ezer. Ook lieten de zangers zich horen, en Jizrahja, de opzichter.
43. Zij brachten op die dag grote offers en waren verblijd, want God had hen in grote mate verblijd, en ook de vrouwen en de kinderen waren verblijd, zodat de blijdschap van Jeruzalem van ver gehoord werd.

Deze inwijdingsceremonie gaat gepaard met grote blijdschap. Er worden twee stoeten van dankkoren samengesteld die gelijktijdig vertrekken voor een tocht over de stadsmuur. Ze lopen echter in tegengestelde richting.  Herinner je je nog dat dit dezelfde muur was, waarvan Tobia eerder had beweerd, dat die muur zo zwak was, dat zelfs een vos die eroverheen liep hem zou doen instorten (Nehemia 4:3)!

Het éne dankkoor wordt aangevoerd door Ezra (vs. 36), terwijl Nehemia aan het einde van het tweede dankkoor loopt (vs. 38). Deze twee groepen zangers ontmoeten elkaar weer in de buurt van de tempel, nadat ieder de helft van de rondgang om de stad heeft afgelegd.

Ze hebben hiermee de woorden uit de mooie Psalm 48 vervuld:

Psalm 48:13-14
13. Ga rondom Sion en loop eromheen,
tel haar torens,
14. richt uw hart op haar vestingwal,

om het aan de volgende generatie te vertellen. .

Aangekomen bij het Huis van God, wordt er één groot koor gevormd dat de stem luid laat weerklinken. Daarna worden er onder algehele vreugde "grote slachtoffers gebracht". Dit waren ongetwijfeld de vrede- of dankoffers voor feestelijke en blijde aangelegenheden. Bij mij komen dan die psalmregels uit de berijmde Psalm 118 in gedachten "Bindt d' offerdieren dan met touwen tot aan de hoornen van 't altaar" (vers 27 onberijmd). Van die offers mocht ook het volk, dat deelde in die vreugde, eten. Ze waren overweldigd door vreugde en dankbaarheid, in het licht van alles wat God had gedaan. Die Psalm 118 zingt over de komst van de grote Koning Yeshua HaMashiach. Ook dan zal God zo'n grote vreugde geven, ook dan zal de reiniging hebben plaatsgevonden, ook dan zullen de lofzangen tot Zijn eer gezongen worden. Dit was alvast een voorproefje. En wat voor één!!! Hoe zal het straks dan zijn? Als Hij Jeruzalem gegrondvest heeft en gesteld heeft tot een lof op aarde! (Jesaja 62:7). 
In vers 43 worden ons drie dingen in verband met deze vreugde geleerd:

  • Ten eerste, dat de bron hiervan in God lit: "God had hen in grote mate verblijd"" - God had hen zo blij gemaakt....!
  • Ten tweede, dat allen er deel aan hebben, ook de kinderen
  • Ten derde, de blijdschap van Jeruzalem van ver gehoord werd!  In de verre omtrek klonk het feestgedruis door. 

Eens zullen allen die op aarde wonen de blijdschap opmerken van het herstelde Israël: Gods Koninkrijk! 

7. Regelingen voor priesters en levieten

Nehemia 12:44-47
44. Ook werden op die dag mannen aangesteld over de kamers voor de voorraden, voor de hefoffers, voor de eerstelingen en voor de tienden, om daarin de door de wet voorgeschreven delen van de opbrengst van de velden om de steden te verzamelen voor de priesters en de Levieten, want er was blijdschap in Juda over de priesters en de Levieten die daar in dienst stonden,
45. en hun taak ten behoeve van hun God en hun taak bij de reiniging vervulden, evenals de zangers en de poortwachters, overeenkomstig het gebod van David en Salomo, zijn zoon.
46. In de dagen van David en Asaf, van oudsher, waren er namelijk hoofden van de zangers en voor het loflied en de lofzangen voor God.
47. Daarom gaf heel Israël in de dagen van Zerubbabel en in de dagen van Nehemia de delen voor de zangers en de poortwachters, elke dag het voor die dag benodigde, en zij heiligden wat voor de Levieten was en de Levieten heiligden wat voor de nakomelingen van Aäron was.

Ook werden op die dag mannen aangesteld over de kamers voor de voorraden, voor de hefoffers......... en wat we nog meer in deze tekst lezen. Dit zijn de mensen die zorg dragen voor de dienst aan God en voor de reinigingen. Nu de muur voltooid is, de reiniging heeft plaatsgevonden, moet dat ook zijn uitwerking hebben voor het onderhoud en een gestructureerde dienst in de tempel. In Nehemia 10:32-39 kwam dit onderwerp al aan de orde bij de verbondsvernieuwing. In het volgende, laatste hoofdstuk blijkt dat er in de praktijk problemen zijn. De levieten moesten ervoor zorgen dat de tienden, de hefoffers van de oogsten ingezameld werden voor het levensonderhoud van de priesters en de levieten. Het volk van Juda was blij met de priesters en levieten die daar dienst deden. Zij waren het ook die

hun taak ten behoeve van hun God en hun taak bij de reiniging vervulden....... zij hadden begrepen wat er van hen gevraagd werd met het oog op de reiniging (Lev. 11-15; 1 Kron. 23:28).  Maar dat gold ook voor de zangers, die de opdracht van David, maar ook Asaf 1 Kron. 15:17 (en later Salomo) voor hun taak, weer serieus ter harte moesten nemen. Alles wat voor God gebeurt, kan alleen door Hem erkend en aanvaard worden als het in overeenstemming met Zijn heiligheid is. Hij kan niets aannemen wat onrein is. Maar Hij weet ook hoe zwak wij zijn. Daarom heeft Hij voorzien in het reinigende bloed van Zijn Zoon, zodat wij de mogelijkheid hebben om Hem op een Hem welbehaaglijke wijze te dienen. Wij hebben ook het reinigende water van het Woord. Het bloed van Christus zorgt voor eeuwige verzoening, terwijl het water van het Woord zorgt voor voortdurende reiniging en levendmaking door de Geest (Efeze 5:26).

Daarom gaf heel Israël in de dagen van Zerubbabel en in de dagen van Nehemia de delen voor de zangers en de poortwachters........ Hier wordt Juda of Judea vervangen door heel Israël. Maar het gaat hier niet om de 12 stammen er ontbreken er nog steeds tien. Maar degenen die in het land Israël zijn (en dat zal wel bedoeld zijn) gaven trouw de overeengekomen bijdragen voor de zangers en de poortwachters.
De precieze verdeling volgens Nehemia 12:47-48 begreep ik niet helemaal. Ik heb AI over verduidelijking gevraagd. Dit is een Bijbels antwoord: 

  1. Wie heiligde wat?
    • Het volk (Israël) heiligde (zonderde af) de gaven voor de Levieten.
    • De Levieten heiligden (zonderden af) een deel daarvan (de "tiende van de tiende") voor de priesters (nakomelingen van Aäron). 
  2. Wat werd er geheiligd?
    • De gaven zelf (de materiële offers) werden geheiligd. Door ze af te zonderen van hun eigen bezit, veranderde de status van deze goederen: ze werden "heilig" (eigendom van God, bestemd voor Zijn dienaren).
    • De ontvangers (Levieten en priesters) werden niet opnieuw geheiligd door deze handeling; zij waren reeds geheiligd voor hun dienst. Zij ontvingen slechts wat hen wettelijk toekwam als hun "heilige deel". 

      Vervolgens gaan we naar het laatste hoofdstuk van het boek Nehemia.

 

Dit was één van de meest zinvolle geschiedenissen die plaatsvond na de terugkeer uit de ballingschap. Israël was nu veiliger en meer gebaseerd op de Tora nu ze terug waren in het Beloofde Land, dan toen de eerste ballingen waren teruggekeerd. Nehemia was door Gods leiding,  erin geslaagd de muren van Jeruzalem te herbouwen, de Mozaïsche wet opnieuw gezag toe te kennen en de bediening van de tempel te reorganiseren in harmonie met Gods wil.

Ida