English & other languages: click here!

Spreuken 3 - Steun niet op eigen inzicht


Spreuken 3 is een centraal hoofdstuk in het Bijbelboek Spreuken, geschreven als raad van een vader aan zijn zoon, dat de zegen van de godsvrucht en de kostbaarheid van wijsheid beschrijft. Het roept op tot een leven dat volledig steunt op vertrouwen in YAHWEH, geworteld in wijsheid, tucht, rechtvaardigheid en goedheid. Het hoofdstuk tekent de weg van iemand die zich laat vormen door Gods onderwijzing — en de zegen die daarop volgt.


1. Leef vanuit trouw en betrouwbaarheid (vs. 1–4)

Spreuken 3:1-4
1. Mijn zoon, vergeet mijn onderricht niet,
en laat je hart mijn geboden in acht nemen,
2. want lengte van dagen en jaren van leven
en vrede zullen ze voor jou vermeerderen.
3. Mogen goedertierenheid en trouw jou niet verlaten.
Bind ze om je hals, schrijf ze op de tafel van je hart,
4. vind gunst en goed verstand
in de ogen van God en mens.

Mijn zoon, vergeet mijn onderricht niet........ We lezen hier over een liefdevolle vader en dat horen we al in de aanspraak "mijn zoon". Op dezelfde manier spreekt onze hemelse Vader jou en mij aan: "Mijn zoon, Mijn dochter"!  Wat de vader te zeggen heeft is heel erg belangrijk: "laat je hart mijn geboden in acht nemen". Salomo bedoelt hier de geboden van God, die ook de geboden van deze vader zijn. De Vader weet dat het leven er van af hangt: het eeuwige leven!! Een eeuwig leven waarin er vrede is in je hart, in je denken met God en met anderen, wat allemaal al hier in het tijdelijk leven begint. Dat begint hier al met het in acht nemen van de geboden van God de Vader. Geen koude gehoorzaamheid omdat het nu eenmaal moet. Nee, nee, van harte! Ga het maar proberen omdat Hij je liefheeft en Hij je het echte leven wil laten proeven. Het is belangrijk omdat je dan pas gaat begrijpen dat je toekomst afhankelijk is van je leven in het volgen van Zijn wil. Hij geeft geen geboden om je te plagen, maar om je het goede leven te laten proeven midden in een zondige wereld.

Mogen goedertierenheid en trouw jou niet verlaten....... goedertierenheid is een woord dat vrijwel niet voorkomt in ons spraakgebruik. De Basisbijbel vertaalt vers 3 zo: "Wees altijd trouw en liefdevol. Zorg dat je dat nooit loslaat, maar bewaar het in je hart".  In de oudheid gebruikte men vaak sieraden met teksten die ze wilden onthouden, die kon je om je nek hangen of aan de deurpost spijkeren (mezoeza), om je armen (tefillin) , draadjes aan je kleding (tzittzit), dat wordt zo ongeveer bedoeld met "Bindt ze om je hals (en ook de  tafel van je hart)".  Wij schrijven vaak een vierkant papiertje om iets te onthouden (memo, kattebelletje). Het is geen bevel maar bedoeld als: doe er alles aan om het te onthouden en dat het verankerd wordt in je persoonlijkheid. Zo zal het leven eerlijker, verstandiger en vriendelijker worden in de ogen van God en mens.

2. Vertrouw op de HEERE, niet op jezelf (vs. 5–8)

Spreuken 3:5-8
5. Vertrouw op de HEERE met heel je hart, en steun op je eigen inzicht niet.
6. Ken Hem in al je wegen, dan zal Híj je paden rechtmaken.
7. Wees niet wijs in je eigen ogen: vrees de HEERE en keer je af van het kwade.
8. Het zal een medicijn zijn voor je navel en verfrissing voor je beenderen.

steun niet op je eigen inzicht .......... omdat we sinds de zondeval in de Hof van Eden in zonde geboren worden is het altijd goed om onze inzichten te toetsen aan de Bijbel en God om wijsheid te vragen. Vertrouw er maar op dat Hij je de goede weg zal wijzen. Hoe meer we met Hem leven en Zijn Woord leren kennen, des te meer zullen onze inzichten daarmee overeenkomen. Dat is het werk van de Heilige Geest. Laat altijd het gebed van David in ons hart zijn:  Psalm 139:23-24. Als we God betrekken in alles wat we doen, dan gaan we op Gods weg: de rechte, de goede weg. 

Psalm 139:23-24
23. Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, beproef mij en ken mijn gedachten.
24. Zie of er bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg.

Wees niet wijs in je eigen ogen...... hoeveel mensen zijn er niet om ons heen die zichzelf zo wijs vinden. Maar als wij God kennen, gaan we zien dat menselijke wijsheid meestal dwaasheid is. Met mooie redeneringen kun je in het kwade terechtkomen. Dat moeten we niet willen. Keer je er van af! Dat medicijn voor je navel (en verfrissing voor je beenderen) is natuurlijk ook beeldspraak. Het betekent dat afzien van wijsheid in eigen ogen genezend is voor je geestelijk leven.

3. Eer de HEERE met je bezit (vs. 9–10)

Spreuken 3:9-10
9. Vereer de HEERE met je bezit, met de eerstelingen van heel je opbrengst,
10. dan zullen je schuren gevuld worden met overvloed en je perskuipen overlopen van nieuwe wijn.

Vereer de HEERE met je bezit...... met deze woorden worden we tot offeren opgeroepen. Met de eerstelingen werd in Israel de eerste vruchten van de oogst bedoeld, maar ook het eerstgeboren mannelijk vee. Daarmee  geven we YAHWEH het eerste en het beste van wat wij ontvangen. Deze gaven waren bedoeld als dankzegging voor God. Omdat we ons over het algemeen veel minder in de agrarische sector bevinden wordt het toegepast op onze inkomsten (de tienden) als de eerstelingen van heel je opbrengst (Deut. 18:4; Deut. 26:2). De tienden waren in Bijbelse tijden bestemd voor het heiligdom en het levensonderhoud van de priesters en de Levieten. In onze tijd vragen we God waaraan we deze gaven mogen besteden om Hem daarmee te eren. Het offeren van de dieren was een voorafschaduwing van het offer van Yeshua, die als eerstgeborene werd gegeven tot onze redding.   

dan zullen je schuren gevuld worden met overvloed.......... het houden van de geboden zal je tot zegen zijn. Dat geldt eveneens voor onze tijd, tenminste als we dat van harte doen. Je perskuipen overlopen van nieuwe wijn...... Ook de wijn is een teken van welvaart mits met wijsheid en dankbaarheid gebruikt. Zie het artikel: Opdat het goed met u gaat.

4. Aanvaard Zijn tucht (vs. 11–12)

Spreuken 3:11-12
11. Mijn zoon, verwerp de vermaning van de HEERE niet
en heb geen afkeer van Zijn bestraffing.
12. Want de HEERE straft wie Hij liefheeft,
zoals een vader doet met de zoon die hij goedgezind is.

Het woord vermaning heeft bij ons een negatieve klank. Hoewel de woorden vermaning en bestraffing in de context van het boek Spreuken nauw met elkaar verbonden zijn en vaak samen voorkomen, zijn ze niet exact hetzelfde. Het woord vermaning omvat meerdere aspecten: bemoediging en aansporing, onderwijs en tucht, maar vooral een teken van ouderlijke liefde om het kind de goede weg te laten gaan. Een vader kan op een heel liefdevolle manier uitleggen dat bepaalde dingen niet goed zijn. Het kind moet die liefde proeven. Zo moeten wij ook Gods liefdevolle bedoeling begrijpen als Hij door Zijn Woord en Geest tot ons spreekt. Hij wil dat het goed met ons gaat. Wie niet direct luistert krijgt wel eens een strengere boodschap. De hemelse Vader wil niet dat Zijn kind op een verkeerde weg terecht komt en uiteindelijk verloren zou gaan. Daarom..

heb geen afkeer van Zijn bestraffing....... als je Vaders woorden serieus neemt, zul je merken dat het ruimer wordt in je leven. Dus sta open voor correctie! Hij wil alleen maar het goede voor je. Want de HEERE straft wie Hij liefheeft...... een vader die alles goed vindt wat zijn zoon doet zal zijn zoon opvoeden tot een slecht mens. Er moet vertrouwen zijn tussen vader en zoon, tussen moeder en dochter, tussen God en de mens. Dan kun je tegen een stootje. Omdat het je op de goede weg leidt.

5. De waarde van wijsheid (vs. 13–20)

Spreuken 3:13-20
13. Welzalig is de mens die wijsheid vindt, de mens die inzicht verkrijgt,
14. want haar opbrengst is beter dan de opbrengst van zilver en haar inkomen beter dan bewerkt goud,
15. zij is kostbaarder dan robijnen. Al jouw wensen zijn met haar niet te vergelijken.
16. Lengte van dagen is in haar rechterhand, in haar linkerhand zijn rijkdom en eer.
17. Haar wegen zijn lieflijke wegen, al haar paden zijn vrede.
18. Zij is een boom des levens voor wie haar vastgrijpen: wie haar vasthouden, zijn gelukkig te prijzen.
19. De HEERE heeft de aarde met wijsheid gegrondvest, de hemel met inzicht gevestigd.
20. Door Zijn kennis hebben de diepe wateren zich een weg gebaand, en druipen de wolken van dauw.

Welzalig is de mens die wijsheid vindt, de mens die inzicht verkrijgt........ iemand die deze zin leest, maar de Bijbel nog niet begrijpt, kan denken "nou dan ga ik filosofie studeren, dan ben ik wijzer dan de meeste mensen". Met zo'n opleiding kan ik een goed betaalde baan krijgen en de mensen komen bij mij om hulp te vragen. Ik weet van iemand die zo dacht. Hij slaagde voor zijn studie en werd zelfs professor. Maar het bracht hem niet het geluk dat hij verwachtte. Die filosofie had geen basis, het was leegte in zijn ziel. In feite is het met theologie niet anders, zolang de Bijbel uit wetenschappelijk oogpunt wordt ontleed. Het werd anders toen hij de Bijbel met zijn hart ging lezen. Hij begreep dat al die moeiten die er in een mensenleven zijn, het gevolg waren van een leven buiten de Schepper om. We zijn door YAHWEH geschapen om Hem te dienen en lief te hebben. Hij moet het centrum in ons leven zijn. Hij geeft ons de juiste aanwijzingen voor het leven in Zijn geboden. 

Alles wat we buiten Hem om doen, zoals dat met Adam en Eva al begon, dat zorgt voor de problemen in het leven. God, in de Zoon Yeshua is de BRON van de ware wijsheid. In gehoorzaamheid aan Hem gaat je leven vrucht dragen. 

De opbrengst van de wijsheid van God is beter dan de opbrengst van zilver en haar inkomen beter dan bewerkt goud........ het is meer waard dan goud of zilver en de beloning van een goede baan. Het is meer waard dan robijnen, de meest kostbare edelstenen. Want de Wijsheid van God geeft rust voor je ziel. God belooft zelfs lengte van dagen en rijkdom en eer. Dat zijn beloftes die na de opstanding in het Koninkrijk van God in volle vervulling gaan, al kunnen we ook nu al wel iets, zoals rust en vrede, als voorsmaak daarvan verwachten.

Zij is een boom des levens voor wie haar vastgrijpen:....... die Wijsheid is de persoon van Yeshua HaMashiach, zoals we al in hoofdstuk 1 hebben genoemd. Maar de boom des levens is eveneens een beeld van Yeshua. In Zijn wezen zijn zoveel aspecten. Maar het betekent wel dat wie de wijsheid van God leert ontvangen en toepassen, bij wie het een deel wordt van zijn persoonlijkheid, dat hij ook deel heeft aan het verheerlijkte leven van Hem bij de opstanding. En nu al mag hij in een hectische wereld Zijn lieflijke wegen en paden van vrede bewandelen. 

YAHWEH heeft de aarde met wijsheid gegrondvest........maar ook de hemel met inzicht (= wijsheid).  We lezen In Spreuken 8:27 dat toen YAHWEH de hemel gereedmaakte toen was de Wijsheid daar, toen Hij een cirkel trok over het oppervlak van de watervloed........ Hier wordt de schepping beschreven als een geordend, begrensd geheel — een cirkelvormige wereld.  Yeshua  de Wijsheid is de Schepper (Joh. 1:1-3; Kol. 1:16; Hebr. 1:2) –  Het allereerste woord van de Bijbel is: Bereshiet בְּרֵאשִׁית wat men kan lezen als:  "In het/een begin", maar ook als: "Met de/een Eersteling" schiep Elohim de hemel en de aarde' ......... Wie is dan die Eersteling? Die Eersteling is een verwijzing naar de ultieme Eersteling Yeshua. Zie 1 Kor. 15:20 en 1 Kor. 15:23. Hij is dus de Wijsheid, de Eersteling, de Boom des Levens, en dan ook de Schepper en de Verlosser!

Door Zijn kennis hebben de diepe wateren zich een weg gebaand....... In het Hebreeuws staat hier voor de "diepe wateren", het woord "tohomot"  (תְּהוֹמוֹת), dat zijn onderaardse watergangen, die kunnen worden opengebroken, zoals bij de zondvloed in Genesis 7:11. In droge tijden is de natuur afhankelijk van dauw. Ook dit alles is door de Wijsheid tot stand gebracht.

6. Leef rechtvaardig en goed voor anderen (vs. 21–30)

Spreuken 3:21-30
21. Mijn zoon, laat ze niet wijken van je ogen: neem wijsheid en bedachtzaamheid in acht.
22. Zij zullen leven zijn voor je ziel, een sieraad voor je hals.
23. Dan zul je je weg onbezorgd gaan en je voet niet stoten.
24. Als je neerligt, zul je niet angstig zijn, je zult neerliggen en je slaap zal aangenaam zijn.
25. Wees niet bevreesd voor plotselinge angst of voor verwoesting door goddelozen, als die komt,
26. want de HEERE is je hoop, Hij zal je voet bewaren voor gevangenschap.
27. Onthoud het goede niet aan wie er recht op hebben als het binnen je macht ligt dat te doen.
28. Zeg niet tegen je naaste: Ga heen en kom nog eens terug en morgen zal ik het geven, terwijl het bij jou is.
29. Smeed geen kwaad tegen je naaste, terwijl hij onbezorgd bij jou woont.
30. Klaag een mens niet zonder reden aan als hij jou geen kwaad heeft gedaan.

Mijn zoon, laat ze niet wijken van je ogen:......... Vader Salomo laat geen kans onbenut om zijn zoon van het belang van deze wijsheidsoverdracht te overtuigen. Hij zegt hier zoiets van "Jongen houdt dit steeds voor ogen! Het zal je zoveel rust geven in het dagelijkse leven...."  Het maakt je tot een integer mens op wie men kan bouwen. Het zal je tot sieraad zijn, het zal je tot een mooi mens maken, zoals God dat bedoeld heeft. Als je oprecht met anderen omgaat dan hoef je je geen zorgen te maken, je hoeft geen uitvluchten (smoesjes) te bedenken en je zult niet zo gauw in een val trappen die een ander voor je neerzet, want God onderwijst je over de weg die je moet gaan.

Je slaap zal aangenaam zijn............Als je op bed  ligt in  het donker hoef je niet bang te zijn. Je hebt eerlijk en liefdevol gehandeld, daarom ben je niet onrustig en dan kun je rustig gaan slapen. Je hebt je leven in Gods trouwe hand gelegd. Ook in de moeiten die anderen je mogelijk bezorgen zal God je wijsheid en hulp geven als je dat aan Hem overgeeft. En als je alles aan God hebt verteld en Hem om uitkomst hebt gevraagd, dan moet je er niet alsnog over gaan piekeren. God weet het en Hij gaat ermee aan het werk. Jij bent er vrij van.

Wees niet bevreesd voor plotselinge angst of verwoesting door goddelozen........ angst kan een waarschuwing zijn om actie te ondernemen. Je zou in een levensbedreigende situatie kunnen zijn. Maar ook dan roep je het uit tot God. Maar angsten kunnen ook je hart binnenkomen omdat je je een voorstelling maakt van iets wat zou kunnen gebeuren. Voor goddeloze mensen die je kwaad willen doen. Maar wie met God leeft is niet alleen. En God laat je niet alleen! Hij is erbij, ook al zie je het niet. Maar je weet het!! Hij is een machtige hulp in benauwdheid. 

want de HEERE is je hoop....... het woord hoop heeft bij ons zo'n onzeker begrip. Maar in deze tekst wil het toch veel meer zeggen: We mogen Hem vertrouwen!

Hij zal je voet bewaren voor gevangenschap......... ook bij gevangenschap en executie is God een helper voor hen die op Hem vertrouwen. Ik denk aan Petrus die gevangen was genomen. Herodes Agrippa had net Jakobus laten doden en omdat dit in de smaak viel bij het farizeese publiek, nam hij ook Petrus gevangen. Petrus sliep in afwachting van zijn executie, geketend tussen twee soldaten en bewakers voor de deur. Hij sliep zo vast dat een engel hem in zijn zij kwam porren om hem wakker te krijgen, waarna hij wonderlijk werd bevrijd (Handelingen 12:7).

Onthoud het goede niet aan wie er recht op hebben........ dat gebeurt wel eens bij het uitbetalen van loon, maar kan ook in andere gevallen plaatsvinden. Als je het verschuldigde wel hebt en toch wacht met uitbetalen is dat een vorm van het laten blijken van je macht over de ander. Dat geldt ook voor hulp aan de armen. Dat zou geen hulp vanuit het hart zijn.

Zeg niet tegen je naaste: Ga heen en kom nog eens terug....... ik geef het je morgen wel...... dit gaat om dezelfde tekst. 

Smeed geen kwaad tegen je naaste, terwijl hij onbezorgd bij jou woont........ wie zulke dingen doet gaat niet slapen met een goed geweten. Een gelovige zal worden aangeklaagd door zijn geweten. We moeten voorzichtig zijn met het beoordelen van anderen. Op de sociale media worden mensen vaak onterecht in een verkeerd daglicht gezet. Juist uit het omgaan met onze naaste zal blijken of iemand vanuit het geloof leeft. Aan de vruchten zal men iemand herkennen. Als iemand jou wel kwaad heeft gedaan moet deze zo mogelijk daarmee geconfronteerd worden in een persoonlijk gesprek.

7. Gods houding tegenover rechtvaardigen en goddelozen (vs. 31–35)

Spreuken 3:31 -35
31. Wees niet jaloers op een man van geweld en verkies geen van zijn wegen,
32. want wie afwijkt van de rechte weg is voor de HEERE een gruwel, maar met de oprechten gaat Hij vertrouwelijk om.
33. De vloek van de HEERE rust op het huis van de goddeloze, maar de woning van de rechtvaardigen zal Hij zegenen.
34. De spotters zal Híj wel bespotten, maar zachtmoedigen zal Hij genade geven.
35. Wijzen zullen eer ontvangen, maar dwazen laden schande op zich.

Wees niet jaloers op een man van geweld en verkies geen van zijn wegen.......... sommige van de in dit deel genoemde zaken kun je rangschikken onder de "werken van het vlees", dat wil zeggen dat dit gebeurt bij hen die niet bekeerd zijn. Daar is deze jaloezie een duidelijk voorbeeld van. 

Jaloezie en geweld en kwaad smeden staan in Galaten 5:19-21 omschreven als "werken van het vlees". Maar daarbij staat ook de waarschuwing dat wie deze dingen doen "het Koninkrijk van God" niet zullen beërven. En dat is heel ernstig. We verwachten dat het aanbreken van het Koninkrijk niet meer zo heel ver weg is. Yeshua zei tegen Nicodemus: "Als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan." Alleen schuldbelijdenis en bekering kan hem redden. Dus benijdt de geweldenaar niet, om wat hij met geweld verkregen heeft.

De spotters zal Híj wel bespotten, maar zachtmoedigen zal Hij genade geven..........ook hier worden twee tegenovergestelde situaties getekend.  in Psalm 2:4 lezen we dat God de koningen en machthebbers zal bespotten die samenspanden tegen YAHWEH en Zijn gezalfde (YESHUA) .

God bespot hen ten tijde van het oordeel dat in Mattheüs 25:31-46 beschreven wordt. Dit is bij de aanvang van het Koninkrijk en nog niet het "laatste oordeel" zoals het kopje erboven vermeldt.

In dat gedeelte wordt een aantalvoorbeelden gegeven van zachtmoedigen aan wie genade wordt bewezen. Ik denk hier  aan de tekst:

Mattheüs 10:42: "En wie een van deze kleinen slechts een beker koud water te drinken geeft omdat hij een discipel is, voorwaar, Ik zeg u: hij zal zijn loon beslist niet verliezen." 

Ik zie daarin onze houding in deze tijd ten opzichte van de gelovige Yeshua-belijder in Israël, die de afwijzing van de wereld en van het farizeïsme in Israël ervaart. Dan is zo'n kleine zachtmoedige liefdesdaad al voldoende om genade te ontvangen.

In Mattheüs 25:31-40  staat dit iets specifieker geformuleerd:

Yeshua somt hier concrete daden op: "Want Ik was hongerig en u hebt Mij te eten gegeven, Ik was dorstig en u hebt Mij te drinken gegeven..." (vers 35). Dit komt in principe overeen met de "beker water" uit Mattheüs 10: wie dit doet voor één van de "minsten van deze broeders van Mij", doet het voor Yeshua zelf en ontvangt daarvoor zegen (het beërven van Koninkrijk, vers 34).



 

Ida