KOM, LATEN WE ISRAËL VERNIETIGEN........
Een preek van David Maasbach
De preek is vrijwel letterlijk weergegeven. Echter vanwege spreektaal hier en daar bijgewerkt. Aan de boodschap is niets afgedaan of toegevoegd.
David Maaasbach vergelijkt de overwinning tijdens de 6-daagse oorlog van 1967 met de geschiedenis van Jefta die tegen de Ammonieten moest strijden. De geschiedenis van Jefta is beschreven in Richteren 11.
In beide situaties was er een verbond gemaakt. De meeste mensen weten niets over de 6-daagse oorlog. Toch is het nodig om hiervan kennis te nemen om een goede balans te krijgen en te begrijpen wat zich vandaag hier in Nederland, Europa en de wereld afspeelt.
Syrië lag (en ligt nog) noordelijk van Israël, rechts had je Jordanië en beneden (ten zuiden) had je Egypte. Wat gebeurde er in 1967? Dat was dus ná 1948 toen Israël een staat werd. Toen hebben die drie landen Syrië, Jordanië en Egypte in het geheim een verbond met elkaar gesloten om Israël van de kaart te vegen. Ze wilden Israël vernietigen. Ze hadden de datum om Israël aan te vallen vastgesteld. Zoals Asaf dat in Psalm 83 ook beschreef in zijn dagen.
Israël wist dat, hoe? Ja, ze hebben altijd de beste inlichtingendiensten. Maar laten we daar niet prat op gaan, want we hebben een Levende God die daar altijd achter zit. Maar door wonderlijke inmenging van de Levende God – ik kan dat niet anders zeggen – die liet Hij hun dingen zien die je normaal niet zult zien. Die God waarschuwt, die ook jou en mij waarschuwt door de Heilige Geest. Hij waarschuwt voor de dingen die voor je liggen en die je niet ziet.
Er was dus een verbond gesloten en God waarschuwde, liet het hen op één of andere manier weten en Israël deed een aanval op hun vliegvelden zodat hun vliegtuigen niet omhoog konden stijgen en wat gebeurde er nu in die oorlog?
Terwijl ze dus wilden aanvallen sloeg Israël terug en veroverde zuidelijk bij Egypte de Sinaï-woestijn met het stukje Gaza, (dat hoort daar eigenlijk bij, want dat was van Egypte).
Aan de rechterkant (oostelijker) in diezelfde tijd namen zij bezit van de Westbank (zo heet dat tegenwoordig) en Oost Jeruzalem, het stukje oude stad dat ze nog niet hadden (dat was in bezit van Jordanië) en bovenin de Golanhoogte van Syrië. Dat werden buffer-zones voor Israël:
- De Sinaï-woestijn van Egypte
- De Westbank van Jordanië
- De Golan-hoogte van Syrië
Luister goed, lieve mensen….. als Syrië niet had aangevallen hadden zij nog steeds de Golanhoogte gehad.
Als Jordanië niet had aangevallen hadden zij nog steeds de Westbank gehad.
Als Egypte niet had aangevallen hadden zij nog steeds de Sinaï woestijn gehad.
Omdat zij Israël aanvielen heeft God hen dat stuk land in bezit gegeven.
Omdat zij hen aanvielen. Dus praat vandaag niet over “bezette gebieden” zoals je telkens hoort in het nieuws. Zij waren het die Israël aanvielen. En toen gaf God die stukken land in bezit van Israël. Dus het zit heel anders in elkaar dan wat je vandaag hoort van al die ‘wijze’ heren en vrouwen van de politiek enz. Dan praten ze altijd over “bezette gebieden”. Ze zeggen “Israël moet het teruggeven”. Waarom moeten ze het land teruggeven wat ze kregen toen ze Israël wilden aanvallen?
Als ze niet hadden aangevallen, hadden ze het nog steeds gehad.
Het verhaal in Richteren speelde zich 3000 jaar geleden af. In die tijd wilden de Ammonieten Israël aanvallen. Israël bereidde zich voor en de leiding over die strijd werd aan Jefta toegewezen. Jefta stuurde eerst boodschappers naar de koning van de Ammonieten met de vraag “waarom valt u ons aan? Wat hebben wij gedaan?” Datzelfde had Israël ook kunnen vragen aan Egypte, Jordanië en Syrië in 1967. “Waarom vallen jullie ons aan?” Vandaag zouden precies hetzelfde kunnen vragen aan de Gazanen: “Waarom vielen jullie ons aan op 7 oktober?” Dat deed Jefta wel. “Waarom doe je dat?” Dat is toch een legitieme vraag? Dat kun je toch vragen als iemand als iemand je aanvalt en je kwaad doet, dan vraag je toch”: “Waarom doe je dat?” Dan kan je toch – net als Jefta deed – vragen: “waarom doe je dat? Wat heb ik jou gedaan?”
Dus die koning zegt: “Nou Jefta toen jullie uit Egypte kwamen, hebben jullie het gebied veroverd, zomaar veroverd! En wij willen nu terug wat jullie veroverd hebben.”
Jefta stuurt opnieuw boodschappers naar de koning van de Amonieten. Hij gaat daar dus uitleg aan geven. en zei tegen hem: "Nee, nee, nee, nee, nee. Israël heeft het land van Moab, en het land van de Amonieten niet veroverd.” Want toen Israël uit Egypte vertrok, trok Israël door de woestijn tot de Rietzee en kwam bij Kades. En toen vroeg Israël aan de koning van Edom, (dat is een ander land), of ze door zijn land mochten trekken. Maar de koning van Edom wilde dat niet. Israël vroeg dat ook aan de koning van Moab. Maar ook de koning van Moab wilde dat niet. Daarom bleef Israël bij Kades. Met andere woorden, Israël wilde naar boven (noordelijker) door de woestijn heen. Toen wilden ze naar Edom. Ze vroegen de Koning van Edom “mogen we door je land trekken? We willen niks van jullie gebruiken, we willen er alleen maar doorheen.”
en toen trok het volk de woestijn door om het land Edom en Moab heen." En kwam ten oosten van het land Moab. En daar zetten ze hun tentenkampen op aan de overkant van de Arnon, zonder in het gebied van Moab te komen. Want de Arnon is de grens van Moab. Toen vroeg Israël aan Sihon, de koning van de Ammonieten.