English & other languages: click here!

Nehemia 1 - Het gebed van Nehemia


Deze geschiedenis speelt zich af zo'n vier eeuwen vóór de geboorte van Yeshua en zo'n duizend jaar nadat Mozes, de schrijver van de Tora, leefde. De hoofdpersoon en schrijver van dit boek was Nehemia, een Joodse schenker aan het Perzische Hof, de burcht Susan waar later in de tijd koning Esther woonde. Maar nu regeerde daar de Perzische koning  Arthahsasta (ook Artaxerxes genoemd). Arthahsasta en Artaxerxes verwijzen in de Bijbel en geschiedenis naar dezelfde Perzische koning, namelijk Artaxerxes I Longimanus (465-424 v.Chr.). Arthahsasta is de Hebreeuwse uitspraak van die naam. Nehemia was de dienaar van die koning en hij moest voor de wijn en andere drankjes voor de koning zorgen. Nehemia bevindt zich in Susan, het winterpaleis van de Perzische koning,

Een eeuw eerder woonden alle Joden nog gewoon in het land dat God hen gaf: Israël. Maar omdat ze niet gehoorzaam waren aan Gods wet,  strafte God het volk met ballingschap. Ze werden gevangenen van een vreemde koning. Eerst werd Noord Israël weggevoerd naar Assyrië en later werden ook Jeruzalem en Judea weggevoerd naar Babel. Jeruzalem werd belegerd, vernietigd en de tempel werd verbrand. Dat was een heftige tijd (586 v.Chr.). Toen het volk in Babel was werd dat land weer veroverd door Perzië. Het gouden rijk (Babel) uit de droom van Nebukadnezar moest plaats maken voor het zilveren rijk (Meden/Perzië) (zie Daniël 2). Dat gebeurde na 70 jaar ballingschap in Babel en ze kregen de kans om terug te keren naar hun thuisland, het Beloofde Land. Van de ongeveer twee tot drie miljoen Joden die uit het land werden gedeporteerd, besloten slechts 50.000 terug te keren naar het Beloofde Land – ongeveer 2%. En zij keerden terug,  in de tijd van Ezra, een schriftgeleerde, die het volk als een priester leiding gaf.  Ze herbouwden de tempel en legden opnieuw een geestelijk fundament voor Israël. De Joodse ballingen die niet terugkeerden naar Israël, gingen mee naar het land Perzië.. Zo was Nehemia terecht gekomen in het paleis van Arthahsasta. 

1. Jeruzalem ligt in puin

Nehemia 1:1-3
1. De woorden van Nehemia, de zoon van Hachalja.
Het gebeurde in de maand Chisleu, in het twintigste jaar, toen ik in de burcht Susan was,
2. dat Hanani kwam, een van mijn broers, hij en mannen uit Juda. Ik vroeg hun naar de Joden die ontkomen waren, die uit de gevangenschap overgebleven waren, en naar Jeruzalem.
3. Zij zeiden tegen mij: De overgeblevenen, die uit de gevangenschap daar in het gewest zijn overgebleven, verkeren in grote ellende en in smaad. In de muur van Jeruzalem zijn bressen geslagen en zijn poorten zijn met vuur verbrand.

De woorden van Nehemia, de zoon van Hachalja...... de naam Nehemia betekent "YAHWEH VERTROOST". 
Het gebeurde in de maand Chisleu, in het twintigste jaar....... 
de maand Chisleu is nu de maand Kislev (november/december). Met het twintigste jaar is mogelijk het regeringsjaar van deze koning bedoeld.

Toen ik in de burcht Susan was...... Nehemia was een hooggeplaatst dienaar van de koning.

dat Hanani kwam, een van mijn broers, hij en mannen uit Juda....... Nehemia kreeg zijn broer Hanani op bezoek en die had enkele Joden bij zich.

Ik vroeg hun naar de Joden die ontkomen waren, die uit de gevangenschap overgebleven waren, en naar Jeruzalem........ Nehemia vroeg hen of ze iets wisten van de Joden die teruggekeerd waren naar Jeruzalem. Nehemia was tijdens de ballingschap geboren en had dus geen herinneringen aan zijn thuisland, maar met zijn hart was hij daar vaak. Het land dat God voor hen bestemd had. Jeruzalem lag wel 1300 kilometer daar vandaan, maar Nehemia wilde er graag iets over weten. En zijn bezoek kon er meer over vertellen:

De overgeblevenen, die uit de gevangenschap daar in het gewest zijn overgebleven, verkeren in grote ellende en in smaad......... degenen die aan de ballingschap ontsnapt waren hadden het erg moeilijk en werden door de Samaritanen die daar woonden als minderwaardig volk beschouwd.

In de muur van Jeruzalem zijn bressen geslagen en zijn poorten zijn met vuur verbrand....... de muur om Jeruzalem biedt geen bescherming meer want de sporen van de strijd die daar heeft plaatsgevonden zijn duidelijk te zien. Door die bressen is de muur een bouwval geworden. Ook de poorten zijn zodanig beschadigd door brand dat deze niet meer gesloten kunnen worden en onveilig zijn voor hen die daar door gaan. 

2. Nehemia’s reactie: diepe rouw en vasten

Nehemia is niet onverschillig. Zijn reactie is intens: hij huilt en rouwt dagen lang. Dat gaat gepaard met vasten en bidden. 

Nehemia 1:4 Het gebeurde, toen ik deze woorden hoorde, dat ik ging zitten en begon te huilen. Ik bedreef enkele dagen rouw, terwijl ik voor het aangezicht van de God van de hemel vastte en bad.

God heeft hier door Zijn Geest een man aangeraakt, en zijn hart diep bedroefd, om de neergang en de smaad van de stad die een vreugde op aarde had moeten worden. God wil hem gebruiken voor Zijn plan. Hij ervaart de pijn en de vernedering van hen die in geloof Babel achter zich hebben gelaten en naar Jeruzalem zijn gegaan.

Eigenlijk was deze roeping al eerder door God voorbereid. Nehemia had daarom een positie gekregen in de nabijheid van de Perzische Koning die meer inhield dan het verxorgen van de drankjes. Er was een vertrouwensband tussen de koning en Nehemia ontstaan.

  1. Het grote gebed van Nehemia

Nehemia 1:5-7
5. Ik zei: Och, HEERE, God van de hemel, de grote en ontzagwekkende God, Die het verbond en de goedertierenheid in acht neemt voor hen die Hem liefhebben en Zijn geboden in acht nemen.
6. Laat Uw oor toch opmerkzaam zijn, en Uw ogen open, om te luisteren naar het gebed van Uw dienaar, dat ik heden dag en nacht voor Uw aangezicht bid voor de Israëlieten, Uw dienaren. Ik belijd de zonden van de Israëlieten, die wij tegen U begaan hebben. Ook ik en mijn familie, wij hebben gezondigd.
7. Wij hebben het grondig bij U verdorven. Wij hebben de geboden, de verordeningen en de bepalingen, die U aan Uw dienaar Mozes geboden hebt, niet in acht genomen.

Nehemia is een man van gebed. Steeds zie je dat zijn beslissingen gepaard gaan met gebed. Hij gebruikt in zijn gebed veel Bijbelse uitdrukkingen.  Het is voor ons ook goed om aan de hand van de Bijbel te bidden. Nehemia begint niet met zijn probleem, maar met wie God is: groot en ontzagwekkend en trouw aan Zijn verbond.

Och, HEERE, God van de hemel, de grote en ontzagwekkende God.......... Uit de aanhef van dit gebed blijkt dat Nehemia diep onder de indruk is van de heiiigheid, de grootheid en de majesteit van YAHWEH, die hij met Zijn geopenbaarde naam aanroept. 

Die het verbond en de goedertierenheid in acht neemt voor hen die Hem liefhebben en Zijn geboden in acht nemen....... Nehemia's gebed is een belijdenis van de vergevensgezindheid van God, die Hij toont aan hen die Hem liefhebben en Zijn geboden onderhouden.. Dit is dan ook door alle tijden heen een basis waarop een gelovige zegen mag verwachten.

Laat Uw oor toch opmerkzaam zijn, en Uw ogen open, om te luisteren naar het gebed van Uw dienaar.......... Nehemia smeekt erom dat God naar dit gebed luistert.......Dit gebed is bedoeld ten goede voor Gods dienaren: de Israëlieten. die zich weer in Israël bevinden, waarvan Nehemia de nood als het ware ervaart alsof hij zelf lijfelijk bij hen in Jeruzalem is.

4. Belijdenis van zonde

Ik belijd de zonden van de Israëlieten, die wij tegen U begaan hebben......... Nehemia, die zelf in ballingschap geboren is, vereenzelvigt zich met zijn voorgeslacht dat de straf van de ballingschap op zich heeft geladen. Die schuldbelijdenis is dan ook namens Nehemia zelf, en zijn familie.

Nehemia was een schriftgeleerde. Hij had zich verdiept in de Tora. Hij realiseerde zich dat zijn volk bij de Sinaï aan God beloofd had dat ze alles zouden doen wat de HEERE tot hen gesproken had. Zo kon hij ook namens hen schuld belijden: Wij hebben het grondig bij U verdorven. Wij hebben de geboden, de verordeningen en de bepalingen, niet in acht genomen......... 

Nehemia gaat diep door het stof. Hij verschuilt zich niet achter anderen door kritiek op hen te uiten; hij neemt verantwoordelijkheid. Hij neemt de zonden van zijn familie, maar ook het volk is zijn familie, plaatsvervangend op zich. Hij is hierin een beeld van de Messias die later komen zou. En die geboden waarover hij spreekt, zijn de geboden van Mozes. Hij noemt nauwkeurig alle drie soorten geboden, zoals Abraham die onderhield en Mozes onderwees: in het Hebreeuws "matzot", “goeqiem” en “mishpatiem”  מִּצְוֺת חֻקִּים וּמִשְׁפָּטִים .

5. Herinnering aan Gods beloften

Nehemia 1:8-10
8. Denk toch aan het woord dat U Uw dienaar Mozes geboden hebt: Als u ontrouw bent, zal Ik u overal onder de volken verspreiden.
9. Maar als u zich tot Mij bekeert en Mijn geboden in acht neemt en die houdt – al bevonden uw verdrevenen zich aan het einde van de hemel, vandaar zal Ik hen bijeenbrengen en hen brengen naar de plaats die Ik gekozen heb om daar Mijn Naam te laten wonen.
10. Zij zijn toch Uw dienaren en Uw volk, dat U verlost hebt door Uw grote kracht en door Uw sterke hand.

Denk toch aan het woord dat U Uw dienaar Mozes geboden hebt: Als u ontrouw bent, zal Ik u overal onder de volken verspreiden...... (Deut. 4:27).

Nehemia zag dat het volkomen terecht was dat hun volk was weggevoerd uit het land. Het stond geprofeteerd en wat God profeteert door Mozes, dat doet Hij ook. Maar Nehemia heeft ook nog andere teksten in Gods Woord gelezen: Maar als u zich tot Mij bekeert en Mijn geboden in acht neemt en die houdt, dan zal Ik hen bijeenbrengen en hen brengen naar de plaats die Ik gekozen heb om daar Mijn Naam te laten wonen (Deut. 30:2-4). Zelfs al zouden ze zijn aan het einden van de hemel (Deut. 30:4) ook daar zal God hen vandaan halen en naar Sion brengen. Dit alles doet God in het kader van het Verbond met Israël gesloten op de Sinaï. Yahweh is met Israël een huwelijksrelatie aangegaan en wil haar reinigen, heiligen, redden en klaarmaken voor Zijn heerlijke doel. 

Deze profetie reikt nog véél verder dan in tijd waarin Nehemia leefde. Dat terugbrengen vanuit de ballingschap gebeurde al in Nehemia's tijd, maar het terugbrengen uit de hemel gaat pas gebeuren als Yeshua voor de tweede keer komt en Zijn Koninkrijk gaat stichten. Dat blijkt ook uit dezelfde soort teksten elders in de Bijbel. Aan het einde van de hemel kan ook de horizon betekenen. En ja eens komt de tijd dat God Zijn Verbondsvolk van de hele aarde naar Sion terugbrengt. 

Deze tekst komt overeen met wat Mozes al in Deuterononium 30 had geprofeteerd en waarover ook Yeshua met dezelfde bewoordingen sprak:

Mattheüs 24: 30 En dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de stammen van de aarde rouw bedrijven en zij zullen de Zoon des mensen zien, als Hij op de wolken van de hemel komt met grote kracht en heerlijkheid. 31 En Hij zal Zijn engelen uitzenden onder luid bazuingeschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenbrengen uit de vier windstreken, van het ene uiterste van de hemelen tot het andere uiterste ervan.

En dit is wat Mozes al ver van tevoren schreef:

Deuteronomium 30:4 Al bevonden uw verdrevenen zich aan het einde van de hemel, toch zal de HEERE, uw God, u vandaar bijeenbrengen en u vandaar weghalen. 5 En de HEERE, uw God, zal u naar het land brengen dat uw vaderen in bezit hadden, en u zult het weer in bezit nemen; en Hij zal u goeddoen en u talrijker maken dan uw vaderen.

Deze teksten laten zien dat er geen opname zal zijn en dat de gelovigen in Christus, die na hun overlijden met Christus zijn, op de jongste dag worden meegenomen naar de aarde om verenigd te worden met hun verheerlijkt lichaam dat uit het graf zal opstaan. En zij gaan de dan nog levende gelovigen voor. Dat de gelovigen uit de hemel kunnen worden gehaald is niet eerder mogelijk dan ná de hemelvaart van Yeshua (Psalm 68:19; Efeze 4:8). Dus dit is niet mogelijk in de tijd van Nehemia.

Nehemia doet in zijn gebed een beroep op Gods eigen woorden — een vorm van verbondsgebed. Het gebed bevat heel veel uitdrukkingen uit de Schrift. Uit die enkele verzen krijg je de indruk dat het een kort gebed was. Het lijkt er echter op dat Nehemia vier maanden lang bad voordat hij iets deed (Nehemia 1:1-4 en 2:1). En dat terwijl het opbouwen van de muur slechts 52 dagen in beslag nam. Het was een goede, geestelijke voorbereiding. Hij stelde concrete vragen aan God.

Nehemia 1:10-11
10. Zij zijn toch Uw dienaren en Uw volk, dat U verlost hebt door Uw grote kracht en door Uw sterke hand.
11. Och, Heere, laat Uw oor toch opmerkzaam zijn op het gebed van Uw dienaar, en op het gebed van Uw dienaren, die er vreugde in vinden Uw Naam te vrezen. Doe Uw dienaar vandaag toch slagen en geef hem barmhartigheid bij deze man. Ik was namelijk de schenker van de koning.

Zij zijn toch Uw dienaren en Uw volk, dat U verlost hebt door Uw grote kracht en door Uw sterke hand....... Hier pleit Nehemia op de relatie die God met Zijn volk heeft. Als hier verlost staat, komt dat van het woord : פָדָה padah dat ook "aflossen/betalen" betekent. Er moest bloed vloeien toen Israël uit Egypte bevrijd werd. Ze moesten losgekocht worden uit de slavernij van satan (Ex.21:7-8). Maar de verlossing zelf gebeurde door Gods grote kracht en Zijn sterke hand. Toen God het volk uit Egypte leidde liet Hij Zijn almacht zien door de plagen in Egypte en het pad door de Schelfzee. Nu moet het volk opnieuw worden uitgeleid.
Och, Heere, laat Uw oor toch opmerkzaam zijn op het gebed van Uw dienaar en het gebed van al Uw dienaren......... Nehemia voegt er nog aan toe dat deze dienaren vreugde hebben in het vrezen van Gods Naam! Wat is het prachtig als godvrezende mannen hun priesterfunctie vervullen en samen worstelen om de vervulling van Gods wil naderbij te doen komen. Daarin ligt hun vreugde! 

Doe Uw dienaar vandaag toch slagen en geef hem barmhartigheid bij deze man......... Nehemia beseft dat hij zomaar niet weg kan lopen uit de functie die hij ten opzichte van koning Arthahsasta (deze man) heeft.  Deze functie houdt veel meer in dan het inschenken van een glaasje wijn. Hij is mogelijk een soort bodyguard, want vijanden trachten koningen vaak te vergiftigen. Zo'n functie kan alleen zinvol zijn als er een basis van wederzijds vertrouwen is. Nehemia bidt God of hij het hart van de koning bereid wil maken om hem naar Jeruzalem te laten gaan.  

Ida