Romeinen 9:1-13 - verkiezing

Het eerste vers van Romeinen 9 laat ons zien dat Sha’ul/Paulus verdriet heeft om zijn broeders, de Israëlieten, die door werken van de wet aannemelijk willen zijn voor God en de verlossing door het bloed van Yeshua verwerpen.

Het is een intens doorvoeld verdriet. Sha’ul/Paulus herkent zijn eigen verleden daarin en juist daarom begrijpt hij zo goed wat zijn broeders (naar het vlees) verwerpen. Het is de Heilige Geest die dat verdriet in hem bewerkt, zo zelfs dat hij bereid zou zijn zelf verworpen te zijn als hij zijn volksgenoten daarmee zou kunnen redden. 

Dat gaat wel heel diep. Dit houdt verband met de bereidheid van Yeshua om zijn leven af te leggen voor  Zijn broeders. Het doet ook denken aan Mozes die na de zonde met het gouden kalf aan God vroeg hem te schrappen uit het Boek des Levens, ten gunste van zijn volksgenoten.

Exodus 32:32 Nu dan, of U toch hun zonde wilde vergeven! Maar indien niet, schrap mij alstublieft uit Uw boek, dat U geschreven hebt.

Vervolgens somt Sha’ul/Paulus de voorrechten op die het volk Israël van God gekregen heeft:

  • Ze hebben de erenaam Israël
  • Ze zijn door God aangenomen als kinderen
  • Ze hebben de heerlijkheid
  • De verbonden zijn specifiek met hen gemaakt
  • De eredienst hoort bij hen
  • Ze hebben de wetten van God gekregen
  • De beloften zijn ook aan Israël gedaan
  • De aartsvaders zijn exclusief voor Israël
  • …..en uit hen is Yeshua de Messias geboren die YHWH is

Wat een geweldige genadige positie heeft dit volk,  maar ook: wat een verantwoordelijkheid!

Romeinen 9:6 Ik zeg dit niet alsof het Woord van God vervallen is, want niet allen die uit Israël voortgekomen zijn, zijn Israël. 7 Ook niet omdat zij Abrahams nageslacht zijn, zijn zij allen kinderen. Maar: Alleen dat van Izak zal uw Zaad genoemd worden. 8 Dat is: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen van God, maar de kinderen van de belofte worden als Zaad gerekend.

 

In deze tekst uit het HSV heb ik het woord nageslacht vervangen door “Zaad”. In de HSV en de NBG staat iedere keer ten onrechte “nageslacht”. Het gaat in de Bijbel steeds om de strijd tussen het heilig Zaad en dat wat satan heeft gezaaid. In het Grieks wordt in bovenstaande tekst tweemaal het woord σπέρμα (spreek uit: sperma) gebruikt.

"En ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar Zaad; Hij zal uw hoofd vermorzelen, en gij zult zijn hiel vermorzelen. " Genesis 3:15

Wat is het Zaad van de vrouw? Het is de Messias op Wiens terugkomst de wereld in barensnood wacht! Hij is het beloofde Zaad! Ook de slang heeft een geestelijk zaad, dat bijzonder kwaadaardig blijkt te zijn.

In dit Bijbelgedeelte gaat het over verkiezing. Het is een beladen woord, omdat er tijden waren (en misschien speelt dit nog wel) dat de mensen aan de hand van dit hoofdstuk werd wijs gemaakt dat God al van eeuwigheid had besloten wie er gered was en wie er naar de hel ging. Dat maakte menigeen erg onzeker en angstig. Ja, God maakt keuzes met het oog op het verloop van Zijn heilsplan. Maar die keuzes hebben te maken met de taak, de opdracht of de positie van personen, of volken. We zagen hier al hoe God Israël had uitgekozen om Zijn evangelie aan de wereld bekend te maken. Het begon al bij Abraham die hij uit heel de aarde uitkoos om daaruit een volk voor Zijn Naam te vormen, tot zegen van de hele aarde. Ook dat is “uitverkiezing”.

De geschiedenis van Abraham begon al toen hij nog Abram was. Toen gaf God hem deze belofte:

Genesis 12:2 Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn. 3. Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

Die laatste zin “in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden” is een geweldige belofte vanwege zijn wereldwijde betekenis. God zegt niet hoe Hij van plan is dit ten uitvoer te brengen. Hij verwacht dat Abraham vol vertrouwen deze rol zal accepteren.

Op dezelfde manier werd Israël het uitverkoren volk.  Het verbond met Abraham liep via Izaäk en Jakob en zou uitmonden in het ultieme zaad: Yeshua HaMashiach!

Galaten 3:16 Welnu, zo zijn de beloften aan Abraham en aan zijn Zaad gedaan. Hij zegt niet: En aan de zaden, alsof er sprake zou zijn van velen; maar van één: En aan uw Zaad dat is Christus.  (Opnieuw het woord nageslacht vervangen door “zaad”).

Het woord “zaad” kan trouwens zowel meervoud als enkelvoud betekenen, dat is op te maken uit de zinsbouw.

Op deze manier was ook Jakob uitverkoren en Ezau kreeg een ondergeschikte plaats toegewezen.  God had al vóór de geboorte van Jakob en Ezau gezegd:  Genesis 25:23 De HEERE zei toen tegen haar (moeder Rebekka): Er zijn twee volken in uw schoot, en twee naties zullen zich uit uw lichaam vaneenscheiden. Het ene volk zal sterker zijn dan het andere en DE MEERDERE ZAL DE MINDERE DIENEN.

Als Ezau zijn positie had geaccepteerd en zijn broer had gegund de plaats in te nemen die God hem toebedeeld had, zou dit in goede harmonie zijn gegaan. Ik vergelijk dit met de verhouding van David en Jonathan. Als zoon van koning Saul zou Jonathan - menselijk gezien - bij de opvolging aanspraak kunnen maken op de troon van zijn vader. Maar God had David daarvoor uitgekozen en dat accepteerde Jonathan ten volle. Het werden de beste vrienden.

1 Samuel 18:1 Het gebeurde, toen David met Saul uitgesproken was, dat Jonathan met hart en ziel aan David verbonden raakte. Jonathan had hem lief als zichzelf.

Zo kan het gaan als we Gods weg accepteren. Maar meestal ontstaat er dan in deze gevallen wereld jaloezie.

Romeinen 9:13 Gelijk geschreven is: Jakob heb Ik liefgehad, en Ezau heb Ik gehaat.

Deze tekst gaat niet over de verkiezing tot zaligheid, maar over de verkiezing van Israël. God had Jakob uitverkoren als voorvader van het volk Israël. Het eerstgeboorterecht ging naar Jakob, terwijl Ezau de oudste was.

In deze Bijbeltekst wordt niet bedoeld dat God Ezau heeft gehaat, maar de Bijbelse betekenis van haten is hier: op de tweede plaats stellen. God stelde Ezau op de tweede plaats, na Jakob. Dezelfde betekenis van het woord'" haten" zien we in het volgende Bijbelvers:

Lukas 14:26 Indien iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader, en moeder, en vrouw, en kinderen, en broeders, en zusters, ja, ook zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn.

Yeshua bedoelt in dit Bijbelvers niet dat je  jezelf en je familie moet haten, maar dat God de Belangrijkste moet zijn in je leven en dat jij en je familie op de tweede plaats komen.

Dat dit meestal niet zo gladjes verloopt heeft de praktijk wel uitgewezen. Satan weet van Gods heilsplan. Hij probeert dat op alle manieren in het honderd te laten lopen. Hij zorgt ervoor dat medemensen je gaan haten en dwars zitten. Menige gekozen man Gods stierf dan ook, evenals Yeshua,  geen natuurlijke dood. Denk maar aan de meeste apostelen, aan Johannes de Doper, Simson,  Berechja.

Yeshua zegt dan ook:

Lukas 11:49 Daarom heeft de wijsheid van God gezegd: Ik zal profeten en apostelen naar hen toe zenden, en van hen zullen zij sommigen doden en anderen vervolgen, 50. opdat van dit geslacht afgeëist wordt het bloed van alle profeten dat van de grondlegging van de wereld af vergoten is, 51. van het bloed van Abel tot het bloed van Zacharia, die omgebracht is tussen het altaar en het huis van God. Ja, Ik zeg u, het zal afgeëist worden van dit geslacht.

Johannes 15:20 Herinner u het woord dat Ik u gezegd heb: Een dienaar is niet meer dan zijn heer. Als zij Mij vervolgd hebben, zullen zij ook u vervolgen; als zij Mijn woord in acht genomen hebben, zullen zij ook het uwe in acht nemen.

Zie ook het onderwerp: Uitverkiezing. Ben ik wel uitverkoren?