To translate this page into different languages, click here

Esther: Wie is Haman?

Wat we van Haman  weten is dat hij een Amalekiet was en dus een nakomeling van Ezau. De haat van Ezau naar zijn broer Jacob heeft de geslachten door een rol gespeeld. In onze tijd is het moeilijk om na te gaan wie er tot het geslacht van Ezau/Amalek behoort, maar we kunnen wel duidelijk onderscheiden dat “de geest van Amalek” zich op allerlei fronten openbaart. Amalek was een bastaardzoon van Elifaz, de zoon van Ezau. Elifaz was dus zijn vader en opa. (Genesis 36:12)

Toen Israël op weg was in de woestijn hadden de Amalekieten Gods volk zonder reden van achteren aangevallen, daar waar de zwakken, de ouderen en kinderen zich bevonden.

Ook in de tijd van het boek Richteren lezen we over voortdurende aanvallen van de Amalekieten. God wilde dat dit volk uitgeroeid zou worden, want zij waren (en zijn!) een instrument van satan om Israël weg te vagen en de komst van Yeshua te verhinderen.

Haman werd ook de “Agagiet” genoemd. Agag was de koning van de Amalekieten in de tijd dat Saul koning was. Saul, uit het geslacht Benjamin, moest de strijd tegen Amalek aanbinden en hen uitroeien en hun koning doden. Maar Saul doodde hem niet zoals God geboden had. In deze geschiedenis staat Mordechai, de Benjaminiet tegenover Haman, de Agagiet.

Haman moet een zeer grote macht hebben gehad aan het hof van koning Ahasveros.    

Er waren twee belangrijke hofdienaren opgehangen die Ahosveros hadden willen doden. Het complot was door Mordechai ontdekt die via Esther de koning daarop attent had gemaakt.

Esther 3:1 Na deze gebeurtenissen maakte koning Ahasveros Haman, de zoon van Hammedatha, de Agagiet, groot en hij verhoogde hem. En hij plaatste zijn zetel boven al de vorsten die bij hem waren.

Haman was dus de tweede man in het machtige Perzische rijk. Alleen de koning stond boven hem.

Je zou het psychologisch kunnen verklaren. De koning had bevolen dat alle dienaren voor Haman moesten buigen. Haman genoot blijkbaar erg van dit eerbetoon en ergerde zich eraan dat Mordechai die daar steeds maar zat, zich niet voor hem boog. Mordechai hanteerde blijkbaar niet de stelregel “gezag is gezag”. Hij veroorzaakte moeilijkheden door geen respect te tonen voor Haman, een stukje burgelijke ongehoorzaamheid dus.  En omdat Mordechai een Jood was projecteerde Haman zijn afkeer op dat hele volk dat binnen hun grenzen woonde. 

Maar in de Bijbel worden geen psychologische analyses gemaakt. God heeft in Zijn Woord bekend gemaakt dat het gaat om de grootste strijd in deze wereld, die tussen het vrouwenzaad en het slangenzaad. Dat komt in deze geschiedenis heel duidelijk naar voren. Een enorme tegenstelling tussen degenen die God toebehoren  en hen die satan dienen. Tussen Jacob en Ezau, die strijd begon zelfs al in de baarmoeder van Rebekka. Als we het bijbelboek Obadja (één hoofdstuk) lezen zien we dat het oordeel over Edom (Ezau) is uitgesproken.

Het zijn de geestelijke machten achter de mens die iemand als Haman met een bedoeling op zo’n hoge positie plaatst. Het is satan die zijn pionnen strategisch neerzet om Gods volk te vernietigen.

Haman bedacht een complot en dit plan was bedoeld om elke Jood in het land te doden.

Esther 3:6 Maar het was in zijn ogen verachtelijk om alleen aan Mordechai de hand te slaan, want zij hadden hem verteld tot welk volk Mordechai behoorde. En Haman zocht een manier om alle Joden, die in heel het koninkrijk van Ahasveros waren, het volk van Mordechai, weg te vagen.

Haman overtuigde de koning van de noodzaak om dit volk uit te roeien. Zijn argument was dat dit volk andere wetten (de Tora) hield (3:8) en niet de wetten van Ahasveros. Dat kon natuurlijk niet. Iedereen moest gehoorzaam zijn aan de wetten van het land. Dat dit volk met Gods wetten geen problemen binnen het Perzische rijk veroorzaakte, werd niet in rekening gebracht. Zien we hier geen parallellen?

Haman noemt niet eens de naam van het volk. Hij gaat sluw te werk. Hij zal wel zorgen dat er geld komt om diegenen te betalen die het moordenaarswerk moeten uitvoeren. Als de koning maar zijn handtekening onder zijn plan zet.

Mordechai vertelde Esther wat Haman van plan was en vroeg om haar hulp. Esther aarzelde eerst.  Zoals men in onze tijd zich afvraagt “is dit een complottheorie? Ik houd me maar op de vlakte.”  Wat doen wij in zo’n tijd als deze?

Totdat Mordechai Esther een zeer ernstige waarschuwing gaf:

Esther 4:13, 14 Mordechai zei dat ze Esther moesten antwoorden: Beeld je niet in dat jij als enige van alle Joden zult ontkomen, omdat je in het huis van de koning bent. Want als je je in deze tijd in diep stilzwijgen hult, dan zal er vanuit een andere plaats verlichting en verlossing voor de Joden komen, maar jij en het huis van je vader zullen omkomen. En wie weet of jij niet JUIST VOOR EEN TIJD ALS DEZE tot deze koninklijke waardigheid gekomen bent.

Esther ging nu naar de koning. Als de koning zijn scepter niet naar haar toe zou reiken, dan zou dat haar dood betekenen. Maar de koning deed dat gelukkig wel.

Esther 5:8 Als ik genade heb gevonden in de ogen van de koning, en als het de koning goeddunkt op mijn vraag in te gaan en aan mijn verzoek te voldoen, laat dan de koning met Haman naar de maaltijd komen die ik voor hen zal aanrichten, en dan zal ik morgen doen overeenkomstig het woord van de koning.

Wat was Haman blij met die uitnodiging om bij de koning en de koningin te eten. Gauw aan zijn vrouw vertellen…. Onderweg passeerde hij weer die beroerde Mordechai die niet boog. Die bedierf zijn opgewekte stemming. Hij voelde de boosheid opkomen, maar beheerste zichzelf.

Thuisgekomen roemde Haman zijn rijkdom, zijn trots over het aantal van zijn zonen, en alles  waarmee de koning hem had geëerd, en hoe hij hem had verheven boven de ambtenaren en dienaren van de koning. En toen vertelde hij vol trots aan Zeres, zijn vrouw:

“Zelfs koningin Esther liet niemand behalve mij met de koning meegaan naar het feest dat ze heeft bereid. En morgen ben ik ook weer door haar samen met de koning uitgenodigd. Toch is dit alles mij niets waard, zolang ik de Jood Mordechai bij de poort van de koning zie zitten. "

Esther 5:14. Toen zei Zeres, zijn vrouw, tegen hem, samen met al zijn vrienden: Laat men een galg maken, vijftig el hoog, en zeg morgen tegen de koning dat men Mordechai daaraan moet hangen. Ga dus blij met de koning naar de maaltijd. Deze raad was goed in de ogen van Haman en hij liet de galg maken.

Wie een kuil graaft voor een ander zal er in vallen. Prediker 10:8a

Toen koning Ahasveros eens niet kon slapen, liet hij zich voorlezen uit de kronieken van het koninkrijk. In die boeken stond vermeld dat Mordechai een complot tegen zijn leven had ontdekt, maar nooit was beloond. Daar moest iets voor gebeuren. Toen riep de koning Haman bij zich en vroeg hem: "Wat moet er gebeuren met de man die de koning graag eert?" En Haman zei bij zichzelf: "Wie zou de koning er meer in verheugen om eer te bewijzen dan ik?" Haman, die juist wilde vertellen dat hij een galg voor Mordechai had klaargezet, werd door de koning aangesproken met de vraag: “Wat moeten we doen voor de man die ik graag wil eren?” Haman dacht meteen “hij bedoelt mij”. Het streelde zijn eerzucht en hij antwoordde de koning:  

“Dan moet u hem uw eigen statiegewaad aantrekken, hem laten rijden op uw koninklijk paard, laat hem over de pleinen van de stad rijden en laat iemand voor hem uitgaan en roepen ‘dit is de man die de koning eer wil bewijzen’ “.

O, o hoe zal die Haman zich gevoeld hebben toen hij hoorde dat dit eerbewijs bestemd was voor Mordechai,  voor wie hij zojuist een galg had opgericht en dat hij zelf er voor uit moest lopen om de man met eer aan te kondigen. Wat een ontluisterend einde voor een man die werelds gezien in de schijnwerpers stond, die aanzien en macht had, maar gevoed werd door een diepe satanische haat. Zo'n samenloop van gebeurtenissen kan alleen God bedenken.

Haman werd uiteindelijk aan zijn eigen galg gehangen die hij voor Mordechai had opgericht

We kunnen ervan uitgaan dat dergelijke ontwikkelingen zullen plaatsvinden als God recht zal verschaffen aan allen die verdrukt werden. Laten we ons niet blindstaren op hen die macht en aanzien hebben, maar God om wijsheid vragen en rechtvaardig oordelen.

Uit deze geschiedenis kunnen we moed putten als we bereid zijn de gebeurtenissen in onze tijd in het licht van Gods Woord onder ogen te zien en niet alles af te doen als complottheorie.  Juist in deze geschiedenis zien we dat satan achter de schermen de grootste complotbedenker is en hij heeft het liefst dat mensen dat niet door hebben. Mordechai en Esther hebben dat doorzien en zijn niet bang geweest om positie te kiezen en de consequenties te aanvaarden.