Jesaja 51:12 - 52:12

Jesaja 51:12 Jesaja 52:12

 

Dit is weer een troosthaftara voor Israël. Het gedeelte begint met “Ik, Jahweh, ben het Die u troost.”

Deze woorden zijn voor het volk  Israël bestemd. Hoewel God bij monde van Jesaja de gelovigen oproept Zijn volk te troosten, is Hij de Enige die echt kan troosten en Die dat dan ook door anderen kan doen. Het is Zijn troost. Een troost die ook de realiteit onder ogen ziet. Want er wordt nogal wat gezegd over de situatie van Gods volk.

Het volk is bang (51:12)

Het vergeet de HEERE (13) die hen gemaakt heeft  (13)

verwoesting en ondergang, honger en zwaard (19)

Ze hebben over zich heen laten lopen (23)

De verdrukker wil het volk te gronde richten (13)

 

Dat laatste zien we ook in onze tijd. De spanningen zijn groot in Israël. Maar het blijft niet zo, zegt Jesaja. Want Jahweh, de God van Israël, Die de zee opzweept, zodat zijn golven bruisen Jahweh van de legermachten is Zijn Naam, zegt: “IK LEG MIJN WOORDEN IN UW MOND!”

Het was de beker der bedwelming die God hen gaf te drinken.(17)  Hij liet de vijanden toe hun boze plannen uit te voeren. Maar in de hoop en de verwachting, dat de ogen geopend worden. Daarom de roep om op te staan en Gods Woord te spreken, in de kracht van hun Maker, hun Man.

 

Jeruzalem moet wakker worden en zich met kracht bekleden. Als Gods woorden in hun mond zijn zullen ze krachtig worden. Paulus zegt in 1 Kor. 4:20 dat het Koninkrijk van God niet alleen bestaat in woorden. ... Het koninkrijk bestaat nu eenmaal niet uit mooie woorden die de mensen strelen, maar in kracht. ...

 

Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper  dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart.

Hebreeën 4:12.

In hoofdstuk 51:13 staat dat Gods volk de HEERE heeft vergeten die hen gemaakt heeft. Dat “vergeten” is niet zoiets als “o wat dom, helemaal  niet aan gedacht”. Nee, het is bewust een andere weg gaan.  Maar de Maker heeft hen niet vergeten. Daarom staat er in Jesaja 54:5: UW MAKER IS UW MAN. Hij blijft trouw.

Jeruzalem mag zich bekleden zoals Jesaja dat noemt in hoofdstuk 61:10

Want Hij heeft mij bekleed met de klederen van het heil, de mantel van gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan, zoals een bruidegom zich bekleedt met priesterlijk hoofdsieraad, en een bruid zich tooit met haar sieraden.

 

Maar de Bruid moet eerst opstaan en zich losmaken van de zonde om te vertrouwen op politiek, op eigen kracht,  op eigen leger, op eigen inzicht. De druk van zogenaamde bevriende landen die het volk aan banden legt.  Ze moet nu vertrouwen op haar Maker, haar Man. Ga in de kracht van God en schud het stof van je af. Je staat in de vrijheid als je al die menselijke zekerheden van je afwerpt. Deze zijn de “ketenen om je hals”, die Jesaja namens God benoemt. In plaats van deze zogenaamde zekerheden zal het overblijfsel vertrouwen op het krachtige Woord van God.

Jesaja 52: 6 Daarom zal Mijn volk Mijn Naam kennen; daarom, op die dag, zal het weten dat Ik het Zelf ben Die spreekt: Zie, hier ben Ik.

 

Uit het vervolg is op te maken dat Jesaja het niet heeft tegen alle bewoners van Jeruzalem. Er wordt gesproken over weggaan en het onreine niet aanraken.  Helaas is er veel zondige onreinheid in Jeruzalem en in Israël. Maar het overblijfsel dat ingaat op de roepstem van de vreugdebode moet daar in alle rust afstand van nemen. Niet overhaast, zoals een vluchteling, maar zich bewust van God’s aanwezigheid, Die net als in de woestijn, voor hen uittrekt en ook hun achterhoede is. (Jesaja 52:12)