English & other languages: click here!

Jesaja 65 (A) Gebedsverhoring


Aan het eind van het vorige hoofdstuk vroeg men zich vertwijfeld af waarom God Zijn aangezicht voor hen verborgen hield, waarom Hij zweeg...... Maar nu komt de verlossende reactie. In de eerste zeven verzen laat God wel weten wat Hem tegen stond, wat Hem belemmerde om in te grijpen. De HEERE maakt ook Zijn oordeel zien over de degenen die afgoderij bedrijven. Hen wacht het zwaard waarmee ze geslacht worden. Aan degenen die om hulp riepen worden geen concrete antwoorden gegeven, maar meer aanwijzingen voor de richting waarin men moet gaan en zegen kan verwachten.


Jesaja 65:1 Ik ben gezocht door hen die naar Mij niet vroegen, Ik ben gevonden door hen die Mij niet zochten. Tegen het volk dat Mijn Naam niet aanriep heb Ik gezegd: Zie, hier ben Ik, zie, hier ben Ik. 2. De hele dag heb Ik Mijn handen uitgespreid naar een opstandig volk, dat de weg gaat die niet goed is, naar hun eigen gedachten; 3. een volk dat Mij voortdurend tot toorn verwekt, recht in Mijn aangezicht, door offers te brengen in de tuinen en een reukoffer te brengen op bakstenen. 4. Zij zitten in de grafspelonken en overnachten bij wie daar bewaard worden; zij eten varkensvlees en er is kooknat van onrein vlees in hun vaatwerk. 5. Zij zeggen: Blijf waar u bent, nader niet tot mij, want ik ben heiliger dan u. Dezen zijn rook in Mijn neus, een vuur dat de hele dag brandt. 6. Zie, het staat geschreven voor Mijn aangezicht. Ik zal niet zwijgen, maar Ik zal het vergelden, ja, Ik zal het vergelden in hun boezem 7. uw ongerechtigheden en de ongerechtigheden van uw vaderen tegelijk, zegt de HEERE, omdat zij reukoffers hebben gebracht op de bergen en Mij smaadheid hebben aangedaan op de heuvels. Daarom zal Ik hun ook hun eerstverdiende arbeidsloon uitbetalen in hun boezem.

Ik ben gezocht door hen die naar Mij niet vroegen..... vanuit  de heidenwereld kwamen er stemmen die zochten naar hun Schepper. Ze waren bewust op zoek naar God. Wat een tegenstelling was dat met God eigen volk.

De hele dag heb Ik Mijn handen uitgespreid naar een opstandig volk,...... Yahweh had Zijn handen uitgestrekt naar Zijn eigen volk, Zijn oogappel. Hij wilde het erop attent maken dat de weg die ze gingen niet goed is. Maar ze volgden hun eigen ideeën en daardoor verblind merkten ze de corrigerende hand van God niet op. Ze sloten zich ervoor af. God noemt hen opstandig'. Paulus citeert deze woorden en leidt het in met de woorden: "Jesaja durft het aan te zeggen..... "  Het  is dan ook ondenkbaar in Joodse ogen dat God de heidenen de voorkeur zou geven boven hen. Sommige commentatoren denken dan ook dat dit de reden is waarom men Jesaja heeft vermoord.

Romeinen 10:20-21 En Jesaja durft het aan te zeggen: Ik ben gevonden door hen die Mij niet zochten, Ik heb Mij geopenbaard aan hen die naar Mij niet vroegen. 21. Met het oog op Israël zegt Hij echter: Heel de dag heb Ik Mijn handen uitgebreid naar een ongehoorzaam en tegensprekend volk.

een volk dat de weg gaat naar hun eigen gedachten........... dat was de fout waarom het mis ging.  Gods gedachten zijn hoger dan onze menselijke gedachten (Jes. 55:8-12). Daarom zegt Paulus ook in Romeinen 12:2 dat wij ons denken moeten vernieuwen!

een volk dat Mij voortdurend tot toorn verwekt...... wie regelmatig de Bijbel leest zal weten dat dit inderdaad het geval was en is. Hier wordt de reden aan hen bekend gemaakt.

door offers te brengen in de tuinen en een reukoffer te brengen op bakstenen....... het zal duidelijk zijn dat hier geen sprake is van een barbecue, maar een offerdienst aan vreemde goden. 
Zij zitten in de grafspelonken en overnachten bij wie daar bewaard worden....... ze begeven zich in een occulte doodsreligie. Het is overgenomen van de Kanaänitische godsdienst waarin toverij en dodenbezwering veelvuldig voorkomt.

zij eten varkensvlees en er is kooknat van onrein vlees in hun vaatwerk...... Gods spijswetten zijn aan de kant gezet. Het varkensvlees wordt in Jesaja 66:17 onder 'afschuwelijk gedierte' gerekend. Dat is het ook in Gods ogen en Zijn wet is niet afgeschaft (Lev. 11:7; Matth. 5:17-19).

Zij zeggen: Blijf waar u bent, nader niet tot mij, want ik ben heiliger dan u....... je merkt hier de vijandige sfeer die er ontstaat als degenen die heilig willen leven in aanraking komen met anderen die bovenvermelde afgodische menggodsienst blijven beoefenen. Ze stellen zich boven de ander en beroepen zich op hun vermeende heiligheid. Jesaja verwoordt Gods gedachten over zulke pochers: "Dezen zijn rook in Mijn neus, een vuur dat de hele dag brandt."

Ik zal niet zwijgen, maar Ik zal het vergelden, ja, Ik zal het vergelden in hun boezem..... het gebruik van het woord 'boezem' in dit verband is een uitdrukking die betekent dat men zijn loon opving en opborg in de plooien van zijn kleed. Dit beeld betekent hier dat men Yahweh heeft getergd en dat dit weer op hun eigen hoofd (of boezem) terugkeert. Dat tergen wordt in vers 7 nader toegelicht, ook dat heeft weer met ongerechtigheid en afgoderij te maken, wat in de geslachten werd doorgegeven.

Jesaja 65:8-10 Zo zegt de HEERE: Zoals wanneer er nog sap in een druiventros gevonden wordt en men zegt: Richt hem niet te gronde, want er is een zegen in, zo zal Ik doen ter wille van Mijn dienaren. Ik zal hen niet allen te gronde richten. 9. Ik zal nageslacht uit Jakob doen voortkomen, uit Juda een erfgenaam van Mijn bergen; Mijn uitverkorenen zullen het in bezit nemen en daar zullen Mijn dienaren wonen. 10. Saron zal tot een schaapskooi worden en het Dal van Achor tot een rustplaats voor rundvee, voor Mijn volk, dat Mij gezocht heeft.

Richt hem niet te gronde, want er is een zegen in...... en die zegen is dan het beetje sap dat nog in een druiventros gevonden wordt. Die druivensappen in de vrucht zijn het voortbrengsel van verbondenheid met de wijnstok (Joh.15:4). Dat vruchtdragen uit zich in de sap van de vrucht. Het is niet veel, maar het is uit God en voldoende om niet onder te gaan. Het is wat Jesaja 41:14 het 'wormpje Jakob' noemt.

Ik zal nageslacht uit Jakob doen voortkomen......  wie wordt er bedoeld met dat beetje sap in de druiventros? Als de Bijbel spreekt over het 'nageslacht (zaad!) uit Jakob'  bevat dat meestal een Messiaanse profetie.  In Genesis 28:14 zegt God tot Jakob: "In u en uw nageslacht zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden".  In Numeri 24:17 horen we Bileam profeteren: "een ster zal uit Jakob voortkomen".  En in het geslachtsregister van de Messias Yeshua vermeldt Lukas: "De zoon van Jakob, de zoon van Izak, de zoon van Abraham, de zoon van Tera, de zoon van Nahor " (Lukas 3:34). 

uit Juda een erfgenaam van Mijn bergen...... ook die erfgenaam verwijst naar de Messias en Hij erft 'Mijn bergen', dat is het land Israël (Ezechiël 6:2-3). 

Mijn uitverkorenen zullen het in bezit nemen en daar zullen Mijn dienaren wonen....... ook hier is het weer duidelijk dat het land Israël bestemd is voor het uitverkoren deel van Israël. Het is dan ook verklaarbaar dat de wereld die nu nog onder leiding van de satan/antichrist staat, zich daartegen met alle middelen verzet en waarvan het even zal lijken dat ze erin slagen. Maar Gods belofte blijft staan! Toen het volk Israël bijna de zee in werd gedreven door Farao's leger achter hen, opende God een weg door de zee. 

Saron zal tot een schaapskooi worden......  Saron is een kustvlakte ten zuiden van de Karmel, bekend om zijn bloemen (Hooglied 2:1) en runderweiden (1 Kron, 27:29); eigenlijk te goed voor schapen. 

het Dal van Achor tot een rustplaats voor rundvee....... het 'ongeluksdal' in de omgeving van Jericho (Jozua 7:24-26; Hosea 2:14 waar het dal van Achor een deur van hoop wordt.)

het Dal van Achor tot een rustplaats voor rundvee, voor Mijn volk, dat Mij gezocht heeft....... door de zonde van die éne man, Achan, kwam het hele volk onder de vloekToen de zonde en de zondaar uit hun midden werd weggedaan kwam er hoop! Dit dal van verschrikking wordt een dal van hoop voor Gods Kinderen, die door alle moeite en verdrukking heen hun Schepper, Vader, Bruidegom en Verlosser gezocht hebben. Runderen mogen daar in rust grazen. 

Jesaja 65:11-12 Maar u die de HEERE verlaat, u die Mijn heilige berg vergeet, u die de tafel gereedmaakt voor de god Gad, u die voor de god Menide bekers vult met gemengde drank, 12. Ik zal u tellen, maar voor het zwaard. U zult allen moeten neerbukken ter slachting, omdat Ik geroepen heb, maar u niet geantwoord hebt, omdat Ik gesproken heb, maar u niet geluisterd hebt, maar gedaan hebt wat slecht was in Mijn ogen, en gekozen hebt voor wat Mij niet behaagt.

Maar u die de HEERE verlaat, u die Mijn heilige berg vergeet........  In vers 11 keert de profetie terug tot de schuldigen die in de verzen 1-7 dreigend worden toegesproken. Zij hebben de HEERE verlaten. Ze denken er niet aan om Hem te aanbidden. In plaats daarvan hebben ze de antichrist aangenomen (Joh. 5:43) en zich overgegeven aan afgodische offermaaltijden ter ere van het ‘beest’. Degene die zo de Allerhoogste in zijn leven op de allerlaagste plaats zet, door wat voor Hem heilig is, te vergeten, te negeren, hem wacht het zwaard, het oordeel. Zij die eer brengen aan de Babylonische/Aramese geluksgoden Gad en Menide, die hen plengoffers met gemengde drank brengt, ze zullen zich moeten neerbuigen om onthoofd te worden. De HEERE heeft hen wel geroepen, tot hen gesproken, maar ze keerden zich bewust van Hem af. Ze stopten hun oren toe voor Wie hun heil had kunnen brengen. Zij kozen voor wat God niet behaagt. Ze kozen profetisch gezien voor de antichrist. Waar kiezen jij en ik voor in ons leven? 

Jesaja 65:13-15 Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Mijn dienaren zullen eten, maar ú zult hongerlijden. Zie, Mijn dienaren zullen drinken, maar ú zult dorst hebben. Zie, Mijn dienaren zullen verblijd zijn, maar ú zult beschaamd worden. 14. Zie, Mijn dienaren zullen juichen vanwege een hart vol vreugde, maar ú zult schreeuwen vanwege een hart vol leed, en vanwege een gebroken geest zult u weeklagen. 15. U zult uw naam voor Mijn uitverkorenen achterlaten als een vloekwoord en de Heere HEERE zal u doden, maar Zijn dienaren zal Hij noemen met een andere naam,

De Heere HEERE spreekt het oordeel:

Zie, Mijn dienaren zullen eten en drinken

ú zult hongerlijden en dorst hebben

Zie, Mijn dienaren zullen verblijd zijn

ú zult beschaamd worden

Zie, Mijn dienaren zullen juichen vanwege een hart vol vreugde

ú zult schreeuwen vanwege een hart vol leed, en vanwege een gebroken geest zult u weeklagen

Zijn dienaren zal Hij noemen met een andere naam

U zult uw naam voor Mijn uitverkorenen achterlaten als een vloekwoord en de Heere HEERE zal u doden

Jesaja 65:16 zodat wie zich zegenen zal op aarde, zich zal zegenen in de God van de waarheid, (in de God van AMEN b' Elohi Amin בֵּאלֹהֵי אָמֵן.- Amin 543 Strong) , en wie zweren zal op aarde, zal zweren bij de God van de waarheid, (bij de God van AMEN b' Elohi Amin בֵּאלֹהֵי אָמֵן - Amin 543 Strong) omdat de benauwdheden van vroeger vergeten zullen zijn, omdat zij verborgen zullen zijn voor Mijn ogen.

zodat wie zich zegenen zal op aarde, zich zal zegenen in de God van de waarheid....... wie neerbuigt voor de Schepper, de God van Israël, wordt gezegend, maar met die beslissing zegent hij ook zichzelf. Hij heeft het goede deel gekozen, dat niemand van hem (of haar) kan afnemen! (Lukas 10:42).  Hoewel het in allereerste instantie van God afhing om hem te zoeken, is hij als reactie een verbinding aangegaan met de God van de waarheid. In het Hebreeuws staat er 'de Elohi Amen'. Het is zelfs een naam van God. Een Naam waarmee Hij zijn beloften zeker stelt (2 Korinthe 1:20).  Omdat Hij een God van de waarheid is, zijn Zijn beloften betrouwbaar!  Hij bekrachtigt Zijn beloften en geboden met AMEN!

De zonden zijn verdwenen in de diepte van de zee. De benauwdheden van vroeger zullen vergeten zijn, als God bij de mensen op Zijn Heilige Berg woont. 

Het tweede deel van dit hoofdstuk vormt een apart onderwerp.

 

Ida