English & other languages: click here!

Psalm 121 - God bewaart Zijn volk

Psalm 121 1. Een pelgrimslied. Ik sla mijn ogen op naar de bergen, vanwaar mijn hulp komen zal. 2. Mijn hulp is van de HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft. 3. Hij zal uw voet niet laten wankelen, uw Bewaarder zal niet sluimeren. 4. Zie, de Bewaarder van Israël zal niet sluimeren of slapen. 5. De HEERE is uw Bewaarder, de HEERE is uw schaduw aan uw rechterhand. 6. De zon zal u overdag niet steken, de maan niet in de nacht. 7. De HEERE zal u bewaren voor alle kwaad, uw ziel zal Hij bewaren. 8. De HEERE zal uw uitgaan en uw ingaan bewaren, van nu aan tot in eeuwigheid.

Deze psalm is een bedevaartslied. Iedere mannelijke Israëliet was verplicht om driemaal per jaar voor de HERE God in het heiligdom te verschijnen: bij het Pascha, het Wekenfeest en het Loofhuttenfeest. Zie Exodus 23:14 -17. 

Deuteronomium 16:16 Drie keer per jaar moet alles wat mannelijk is onder u, verschijnen voor het aangezicht van de HEERE, uw God, op de plaats die Hij zal uitkiezen: op het Feest van de ongezuurde broden, op het Wekenfeest en op het Loofhuttenfeest. Men mag echter niet met lege handen voor het aangezicht van de HEERE verschijnen,

Toen koning Salomo de bouw van de tempel in Jeruzalem had voltooid, was dàt de plaats waarheen de bedevaartsgangers moesten gaan.

2 Kronieken 6:5 Vanaf de dag dat Ik Mijn volk uit het land Egypte heb geleid, heb Ik uit alle stammen van Israël geen stad verkozen om er een huis te bouwen, zodat Mijn Naam daar zou zijn, en Ik heb geen man verkozen om vorst te zijn over Mijn volk Israël, 6. maar Ik heb Jeruzalem verkozen om daar Mijn Naam te laten zijn, en Ik heb David verkozen om koning te zijn over Mijn volk Israël.

De pelgrims zongen dit lied vóór ze de bergen rondom de stad introkken:

Psalm 125:1 Wie op de HEERE vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar voor eeuwig blijft. 2. Rondom Jeruzalem zijn bergen, zo is de HEERE rondom Zijn volk, van nu aan tot in eeuwigheid.

Die bergen waren een gevarenzone. Daar konden rovers verscholen zitten. De man in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan werd daar in elkaar geslagen. Zie Lukas 10:30.

De wegen voerden soms langs diepe afgronden en uitglijden kon dan rampzalige gevolgen hebben. De gelovigen konden ook door stenen getroffen worden. Overdag was het vaak erg heet. Dan liepen ze ook het gevaar van een zonnesteek. Sommigen waren zelfs bang voor occulte krachten die ‘s nachts van de maan uit zouden gaan. Hoe zouden ze veilig in Jeruzalem kunnen aankomen (v. 1)?

De pelgrims wisten het: de HERE, die hen opriep om voor Hem te verschijnen, die zou hen overal bij helpen (v. 2).

God zou ervoor zorgen dat ze hun voet niet zouden verstuiken op de losse stenen (v. 3). Hij zou overdag en ‘s nachts over hen waken (v. 4,5). Hij zou hun tegemoetkomen en ze zouden nóóit bang hoeven te zijn -ook niet voor zon en maan -(v. 6). De HEERE is de almachtige Beschermer. Het hele leven met alles wat het meebrengt, ligt veilig in zijn handen (v. 7,8).

Laten we in deze wetenschap - ook in de tijd van verdrukking die over de wereld komt - schuilen bij onze hemelse Vader.

Wie vrijgekocht is door het bloed van Yeshua/Jezus is veilig in de schaduw van de Almachtige!

Psalm 91:1-10 Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten, zal overnachten in de schaduw van de Almachtige. 2. Ik zeg tegen de HEERE: Mijn toevlucht en mijn burcht, mijn God, op Wie ik vertrouw! 3. Want Híj zal u redden van de strik van de vogelvanger, van de zeer verderfelijke pest. 4. Hij zal u beschutten met Zijn vlerken, onder Zijn vleugels zult u de toevlucht nemen, Zijn trouw is een schild en een pantser. 5. U zult niet vrezen voor het beangstigende van de nacht, voor de pijl die overdag aan komt vliegen, 6. voor de pest, die in het donker rondgaat, voor het verderf dat midden op de dag verwoest. 7. Al zullen er duizend vallen aan uw zijde en tienduizend aan uw rechterhand – bij u zal het onheil niet komen. 8. Slechts met uw ogen zult u het aanschouwen, u zult de vergelding aan de goddelozen zien. 9. Want U, HEERE, bent mijn toevlucht. De Allerhoogste hebt u tot uw woning gemaakt. 10. Geen onheil zal u overkomen, geen plaag zal uw tent naderen.