Psalm 147 tekst voor tekst

Psalm 147: 1 Halleluja!

Het is immers goed om voor onze God psalmen te zingen, want dat is lieflijk. Hem past een lofzang!

Laten we dat doen!  Ga maar zingen! Ja, het is goed (ki tov!) om voor onze God – Elohenoe – psalmen te zingen.  We doen dat voor YAHWEH, wiens naam in het tweede deel van het woord Hallel-YAH verkort wordt weergegeven.  Het is aangenaam, lieflijk voor Yahweh! Hij troont immers op de lofzangen van Israël… (Psalm 22:4) Het is de erkenning van Zijn almacht, Zijn waardigheid! Dit eerbetoon komt Hem toe!

Psalm 147:2

De HEERE bouwt Jeruzalem weer op, Hij verzamelt Israëls verdrevenen.

Gedurende zijn lange historie is Jeruzalem 2 keer verwoest en veroverd. De muren, poorten en gebouwen zijn 44 maal vernield en vele malen herbouwd.  Maar straks in Zijn Koninkrijk zal YAHWEH zelf de bouwmeester zijn en er zal geen vijand meer zijn om te verwoesten.  Rondom de stad zullen twaalf poorten zijn, met daarop de namen van de stammen. (Ezechiël 48:26-35). Yahweh verzamelt hen die verdreven zijn uit het land. We zien dat deze inzameling al aan de gang is.

Deut. 30 :4 Al bevonden uw verdrevenen zich aan het einde van de hemel, toch zal de HEERE, uw God, u vandaar bijeenbrengen en u vandaar weghalen. 5 En de HEERE, uw God, zal u naar het land brengen dat uw vaderen in bezit hadden, en u zult het weer in bezit nemen; en Hij zal u goeddoen en u talrijker maken dan uw vaderen.

Mattheüs 24-31 En Hij zal Zijn engelen uitzenden onder luid bazuingeschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenbrengen uit de vier windstreken, van het ene uiterste van de hemelen tot het andere uiterste ervan.

Psalm 147:3

Hij geneest de gebrokenen van hart, Hij verbindt hen in hun leed.

Er is zoveel leed geweest en ook nu nog. Maar Yahweh zal de tranen van de ogen afwissen.(Openbaring 7:17, Openbaring 21:4). Hij roept de volken op om Zijn volk te troosten:

Jesaja 40:1 Troost, troost Mijn volk, zal uw God zeggen, 2. spreek naar het hart van Jeruzalem en roep haar toe dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat zij uit de hand van de HEERE het dubbele ontvangen heeft voor al haar zonden.

Psalm 147:4

Hij telt het aantal sterren, Hij noemt ze alle bij hun naam.

God wees Abraham op de grote menigte van sterren die de oosterse hemel verlichten:

Genesis 15:5 Toen leidde Hij hem naar buiten en zei: Kijk toch naar de hemel en tel de sterren, als u ze kunt tellen. En Hij zei tegen hem: Zo talrijk zal uw nageslacht zijn.  Zie ook Gen. 22:17; Gen. 26:4.

Jesaja 49:21 En u zult zeggen in uw hart: Wie heeft deze kinderen voor mij voortgebracht, aangezien ik van kinderen beroofd en eenzaam was, verbannen en verdreven? Deze kinderen – wie heeft ze grootgebracht? Zie, ik was alleen overgebleven. Deze kinderen – waar waren die?

Psalm 147:5

Onze Heere is groot en geweldig in kracht, Zijn inzicht is onmetelijk.

Adonenoe = Onze Heer is zo overweldigend groot en krachtig! Hij, de HEERE, uw Heiland, uw Verlosser, de Machtige van Jakob. Hij bewerkt dit alles. Hoe heeft de mens ooit zo op zijn eigen inzicht kunnen vertrouwen.

Spreuken 3:5 Vertrouw op de HEERE met heel je hart, en steun op je eigen inzicht niet.

Psalm 147:6

De HEERE houdt de zachtmoedigen staande, de goddelozen vernedert Hij, tot de grond toe.

Yahweh zorgt ervoor dat de zachtmoedigen (anaviem = de armen, de nederigen) niet ten onder gaan door alle verdrukkingen. Zij zullen niet beschaamd uitkomen. Hen is zelfs beloofd dat zij de aarde zullen bezitten. (Psalm 37:11) – Maar de goddelozen, daarvan zegt de Schrift in Jesaja 49:26 Ik zal hen die u onderdrukken, hun eigen vlees te eten geven, en van hun eigen bloed zullen zij dronken worden als van jonge wijn. Zie ook Openbaring 16:6.

Psalm 147:7

Zing voor de HEERE een beurtzang met dankzegging, zing psalmen voor onze God met de harp.

Heb je al gezongen, nadat je het eerste vers las? Hier is opnieuw een oproep om een danklied voor YAHWEH  te zingen. Liefst samen of om beurten met anderen en met gebruik van een muziekinstrument. Maar als je niet goed kunt zingen en muziek maken kun je met je hart zingen, misschien wel bij een psalm op youtube of bij het lezen ervan in de Bijbel.

Psalm 147:8

Die de hemel met wolken bedekt, Die de aarde van regen voorziet, Die het gras op de bergen doet groeien;

In ons leefklimaat verlangen we meestal naar zon. In het klimaat van Israël is regen van levensbelang.  De zon kan daar zo heet zijn en door regen koelt het af. De drinkwatervoorziening, de oogst en de natuur zijn afhankelijk van de regen.  Maar ook de natuur komt in evenwicht in Gods Koninkrijk, want Hij voorziet in dat wat we nodig hebben.

Psalm 147:9

Die aan het vee zijn voedsel geeft en aan de jonge raven wanneer zij roepen.

De dieren zijn belangrijk in Gods ogen. Hij heeft ze immers zelf geschapen!  Ze worden niet meer uitgebuit om economische redenen. God maakt zich zelfs bezorgd om de jonge raven, die volgens Leviticus 11 onrein en afschuwelijk zijn.  Jonge raven zouden al vroeg uit hun nest gezet worden om zelf voor hun voedsel te zorgen. 


VERS 10 EN 11 = CENTRALE AS

Psalm 147:10

Hij vindt geen vreugde in de kracht van het paard, Hij schept geen behagen (ratsah רָצָה) in de spierkracht van de man.

In deze tekst gaat het om het vertrouwen op oorlogstuig en eigen kracht. We moeten de overwinning van God verwachten.  (In de brontekst wordt geen spierkracht genoemd, maar “benen”.)

Deuteronomium 17:16  de koning  mag voor zichzelf niet veel paarden aanschaffen en het volk niet laten terugkeren naar Egypte om veel paarden aan te schaffen, omdat de HEERE tegen u gezegd heeft: U mag nooit meer langs deze weg terugkeren.

Psalm 20:8 Dezen vertrouwen op strijdwagens en die op paarden, maar wíj zullen de Naam van de HEERE, onze God in herinnering roepen.
Psalm 32:9
Wees niet als een paard, als een muildier, dat geen verstand heeft.

Psalm 33:17 Het paard geeft valse hoop op de overwinning en bevrijdt niet door zijn grote kracht.

Spreuken 21:31 Een paard wordt gereedgemaakt voor de dag van de strijd, maar de overwinning is van de HEERE.

Zacharia 4:6 Niet door kracht en niet door geweld, maar door Mijn Geest, zegt de HEERE van de legermachten.

Psalm 147:11

YAHWEH is goedgezind (ratsah רָצָה) voor wie Hem vrezen en op Zijn goedertierenheid hopen.

Het woord “ratsah” betekent “behagen scheppen (in)”. In vers 10  is er sprake van  het geen behagen hebben, maar in vers 11 betekent het wel “behagen hebben in hen die God vrezen en het van Hem verwachten”

2 Kronieken 16:9 NBG51 Want des HEREN ogen gaan over de gehele aarde, om krachtig bij te staan hen, wier hart volkomen naar Hem uitgaat. Gij hebt hierin dwaas gehandeld, want van nu af zult gij oorlogen hebben.

Dit vers illustreert de centrale as. Het gaat hier om koning Asa van Juda die steun zocht bij Syrië, in plaats van bij de HEERE. Daarin handelde hij dwaas en riep hij oorlogen uit over het land. Koning Hizkia ging met de dreigbrief van Sanherib naar de HEER in de tempel. Hij spreidde de brief voor God uit.  God kwam Zijn belofte na en de 185.000 soldaten die Jeruzalem belegerden lagen dood rondom de stad. 2 Koningen 19.


Psalm 147:12

Jeruzalem, roem de HEERE, Sion, loof uw God.

Bij de vorige tekst zagen we al Gods liefde en bescherming voor Jeruzalem dat geregeerd werd door een rechtvaardige koning, wiens hart naar God uitging.  Daar waar God geëerd en vertrouwd wordt is zegen te verwachten. Maar als Gods volk hulp zoekt  bij de heidenen, zoals koning Asa van Juda, zo’n twee eeuwen eerder, dan komen er oorlogen. Dat principe geldt nog steeds.

Psalm 147:13

Want Hij maakt de grendels van uw poorten sterk, Hij zegent uw kinderen in uw midden.

Hier staat dus dat God de grendels van Jeruzalems poorten sterk maakt. We begrijpen dat een geestelijke toepassing is, waarmee gezegd wordt dat God de stad beschermt tegen vijanden.  We zien dat uitgebeeld in de belofte van

Zacharia 2:4-5 Jeruzalem zal niet ommuurd blijven, vanwege de veelheid aan mensen en dieren in haar midden. 5 En Ík zal voor haar zijn, spreekt de HEERE, een muur van vuur rondom, en Ik zal in haar midden tot heerlijkheid zijn.

Dit zal ook werkelijk gebeuren als in de laatste dagen de vorst Gog van Magog denkt Jeruzalem te kunnen veroveren.

Ezechiël 38:11 U zult zeggen: Ik zal optrekken tegen een niet ommuurd land, komen bij mensen die rustig en onbezorgd wonen, die allen zonder muur en grendel wonen en geen poorten hebben.

Het enorme leger van Gog zal op wonderlijke wijze totaal vernietigd worden, zodat er 7 jaren voor nodig zijn om alle lijken te begraven. God zal een muur rondom Zijn volk zijn.

Zo worden ook de kinderen door een barmhartige, liefdevolle God  gezegend in een veilige omgeving. Veilig omdat God geëerd en gehoorzaamd wordt in Zijn Koninkrijk.

Deze psalm beschrijft de zegeningen die God van harte wil geven aan Zijn kinderen. Maar God onderwees ons ook over de keerzijde ervan, die Hij door Mozes bekend maakte:

Leviticus 26:14 en 17 Maar als u niet naar Mij luistert en al deze geboden niet doet, dan zal Ik  Mijn aangezicht tegen u keren, zodat u door uw vijanden verslagen wordt. Zij die u haten, zullen over u heersen. U zult op de vlucht slaan, terwijl niemand u achtervolgt.

Psalm 147:14

Hij doet in uw gebied vrede heersen, Hij verzadigt u met het beste van de tarwe.

Deze belofte komt ten volle tot zijn recht in het komende Vrederijk. Maar ook nu ondervindt Gods volk al een voorproefje van die overvloedige zegeningen als zij zich houden aan Gods voorschriften:

Leviticus 26:3-6  Als u in Mijn verordeningen wandelt en Mijn geboden in acht neemt en ze houdt, dan zal Ik u op zijn tijd regen geven, zodat het land zijn opbrengst zal geven. U zult uw brood tot verzadiging toe eten en onbezorgd in uw land wonen. Ik zal vrede in het land geven, zodat u kunt slapen zonder dat iemand u schrik aanjaagt. Ik zal de wilde dieren uit het land wegdoen en geen zwaard zal meer door uw land gaan.

Psalm 147:15

Hij zendt Zijn bevel naar de aarde: Zijn woord loopt zeer snel.

Psalm 33:9 Want Híj spreekt en het is er, Híj gebiedt en het staat er.

Psalm 107:29 Hij brengt de storm tot stilte, zodat hun golven zwijgen.

Mattheüs 21:19 En toen Hij een vijgenboom langs de weg zag, ging Hij ernaartoe en vond er niets aan dan alleen bladeren. Hij zei tegen hem: Laat er aan u geen vrucht meer groeien in eeuwigheid! En de vijgenboom verdorde onmiddellijk.

Psalm 147:16 en 17

Hij geeft sneeuw als wol, Hij strooit rijp uit als as. 17. Hij werpt Zijn ijs als stukken;  wie is bestand tegen Zijn koude?

Hier zien we de sneeuw en ijs niet als een romantisch decor, of als een sportieve uitdaging.  Het is een middel tot oordeel en straf. Ook een middel in de oorlog tegen vijanden.

Job 6:15 Mijn broeders hebben trouweloos gehandeld, als een beek; zij gaan voorbij als stromende beken,  16. die donker zijn van het ijs, waarin de sneeuw zich verbergt.

Job 37:5 God dondert wonderbaar met Zijn stem; Hij doet grote dingen en wij begrijpen ze niet. 6. Want Hij zegt tegen de sneeuw: Wees op de aarde. Ook tegen de slagregen van de regen; en dan is er de slagregen van Zijn sterke regens.

In Richteren 5 zingt Debora over de slagregens die de beek Kison deden overstromen, waardoor de strijdwagens van de vijand vast liepen in de modder en de overwinning behaald werd.

Job 38:22 Bent u gekomen bij de schatkamers van de sneeuw? Hebt u de schatkamers van de hagel gezien, 23. die Ik achterhoud voor een tijd van benauwdheid, voor een dag van strijd en oorlog?

Psalm 147:18

Hij zendt Zijn woord en doet dat alles smelten, Hij doet Zijn wind waaien, de wateren stromen.

In deze teksten gaat het over “hagel, sneeuw, ijs, koude, wind, storm en stromende wateren, het zijn allemaal indrukwekkende manifestaties, die de mens niet onder controle heeft.  Het zijn uitingen van de majesteit van Yahweh waarin we Zijn grootheid zien. We zien hier weer de macht van Zijn Woord. Hij doet ook de sneeuw en het ijs smelten en Hij zegt tot de storm “wees stil”. Het staat allemaal onder de volledige controle en het gezag van de Schepper en Hij bestuurt deze krachten door “Zijn woord” . Eén van de grootste wonderen in dit verband is wel het pad in de Rietzee, waardoor Israël  kon doortrekken en de farao en zijn manschappen omkwamen. Exodus 14.

Psalm 147:19

Hij maakt Jakob Zijn woorden bekend, Israël Zijn verordeningen en Zijn bepalingen.

Exodus 20:1 Toen sprak God al deze woorden:

Deuteronomium 33:4 Mozes gebood ons de wet, het erfelijk bezit van de gemeente van Jakob.

Psalm 78:5 Want Hij heeft een getuigenis ingesteld in Jakob, een wet vastgesteld in Israël; die heeft Hij onze vaderen geboden om ze hun kinderen bekend te maken.

Romeinen 9:4-5 Zij zijn immers Israëlieten; voor hen geldt de aanneming tot kinderen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften.  Tot hen behoren de vaderen, en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus voortgekomen, Die God is, boven alles, te prijzen tot in eeuwigheid. Amen!

Psalm 147:20

Zo heeft Hij voor geen enkel ander volk gedaan; die kennen Zijn bepalingen niet.

De hele Bijbel door zien we dat de hele Godsopenbaring op het volk Israël gericht is. Het is het volk van Zijn keuze.  Dat brengt ook een verantwoordelijkheid mee voor dit volk dat soms wel eens zwaar kan wegen. De wereld waarvan Yeshua zegt dat satan daar de baas is (de overste van deze wereld) stelt zich, onbewust van deze geestelijke strijd, vijandig op tegen Israël. Het volk van God had de opdracht om een voorbeeldfunctie voor de wereld te zijn.  

Deuteronomium 4:6 Neem ze in acht en doe ze; want dat zal uw wijsheid en uw inzicht zijn voor de ogen van de volken, die al deze verordeningen horen zullen en zullen zeggen: Werkelijk, dit grote volk is een wijs en verstandig volk!
7. Want welk groot volk is er waar de goden zo dichtbij zijn als de HEERE, onze God, bij ons is, altijd als wij tot Hem roepen?
8. En welk groot volk is er dat zulke rechtvaardige verordeningen en bepalingen heeft als heel deze wet, die ik u heden voorhoud?

Israël is er maar ten dele in geslaagd, maar onder de gelovigen uit de heidenen is het niet beter gegaan. Toch komt God tot Zijn doel met Israël. En, als gelovigen uit de heidenwereld, mogen we delen in de genadegaven samen met Israël, als we hen maar erkennen als het uitverkoren volk. Er zal een getrouw overblijfsel zijn en samen met hun gelovig voorgeslacht en de gelovigen uit de heidenen zal het "een schare zijn die niemand kan tellen".  (Op. 7:9)
We moeten echter wel Israël erkennen als het uitverkoren volk, bij wie wij door Yeshua worden geënt op de olijfboom. Romeinen 11.  In de geschiedenis van de Syro-Fenicische vrouw in Marcus 7:25-40 wilde Yeshua niet ingaan op de hulpvraag van die moeder, waarvan de dochter bezeten was door een demon.  Hij was - volgens Matt. 15:24 - slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israël. Hij zei dan ook tegen die moeder dat het niet goed was om het brood van de kinderen aan de honden te geven. In plaats van dat de vrouw beledigd afdroop, erkende ze dat ze bij die honden hoorde. Maar honden eten mee van de kruimels die van tafel vallen.  Toen ze dat erkende wilde Yeshua haar dochter genezen en zo gebeurde het ook.  Hieruit kunnen we leren dat de erkenning van Gods volk Israël een voorwaarde is om ook te delen in de zegeningen die aan Israël, o.a. in deze psalm genoemd, te delen. Zegeningen die pas tenvolle ons deel zullen worden in het Koninkrijk van God: het duizendjarig Vrederijk. Die wetenschap mag ons moed geven in de komende tijd van verdrukking.