English & other languages: click here!

Psalm 95:  Een zacht hart - Verhard uw harten niet

Psalm 95:1-7

 1            Kom, laten wij vrolijk zingen voor de HEERE,

                                laten wij juichen voor de rots van ons heil.

 2            Laten wij Zijn aangezicht tegemoet gaan met een loflied,

                                laten wij voor Hem juichen met psalmen.

 3            Want de HEERE is een groot God,

                                ja, een groot Koning boven alle goden.

 4             In Zijn hand zijn de diepste plaatsen van de aarde

                                en de toppen van de bergen zijn van Hem.

 5            Van Hem is ook de zee, want Híj heeft haar gemaakt,

                                Zijn handen hebben het droge gevormd.

 6            Kom, laten wij ons neerbuigen en neerbukken,

                                laten wij knielen voor de HEERE, Die ons gemaakt heeft.

 7             Want Hij is onze God

                                en wij zijn het volk van Zijn weide

                                                en de schapen van Zijn hand.

 

Psalm 95 is een aansporing om de Heer, de Schepper van hemel en aarde te prijzen en te aanbidden. Gelet op het vervolg van die psalm was dat geen vanzelfsprekende zaak.

Het is alsof de psalmdichter wil zeggen: Kijk toch eens Wie onze Grote God is. Besef dat wij, Israël, Zijn volk zijn. Laten we met blijdschap naar Hem toegaan en juichen om onze redding. Al die goden zijn niets, maar YHWH is een groot God, de Koning van hemel en aarde. Hij heeft alles gemaakt. Laten we voor Hem knielen, ons aan Hem gewonnen geven.

Ach, en laten ook wij ons maar samen met het gelovige deel van Israël neerbuigen voor Hem die ons verlost uit de banden van satan en de zonde. Die het goede met ons voor heeft en Die te vertrouwen is. En als we die psalm ons eigen maken geven we gehoor aan die opsporing en zeggen we:

HEER, ik zing vrolijk voor U

Ik juich voor U, want U bent de Rots van mijn Heil

U bent groot en verheven boven alle goden en machthebbers

U hebt de bergen, de dalen, de zee en het land geschapen, het behoort U toe!

Ik kniel nu voor U Adonai, onze Schepper, ik wil Uw weg in het leven gaan

U bent de God van Israël en wij mogen deel hebben aan de beloften voor het volk van Uw keuze.
Wij hebben deel gekregen aan het aan Israël beloofde ZAAD: Yeshua, de Gezalfde.

Halleluja!

Amen!

De Psalm vervolgt met een dringende oproep”: HEDEN, INDIEN U ZIJN STEM HOORT,  VERHARD UW HART NIET!”

Als God tot ons hart spreekt pas dan op dat je Hem niet afwijst!  Dat is de andere kant van de medaille. Het is òf het één, òf het ander.

Psalm 95:7b-9 Heden, indien u Zijn stem hoort, verhard uw hart niet, zoals te Meriba zoals in de dagen van Massa in de woestijn: daar stelden uw vaderen Mij op de proef, beproefden zij Mij, hoewel zij Mijn werk zagen.

Het was vooral de opstand in Meriba, beschreven in Numeri 20:1-13. Maar ook de houding van Israël die er steeds was, de tegenzin om het Beloofde Land binnen te gaan. (Numeri 13:30-14:10) Dat de oorzaak was dat een hele generatie in de woestijn moest sterven. (Numeri 14:22-23  en  Numeri 14:28-32).

Verhard je hart niet…. Een hard of een zacht hart is niet iets wat je kan overkomen, nee, het is iets waar je voor kiest! En niet kiezen is ook een keuze.  Zo leert Gods Woord ons. Je kunt niet zeggen “zo ben ik nu eenmaal…..”.  

uw vaderen stelden Mij op de proef …. Je kunt je ook niet beroepen op je opvoeding, want wat vader en moeder hebben voorgedaan mag voor jou geen excuus zijn. De vaderen in de Bijbel komen niet altijd zo gunstig naar voren in Gods ogen.

Heden…. Dat betekent: maak die keuze nu: vandaag! Stel het niet uit als je zegen wilt ontvangen.

De oproep om het hart niet te verharden, maar zacht te maken voor God en Zijn Woord, wordt wel driemaal herhaald in de Bijbel. Dat geeft aan hoe belangrijk het is!

Hebreeën 3:7-8 Daarom, zoals de Heilige Geest zegt: Heden, indien u Zijn stem hoort,  verhard dan uw hart niet, zoals bij de verbittering, op de dag van de verzoeking in de woestijn.

Hebreeën 3:15. terwijl er wordt gezegd: Heden, als u Zijn stem hoort, verhard dan uw hart niet, zoals in de verbittering.

Hebreeën 4:7 bepaalt Hij opnieuw een zekere dag, namelijk heden, wanneer Hij zo lange tijd daarna door David zegt (zoals al eerder gezegd is): Heden, als u Zijn stem hoort, verhard dan uw hart niet.

Zie je in het eerste van de drie verzen dat Gods Heilige Geest er bij je op aandringt….   En als we nog even in Hebreeën blijven….

Hebreeën 4:12-13. Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart. En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem, maar alles ligt naakt en ontbloot voor de ogen van Hem aan Wie wij rekenschap hebben af te leggen.

Het Woord van God dat uit Zijn mond uitgaat, en vastgelegd is in de Bijbel, zijn geen loze woorden die je naar believen naast je neer kunt leggen. Nee, dat Woord gaat wat in je uitwerken. Dat snijdt de harde delen uit je hart zodat het zacht voor Hem wordt. Die Woorden zijn krachtig, ze werken wat uit! Ze waarschuwen je als je gedachten een verkeerde kant opgaan en ze bemoedigen je als het moeilijk is. We hoeven niets voor Hem te verstoppen, Hij kijkt dwars door ons heen. En Hij mag onze diepste geheimen en plannen weten. Als Hij de leiding daarover mag hebben komt het goed. Maar je moet wel daarvoor kiezen.

Psalm 95:10-11 Veertig jaar heb Ik gewalgd van dit geslacht; Ik heb gezegd: Zij zijn een volk met een dwalend hart, en zíj kennen Mijn wegen niet.  Daarom heb Ik in Mijn toorn gezworen: Mijn rust zullen zij nooit binnengaan!

Dit gebeurt er als mensen Gods aanwijzingen naast zich neer leggen. God wilde hen zegenen, het goede voor hen zoeken. Ze hebben het afgewezen. Toen walgde Hij van hen…. Ze mochten het Beloofde Land niet binnen gaan en moesten sterven in de woestijn.

We besluiten met nog en stukje uit Hebreeën 3 dat helemaal betrekking op deze psalm heeft. Het is uit de Basisbijbel en de tekst zal ook oplichten in de HSV vertaling.

Hebreeën 3:12-19 Let er dus op, broeders en zusters, dat niemand van jullie besluit om de levende God niet langer te gehoorzamen. Want zo iemand is koppig en ongelovig. 13 Moedig elkaar elke dag aan om God te gehoorzamen, zolang er nog dagen zijn. Dan zal niemand zich door het kwaad laten opstoken om koppig en ongehoorzaam te worden. 

 

 Want wij hebben (deel aan) Christus gekregen.

 

Tenminste, als we tot het einde toe ons geloof vasthouden.

15 Er wordt dus gezegd: "Als jullie Mij vandaag horen spreken, wees dan niet koppig en ongehoorzaam, zoals de Israëlieten toen ze Mij boos maakten." 16 Wie waren dan die mensen die God boos maakten toen ze Hem hadden horen spreken? Dat waren al die mensen die met Mozes uit Egypte waren vertrokken. 17 En aan wie heeft God zich 40 jaar lang geërgerd? Aan de mensen die God niet hadden willen gehoorzamen. Daardoor stierven ze en lagen hun lijken in de woestijn. 18 En aan wie zwoer God dat zij niet de rust zouden binnengaan die Hij hun had willen geven? Aan de mensen die Hem ongehoorzaam waren geweest. 19 We zien dus dat ze door hun ongeloof Gods rust niet konden binnengaan.