Genesis 6 en 7 de Ark - Zondvloed

Het hoofdstuk begint met de beschrijving van de slechtheid van de mensen en over Gods zonen die de vrouwen zo mooi vonden dat ze er gemeenschap mee wilden hebben. In eerste instantie denk je bij een “zoon van God” aan een vrome man. Een zoon van God is in de Bijbel een persoon die rechtstreeks door God geschapen is.  Zo wordt Adam in Lukas 3:38 “de zoon van God” genoemd. De engelen zijn niet vanuit een geslacht geboren, maar rechtstreeks door God geschapen. 

Zij worden “de zonen van God” genoemd.  Zie Job 1:6. Ook bij wedergeboorte wordt de mens een “zoon, dochter of kind” van God”. De mens is dan een nieuwe, persoonlijke schepping.

2 Korinthe 5: 17 Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden.

De “zonen van God” waarvan hier sprake is, zijn gevallen engelen. Engelen die ontrouw geworden zijn aan hun roeping. Het zijn demonen in menselijke gedaante. Het was de strategie van satan om zo het zaad van de vrouw (zie Genesis 3:15) te verontreinigen en de geboorte van Yeshua te voorkomen. Uit de gemeenschap met deze demonen werden reuzen geboren. In Numeri 13:33 lezen we over de reuzen (Enakieten) die de verkenners van Mozes tegenkwamen in het land Kanaän. Toen het volk Kanaän binnenkwam waren daar reuzen die gedood moesten worden.  Zo’n bekende reus die we in later tijd tegenkomen, was Goliath. Zo iemand was met recht slangenzaad, die de gelederen van de levende God durfde te bespotten (1 Samuel 17:26) en David vervloekte bij zijn goden (1 Samuel 17:43). Het is niet ondenkbaar dat in de eindtijd de reuzen (nephilim) opnieuw deel zullen uitmaken van de wereldbevolking. (Voor wie zich wil verdiepen in dit onderwerp: klik hier)

Het leven vóór de zondvloed was verre van paradijselijk. Het was zondig, maar ook moeitevol en verdrietig.  Dat blijkt uit Lamech’s verklaring voor de naam van zijn zoon Noach (Genesis 5:29):

Deze zal ons troosten over ons werk en over het zwoegen van onze handen, vanwege de aardbodem, die door de HEERE vervloekt is.” Tegelijk houdt deze naam een profetie over Yeshua in. 

In zo’n samenleving kwam de opdracht van God tot Noach om de ark te bouwen:

Genesis 6:13 Daarom zei God tegen Noach: Het einde van alle vlees is voor Mijn aangezicht gekomen, want de aarde is door hen vervuld met geweld; en zie, Ik ga hen met de aarde te gronde richten. 14. Maak voor uzelf een ark van goferhout. In vakken ingedeeld moet u deze ark maken en hem vanbinnen en vanbuiten met pek bestrijken.

Door de hoge leeftijden van de mensen werden er in die tijd heel veel kinderen geboren. De wereldbevolking was toen al enorm toegenomen. Het gaat hier over de tiende generatie na Adam.  Noachs vader Lamech was nog een tijdgenoot van Adam!  

De meest verbijsterende boodschap in dit verslag is:

Genesis 6:11 Maar de aarde was verdorven voor Gods aangezicht en de aarde was vol met geweld.

  1. Toen zag God de aarde, en zie, zij was verdorven; want alle vlees had een verdorven levenswandel op de aarde.
  2. Daarom zei God tegen Noach: Het einde van alle vlees is voor Mijn aangezicht gekomen, want de aarde is door hen vervuld met geweld; en zie, Ik ga hen met de aarde te gronde richten.
  3. Maak voor uzelf een ark van goferhout. In vakken ingedeeld moet u deze ark maken en hem vanbinnen en vanbuiten met pek bestrijken.

 

Het doet denken aan wat Paulus schrijft als hij Psalm 14:3; en 53:4  aanhaalt:

Romeinen 3:10 zoals geschreven staat: Er is niemand rechtvaardig, ook niet één,

  1. er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt.
  2. Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één.

 God heeft er berouw van dat hij de mensen gemaakt heeft, maar Noach vindt genade in Zijn ogen. Noach was volgens 2 Petrus 2:5 de “prediker van de gerechtigheid”.  Hij was een uitzondering in een wereld vol van geweld en goddeloosheid. Noach was vanuit zijn gelovige omgang met God in staat rechtvaardig te leven, te midden van een zondige wereld. Hij stond alleen…..  

Noach was niet alleen “rechtvaardig” maar hij was “onschuldig” (tamim - תָּמִים). Het Hebreeuwse woord “tamim” betekent niet “zonder zonde”, maar houdt in: eerlijk en vertrouwelijk te wandelen met God. “  Het is de houding waarvan Paulus zegt:

2 Korinthe 6:14 Vorm geen ongelijk span met ongelovigen, want wat heeft gerechtigheid gemeenschappelijk met wetteloosheid, en welke gemeenschap is er tussen licht en duisternis?

  1. En welke overeenstemming is er tussen Christus en Belial? Of wat deelt een gelovige met een ongelovige?
  2. Of welk verband is er tussen de tempel van God en de afgoden? Want u bent de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn.
  3. Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen,
  4. en Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige.

 

In Genesis 7:11 krijgen we nauwkeurig te horen hoe lang Noach voor de zondvloed geleefd heeft, namelijk 600 jaar.  Genesis 9:29  vermeldt dat hij stierf toen hij negenhonderdvijftig jaar oud was. Bijna het volle tweede millennium van Gods plan met de wereld.

Yeshua verwijst naar die tijd van Noach:

 

Mattheüs 24:37 Zoals de dagen van Noach waren, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn. 38. Want zoals ze bezig waren in de dagen voor de zondvloed met eten, drinken, trouwen en ten huwelijk geven, tot op de dag waarop Noach de ark binnenging, 39. en het niet merkten, totdat de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.

 

Degenen van wie sprake is dat zij weggenomen werden zijn geen mensen die vóór het oordeel worden “weggenomen”, nee, ze worden in het oordeel weggenomen. Ze vinden de dood in de verdrinking. Dit is een heenwijzing naar het oordeel dat straks zal komen. De geschiedenis van Noach is er om ons daaraan te herinneren. Het zal net zo’n tijd zijn, maar ondanks het geweld en de zonde, ging het leven van eten, drinken en trouwen gewoon door. Het overvalt de mensen die niet uitzien naar de komst van Yeshua, die in geestelijke duisternis leven. Maar voor wie wedergeboren is en verlangt naar de komst van Yeshua en Zijn Koninkrijk, komt Hij niet onverwachts.

1 Thessalonicenzen 5, vers 2

Want u weet zelf heel goed dat de dag van de Heere komt als een dief in de nacht.

 

1 Thessalonicenzen 5, vers 4

Maar u, broeders, bent niet in duisternis, zodat die dag u als een dief zou overvallen.

 

2 Petrus 3, vers 10

Maar de dag van de Heere zal komen als een dief in de nacht. Dan zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen brandend vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen verbranden.

 

Openbaring 3, vers 3

Bedenk dan hoe u het hebt ontvangen en gehoord, en houd het vast en bekeer u. Als u dan niet waakzaam bent, zal Ik bij u komen als een dief en u zult beslist niet weten op welk uur Ik bij u zal komen.

 

Openbaring 16, vers 15

Zie, Ik kom als een dief. Zalig hij die waakzaam is en op zijn kleren acht geeft, zodat hij niet naakt zal rondlopen en men zijn schaamte niet zal zien.

 

 Bij dat oordeel worden veel mensen weggenomen, zoals bij de zondvloed.

 

Over Israël wordt geprofeteerd:

Zacharia 13:8 Het zal gebeuren, spreekt de HEERE, dat in heel het land twee derde ervan uitgeroeid zal worden en de geest zal geven, en een derde ervan zal overblijven. 9. Ik zal dat derde deel in het vuur brengen en het louteren, zoals men zilver loutert. Ik zal het beproeven, zoals men goud beproeft. Het zal Mijn Naam aanroepen en Ík zal het verhoren. Ik zal zeggen: Dit is Mijn volk; en zij zullen zeggen: De HEERE is mijn God.

 

Over de wereld zegt de Bijbel:
Openbaring 6:7 En toen het Lam het vierde zegel geopend had, hoorde ik de stem van het vierde dier zeggen: Kom en zie! 8. En ik zag, en zie: een grauw paard en die erop zat, zijn naam was de dood, en het rijk van de dood volgde hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met het zwaard, met honger, met de dood en door de wilde dieren van de aarde.

 

Noach krijgt van God de opdracht om een schip te bouwen. Noach was geen zeeman en had ook geen opleiding in dit vakgebied gehad. Maar als God opdracht geeft zorgt Hij ook dat alles wat nodig is beschikbaar is. Dit waren de eerste instructies:

 

Genesis 6:14 Maak voor uzelf een ark van goferhout. In vakken ingedeeld moet u deze ark maken en hem vanbinnen en vanbuiten met pek bestrijken. 15. Zo moet u hem maken: driehonderd el moet de lengte van de ark zijn, vijftig el zijn breedte en dertig el zijn hoogte. 16. U moet een lichtopening in de ark maken, en de ark afwerken tot op een el van boven; en de deur van de ark moet u aan de zijkant plaatsen. U moet er een onderste, een tweede en een derde verdieping in maken.

 

Er was eens een Nederlandse koopman, Pieter Jansz Liorne uit Hoorn (1561-1620), die een schip liet bouwen met als basis de verhoudingen die God in het boek Genesis aan Noach had gegeven voor het bouwen van de Ark.  (Een lengte/breedteverhouding van 6:1- driehonderd el lang en vijftig el breed). Het schip bleek veel sneller en stabieler te zijn dan de andere schepen. Het heeft de scheepsbouwers duizenden jaren gekost voordat ze door hadden wat de juiste en beste afmetingen en verhoudingen waren voor een stabiel schip. (De perfecte boot)

 

God maakte Noach bekend dat Hij een watervloed over de aarde zou brengen, waarbij alles wat adem heeft de geest zou geven. Het zou zijn dienstknecht Noach niet overvallen. God maakt zijn plannen altijd bekend. (Amos 3:7) Noach kon, als de tijd aanbrak, de ark binnengaan met zijn zonen, zijn vrouw en de vrouwen van zijn zonen.

Hij moest van al wat leeft, van alle dieren, twee van elk in de ark laten komen om ze in leven te houden: zowel een mannetje als een vrouwtje. Van alle reine dieren zeven paar, maar van de dieren die niet rein zijn, één paar. Van de vogels per soort, van het vee per soort, en van de kruipende dieren per soort, zouden er twee naar hem toe komen, zodat hij  ze in leven kon houden. Hij moest zorgen voor voldoende voedsel voor mens en dier. En dan sluit het hoofdstuk af met de mooie zin:

En Noach deed het; overeenkomstig alles wat God hem geboden had, zo deed hij. 

Toen,  in de tweede maand, op de zeventiende dag van de maand, op 17 Iyar barstten alle bronnen open en werden de sluizen van de hemel geopend. 

Wat voor die enorme regens zorgden  waren de “sluizen boven het gewelf” waarvan Genesis 1:7 melding maakt. Dit gebeurde toen Noach 600 jaar oud was.

Genesis 7:13 Op diezelfde dag gingen Noach en Sem, Cham en Jafeth, de zonen van Noach, en ook Noachs vrouw en de drie vrouwen van zijn zonen met hen in de ark, zij, en al de wilde dieren naar hun soort, al het vee naar zijn soort, alle kruipende dieren, die over de aarde kruipen, naar hun soort, en alle vogels naar hun soort, al wat gevleugeld is.

 

EN YAHWEH SLOOT DE DEUR ACHTER HEM TOE                                  

Genesis 7 vers 16b

 

De verschrikkelijke tsunami’s waarvan we in onze tijd wel gehoord hebben, zijn niets vergeleken bij dit geweld dat 40 dagen aanhield. Alles wat adem had op aarde stierf, maar in de Ark was behoud! Alleen Noach met zijn gezin was het overblijfsel waarmee God verder ging.  

 

Wij staan ook voor het oordeel dat spoedig zal komen en al gaande is. Niet door water....  

In 1 Petrus 3:20 wordt Yeshua met de Ark vergeleken. Wie zich van harte aan Hem geeft, Zijn offer aanvaardt is behouden in de Ark. Alleen wie in die Ark is, die is gered.

 

Buitengesloten – de mensen werden buitengesloten

Binnengesloten – Noach en zijn gezin werden binnengesloten

Yeshua is de Deur

 

Johannes 10:9 Ik ben de Deur; als iemand door Mij naar binnen gaat, zal hij behouden worden;

 

God de Vader sluit de DEUR en dan is het lot beslist.