Pinksteren: Yeshua bouwt Zijn huis: een tempel in de Heilige Geest

Pinksteren: Yeshua bouwt Zijn Huis: een tempel in de Heilige Geest

De tabernakel stond onder het van God ontleend gezag van het Levitische  priesterschap, wat begon bij Mozes. Deze Mozes was een beeld van de Middelaar Yeshua. Hij stond als profeet hoog aangeschreven, maar was een dienaar, die ook verwees naar de ultieme profeet: Yeshua haMashiach, de Zoon van God.

 

Deuteronomium 18:15 Een Profeet uit uw midden, uit uw broeders, zoals ik, zal de HEERE, uw God, voor u doen opstaan; naar Hem moet u luisteren.

 

In het Nieuwe Testament lezen we daarover:

 

Hebreeën 3: 4 Immers, elk huis wordt door iemand gebouwd, maar Hij Die dit alles gebouwd heeft, is God. 5 En Mozes is wel trouw geweest in heel Zijn huis, maar als dienaar, om te getuigen van wat later gesproken zou worden; 6  Christus echter is getrouw over Zijn huis als Zoon. Zijn huis zijn wij, als wij tenminste de vrijmoedigheid en de roem van de hoop tot het einde toe onwrikbaar vasthouden.

Hoe is die verandering in zijn werk gegaan?

Op het Wekenfeest/de Pinksterdag zien we dat niet de farizeeën, de Levitische priesters naar voren treden in de tempel te Jeruzalem, maar de discipelen en met name Petrus. Het goddelijk gezag over de tempeldienst werd door de Heilige Geest overgedragen aan de priesters naar de ordening van Melchizedek. Dat liep ook al spoedig uit op hevige vervolging vanuit het traditionele religieuze priesterdom.

 

Waren de discipelen priesters?

Ja, want op de Sinaï had God al aan Mozes geopenbaard dat Hij een koninkrijk van priesters op het oog had:

Exodus 19: 6 U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken.

Maar Petrus was waarschijnlijk geen Leviet. Toch heeft het er alle schijn van dat de discipelen een soort priesterwijding hadden ondergaan. We lezen namelijk dat Yeshua vóór Zijn hemelvaart zei:

Lukas 24:49 En zie, Ik zend de belofte van Mijn Vader op u; maar BLIJFT U IN DE STAD JERUZALEM, totdat u met kracht uit de hoogte bekleed zult worden.

Lukas 24: 53 En ZIJ WAREN VOORTDUREND IN DE TEMPEL, terwijl ze God loofden en dankten. Amen.

Handelingen 1: 4 En toen Hij met hen samen was, beval Hij hun DAT ZIJ NIET UIT JERUZALEM WEG ZOUDEN GAAN, maar de belofte van de Vader zouden verwachten, die u, zei Hij, van Mij gehoord hebt;

Waarom mochten de discipelen Jeruzalem niet verlaten?

We weten dat de priesters in het eerste testament bij hun wijding, de tabernakel of tempel niet mochten verlaten.

Leviticus 8:33 Ook mogen JULLIE ZEVEN DAGEN LANG NIET VAN DE INGANG VAN DE TENT VAN ONTMOETING WEGGAAN, tot de dag dat de dagen van jullie wijdingsoffer voorbij zijn, want zeven dagen zal jullie wijding duren. 34 Zoals men op deze dag gedaan heeft, zo heeft de HEERE geboden te doen om verzoening voor jullie te bewerken. 35 JULLIE MOETEN DAN BIJ DE INGANG VAN DE TENT VAN ONTMOETING BLIJVEN, DAG EN NACHT, ZEVEN DAGEN LANG. Jullie moeten de voorschriften van de HEERE in acht nemen, opdat jullie niet sterven, want zo is het mij geboden.

 

Exodus 29:35 U moet dan met Aäron en zijn zonen precies zo doen overeenkomstig alles wat Ik u geboden heb; zeven dagen lang moet de wijding duren.

Zo’n priesterwijding duurde zeven dagen, ook bij de tempelbouw van Salomo:

2 Kronieken 7: 9 Op de achtste dag hielden zij een bijzondere samenkomst, want de inwijding van het altaar hadden zij zeven dagen gehouden, en het feest nog eens zeven dagen.

Exodus 29:35 U moet dan met Aäron en zijn zonen precies zo doen overeenkomstig alles wat Ik u geboden heb; zeven dagen lang moet de wijding duren.

Handelingen 1: 12 Toen keerden zij terug naar Jeruzalem, van de berg die de Olijfberg genoemd wordt, die vlak bij Jeruzalem is en daar EEN SABBATSREIS VANDAAN LIGT.

Een sabbatsreis is 2000 el (1 kilometer). De priesters mochten tijdens hun wijdingsperiode niet buiten dat gebied komen. De Olijfberg viel nog net daaronder.

Over dat priesterschap in het Nieuwe Testament schrijft later diezelfde Petrus, die het woord voerde bij de uitstorting van de Heilige Geest:

1 Petrus 2:4 en kom naar Hem toe als naar een levende steen, die wel door de mensen verworpen is, maar bij God uitverkoren en kostbaar 5 dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door Jezus Christus.

1 Petrus 2:9 Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht.

Ook Paulus schrijft over die geestelijke tempel van Yeshua HaMashiach die is ontstaan:

2 Korinthe 6: 16 Of welk verband is er tussen de tempel van God en de afgoden? Want u bent de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn.

Efeze 2: 17 En bij Zijn komst heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd aan u die veraf was, en aan hen die dichtbij waren. 18 Want door Hem hebben wij beiden door één Geest de toegang tot de Vader. 19 Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, 20 gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is, 21 en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst tot een heilige tempel in de Heere; 22 op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest. Christus echter is getrouw over Zijn huis als Zoon. Zijn huis zijn wij, als wij tenminste de vrijmoedigheid en de roem van de hoop tot het einde toe onwrikbaar vasthouden.

 

Van dat priesterschap spreekt Yeshua via Johannes in het boek Openbaring:

Openbaring 1: 4 Johannes aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: genade zij u en vrede, van Hem Die is en Die was en Die komt, en van de zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn, 5 en van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden en de Vorst van de koningen der aarde. Hem Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed, 6 en Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God en Zijn Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.

 

Dit is allemaal het werk van de Heilige Geest. Veel mensen zoeken naar de ware gemeente en ontdekken dat deze niet bestaat. De gemeente is een geestelijk bouwwerk, dat wordt uitgevoerd door de Heilige Geest.

We zijn de “eerstelingen van de Geest” en zien er naar uit dat dit gestalte krijgt, zoals Paulus dat omschrijft:

Romeinen 8: 18  Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden.

19 Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God.

20 Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft,

21 in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God.

22 Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe.

23 En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die DE EERSTELINGEN VAN DE GEEST hebben, ook wijzelf zuchten in onszelf, in de verwachting van de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam.