Johannes 7: 1-24 Yeshua op het Loofhuttenfeest

Een OORDEEL op het Loofhuttenfeest....

Het loofhuttenfeest behoort een blij en opbouwend feest te zijn. De vervulling van dit feest komt pas echt tot zijn recht in het komende Vrederijk, het rijk van de Shabbat. Nu is er nog geen vrede. Ook Yeshua heeft dat ervaren toen Hij in Zijn aardse tijd dit feest “vierde”.

Voor het vertrek hoorde Yeshua de spottende toon van Zijn broers: “Moet je ook niet gaan? Als je bekendheid aan je boodschap wilt geven moet je aan de weg timmeren, reclame maken! Laat de wereld maar zien wat je allemaal kunt!”. De Bijbel vermeldt hierbij dat dit uit ongeloof gezegd werd.

Dat was geen blij begin van het feest. Yeshua zou gaan, maar op Zijn tijd en niet op een tijd bepaald door de duisternis. Hij gaf een antwoord met diepe inhoud, dat ook ons tot nadenken moet stemmen:

De wereld kan u niet haten, maar Mij haat zij, omdat Ik van haar getuig dat haar werken slecht zijn. (vers 7)

Wie zich thuis voelt in deze wereld, vrienden om zich heen verzamelt, zich nestelt in de kerk of in ander groepsverband, is vàn de wereld die verloren gaat. Tenzij hij/zij zich bekeert. Maar het optreden van Yeshua, en dat van Zijn volgelingen houdt het getuigenis in dat hun daden slecht zijn. En dat pikt de wereld, maar ook  de wereld van de kerk of het farizeeïsme niet.

Yeshua ging op Zijn tijd naar het feest, d.w.z. op aanwijzing van Zijn Vader:

Johannes 5:19 Jezus dan antwoordde en zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: De Zoon kan niets van Zichzelf doen, als Hij dat niet de Vader ziet doen, want al wat Deze doet, dat doet ook de Zoon op dezelfde wijze.

Als Vader aangeeft wanneer Hij moet gaan, waarborgt dat dan een geslaagd feest?

Yeshua gaf in de tempel onderwijs zegt Johannes. De omstanders verwonderden zich daarover. Hoe kan Iemand zonder onderwijs genoten te hebben in de Farizeese kringen van wetgeleerden, zo spreken over de Bijbel?

Johannes 7:16 Jezus antwoordde hun en zei: Mijn onderricht is niet van Mij, maar van Hem Die Mij gezonden heeft. 17. Als iemand de wil heeft om Zijn wil te doen, zal hij van dit onderricht weten of het uit God is, of dat Ik vanuit Mijzelf spreek.

 

Dat is een uitspraak die tot nadenken stemt. Als iemand van harte bereid is om, onvermengd met de wereld, Gods wil te zoeken dan WEET hij diep van binnen: “dit komt van God” of “deze persoon spreekt uit zijn eigen overtuiging en zoekt eer van mensen”.  

Yeshua wist dat de godsdienstige leiders Hem wilden doden, want zij waren ontmaskerd als “eigen-eer-zoekers”.  We lezen dat sommigen uit het volk het gingen begrijpen, maar tegelijk bang waren voor deze leiders.  Yeshua hield hen voor dat ze zelf de wet niet hielden en Hem probeerden te doden. En dan komt er vanuit de menigte op dit feest dat zo blij en mooi had moeten zijn een verschrikkelijke vervloeking naar de Zoon van God….

 

 U BENT DOOR EEN DEMON BEZETEN

 

Maar de Vader had iets anders van Hem gezegd:

 

DIT IS MIJN GELIEFDE ZOON, IN WIE IK MIJN WELBEHAGEN HEB; LUISTER NAAR HEM!

Mattheüs 17:5