To translate this page into different languages, click here!

1 Koningen 5:12 - 6:13 Salomo tempelbouw

Het was inmiddels 480 jaar nadat Israël door God uit het land Egypte bevrijd was, dat koning Salomo met de tempelbouw begon.

De eerste tekst uit ons haftara-gedeelte is:

1 Koningen 5:12 De HEERE had Salomo wijsheid gegeven, zoals Hij tot hem gesproken had. Er was vrede tussen Hiram en Salomo, en zij sloten een verbond met elkaar.

Salomo had om wijsheid gevraagd en van God wijsheid gekregen om een goede koning te zijn. 

1 Koningen 3:9 Wie kan dit grote volk leiden? Geef mij daarom alstublieft wijsheid. Dan kan ik Uw volk leiden doordat ik goed het verschil weet tussen goed en kwaad."

Koning Salomo fungeerde als de hoogste rechter in Israël, en het was goed in Gods ogen dat hij om inzicht vroeg om een rechtszaak te kunnen horen. 

Overeenkomstig zijn begeerte gaf God hem een wijs en verstandig hart, en bovendien nog rijkdom en eer in overvloed.

In 1 Koningen 4:29-34 vinden wij de volgende omschrijving van Salomo's wijsheid:

'En God gaf Salomo wijsheid en zeer veel verstand en een begrip, zo wijd als het zand aan de oever der zee, zodat de wijsheid van Salomo groter was dan die van allen uit het Oosten, en dan al de wijsheid van Egypte. Ja, hij was wijzer dan alle mensen, dan de Ezrachiet Etan en Heman en Kalkol en Darda, de zonen van Machol, zodat hij naam had onder al de volken rondom. Hij sprak immers drieduizend spreuken, en liederen van hem waren er duizend vijf. Hij sprak over de bomen, van de ceder op de Libanon af tot de hysop toe, die aan de muur uitschiet; hij sprak ook over het vee, het gevogelte, het kruipend gedierte en de vissen. En uit alle volken kwamen er om de wijsheid van Salomo te horen, van al de koningen der aarde, die van zijn wijsheid gehoord hadden'.

We weten dat hij in de toenmalige wereld bekend werd om zijn rechtvaardige rechtspraak. Ook de geschriften van zijn hand: Spreuken en Prediker, spreken van die wijsheid.

We lezen bij de bouw van de tabernakel ook over wijsheid die God gaf. In het bijzonder worden Bezaleël en Aholiab genoemd.   

Exodus 36:2 Mozes had namelijk Bezaleël en Aholiab geroepen, en ieder die wijs van hart was, aan wie de HEERE wijsheid in zijn hart gegeven had, iedereen wiens hart hem ertoe bewoog om naar voren te komen om het werk te verrichten.

Yeshua noemde ook de wijsheid van Salomo, maar voegde daar aan toe dat Hij meer was dan Salomo:

Mattheüs 12:42 De koningin van het Zuiden zal opstaan in het oordeel samen met dit geslacht en het veroordelen, want zij is gekomen van de einden van de aarde om de wijsheid van Salomo te horen; en zie, meer dan Salomo is hier!

Yeshua was de WIJSHEID omdat Gods Geest op Hem rustte, zoals Jesaja profeteerde:

Jesaja 11: 1 Want er zal een Twijgje opgroeien uit de afgehouwen stronk van Isaï, en een Loot uit zijn wortels zal vrucht voortbrengen.

2 Op Hem zal de Geest van de HEERE rusten:

de Geest van WIJSHEID EN INZICHT,

de Geest van raad en sterkte,

de Geest van de KENNIS en de vreze des HEEREN.

Helaas waren er ook valkuilen op de levensweg van Salomo, waarin hij later niet trouw bleek aan de allerhoogste Koning die boven hem stond.

Zoals uit vers 1 van dit hoofdstuk blijkt had koning Hiram van Tyrus contact gezocht met Salomo.

In die tijd stond Tyrus nog niet bekend als een vijandige staat. Hiram was behulpzaam met het leveren van hout uit de Libanon.  Deze landstreek had God indertijd aan Abraham beloofd, dus het was heel toepasselijk om de bomen van Libanon te gebruiken voor de tempelbouw.

Deuteronomium 1:6-8 De HEERE, onze God, heeft tot ons gesproken bij de Horeb: U bent lang genoeg bij deze berg gebleven. Keer om, breek op en ga naar het bergland van de Amorieten en naar al hun buren, in de Vlakte, het Bergland en het Laagland, in het Zuiderland en aan de zeekust, het land van de Kanaänieten, en DE LIBANON, tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat.  Zie, Ik heb het land aan u gegeven; ga het binnen en neem het land in bezit waarvan de HEERE uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft dat Hij het hun en hun nageslacht na hen geven zou.

In Jozua 19:28 t/m 31 staat dat Libanon (het wordt hier Tyrus en Sidon genoemd) door Mozes is toegewezen aan Aser, één van de stammen van Israël. De ceders van de Libanon worden vaak bezongen in de psalmen en in Hooglied.

De toerbeurt die Salomo regelde voor de arbeiders die in Libanon bomen moesten kappen en “verschepen” was “een maand waren zij in de Libanon en twee maanden thuis”.  Wel mooi dat er tijd vrijgemaakt werd voor het gezinsleven van de arbeiders. Zoiets kennen wij ook bij de werkers op boorplatforms en bij degenen die op zee varen, enz. De Bijbel noemt het “herendienst”. De herendienst is een vorm van dienstplicht of slavernij die plaatsvond bij overwonnen volken. In hoofdstuk 9 lezen we hoe dit geregeld was door Salomo.

1 Koningen 9:21,22 Salomo legde aan alle bevolkingsgroepen die niet tot het volk van Israël behoorden herendienst op, dat wil zeggen aan de Amorieten, Hethieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten die nog in het land woonden omdat de Israëlieten er niet in waren geslaagd ze te vernietigen. Deze maatregel geldt tot op de dag van vandaag. De Israëlieten zelf werden door Salomo niet verplicht tot herendienst; zij deden dienst als soldaten, hofdienaars, aanvoerders, adjudanten en bevelhebbers van de wagenmenners en de ruiterij. Vijfhonderdvijftig opzichters hielden voor Salomo toezicht op het werk en hadden de leiding over het werkvolk.

Het ging bij deze tempelbouw er anders aan toe dan bij de bouw van de tabernakel. Toen werd iedereen in het werk betrokken wiens hart gewillig was: “iedereen wiens hart hem ertoe bewoog om naar voren te komen om het werk te verrichten.” Exodus 36:2

Salomo maakte bij de tempelbouw gebruik van vele arbeiders. Er werd aan de tempel gewerkt door o.a.

  • 50.000 steenhouwers
  • 70.000 sjouwers
  • 30.000 mannen die cederhout van de Libanon haalden
  • 3.000 voormannen die leiding gaven aan de werkzaamheden

Het belangrijkste bouwwerk van Salomo was niet zijn paleis, maar de tempel.

De bouw ervan nam zeven jaar in beslag. Voor deze plaats van eredienst en offeranden maakte Salomo gebruik van de plannen en materialen waarin David al had voorzien.

Het tempelhuis was 60 el (ongeveer 30 meter) lang, 20 el (ongeveer 10 meter) breed en 30 el (ongeveer 15 meter) hoog:

1 Kon 6:2 En het huis, dat de koning Salomo voor de HEERE bouwde, was zestig el in zijn lengte, twintig [el] in zijn breedte en dertig el in zijn hoogte.

De indeling van de tempel was gebaseerd op de twee ruimtes van de verplaatsbare tabernakel, waarvoor de tempel in de plaats kwam. Wanneer de priester de eerste ruimte, het heilige binnenging, leek hij heel klein in vergelijking met de twee pilaren aan weerszijden van de tempelpoort. De pilaar aan de rechterkant werd Jachin genoemd (‘Hij zal bevestigen’), die aan de linkerkant Boaz (‘in kracht’) (1 Koningen 7:21)

Deze namen verwijzen naar de Messias, Die het koninkrijk van God op aarde zal vestigen. In Hem is de kracht om Gods plan tot in de kleinste details uit te voeren. Maar er blijkt ook een opvallende relatie te zijn tussen de twee pilaren en de koningen Joas en Josia.

Helaas worden deze pilaren in onze tijd ook ten onrechte als symbolen gebruikt in de vrijmetselarij.

De symbolische passage tussen twee pilaren heeft bij de Vrijmetselaars dan ook de betekenis van het passeren van de 'wachters en poorten'.  

Vervolgens komt men in de aanwezigheid van de 'Grote Architect' van het universum  en tevens in het binnenste heiligdom (of 'Sanctum Sanctorum') met daarin de 'Ark en de Goddelijke Shekinah', in het spiritualisme van de Vrijmetselaars de bron van hoge occulte kennis. Zie hiervoor het artikel van Franklin ter Horst.

Zo zien we steeds dat het heilige zaad: Gods Woord vermengd wordt met het slechte zaad.

De muren van de tempel van Salomo waren gebouwd van zuiver kalksteen. De binnenkant van de muren was afgewerkt met het beste cederhout uit de bossen op de hellingen van de Libanon.

Er is een belangrijk verschil met de tabernakel, want koning Salomo bracht deuren aan als afscheiding van het Heilige der Heiligen, en er was dus geen voorhangsel.

1 Koningen 6: 31 Voor de ingang van het binnenste heiligdom maakte hij deuren (daletot דַּלְתוֹת) van olijfwilgenhout. Het raamwerk van de deurposten vormde een vijfhoek.

De poorten bestonden uit deuren van massief olijfhout. In het ‘Heilige’ bevonden zich de gouden kandelaars, de tafel der toonbroden en een reukofferaltaar.

De tweede ruimte was het ‘Heilige der Heiligen’. Dit had de vorm van een volmaakte kubus, iedere zijde was 20 el. Dit was het beeld van het Nieuwe Jeruzalem dat zal neerdalen op aarde.

Salomo overtrok het interieur van de tempel met 20 ton zuiver goud. Verder werden er gouden spijkers gebruikt van 500 g per stuk. (2 Kronieken 3:1-17)

 

Psalm 122

 

1.Ik ben verblijd, wanneer zij tegen mij zeggen:

Wij zullen naar het huis van de HEERE gaan!

                                                                                             2. Onze voeten staan

binnen uw poorten, Jeruzalem!

 

                                                                       8. Omwille van mijn broeders en mijn vrienden

spreek ik nu: Vrede zij in u!

                                                                      9. Omwille van het huis van de HEERE, onze God,

zal ik het goede voor u zoeken.