Jesaja 42:5 - 43:10

Dit gedeelte uit Jesaja is gezocht als aanvulling op de eerste hoofdstukken van Genesis. Er zijn inderdaad aanknopingspunten. In vers 5  van Jesaja 42 spreekt de profeet in verkorte vorm over de scheppende hand van God.

Jesaja 42:5 Zo zegt God, de HEERE, Die de hemel heeft geschapen en hem heeft uitgespannen, Die de aarde heeft uitgespreid en wat daarop uitspruit, Die de adem geeft aan het volk dat daarop is, en de geest aan hen die daarop wandelen:

In het scheppingsverslag in Genesis 1 beschrijft vers 3 dat de eerste dag het licht werd geschapen.

We weten dat dit niet het "licht" was van zon, maan en sterren, want die werden pas op dag 4 gemaakt. Het was het Licht van de wereld, die zich in Yeshua voor Zijn menswording openbaarde.  Het was datzelfde Licht waarmee Israël vervuld moest worden om een Licht te zijn voor de heidenvolken.  Dat is het enige Licht dat blinden de ogen opent, zowel fysiek als geestelijk, dat gevangenen bevrijdt uit hun verslavingen of andere gebondenheden. Dat Licht maakt dat ook de geestelijke duisternis moet wijken. Dat Licht was bij Israël in Egypte toen de plaag van de duisternis over dat land gestuurd werd. “Voor alle Israëlieten echter was het licht in hun woongebieden.” Exodus 10:23.

Dat Licht heeft de wereld nodig maar het droevige is dat de mens steeds andere oplossingen wil zoeken om de duisternis te ontvluchten. Die andere oplossingen zijn de afgoden waarop vertrouwd wordt. Maar daar neemt onze God geen genoegen mee.

Jesaja 42:8. Ik ben YAHWEH – dat is Mijn Naam; Mijn eer zal Ik aan geen ander geven, evenmin Mijn lof aan de afgodsbeelden.

Zing voor de HEERE een nieuw lied, Zijn lof vanaf het einde der aarde

Vanaf vers 10 komt er een oproep om Jahweh te loven. Ook de eilanden en de woestijn worden daartoe opgeroepen. De dorpen waar Kedar woont (een Arabische stam die zijn woongebied heeft tussen de Perzische Golf en het Sinaï schiereiland).

Het blijkt de voorbereiding te zijn voor de strijd. De Here heeft zich lang stil gehouden, maar nu komt het er uit. Het doet ons denken aan onze tijd en het gaat ook over onze tijd. Je ziet het onrecht en de afval toenemen en God houdt zich nog steeds stil. Maar nu gaat Hij uittrekken als een strijdbare Man (vers 13), als een held, Hij schreeuwt het uit! Het geeft pijn als bij een barende vrouw. In Genesis 3:16 was de straf op de zonde dat het baren van kinderen met pijn gepaard zou gaan. Dus ook hier een parallel met het Toragedeelte.  God zal Zijn vijanden overweldigen. En wie vertrouwd hebben op afgoden zullen zich diep schamen omdat zij Zijn almacht niet serieus hebben genomen.

In de verzen 15 en 16 zien we hoe alles verwoest zal worden. Juist het tegenovergestelde van de schepping in het Toragedeelte.

Tegelijk zien we in die strijd ook Gods ontferming over degenen die verdrukt en veracht worden door de hoogmoedige betweters die de wijsheid dachten in pacht te hebben, maar degenen die beroofd en uitgeplunderd werden aan hun lot overlaten. Het is het volk Israël dat hier als een prooi  (vers 22) bestempeld wordt, en het gaat ook om degenen die zich met dat gelovige overblijfsel één weten. Het is in de tijd van de grote verdrukking, waarin God met Zijn oordelen gaat komen.

De reden waarom het volk van God zo in de moeite is gekomen wordt ook vermeld:

Jesaja 42:24. Wie heeft Jakob tot buit gegeven en Israël overgeleverd aan rovers? Is het niet de HEERE, Hij tegen Wie wij gezondigd hebben? Want zij wilden in Zijn wegen niet gaan en zij luisterden niet naar Zijn wet. 25. Daarom heeft Hij over hem uitgestort Zijn grimmige toorn en het geweld van de oorlog. Dit heeft hem rondom in vlam gezet, maar hij merkt het niet op; het heeft hem in brand gestoken, maar hij neemt het niet ter harte.

Israël kostbaar in het oog van God

 

Hoofdstuk 43 wordt een hoofdstuk van hoop en bemoediging. Heerlijk om die woorden te lezen. Ze zijn er nog niet, ze moeten door water en vuur, maar God is erbij. Gods kinderen zullen niet verdrinken of verbranden. 
Jeremia 30:7 Wee! Want die dag is groot, er is er geen als hij. Het is een tijd van benauwdheid voor Jakob, toch zal hij daaruit verlost worden.

Jesaja 43:4 Omdat u kostbaar bent in Mijn ogen, bent u verheerlijkt en heb Ík u liefgehad. Daarom heb Ik mensen gegeven in uw plaats en volken in plaats van uw ziel. 5. Wees niet bevreesd, want Ik ben met u. Vanwaar de zon opkomt, zal Ik uw nageslacht halen en vanwaar zij ondergaat zal Ik u bijeenbrengen.

Hier zie je dat God zelf Zijn verstrooide kinderen ophaalt, zodat ze in hun eigen land kunnen gaan wonen. 

In hoofdstuk 42:22 klaagde God: "Niemand zegt: Geef terug!" Maar nu zegt God:
Jesaja 43:6 Ik zal zeggen tegen het noorden: Geef! En tegen het zuiden: Weerhoud niet! Breng Mijn zonen van ver, en Mijn dochters van het einde der aarde. 7. Ieder die genoemd is naar Mijn Naam, die heb Ik tot Mijn eer geschapen, die heb Ik geformeerd, ja, die heb Ik gemaakt.

Het zijn de mensen die God voor Zijn doel heeft geschapen, waarvoor Yeshua bad in het Hogepriesterlijk gebed:


Johannes 17:9 Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor hen die U Mij gegeven hebt, want zij zijn van U.
10. En al wat van Mij is, is van U, en wat van U is, is van Mij; en Ik ben in hen verheerlijkt.
11. En Ik ben niet meer in de wereld, maar dezen zijn in de wereld, en Ik kom naar U toe. Heilige Vader, bewaar hen die U Mij gegeven hebt in Uw Naam, opdat zij één zullen zijn zoals Wij.
12. Toen Ik met hen in de wereld was, bewaarde Ik hen in Uw Naam. Hen die U Mij gegeven hebt, heb Ik bewaard en niemand uit hen is verloren gegaan dan de zoon van het verderf, opdat de Schrift vervuld wordt.
20. En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die door hun woord in Mij zullen geloven,
21. opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt.
22. En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, zoals Wij Eén zijn;
23. Ik in hen, en U in Mij, opdat zij volmaakt één zijn en opdat de wereld erkent dat U Mij gezonden hebt en hen liefgehad hebt, zoals U Mij hebt liefgehad.

Ook het volk dat blind en doof is moet uittrekken. De heidenen zullen moeten erkennen dat hier recht gedaan wordt. Hun getuigen zullen het uitspreken "het is de WAARHEID!" Wat er gebeurt is zóóó waar en rechtvaardig! (43:9)

 

Jesaja 43:10

U bent Mijn getuigen, spreekt de HEERE,
en Mijn dienaar die Ik verkozen heb,
opdat u het weet en Mij gelooft,
en begrijpt dat Ik Dezelfde ben:
vóór Mij is er geen God geformeerd
en na Mij zal er geen zijn.