Jozua 1 Wees sterk en moedig

Mozes was gestorven. Hij was een bijzonder bekwaam leider, doordat hij met heel zijn wezen Gods bedoeling voor ogen hield. Hij was daarin een beeld van Yeshua, die zich borg stelde voor Israël. Nu lag de leiding en de verantwoordelijkheid op Jozua. Mozes had hem voorbereid op het leiderschap en samen hadden ze heel vaak moeilijke situaties het hoofd moeten bieden.

Hij had al eerder als bevelhebber de Amalekieten verdreven, terwijl Mozes, Aäron en Hur deze zware strijd geestelijk voerden op de top van de heuvel.(Exodus 17). 

In alle moeiten richtten Mozes en Jozua zich op Yahweh, die hun de wijsheid gaf voor hun belangrijke taak.  
Ook God heeft getuigenis gegeven van Mozes:

Numeri 12:6 Hij zei: Luister toch naar Mijn woorden! Als iemand onder u een profeet is,
maak Ik, de HEERE, Mij door een visioen aan hem bekend, spreek Ik met hem door een droom.
7. Maar zo doe Ik niet tegenover Mijn dienaar Mozes, die in Mijn hele huis trouw is,
8. met hem spreek Ik van mond tot mond, ja, zichtbaar, en niet in raadsels. Hij aanschouwt de gestalte van de HEERE.

Net zoals God rechtstreeks tot Mozes sprak, gebeurde dit ook bij Jozua.  Dat blijkt al direct aan het begin van dit hoofdstuk:

Jozua 1:2 Mijn dienaar Mozes is gestorven. Nu dan, sta op, steek deze Jordaan over, u en heel dit volk, naar het land dat Ik aan hen, de Israëlieten, ga geven.
6. Wees sterk en moedig, want ú zult dit volk het land dat Ik hun vaderen gezworen heb hun te geven, in erfbezit laten nemen.
7. Alleen, wees sterk en zeer moedig, door nauwlettend te handelen overeenkomstig heel de wet die Mozes, Mijn dienaar, u geboden heeft. Wijk daar niet van af, naar rechts of naar links, opdat u verstandig zult handelen overal waar u gaat.
8. Dit boek met deze wet mag niet wijken uit uw mond, maar u moet het dag en nacht overdenken, zodat u nauwlettend zult handelen overeenkomstig alles wat daarin geschreven staat. Dan immers zult u uw wegen voorspoedig maken en dan zult u verstandig handelen.
9. Heb Ik het u niet geboden? Wees sterk en moedig, schrik niet en wees niet ontsteld, want de HEERE, uw God, is met u, overal waar u heen gaat.

WEES STERK EN MOEDIG!

Deze bemoediging lezen vier maal in dit hoofdstuk, in vers 7 zelfs "wees sterk en zéér moedig".  God bemoedigt Jozua, want er komt strijd om het land in te nemen. En als we weten dat Israël ons tot voorbeeld is gegeven, mogen wij eveneens deze bemoediging ter harte nemen. Ook wij zijn op reis naar het beloofde Koninkrijk van God. De geest van Amalek is springlevend in onze wereld en die vijand kenmerkte zich door wreed en niets ontziend te werk te gaan. 

God drukte Jozua op het hart om nauwlettend te handelen volgens de wet. Het wetboek mocht niet wijken uit de mond van Jozua.  Dat betekent dat Jozua het Woord van God moest spreken tot de Israëlieten.  De uitkomst van de strijd ligt verankerd in de Tora, ligt verankerd in Yeshua die de Levende Tora is. Een wet die dag en nacht overdacht moet worden, zodat het een zaak van het hart zal zijn. 

Deze geschiedenis vond plaats zo'n 1400 jaar vóór Christus, 600 jaar na Abraham en 400 jaar voor David. Ze stonden voor de Jordaan die de grens vormde van het Beloofde Land. Toch blijkt uit vers 3 dat het grondgebied voor Israël nog vele malen groter zal zijn als we de huidige ligging van de rivier de Eufraat binnen dit gebied rekenen.

Het gebied dat hun wordt toegezegd wordt als volgt omschreven:

Jozua 1:3 Elke plaats die uw voetzool betreedt, heb Ik u gegeven, overeenkomstig wat Ik tot Mozes gesproken heb.
4. Van de woestijn en deze Libanon af tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat, heel het land van de Hethieten, en tot de Grote Zee, waar de zon ondergaat, zal uw gebied zijn.

Deze beschrijving komt grotendeels overeen met:

Deuteronomium 11:24 Elke plaats die uw voetzool betreedt, zal van u zijn; vanaf de woestijn en de Libanon, vanaf de rivier, de rivier de Eufraat, tot aan de zee in het westen zal uw gebied zich uitstrekken.

De Eufraat neemt in de Bijbel een heel bijzondere plaats in. Het is één der rivieren die genoemd worden in verband met de Hof van Eden. (Genesis 2:14) dit zou dan de uiterste grens zijn van het Beloofde Land  voor Israël, (Deuteronomium 1:7; 11:24 en hier in Jozua 1:4.  In het boek Openbaring lezen we dat Babylon aan de Eufraat ligt, en dat bepaalt ons vanuit Gods Woord als een broedplaats van duivelse machten en demonen. 
In Openbaring wordt dan ook een rivier overgestoken, en wel de Eufraat:

Openbaring 16:12 En de zesde engel goot zijn schaal uit over de grote rivier, de Eufraat. En haar water droogde op, zodat de weg gereedgemaakt werd voor de koningen uit de richting waar de zon opgaat.

Deze profetie staat nog te gebeuren. De weg wordt vrijgemaakt door God voor de koningen die worden opgeroepen voor de strijd tegen Israël, met de koningen van de hele aarde tot de grote dag van de almachtige God. De duivel denkt dat hij het initiatief neemt, maar het is "de grote dag van de almachtige God".  (Openbaring 16:14)

In die wetenschap, dat God de regie in handen heeft, kon ook Jozua de strijd tegemoet zien. God bemoedigt hem met nog een prachtige belofte:
Jozua 1:5 Niemand zal tegenover u standhouden al de dagen van uw leven. Zoals Ik met Mozes geweest ben, zal Ik met u zijn. Ik zal u niet loslaten en u niet verlaten.

Een dergelijke bemoediging vinden we ook voor ons in het Nieuwe testament:

Hebreeën 13:5,6 Ik zal u beslist niet loslaten en Ik zal u beslist niet verlaten. Daarom zeggen wij met goede moed: De Heere is voor mij een Helper en ik zal niet vrezen. Wat zal een mens mij doen?

De Rubenieten, de Gadieten en de halve stam Manasse hadden al eerder aan Mozes beloofd dat zijn hun broederstammen zouden helpen om het land te veroveren, om daarna hun grondgebied aan de oostzijde van de Jordaan in bezit te nemen.  Jozua herinnert hen aan die belofte (Numeri 32:16-19) en belooft het volk dat God hen daarna rust zal geven.

Het volk moet wel meewerken, want ongehoorzaamheid wordt met de dood bestraft. De zaak is te ernstig om daarmee nonchalant om te gaan. Het volk stemt daarmee in en bemoedigt ook hun leider Jozua, die dezelfde naam draagt als onze Leider in de strijd: Yehoshua/Yeshua, hetgeen betekent: God redt.

Jozua 1:16. Toen antwoordden zij Jozua: Alles wat u ons geboden hebt, zullen wij doen, en overal waar u ons heen zult sturen, zullen wij gaan.
17. Zoals wij in alles naar Mozes hebben geluisterd, zo zullen wij naar u luisteren. Alleen, moge de HEERE, uw God, met u zijn, zoals Hij met Mozes geweest is!
18. Iedereen die aan uw bevel ongehoorzaam is en niet luistert naar uw woorden in alles wat u hem gebieden zult, moet gedood worden. Alleen, wees sterk en moedig!