English & other languages: click here!                                                                             Naar hoofdstuk 2 - 3 - 4

Ruth 1 Naomi en haar schoondochters

Het Boek Ruth wordt met het Wekenfeest/Pinksteren gelezen.

Ruth blijft trouw aan Naomi (Het Boek)

1 In de tijd dat Israël door de richters werd geleid, trof een hongersnood het land. 2 Elimélech, een man uit Bethlehem in Juda, week daarom met zijn vrouw Naomi en hun twee zonen Machlon en Chiljon uit naar het land Moab. Daar bleven zij een tijdlang als vreemdeling wonen. 3 Na enige tijd stierf Elimélech en Naomi bleef achter met haar twee zonen. 4 Zij trouwden allebei met een Moabitische, de ene heette Orpa, de andere Ruth.

Toen zij daar ongeveer tien jaar gewoond hadden, 5 stierven beide mannen en Naomi bleef helemaal alleen achter. 6 Omdat zij, daar in Moab, had gehoord dat de Here zijn volk had gezegend met een goede oogst, waardoor er weer voldoende te eten was, besloot zij met haar schoondochters terug te gaan naar Israël. 7 De drie vrouwen verlieten hun woonplaats en gingen op reis naar Juda. Onderweg zei Naomi tegen haar schoondochters: 8 ‘Gaan jullie nu maar terug naar je eigen moeder.

De Here zal jullie belonen voor de liefde die jullie mijn zonen en mij hebben gegeven. 9 De Here zal jullie zegenen met een nieuw huwelijk, zodat jullie weer veilig en beschermd zijn.’ Toen kuste zij hen en de twee meisjes barstten in tranen uit. 10 ‘Nee, nee,’ zeiden Orpa en Ruth, ‘wij willen met u mee naar uw volk!’ 11 Maar Naomi wierp tegen: ‘Het is beter dat jullie teruggaan. Ik zal immers geen zonen meer krijgen met wie jullie kunnen trouwen. 12 Nee, mijn dochters, ga terug naar je ouders. Ik ben nu te oud om opnieuw te trouwen. En zelfs al werd ik zwanger en bracht zonen ter wereld, 13 zouden jullie dan wachten met hertrouwen tot die oud genoeg zouden zijn? Natuurlijk niet, kinderen. Jullie lot is bitter, maar het mijne nog meer, want de Here heeft zich tegen mij gekeerd.’

14 Opnieuw barstten de vrouwen in tranen uit. Uiteindelijk kuste Orpa haar schoonmoeder vaarwel. Ruth besloot echter toch met Naomi mee te gaan. 15 ‘Kijk,’ zei Naomi, ‘Orpa gaat terug naar haar volk en haar goden. Ga toch met haar mee!’ 16 Maar Ruth antwoordde: ‘Vraag mij alstublieft niet u te verlaten. Ik wil altijd bij u blijven. Uw volk zal mijn volk zijn en uw God mijn God. 17 Ik wil sterven waar u sterft en naast u worden begraven. God mag mij straffen als ik u verlaat vóór de dood ons scheidt!’ 18 Toen Naomi zag dat Ruth vastbesloten was, drong zij niet langer aan.

19 Zo kwamen zij samen in Bethlehem, waar de hele stad in rep en roer raakte. ‘Is dat werkelijk Naomi?’ vroegen de inwoners. 20 Maar Naomi antwoordde: ‘Noem mij geen Naomi (Aangenaam) meer. Noem mij Mara (Bitter). Want de Almachtige God heeft mijn leven bitter gemaakt. 21 Rijk ben ik weggegaan, maar arm heeft de Here mij laten terugkeren. Waarom zouden jullie mij Naomi noemen, terwijl de Here tegen mij is geweest en mij zoveel ellende heeft aangedaan?’ 22 Hun terugkeer uit Moab viel in de tijd dat de gerst werd geoogst.

De HERE wil ons leiden in voor- èn tegenspoed

In ieders leven komen perioden voor waarin alles voor de wind gaat. Maar je kunt ook tijden kennen waarin weer wordt weggenomen wat je bezit. Paulus vermaant ons daarom niet aan personen of dingen vast te zitten, maar ons alleen op de HERE te concentreren. 2 Kor. 6:10

 

Een goed voorbeeld van iemand van wie heel wat wordt afgenomen, is Naomi. Zij trok met haar man Elimelech en twee zonen, Machlon en Chiljon, uit Betlehem naar Moab om de hongersnood in Juda te ontvluchten (Ruth 1:1,2). Ze kwamen uit Betlehem. Betlehem betekent: ‘Broodhuis’, maar nu is er geen brood meer …

 

Het stamverwante Moab grensde aan Israël, maar leefde daarmee meestal op gespannen voet.

Het volk Moab dankt zijn naam en afkomst aan de door incest verwekte zoon van Lot, de neef van Abraham. Geboren na de vernietiging van Sodom en Gomorra. Zie Genesis 19:30-38

Op dit volk rustte een vloek en de reden daarvan wordt aan de latere woestijngeneratie door Mozes bekend gemaakt:

Deuteronomium 23:3-6 Een Ammoniet of Moabiet mag niet in de gemeente van de HEERE komen; zelfs hun nakomelingen van de tiende generatie mogen tot in eeuwigheid niet in de gemeente van de HEERE komen, 4. vanwege het feit dat zij u onderweg niet met brood en water tegemoetgekomen zijn toen u uit Egypte wegtrok; en omdat hij Bileam, de zoon van Beor, uit Pethor in Mesopotamië, tegen u ingehuurd heeft om u te vervloeken. 5. De HEERE, uw God, echter wilde niet naar Bileam luisteren, maar de HEERE, uw God, heeft de vloek voor u in een zegen veranderd, omdat de HEERE, uw God, u liefhad. 6. U mag de vrede en het goede voor hen niet zoeken, al uw dagen, tot in eeuwigheid.

 

Een tijdlang ging het met het gezin van Elimelech en Naomi goed in dat land. Ze hadden er te eten. De zonen trouwden met twee Moabitische meisjes, Orpa en Ruth (Ruth 1: 4). Zulke huwelijken waren wel niet uitdrukkelijk verboden in Gods wet, maar gingen toch in tegen de geest daarvan.

 

Deuteronomium 7:3-4 U mag geen huwelijksbanden met hen aangaan: uw dochters mag u niet geven aan hun zonen, en hun dochters niet nemen voor uw zonen. 4.Want zij zouden uw zonen van achter Mij laten afwijken, zodat zij andere goden gaan dienen en de toorn van de HEERE tegen u ontbrandt en Hij u al snel wegvaagt.

.

Na verloop van tijd overleed Elimelech en een aantal jaren later sterven ook de zonen Machlon en Chiljon. Naomi blijft alleen met haar schoondochters achter. Het zijn drie hulpeloze, kinderloze en onbeschermde vrouwen.

 

Als er in Israël weer te eten is, verlaten ze het ongeluksland Moab (Ruth 1:6-7a). Maar Naomi wil dat Orpa en Ruth naar Moab terugkeren om er opnieuw te trouwen en zo een beschermde en zekere toekomst te hebben (Ruth 1: 7b-13).

Orpa kust, Ruth kiest (Ruth 1:14). Ruth (haar naam betekent ‘lafenis’) blijft haar schoonmoeder trouw en bezegelt dit met een eed, waarin ze blijk geeft zich tot de HERE, de God van Israël, te hebben bekeerd: ‘Bij uw volk wil ik horen en uw God wil ik dienen’ (Ruth 1:15-17). Wat een toewijding! Zouden wij in zulke omstandigheden hetzelfde zeggen? De HERE is trouw, wat ons ook overkomt! Blijven wij altijd bij Hem?

Ruth komt uit de heidenvolken en voegt zich bij Israël. Ze vertrouwde op de God van Israël en getuigde daarvan.

 

Ruth 1:15 Daarom zei zij: Zie, je schoonzuster is teruggekeerd naar haar volk en naar haar goden. Keer ook terug, je schoonzuster achterna. 16. Maar Ruth zei: Dring er bij mij niet langer op aan u te verlaten en terug te gaan, bij u vandaan. Want waar u heen gaat, zal ik ook gaan, en waar u overnacht, zal ik overnachten. UW VOLK IS MIJN VOLK EN UW GOD MIJN GOD. 17. Waar u sterft, zal ik sterven, en daar zal ik begraven worden. De HEERE mag zó en nog veel erger doen: voorzeker, alleen de dood zal scheiding maken tussen mij en u.

We zien hier Ruth als een voorbeeld van de gelovigen uit de heidenen die worden geënt op de Edele Olijf, zoals dat in Romeinen 11 beschreven wordt. Het getuigenis van haar schoonmoeder, een beeld van Israël. en mogelijk ook van de overleden man en zonen van Naomi was genoeg voor haar om deze keuze te maken.  Ze weet nog niet wat haar dat gaat brengen, maar ze neemt die beslissing in vast vertrouwen op de God van Naomi, de Jahweh van Israël. De vloek die op haar volksgenoten ligt is door deze beslissing, wat haar betreft, verbroken. Ze had alles verlaten, haar ouderlijk huis, haar land en haar goden om te leven in een nieuw leven. In vers 17 staat dat Ruth wil sterven daar waar Naomi sterft en daarbij gebruikt ze de Verbondsnaam van God YAHWEH.  Ze heeft geproefd dat alleen de God van Israël ontzagwekkend, rechtvaardig en goed is. Psalm 34:9  Er heeft wedergeboorte plaatsgevonden.

Ruth is zo trouw aan haar schoonmoeder dat ze zelfs zegt: "Alleen de dood kan ons scheiden"Ruth was bekeerd tot de God van haar Schoonmoeder, de God van Israël en wat het haar ook zou kosten ze liet haar schoonmoeder niet alleen, en ze zou de God van Israël blijven dienen tot de dag dat ze zou sterven. Naomi lijkt haar vertrouwen in de HERE kwijt te zijn. Zij noemt Hem wel de Almachtige, maar ze is duidelijk niet verzoend met Gods leiding. Ze zegt: “de hand van Jahweh is tegen mij uitgestrekt.”  

Maar wat ze niet weet is dat de Hand van Jahweh bezig is zich uit te strekken naar een grote zegen voor haar en haar volk. (Ruth 1:13 c)  Naomi keert terug naar haar land en zo zal straks Israël terugkeren, wat we in onze tijd al werkelijkheid zien worden.

Ze is opstandig. Haar naam verandert ze van Naomi= Liefelijkheid in Mara = Bitterheid (Ruth 1:20-21). Maar Naomi heeft haar geloof in God niet verloren, ondanks alle tegenspoed. Ze wenst haar schoondochters de goedertierenheid en rust van God toe.(Ruth 1:8-9) Ze getuigt vrijmoedig in een heidens land. 

God beware ons voor opstand en verbittering!

Het hoofdstuk eindigt ermee dat de komst van de vrouwen (beeld van Jood & heiden) in Juda plaatsvond tijdens de gersteoogst. Dat zal de tijd zijn tussen Pesach en Shavuot (Pasen en Pinksteren). De tijd waarin de oogsten werden binnengehaald. Ruth was hierin een eersteling.