English: click here!

Deuteronomium 2 - het doel is nabij

Mozes gaat verder met de gebeurtenissen tijdens de woestijnreis onder de aandacht te brengen van de nieuwe generatie. Niet omdat het verleden iets is om trots op te zijn of omdat emotionele motieven een rol spelen. Nee, Mozes, als Middelaar van het Eerste Verbond herhaalt wat God heeft geboden en illustreert met het verleden wat de gevolgen zijn van het niet gehoorzamen aan Gods instructies. De geboden worden behandeld in Deuteronomium 5:1 – 6:3. Het verleden kennen is nodig om de toekomst aan te kunnen. Het verleden kennen is nodig om Gods grootheid, Zijn barmhartigheid en liefde te kunnen herkennen in alle omstandigheden, ook al zal Mozes zelf niet meer bij hen zijn.


Deuteronomium 2:2-3 Toen zei de HEERE tegen mij: 3. U bent lang genoeg om dit bergland heen getrokken. Keer u om naar het noorden


De reis gaat verder, op het doel af. Het volk moest in het laatste deel van de reis door bewoonde gedeelten heen. Midian, Edom en Moab waren via Abraham verwant aan Israël, en God had aan Edom (Ezau Gen. 36:8) en Moab (Lot Deut.2:9) landsbeloften gegeven, die gerespecteerd moesten worden.  Israël had in Gods kracht de Midianieten uitgeroeid als straf voor de verleiding met Baäl Peor. (Numeri 25) Dat gebeurde bij Sittim. Kijk op de kaart onderaan en zie hoe dicht het volk bij Kanaän was en is. De Moabieten, die samen met de Mianieten, betrokken waren bij de verleiding tot Baäl Peor, werden gespaard omdat God dit gebied aan het nageslacht van Lot had beloofd. (Deut. 2:9)


Deuteronomium 2:9 Toen zei de HEERE tegen mij: Breng Moab niet in het nauw en ga niet de strijd met hen aan, want van hun land zal Ik u niets in bezit geven. Ik heb Ar namelijk aan de kinderen van Lot in bezit gegeven.


De normale route liep door het gebied van Edom, het nageslacht van Ezau, en daarom een broedervolk. (Gen. 25:30) Ze mochten dan wel bang zijn voor de Israëlieten, maar God wilde niet dat er oorlog kwam tussen beide broedervolken. God was Ezau terwille en had hem zelfs in staat gesteld om in Zijn kracht de Horieten (eveneens een volk van reuzen) te verdrijven. (vers 12 en 22)  We zien dus dat God ook andere volken te hulp kwam, zoals de Kaftorieten (vers 23):


Deuteronomium 2:12-22-23 En in Seïr woonden vroeger de Horieten, maar de kinderen van Ezau verdreven hen uit hun bezit, vaagden hen van voor hun ogen weg en gingen in hun plaats wonen; net zoals Israël gedaan heeft met het land van zijn bezit, dat de HEERE hun gegeven heeft.) 22. evenals Hij gedaan heeft voor de kinderen van Ezau, die in Seïr wonen: Hij heeft de Horieten van voor hun ogen weggevaagd: zij verdreven hen uit hun bezit en zijn in hun plaats gaan wonen, tot op deze dag. 23. En de Kaftorieten, die afkomstig zijn uit Kaftor, hebben de Avvieten, die tot aan Gaza in dorpen woonden, weggevaagd en zijn in hun plaats gaan wonen.)


Er was onder de volken een ontzag, maar evenzeer angst voor de God van Israël.

Je ziet dat beide generaties van Israël dezelfde soorten beproevingen ondergingen, voordat ze in Gods ogen klaar waren om het Beloofde Land binnen te gaan..

Deze voorbeelden mochten Israël stimuleren om zonder vrees de beek Zered over te steken en in het gebied van de Amorieten te komen. Een beek die vermoedelijk de grens vormde tussen Moab en Edom. Dit mocht hen vooral bemoedigen om de vijanden in het land Kanaän tegemoet te gaan om hun land te bevrijden. Dat gebeurde niet eerder dan dat alle strijdbare mannen van de eerste generatie gestorven waren.

Israël had zowel aan Edom als aan Hesbon vredesvoorwaarden aangeboden om hen bij het doortrekken zo min mogelijk last te bezorgen. In beide gebieden werd dat geweigerd en werden zelfs de legers op hen afgestuurd. Het broedervolk Edom mocht niet worden bestreden en het gevolg was dat Israël een enorme omweg moest maken. De koning Sihon van Hesbon bood eveneens vijandige tegenstand, want God had zijn hart verhard. Dat moest gebeuren want God had dat land voor Israël bestemd. En hoewel daar reuzen waren,  deze generatie Israëlieten schrok er niet voor terug om het land te veroveren de inwoners te doden en de buit in bezit te nemen, want 

God streed voor hen. De Israëlieten moeten begrepen hebben dat ze dit nooit in eigen kracht hadden kunnen doen. En God voerde die strijd omdat de maat van de zonde van dat volk vol was. Zo had God dat aan Abraham bekend gemaakt:

Genesis 15:16 De vierde generatie zal hier terugkeren, want de maat van de ongerechtigheid van de Amorieten is tot nu toe niet vol.

De bevolking van de gebieden die werden veroverd was zeer zondig. Net zoals in de dagen van Noach en zoals het was in de dagen van Sodom en Gomorra, was de maat van de zonde vol en moest God met Zijn oordeel komen.

In Psalm 106 lezen we dat de Israëlieten niet de hele bevolking uitroeiden, zoals God had geboden. Het gevolg was dat ze zich vermengden met de heidenen en aan diens heidense praktijken deel namen:

Psalm 106:34-38 Zij vaagden de volken niet weg, zoals de HEERE hun bevolen had; 35 maar zij vermengden zich met de heidenvolken en leerden hun gebruiken.36 Zij dienden hun afgoden, die hun tot een valstrik werden. 37 bovendien offerden zij hun zonen en hun dochters aan de demonen. 38 Zij vergoten onschuldig bloed, het bloed van hun zonen en dochters. Zij offerden hen aan de afgoden van Kanaän, zodat het land door deze bloedschulden ontheiligd werd.

We lezen in deze psalmverzen dat er demonen in het spel waren. Dit is wel de reden waarom God mensen in het oordeel uitroeit.  En reken erop dat, hoe dichter het tijdstip nadert dat Yeshua komt om orde op zaken te stellen, alles in de occulte wereld gemobiliseerd wordt om mensen te bezetten en in de macht te krijgen, zodat ze daadwerkelijk “bezeten” zijn.  En satan weet als geen ander hoe hij ook technologisch vernuft kan inzetten om zijn doel te bereiken. Zijn doel is: zichzelf als God te presenteren en te laten aanbidden. Maar hij is ”een moordenaar van de beginne” (Joh. 8:44)

De wereld wacht opnieuw een oordeel, maar dan wereldwijd. Het lijkt soms of God alles zijn gang laat gaan, maar zijn woede kropt zich op en er komt een uitbarsting van zijn toorn. En zo’n oordeel is niet zachtzinnig. De aarde moet gereinigd worden van degenen die satan dienen.  Alleen door reiniging met het  bloed van Yeshua is redding. Daaraan voorafgaand gaat satan doden wie Yeshua belijdt, maar in verband daarmee bemoedigt  Yeshua de gelovigen met de woorden: 

Mattheüs 10: 28 En wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en de ziel niet kunnen doden, maar wees veeleer bevreesd voor Hem Die zowel ziel als lichaam te gronde kan richten in de hel.

Ook de gelovigen zullen met 'reuzen' te maken krijgen om Gods Koninkrijk, het Beloofde Land, binnen te gaan. Dat kan zowel geestelijk als fysiek zijn. Maar God zal ons vertrouwen in Hem niet beschamen, zoals de tweede generatie 'hun reuzen' vertrouwend op God tegemoet gingen.  

De chiastische structuur omvat de drie eerste hoofdstukken van Deuteronomium. Maar de centrale as  is een tekstgedeelte  uit dit hoofdstuk: 


Deuteronomium 2: 26-30 Toen stuurde ik boden uit de woestijn Kedemoth naar Sihon, de koning van Hesbon, met woorden van vrede; ik zei: Laat mij door uw land trekken. Ik zal uitsluitend over de weg gaan en daar niet van afwijken, naar rechts of naar links. 28 Verkoop mij voedsel voor geld, zodat ik kan eten, en geef mij water voor geld, zodat ik kan drinken. Laat mij slechts te voet door uw land trekken 29 – zoals de kinderen van Ezau, die in Seïr wonen, en de Moabieten, die in Ar wonen, ook voor mij gedaan hebben – totdat ik de Jordaan oversteek, naar het land dat de HEERE, onze God, ons geven zal. 30 Maar Sihon, de koning van Hesbon, wilde ons niet door zijn land laten trekken.


zoals de kinderen van Ezau, en de Moabietenook voor mij gedaan hebben.......het voorstel van Mozes is gelijk aan dat van de Edomieten en de Moabieten. Het doel van Mozes was om via de Jordaan in het Beloofde Land te komen. Israël moest deze volken op gepaste wijze benaderen. 

Sihon, de koning van Hesbon, wilde ons niet door zijn land laten trekken...... omdat de doorgang geweigerd werd, vocht Israël een strijd uit die is opgetekend in Numeri 21. Israël vroeg eenvoudig om een ​​veilige doorgang door het land van de Amorieten, waarbij ze alles wat ze nodig hadden wilden betalen, maar ze werden geweigerd.

De HEERE, uw God, verhardde zijn geest en verstokte zijn hart, ..... de Schepper heeft het recht  om met Zijn schepselen te doen wat Hij wil. Maar de manier waarop God het deed had een bedoeling. God stimuleerde een onwillige Sihon niet om tegen Israël op te treden; God liet Sihon eenvoudig de slechte weg nemen die hij zelf wilde nemen. Hij veranderde Sihons hart niet van goed in slecht, maar verhardde het in zijn boosaardigheid jegens Israël.
om hem in uw hand te geven.... Dit verklaart waarom God het hart van Sihon verhardde. God leidde Sihon op de vernietigende weg die zijn hart begeerde, zodat het land van de Amorieten het bezit en erfdeel van Israël werd. God bepaalt de woonplaatsen van de mensen. Handelingen 17:26 En Hij maakte uit één bloed heel het menselijke geslacht om op heel de aardbodem te wonen; en Hij heeft de hun van tevoren toegemeten tijden bepaald, en de grenzen van hun woongebied,


Deuteronomium 2:31 En de HEERE zei tegen mij: Zie, Ik ben begonnen Sihon en zijn land aan u te geven. Begin zijn land nu daadwerkelijk in bezit te nemen. 32. En Sihon trok uit ten strijde, hij en heel zijn volk, ons tegemoet, naar Jahaz. 33. En de HEERE, onze God, gaf hem aan ons over, en wij versloegen hem, zijn zonen en heel zijn volk. 34. Wij namen in die tijd al zijn steden in en sloegen elke stad met de ban: mannen, vrouwen en kleine kinderen. Wij lieten niemand overblijven. 35. Alleen het vee roofden wij voor onszelf, en de buit van de steden die wij innamen. 36. Vanaf Aroër, dat aan de oever van de beek Arnon ligt, en de stad die in het beekdal ligt, tot aan Gilead toe, was er geen stad die te hoog voor ons was; de HEERE, onze God, gaf het allemaal aan ons. 37. Alleen in de nabijheid van het land van de Ammonieten, heel het gebied langs de beek Jabbok, in de steden van het bergland en in alles wat de HEERE, onze God, ons verboden had, kwam u niet.


Wij namen al zijn steden in en sloegen elke stad met de ban: mannen, vrouwen en kleine kinderen......de oorlog tegen de Amorieten was een van de unieke oordeelsoorlogen die God tegen Israël zei te vechten. Het doel was niet in de eerste plaats  om de Amorieten op het slagveld te verslaan, maar om een ​​oordeel te vellen over hun hele samenleving. Het vee en de spullen uit de steden hielden de Israëlieten voor zichzelf.

was er geen stad die te hoog voor ons was...... Achtendertig jaar eerder weigerde Israël het Beloofde Land binnen te gaan omdat ze vonden dat ze daar militair gezien niet tegen opgewassen waren. Nu ze in geloof het land begonnen binnen te gaan, liet God hun zien hoe het 38 jaar geleden had kunnen zijn - als ze Hem maar hadden geloofd. Dat er staat "geen stad te hoog" heeft te maken met de hoge vestingmuren rondom de Kanaänitische steden. Ook die hoge muren waren een dreiging voor de vorige generatie. (Deuteronomium 1:28)

in de nabijheid van het land van de Ammonieten, de steden van het bergland , alles wat de HEERE, onze God, ons verboden had, kwam u niet......

Het gebied van de Ammonieten werd niet aangevallen door de Israëlieten. Deze streek wordt nauwkeuriger omschreven als het gebied in de buurt van de Jabbok en de steden van het gebergte. De HEERE had dit aan het volk verboden. (Deut. 2:19)

---------

Het was een geweldige zege- en zegentocht die Israël onder aanvoering van Mozes en Jozua in Gods kracht maakte. Het moet hun heel veel moed en vreugde hebben gegeven en een dankbaar hart voor hun God die hen zo voorspoedig geleid heeft.